Loading
Loading
Ethiek onderzoekt wat goed handelen is. In dit onderwerp leer je de centrale begrippen (moraal, normen en waarden, moreel oordeel) en de drie klassieke hoofdstromingen: de deugdethiek van Aristoteles (wat voor mens moet ik zijn?), de plichtsethiek van Kant (welke regel geldt altijd?) en de gevolgenethiek of het utilisme van Bentham en Mill (welke gevolgen zijn het best?). Dit domein hoort tot de kern van het centraal examen.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: het onderscheid waarden-normen en de drie stromingen met hun kernvraag en criterium.
verhoogd niveau
Analyseer een dilemma vanuit de drie stromingen tegelijk en weeg hun uitkomsten en kritiek tegen elkaar af.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Waarden en normen
Bij de regel 'je moet een gevonden portemonnee inleveren' wordt gevraagd de onderliggende waarde te benoemen en het onderscheid met een feitelijke uitspraak te tonen.
'Je moet een gevonden portemonnee inleveren' is een concrete gedragsregel: een norm.
De onderliggende waarde is eerlijkheid (of respect voor andermans eigendom); de norm is de handelingsvorm van die waarde.
'Veel mensen houden een gevonden portemonnee' is een beschrijvende uitspraak (zijn); daaruit volgt niet dat het goed is (behoren). Uit het feitelijke gedrag mag je geen morele conclusie trekken.
Resultaat: De regel is een norm die voortvloeit uit de waarde eerlijkheid. Dat velen anders handelen is een feit (zijn) en levert geen rechtvaardiging op (behoren); wie dat verwart, begaat de naturalistische drogreden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem bij de norm 'je moet je aan je afspraken houden' de onderliggende waarde, en beschrijf een moreel dilemma waarin deze norm botst met een andere norm.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
De drie ethische hoofdstromingen
Een vriend vraagt of je zijn nieuwe kapsel mooi vindt; je vindt het lelijk. Beredeneer wat de plichtsethiek, de gevolgenethiek en de deugdethiek adviseren.
Kant: liegen kan geen algemene wet zijn en maakt de ander tot middel, dus je moet eerlijk zijn, ongeacht de gevolgen.
Utilisme: weeg de gevolgen. Een kleine, tactvolle onwaarheid voorkomt hier veel leed en levert weinig schade op, dus zou het utilisme een leugentje kunnen toestaan als dat het meeste welzijn geeft.
Aristoteles: welk karakter is hier goed? Een deugdzaam mens combineert eerlijkheid met vriendelijkheid en zoekt het juiste midden: eerlijk maar tactvol antwoorden, zonder nodeloos te kwetsen.
Resultaat: De drie stromingen geven verschillende antwoorden: de plichtsethiek verbiedt de leugen, het utilisme weegt de gevolgen en staat een tactvolle onwaarheid mogelijk toe, en de deugdethiek zoekt het midden tussen eerlijkheid en vriendelijkheid. Dit toont hoe elke stroming het goede ergens anders lokaliseert.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een dokter kan een medicijn dat te weinig voorradig is, aan een van twee patienten geven. Beredeneer hoe een deugdethicus, een plichtsethicus en een utilist deze keuze benaderen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Indeling van de ethische theorieen
Beredeneer de transplantatiecasus (een gezonde patient opofferen om vijf te redden) vanuit gevolgenethiek en plichtsethiek en neem een standpunt in.
Een strikte optelsom van geluk lijkt te wijzen op het redden van vijf ten koste van een: vijf levens wegen zwaarder dan een. Toch weegt een consequent utilist ook de gevolgen op langere termijn mee: als artsen patienten mogen opofferen, durft niemand nog naar het ziekenhuis, wat enorm veel leed veroorzaakt.
Kant verbiedt het: je gebruikt de gezonde patient louter als middel voor het welzijn van anderen en schendt zijn waardigheid als doel op zichzelf. De maxime 'dood een onschuldige als dat meer levens redt' kan geen algemene wet zijn.
Beide stromingen wijzen het bij nadere beschouwing af: de plichtsethiek principieel (de mens als doel), en ook het utilisme via de bredere gevolgen (verlies van vertrouwen). Ik concludeer dat de chirurg de gezonde patient niet mag opofferen.
Resultaat: De plichtsethiek verbiedt het opofferen omdat het de patient tot louter middel maakt; een zorgvuldig utilisme komt via de gevolgen op lange termijn tot dezelfde uitkomst. Het beargumenteerde standpunt is dan ook dat de chirurg de gezonde patient niet mag opofferen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een chirurg zou een gezonde patient kunnen laten sterven om met diens organen vijf andere patienten te redden. Beredeneer deze casus vanuit de gevolgenethiek en de plichtsethiek en neem een beargumenteerd standpunt in.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad