Loading
Loading
Sinds de oudheid geldt de rede (het vermogen tot denken en redeneren) als datgene wat de mens onderscheidt. In dit onderwerp onderzoek je de verhouding tussen rede en gevoel, het ideaal van de rationaliteit, de Verlichting als tijd waarin de rede centraal kwam te staan, en de filosofie van Immanuel Kant, voor wie de rede zowel kennis als moraal fundeert.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: de rede als onderscheidend vermogen, de tegenstelling rede-gevoel en de Verlichting.
verhoogd niveau
Weeg de rationaliteit tegen haar critici af en verbind Kants idee van de autonome rede met de plichtsethiek.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Rede tegenover gevoel
Iemand wil een vriend niet kwetsen (gevoel) maar vindt ook dat hij eerlijk moet zijn (redelijk beginsel). Analyseer de rol van rede en gevoel en beredeneer hoe een goed oordeel eruit kan zien.
De wens de vriend niet te kwetsen komt voort uit medeleven; het gevoel wijst op wat er op het spel staat (de vriendschap).
Het beginsel 'ik moet eerlijk zijn' is een redelijk oordeel dat overzicht en consistentie brengt; het toetst het gevoel aan een algemene regel.
Een goed oordeel gebruikt beide: het gevoel maakt zichtbaar dat kwetsen schadelijk is, de rede weegt dit tegen het belang van eerlijkheid en zoekt een eerlijke maar tactvolle manier.
Resultaat: In deze keuze levert het gevoel de betrokkenheid (de vriend niet kwetsen) en de rede de toetsing (eerlijk blijven). Een goed oordeel ontstaat niet door een van beide uit te schakelen, maar door ze samen te laten werken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat Hume bedoelt met 'de rede is de slaaf van de hartstochten' en beredeneer of je het met hem eens bent, met een voorbeeld van een morele keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Kernbegrippen van de Verlichting
Een burger weigert een medische behandeling omdat hij 'de wetenschap niet vertrouwt' en zich liever op traditie beroept. Beredeneer hoe het Verlichtingsideaal deze houding beoordeelt en welke kritiek daar tegenin gaat.
De Verlichting roept op zelf te denken en gezag en overlevering aan de rede te toetsen. Traditie zonder toetsing is onmondigheid; de burger zou zich juist door redelijk onderzoek moeten laten leiden.
Dit ideaal beschermt tegen bijgeloof en willekeur: beslissingen op grond van getoetste kennis zijn betrouwbaarder dan die op grond van blind vertrouwen in traditie.
Toch waarschuwt de kritiek op de rationaliteit dat 'de wetenschap' niet onfeilbaar is en dat het opzij zetten van iemands gevoel en context ook een vorm van dwang kan worden; autonomie betekent ook dat de burger zelf mag kiezen.
Resultaat: Het Verlichtingsideaal veroordeelt het klakkeloos volgen van traditie en pleit voor redelijke toetsing (sterk punt), maar de kritiek herinnert eraan dat de rede niet onfeilbaar is en dat respect voor de autonomie van de burger zelf ook een Verlichtingswaarde is. Een goed antwoord weegt beide.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat Kant bedoelt met 'Sapere aude' en het verlaten van de onmondigheid, en beredeneer met een actueel voorbeeld een sterk punt en een zwak punt van het Verlichtingsideaal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
De rede bij Kant
Iemand overweegt een valse belofte te doen (geld lenen zonder de bedoeling terug te betalen). Toets deze maxime met de categorische imperatief en betrek Kants eis 'de mens als doel'.
De maxime luidt: 'Ik doe een valse belofte wanneer mij dat uitkomt.' Kant vraagt: kun je willen dat dit een algemene wet voor iedereen wordt?
Als iedereen valse beloften zou doen, zou niemand een belofte meer geloven en zou het beloven zelf betekenisloos worden. De maxime spreekt zichzelf tegen als algemene wet; ze doorstaat de test niet.
Bovendien gebruik je de ander louter als middel voor je eigen belang (om aan geld te komen) en niet ook als doel op zichzelf; dat schendt zijn waardigheid als redelijk wezen.
Resultaat: De valse belofte is volgens Kant verboden: de maxime kan niet zonder tegenspraak algemene wet worden en behandelt de ander louter als middel. Zo fundeert de rede zelf, via de categorische imperatief en de eis 'de mens als doel', het morele oordeel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe Kant met de categorische imperatief en het begrip autonomie de moraal op de rede fundeert, en beredeneer een sterk punt en een zwak punt aan de hand van de regel 'je mag nooit liegen'.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad