Loading
Loading
Hoe verhouden je lichaam en je geest zich tot elkaar? In dit onderwerp behandel je het lichaam-geestprobleem: het dualisme van Descartes tegenover het materialisme en het functionalisme. Je onderzoekt hoe deze posities bewustzijn verklaren, en je bekijkt de belangrijkste emotietheorieen, die de vraag stellen of een emotie vooral een lichamelijke reactie of een oordeel is.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: het lichaam-geestprobleem, het dualisme van Descartes en het materialisme als tegenpositie.
verhoogd niveau
Vergelijk dualisme, materialisme en functionalisme op hun verklaring van bewustzijn en pas een emotietheorie toe op een casus.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Posities in het lichaam-geestprobleem
Een dualist zegt: 'Mijn wil om op te staan zorgt dat mijn benen bewegen.' Leg uit welk probleem hier speelt en waarom het de dualist in moeilijkheden brengt.
De wil hoort bij de onstoffelijke geest (res cogitans), de benen bij het stoffelijke lichaam (res extensa); dat zijn volgens de dualist twee verschillende substanties.
Het is onduidelijk hoe iets onstoffelijks (een wilsbesluit) iets stoffelijks (spieren) in beweging kan zetten, zonder zelf ruimte, energie of fysieke aangrijping te hebben.
Dit interactieprobleem is nooit bevredigend opgelost; het maakt het dualisme moeilijk te verenigen met de natuurwetenschap en is de belangrijkste reden om naar het materialisme te kijken.
Resultaat: Het voorbeeld illustreert het interactieprobleem: hoe kan een onstoffelijke geest een stoffelijk lichaam bewegen? Omdat de dualist daar geen sluitend antwoord op heeft, staat zijn positie zwak tegenover het materialisme.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat Descartes bedoelt met het onderscheid tussen res extensa en res cogitans, en beredeneer waarom het interactieprobleem een sterk bezwaar tegen zijn dualisme vormt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Dualisme, materialisme en functionalisme
Leg met een voorbeeld uit waarom het functionalisme beter dan de strenge identiteitstheorie kan verklaren dat een mens en een dier allebei pijn kunnen hebben.
Volgens de identiteitstheorie is pijn identiek aan een bepaald menselijk neuronpatroon. Een dier met een ander brein heeft dat exacte patroon niet.
Dan zou volgen dat het dier geen pijn kan hebben, wat onaannemelijk is; de identiteitstheorie bindt pijn te strikt aan een bepaald type brein.
Het functionalisme zegt: pijn is de functie (veroorzaakt door letsel, gepaard met de wens dat het stopt, leidend tot vermijding). Die functie kan door verschillende breinen worden gerealiseerd, dus mens en dier kunnen beide pijn hebben.
Resultaat: Het functionalisme verklaart via meervoudige realiseerbaarheid dat verschillende wezens dezelfde mentale toestand kunnen hebben, terwijl de strenge identiteitstheorie pijn te eng aan een menselijk breinpatroon koppelt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een robot reageert op schade door zich terug te trekken en 'au' te roepen. Beredeneer wat een materialist en wat een functionalist zouden zeggen over de vraag of de robot echt pijn heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Twee families van emotietheorieen
Een student voelt zijn hart bonzen voor een examen en noemt dat 'zenuwen'. Nadat hij bedenkt dat hij goed heeft geleerd, wordt hij rustiger. Analyseer dit met beide emotietheorieen.
De bonzende hartslag is de lichamelijke reactie; volgens James-Lange is de emotie 'zenuwen' juist het gewaarworden van die reactie.
Volgens de cognitieve theorie is de emotie het oordeel 'dit examen bedreigt iets wat ik belangrijk vind'. Dat de student rustiger wordt na de gedachte dat hij goed geleerd heeft, past hierbij: hij herziet zijn oordeel.
Dat de emotie verandert door een gedachte pleit voor de cognitieve theorie, want een zuiver lichamelijke gewaarwording zou niet zomaar door een oordeel moeten verdwijnen.
Resultaat: James-Lange verklaart het lichamelijke van de zenuwen, maar de cognitieve theorie verklaart beter waarom de emotie verandert zodra de student zijn oordeel over de situatie bijstelt. De casus pleit dus voor de cognitieve theorie (of een combinatie).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Iemand schrikt hevig van een harde knal en merkt pas daarna dat het onweer was. Leg uit wat de James-Lange-theorie en wat de cognitieve theorie over deze schrik zeggen en welke theorie het geval het beste verklaart.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad