Loading
Loading
Filosofie is geen kwestie van meningen, maar van redeneren: je onderbouwt een standpunt met argumenten en beoordeelt of die redenering deugt. In dit onderwerp leer je een argument te ontleden in premissen en conclusie, het onderscheid tussen een geldige en een deugdelijke redenering, de belangrijkste drogredenen, en de gereedschappen begripsanalyse, gedachte-experiment en filosofisch onderzoek. Deze vaardigheden gebruik je in elk examenantwoord van dit vak.
4Onderdelenca. 18min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: een argument in premissen en conclusie ontleden, geldig versus deugdelijk onderscheiden en de bekendste drogredenen herkennen.
verhoogd niveau
Beoordeel een langere redenering zelfstandig: reconstrueer de argumentstructuur, toets geldigheid en deugdelijkheid apart en weerleg met een gerichte tegenwerping of gedachte-experiment.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De structuur van een argument
Reconstrueer in premissen en conclusie, inclusief de verzwegen premisse: 'Je mag deze app niet gebruiken, want hij verkoopt je gegevens door.'
Het standpunt (herkenbaar want het volgt op 'want'): je mag deze app niet gebruiken.
De reden achter 'want': de app verkoopt je gegevens door.
Om van die reden naar de conclusie te komen is een aanname nodig: je mag geen app gebruiken die je gegevens doorverkoopt.
Resultaat: Premisse 1: de app verkoopt je gegevens door. Premisse 2 (verzwegen): je mag geen app gebruiken die je gegevens doorverkoopt. Conclusie: je mag deze app niet gebruiken. De verzwegen premisse maakt het discutabele punt zichtbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Reconstrueer het volgende argument in premissen en conclusie en vul de verzwegen premisse aan: 'Robots kunnen niet echt denken, want ze hebben geen bewustzijn.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Geldig versus deugdelijk
Beoordeel apart op geldigheid en deugdelijkheid: 'Alle politici liegen; Anne is politicus; dus Anne liegt.'
De vorm is die van een geldige deductie (alle A zijn B; x is A; dus x is B): als de premissen waar zouden zijn, moet de conclusie waar zijn. Het argument is geldig.
Premisse 1, 'alle politici liegen', is een ongefundeerde generalisatie en onwaar; niet elke politicus liegt.
Omdat een premisse onwaar is, is het argument wel geldig maar niet deugdelijk; de conclusie is niet afgedwongen.
Resultaat: Het argument is geldig (de vorm klopt) maar niet deugdelijk (premisse 1 is onwaar). Je weerlegt het niet door de vorm aan te vallen, maar door de valse premisse te betwisten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beoordeel: 'Alle vogels kunnen vliegen; een pinguin is een vogel; dus een pinguin kan vliegen.' Is dit argument geldig? Is het deugdelijk? Motiveer beide oordelen apart.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Veelvoorkomende drogredenen
Benoem de drogreden en leg uit waarom de redenering faalt: 'Professor X twijfelt aan dit dieet, maar zij is te dik, dus haar bezwaar telt niet.'
De bewering van X (twijfel aan het dieet) wordt afgewezen op grond van een eigenschap van X (haar gewicht), niet op grond van de inhoud van haar bezwaar.
Dit is een persoonlijke aanval (argumentum ad hominem): de spreker wordt aangevallen in plaats van het argument.
Het gewicht van X zegt niets over de juistheid van haar bezwaar; een waar bezwaar blijft waar, ongeacht wie het uit. De redenering is dus niet geldig.
Resultaat: Het is een ad hominem: de eigenschap van de spreker wordt tegen haar argument gebruikt, terwijl die eigenschap niets zegt over de waarheid van de bewering. Daarom deugt de redenering niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Benoem de drogreden en leg uit waarom de redenering niet deugt: 'Je bent tegen dit wetsvoorstel? Dan geef je dus niets om de veiligheid van kinderen.'
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
De filosofische onderzoekscyclus
Iemand stelt voor: 'Kunst is alles wat in een museum hangt.' Toets deze definitie met begripsanalyse en een tegenvoorbeeld.
De voorgestelde voldoende voorwaarde is: in een museum hangen. Alles wat daar hangt zou dan kunst zijn.
Een brandblusser of een bewakingscamera hangt in een museum maar is geen kunst; de definitie is dus te ruim.
Een graffitiwerk op straat of muziek hangt niet in een museum maar geldt wel als kunst; de definitie is ook te eng.
Resultaat: De definitie faalt van twee kanten: ze is te ruim (niet-kunst in een museum) en te eng (kunst buiten een museum). Begripsanalyse met tegenvoorbeelden laat zien dat de museumplaats geen noodzakelijke en geen voldoende voorwaarde voor kunst is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer het begrip 'vriendschap': geef minstens twee noodzakelijke voorwaarden en bedenk een tegenvoorbeeld dat de definitie 'vriendschap is elkaar aardig vinden' te ruim maakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad