Loading
Loading
Het leesexamen Duits bevat verschillende tekstsoorten, en elke soort vraagt om een eigen aanpak. In dit onderwerp leer je de drie hoofdsoorten herkennen — scanteksten (korte zoekteksten zoals advertenties), gatenteksten of Lückentexte (waarin je openingen vult) en langere artikelen — en welke leesstrategie en welk vraagtype bij elk hoort.
3Onderdelenca. 12min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het centraal examen: herken de tekstsoort en pas de bijbehorende aanpak en het bijbehorende vraagtype toe.
verhoogd niveau
Wie verder leest in het Duits ontmoet dezelfde tekstsoorten (zoekteksten, betogen) in studie en beroep; de aanpak blijft bruikbaar.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tekstsoorten en hun aanpak
Iemand zoekt een cursus die (1) in het weekend is en (2) voor beginners (ohne Vorkenntnisse) geschikt is. Advertentie B luidt: „Deutschkurs für Anfänger, samstags 10–12 Uhr, keine Vorkenntnisse nötig.” Voldoet B?
De twee eisen zijn: in het weekend, én voor beginners (geen voorkennis nodig).
Advertentie B zegt „samstags 10–12 Uhr”. „Samstags” betekent „op zaterdag”, dus in het weekend. Eis 1 is vervuld.
B zegt „für Anfänger … keine Vorkenntnisse nötig”: voor beginners, geen voorkennis nodig. Eis 2 is vervuld.
Resultaat: Advertentie B voldoet aan beide eisen: zaterdag (weekend) én voor beginners zonder voorkennis. Omdat beide eisen tegelijk kloppen, is B de passende keuze.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk vier korte Duitse advertenties voor een taalcursus. Zoek de cursus die in het weekend is, geschikt is voor beginners en in een groep wordt gegeven. Vink per advertentie elke eis af en motiveer je keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Aanpak van een gat (Lückentext)
Vul het gat en motiveer: „Das Konzert war ausverkauft, ___ wir noch Karten bekommen haben.” Opties: A weil, B obwohl, C deshalb, D denn.
Vóór het gat: „het concert was uitverkocht”. Na het gat: „hebben wij toch nog kaarten gekregen”. Het tweede deel gaat in tegen wat je na „uitverkocht” zou verwachten.
Er is een tegenstelling/toegeving: ondanks dat het uitverkocht was, kregen we toch kaarten. Dat verband wordt uitgedrukt door „obwohl” (hoewel).
„Weil” (omdat) en „denn” (want) geven een reden — past niet. „Deshalb” (daarom) geeft een gevolg — past niet. „Obwohl” past qua betekenis én maakt een bijzin: het werkwoord „bekommen haben” staat correct achteraan.
Resultaat: Het juiste antwoord is B (obwohl): „Das Konzert war ausverkauft, obwohl wir noch Karten bekommen haben.” Het verband is een toegeving, en „obwohl” stuurt bovendien het werkwoord correct naar het einde van de bijzin.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul het gat: „Das Konzert war ausverkauft, ___ wir noch Karten bekommen haben.” Kies uit: A weil, B obwohl, C deshalb, D denn. Bepaal eerst het verband en motiveer je keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vraagtypes bij artikelen en hun aanpak
In een betoog vóór meer fietspaden begint alinea 4 met: „Natürlich kostet der Ausbau Geld.” De rest van de alinea legt uit waarom die kosten op de lange termijn terugverdiend worden. Wat is de functie van alinea 4?
Alinea 4 opent met „Natürlich” (natuurlijk). Dat kondigt een toegeving aan: de schrijver erkent eerst een tegenargument (de aanleg kost geld).
De rest van de alinea weerlegt dat tegenargument: de kosten worden op de lange termijn terugverdiend. De schrijver geeft het bezwaar dus toe om het meteen te ontkrachten.
De functie van alinea 4 is het noemen en weerleggen van een tegenargument (een toegeving met weerlegging) — dat versterkt het eigen standpunt van de schrijver.
Resultaat: Alinea 4 noemt een tegenargument (de aanleg kost geld) en weerlegt dat meteen; de functie is dus het ontkrachten van een tegenwerping om het eigen standpunt te versterken. Het signaalwoord „Natürlich” en de weerlegging erna verraden die functie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een Duits opiniestuk en bepaal: (1) de hoofdgedachte in één Nederlandse zin, (2) de functie van de derde alinea, en (3) de houding van de schrijver tegenover het onderwerp. Onderbouw elk antwoord met de tekst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad