EuraStudy
Samenvattingen/Wiskunde D/Profielspecifieke verdieping complexe getallen
Samenvattingen · Wiskunde DNL · VWO

Profielspecifieke verdieping complexe getallen

Dit onderwerp is de profielverdieping binnen domein E: het bouwt voort op het basisonderwerp complexe getallen. Je bepaalt de nnn complexe nnn-de-machtswortels van een getal — voor zn=1z^n=1zn=1 de eenheidswortels, die als hoekpunten van een regelmatige nnn-hoek op de eenheidscirkel liggen. De hoofdstelling van de algebra garandeert dat elke veelterm van graad nnn precies nnn complexe nulpunten heeft (met multipliciteit), bij reële coëfficiënten in toegevoegd-complexe paren. Complexe vermenigvuldiging lees je meetkundig als een draaiing en schaling, en de formule van Euler eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi}=\cos\varphi+i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ — met de identiteit eiπ+1=0e^{i\pi}+1=0eiπ+1=0 — verbindt de complexe getallen met de goniometrie en met trillingen. Wiskunde D kent geen centraal examen; deze verdieping wordt in het schoolexamen (SE) getoetst.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 2

T·171717 / 19
Examenprofiel
Domein E (profielverdieping) — de n complexe n-de-machtswortels en de eenheidswortels op de eenheidscirkel bepalenDe hoofdstelling van de algebra toepassen; toegevoegd-complexe nulparen bij reële coëfficiënten herkennenComplexe vermenigvuldiging meetkundig lezen als een draaiing en schaling in het complexe vlakDe formule van Euler gebruiken: de identiteit eiπ+1=0, goniometrische identiteiten en trillingen
Operatoren:bepaalberekenlos optoon aanleid afontbindteken

basisniveau

Dit is de profielverdieping binnen domein E — schoolexamen-stof (SE) van wiskunde D, zonder centraal examen. Bouw eerst de basis (rekenen met a+bia+bia+bi, modulus, argument, De Moivre en Euler) en gebruik die hier voor wortels, nulpunten en meetkunde.

verhoogd niveau

Verdieping: het verband tussen de nnn eenheidswortels en de regelmatige nnn-hoek, het volledig ontbinden van een veelterm over C\mathbb{C}C met toegevoegd-complexe paren, en het afleiden van goniometrische identiteiten met Euler en De Moivre. De complexe getallen komen zo terug in de natuurwetenschappen (domein F).

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Profielspecifieke verdieping complexe getallen
    • 01Complexe wortels en eenheidswortels◐
    • 02De hoofdstelling van de algebra en complexe nulpunten◐
    • 03Complexe getallen en meetkundige transformaties●
    • 04Euler en toepassingen●
§ 01

Complexe wortels en eenheidswortels#

●●○StandaardLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Kernpunten

Een complex getal heeft niet één, maar nnn verschillende nnn-de-machtswortels. Om zn=wz^n=wzn=w op te lossen schrijf je www in de exponentiële vorm w=reiφw=re^{i\varphi}w=reiφ en zoek je alle z=ρeiθz=\rho e^{i\theta}z=ρeiθ met ρneinθ=reiφ\rho^n e^{in\theta}=re^{i\varphi}ρneinθ=reiφ. De moduli moeten gelijk zijn (ρn=r\rho^n=rρn=r, dus ρ=r1/n\rho=r^{1/n}ρ=r1/n, de gewone reële nnn-de-machtswortel), en de argumenten mogen een veelvoud van 2π2\pi2π verschillen (nθ=φ+2kπn\theta=\varphi+2k\pinθ=φ+2kπ). Zo ontstaan precies nnn verschillende oplossingen.
De nnn wortels zijn zk=r1/n ei(φ+2kπ)/nz_k=r^{1/n}\,e^{i(\varphi+2k\pi)/n}zk​=r1/nei(φ+2kπ)/n voor k=0,1,…,n−1k=0,1,\dots,n-1k=0,1,…,n−1. Ze hebben allemaal dezelfde modulus r1/nr^{1/n}r1/n, dus ze liggen op één cirkel om de oorsprong, en hun argumenten verschillen telkens 2πn\tfrac{2\pi}{n}n2π​. Daarom zijn de nnn wortels de hoekpunten van een regelmatige nnn-hoek. Voor k≥nk\ge nk≥n herhalen de wortels zich (je bent dan 2π2\pi2π verder gedraaid en weer bij z0z_0z0​), vandaar precies nnn stuks.
Het belangrijkste bijzondere geval is zn=1z^n=1zn=1: de nnn-de eenheidswortels. Omdat 1=ei⋅01=e^{i\cdot 0}1=ei⋅0 (modulus 111, argument 000) zijn ze zk=e2kπi/nz_k=e^{2k\pi i/n}zk​=e2kπi/n voor k=0,…,n−1k=0,\dots,n-1k=0,…,n−1: nnn punten gelijkmatig over de eenheidscirkel verdeeld, met z0=1z_0=1z0​=1 als startpunt. In Afb. 1 zie je de drie derde-machts eenheidswortels als hoekpunten van een gelijkzijdige driehoek: 111, en −12±i32-\tfrac{1}{2}\pm i\tfrac{\sqrt{3}}{2}−21​±i23​​.

De derde-machts eenheidswortels

De derde-machts eenheidswortelsGeometrische Zeichnung, O, w0 = 1, w1, w2, regelmatige driehoekOw0 = 1w1w2ReImregelmatigedriehoek
Afb. 1Afb. 1 — De drie oplossingen van z³ = 1 liggen op de eenheidscirkel en vormen een gelijkzijdige driehoek: w0 = 1, w1 = −½ + i·½√3 en w2 = −½ − i·½√3. Hun argumenten (0°, 120°, 240°) verschillen telkens 120°.
Bekijk z3=1z^3=1z3=1 stap voor stap. Hier is r1/3=1r^{1/3}=1r1/3=1 en zk=e2kπi/3z_k=e^{2k\pi i/3}zk​=e2kπi/3. Voor k=0k=0k=0 geeft dat z0=e0=1z_0=e^0=1z0​=e0=1; voor k=1k=1k=1 is z1=e2πi/3=cos⁡2π3+isin⁡2π3=−12+i32z_1=e^{2\pi i/3}=\cos\tfrac{2\pi}{3}+i\sin\tfrac{2\pi}{3}=-\tfrac{1}{2}+i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z1​=e2πi/3=cos32π​+isin32π​=−21​+i23​​; en voor k=2k=2k=2 is z2=e4πi/3=−12−i32z_2=e^{4\pi i/3}=-\tfrac{1}{2}-i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z2​=e4πi/3=−21​−i23​​. Merk op dat z2=zˉ1z_2=\bar{z}_1z2​=zˉ1​: bij de reële vergelijking zn=1z^n=1zn=1 komen de niet-reële wortels in toegevoegd-complexe paren — een voorproefje op de volgende paragraaf.
Worteltrekken laat scherp zien waarom het complexe vlak zo krachtig is: waar 13\sqrt[3]{1}31​ over de reële getallen maar één antwoord heeft, onthult de exponentiële vorm er drie. Dezelfde methode geeft de wortels van élk complex getal — bijvoorbeeld de twee vierkantswortels van iii of de vier vierde-machtswortels van −16-16−16. Dit is bovendien de sleutel tot het volledig ontbinden van veeltermen, het onderwerp van de volgende paragraaf over de hoofdstelling van de algebra.
zk=r1/n e i(φ+2kπ)/n,k=0,1,…,n−1z_k = r^{1/n}\, e^{\,i(\varphi + 2k\pi)/n},\qquad k = 0,1,\dots,n-1zk​=r1/nei(φ+2kπ)/n,k=0,1,…,n−1

De n complexe n-de-machtswortels

Alle wortels van z^n = re^{iφ}: gelijke modulus r^{1/n}, argumenten telkens 2π/n uit elkaar.

zk=e 2kπi/n,k=0,1,…,n−1z_k = e^{\,2k\pi i/n},\qquad k = 0,1,\dots,n-1zk​=e2kπi/n,k=0,1,…,n−1

De n-de eenheidswortels (oplossingen van zⁿ = 1)

n punten gelijkmatig over de eenheidscirkel: de hoekpunten van een regelmatige n-hoek.

Uitgewerkt voorbeeld

De derde-machts eenheidswortels bepalen

Bepaal alle oplossingen van z3=1z^3=1z3=1 en teken ze in het complexe vlak.

  1. 01Schrijf 1 in exponentiële vorm

    1=ei⋅01=e^{i\cdot 0}1=ei⋅0, dus r=1r=1r=1 en φ=0\varphi=0φ=0; de wortels zijn zk=11/3ei(0+2kπ)/3=e2kπi/3z_k=1^{1/3}e^{i(0+2k\pi)/3}=e^{2k\pi i/3}zk​=11/3ei(0+2kπ)/3=e2kπi/3 voor k=0,1,2k=0,1,2k=0,1,2.

  2. 02Wortel k = 0

    Invullen van k=0k=0k=0.

    z0=e0=1z_0=e^{0}=1z0​=e0=1
  3. 03Wortel k = 1

    Invullen van k=1k=1k=1 en omzetten met Euler.

    z1=e2πi/3=cos⁡120∘+isin⁡120∘=−12+i32z_1=e^{2\pi i/3}=\cos 120^\circ+i\sin 120^\circ=-\tfrac{1}{2}+i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z1​=e2πi/3=cos120∘+isin120∘=−21​+i23​​
  4. 04Wortel k = 2

    Invullen van k=2k=2k=2; deze is de geconjugeerde van z1z_1z1​.

    z2=e4πi/3=cos⁡240∘+isin⁡240∘=−12−i32z_2=e^{4\pi i/3}=\cos 240^\circ+i\sin 240^\circ=-\tfrac{1}{2}-i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z2​=e4πi/3=cos240∘+isin240∘=−21​−i23​​

Resultaat: De drie oplossingen zijn z0=1z_0=1z0​=1, z1=−12+i32z_1=-\tfrac{1}{2}+i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z1​=−21​+i23​​ en z2=−12−i32z_2=-\tfrac{1}{2}-i\tfrac{\sqrt{3}}{2}z2​=−21​−i23​​; ze vormen een gelijkzijdige driehoek op de eenheidscirkel (Afb. 1).

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de nnn complexe nnn-de-machtswortels van een getal bepalen met zk=r1/nei(φ+2kπ)/nz_k=r^{1/n}e^{i(\varphi+2k\pi)/n}zk​=r1/nei(φ+2kπ)/n.
  • Examendoel: de eenheidswortels tekenen als de hoekpunten van een regelmatige nnn-hoek op de eenheidscirkel.

Veelgemaakte fouten

  • Maar één wortel geven; zn=wz^n=wzn=w heeft er nnn, met argumenten die telkens 2πn\tfrac{2\pi}{n}n2π​ verschillen.
  • De modulus vergeten te wortelen: de wortels hebben modulus r1/nr^{1/n}r1/n, niet rrr.
  • Bij k=0,1,…,n−1k=0,1,\dots,n-1k=0,1,…,n−1 te ver doortellen — k=nk=nk=n geeft weer dezelfde wortel als k=0k=0k=0.

Actieve herhaling

Bepaal alle oplossingen van z4=1z^4=1z4=1 en teken ze. Welke regelmatige veelhoek vormen de vier eenheidswortels, en welke ervan zijn reëel?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 02

De hoofdstelling van de algebra en complexe nulpunten#

●●○StandaardLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

De nulpunten van z² + 2z + 5 vormen een toegevoegd-complex paar

Toegevoegd-complexe nulpunten van z² + 2z + 5Geometrische Zeichnung, O, z1 = −1 + 2i, z2 = −1 − 2i, z1, z2, toegevoegd-complex paarOz1 = −1 + 2iz2 = −1 − 2iReImtoegevoegd-complexpaarz1z2
Afb. 2Afb. 1 — De twee nulpunten van z² + 2z + 5, namelijk −1 + 2i en −1 − 2i, liggen symmetrisch ten opzichte van de reële as: bij reële coëfficiënten zijn de niet-reële nulpunten elkaars geconjugeerde.

Kernpunten

De hoofdstelling van de algebra zegt: elke veelterm p(z)=anzn+⋯+a1z+a0p(z)=a_n z^n+\dots+a_1 z+a_0p(z)=an​zn+⋯+a1​z+a0​ van graad n≥1n\ge 1n≥1 met complexe (dus ook reële) coëfficiënten heeft in C\mathbb{C}C precies nnn nulpunten, mits je ze telt met hun multipliciteit. Over de reële getallen is dat onwaar — x2+1x^2+1x2+1 heeft geen reëel nulpunt — maar over C\mathbb{C}C klopt het altijd. Dit is waarom de complexe getallen „compleet” zijn: je hoeft nooit meer een nieuw soort getal te verzinnen om een polynoomvergelijking op te lossen.
Uit de stelling volgt dat je elke veelterm volledig kunt ontbinden in lineaire factoren: p(z)=an(z−z1)(z−z2)⋯(z−zn)p(z)=a_n(z-z_1)(z-z_2)\cdots(z-z_n)p(z)=an​(z−z1​)(z−z2​)⋯(z−zn​), waarbij z1,…,znz_1,\dots,z_nz1​,…,zn​ de (niet noodzakelijk verschillende) nulpunten zijn. Een dubbel nulpunt telt voor twee, een drievoudig voor drie, enzovoort. Zo heeft z2−2z+1=(z−1)2z^2-2z+1=(z-1)^2z2−2z+1=(z−1)2 het nulpunt z=1z=1z=1 met multipliciteit 222 — samen nog steeds twee nulpunten, precies wat de graad voorschrijft.
Heeft de veelterm reële coëfficiënten, dan komen de niet-reële nulpunten altijd in toegevoegd-complexe paren: is z0z_0z0​ een nulpunt, dan is zˉ0\bar{z}_0zˉ0​ dat ook. Dat volgt uit de conjugatieregels van het basisonderwerp, want p(z0)‾=p(zˉ0)\overline{p(z_0)}=p(\bar{z}_0)p(z0​)​=p(zˉ0​), en als p(z0)=0p(z_0)=0p(z0​)=0 dan is ook p(zˉ0)=0ˉ=0p(\bar{z}_0)=\bar{0}=0p(zˉ0​)=0ˉ=0. Een direct gevolg: een reële veelterm van oneven graad heeft altijd minstens één reëel nulpunt, omdat de niet-reële nulpunten twee-aan-twee wegvallen.
Neem z2+2z+5=0z^2+2z+5=0z2+2z+5=0. De discriminant is 22−4⋅1⋅5=−16<02^2-4\cdot 1\cdot 5=-16<022−4⋅1⋅5=−16<0, dus er zijn geen reële oplossingen — maar wél twee complexe. Met −16=4i\sqrt{-16}=4i−16​=4i geeft de abc-formule z=−2±4i2=−1±2iz=\dfrac{-2\pm 4i}{2}=-1\pm 2iz=2−2±4i​=−1±2i. De nulpunten −1+2i-1+2i−1+2i en −1−2i-1-2i−1−2i zijn elkaars geconjugeerde (Afb. 1), precies zoals de stelling bij reële coëfficiënten voorspelt. Controle met de som-productregels: som =−2=−ba=-2=-\tfrac{b}{a}=−2=−ab​ en product =(−1)2−(2i)2=1+4=5=ca=(-1)^2-(2i)^2=1+4=5=\tfrac{c}{a}=(−1)2−(2i)2=1+4=5=ac​.
De hoofdstelling verklaart ook de eenheidswortels uit de vorige paragraaf: zn−1z^n-1zn−1 heeft graad nnn en dus precies nnn nulpunten — de nnn eenheidswortels. Andersom kun je een reële veelterm met behulp van de toegevoegd-complexe paren ontbinden in reële factoren van graad 111 en 222: elk paar z0,zˉ0z_0,\bar{z}_0z0​,zˉ0​ levert de reële factor (z−z0)(z−zˉ0)=z2−2Re⁡(z0) z+∣z0∣2(z-z_0)(z-\bar{z}_0)=z^2-2\operatorname{Re}(z_0)\,z+|z_0|^2(z−z0​)(z−zˉ0​)=z2−2Re(z0​)z+∣z0​∣2. Zo verbindt deze stelling het complexe worteltrekken met het reële ontbinden dat je uit wiskunde B kent.
p(z)=an(z−z1)(z−z2)⋯(z−zn)p(z) = a_n (z-z_1)(z-z_2)\cdots(z-z_n)p(z)=an​(z−z1​)(z−z2​)⋯(z−zn​)

Volledige ontbinding (n nulpunten met multipliciteit)

Een veelterm van graad n valt over ℂ uiteen in n lineaire factoren.

z=−b±b2−4ac2a,−D=iD    (D>0)z = \frac{-b \pm \sqrt{b^2-4ac}}{2a},\qquad \sqrt{-D} = i\sqrt{D}\;\;(D>0)z=2a−b±b2−4ac​​,−D​=iD​(D>0)

abc-formule met complexe uitkomst

Bij een negatieve discriminant is de wortel imaginair; de twee oplossingen zijn complex.

p(z0)=0  ⇒  p(zˉ0)=0(ree¨le coe¨fficie¨nten)p(z_0) = 0 \;\Rightarrow\; p(\bar{z}_0) = 0 \quad (\text{reële coëfficiënten})p(z0​)=0⇒p(zˉ0​)=0(ree¨le coe¨fficie¨nten)

Toegevoegd-complexe nulparen

Bij reële coëfficiënten treden niet-reële nulpunten altijd in paren z₀, z̄₀ op.

Uitgewerkt voorbeeld

Complexe nulpunten van een kwadratische veelterm

Los z2+2z+5=0z^2+2z+5=0z2+2z+5=0 op over C\mathbb{C}C en controleer dat de nulpunten een toegevoegd-complex paar vormen.

  1. 01Bereken de discriminant

    Met a=1a=1a=1, b=2b=2b=2, c=5c=5c=5.

    D=b2−4ac=22−4⋅1⋅5=4−20=−16D=b^2-4ac=2^2-4\cdot 1\cdot 5=4-20=-16D=b2−4ac=22−4⋅1⋅5=4−20=−16
  2. 02Trek de wortel uit het negatieve getal

    Gebruik −1=i\sqrt{-1}=i−1​=i.

    −16=16⋅−1=4i\sqrt{-16}=\sqrt{16}\cdot\sqrt{-1}=4i−16​=16​⋅−1​=4i
  3. 03Pas de abc-formule toe

    Vul in en deel door 2a=22a=22a=2.

    z=−2±4i2=−1±2iz=\frac{-2\pm 4i}{2}=-1\pm 2iz=2−2±4i​=−1±2i
  4. 04Controleer het paar

    z1=−1+2iz_1=-1+2iz1​=−1+2i en z2=−1−2iz_2=-1-2iz2​=−1−2i zijn elkaars geconjugeerde; de som is −2-2−2 en het product (−1)2−(2i)2=1+4=5(-1)^2-(2i)^2=1+4=5(−1)2−(2i)2=1+4=5, in overeenstemming met de coëfficiënten.

Resultaat: z=−1+2iz=-1+2iz=−1+2i of z=−1−2iz=-1-2iz=−1−2i — een toegevoegd-complex paar, zoals de hoofdstelling van de algebra bij reële coëfficiënten voorspelt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de nnn complexe nulpunten van een veelterm herkennen (hoofdstelling van de algebra) en een kwadratische vergelijking met negatieve discriminant over C\mathbb{C}C oplossen.
  • Examendoel: bij reële coëfficiënten de nulpunten als toegevoegd-complexe paren herkennen en de veelterm ontbinden.

Veelgemaakte fouten

  • Concluderen dat z2+2z+5=0z^2+2z+5=0z2+2z+5=0 „geen oplossing” heeft omdat D<0D<0D<0; over C\mathbb{C}C zijn er twee.
  • −16\sqrt{-16}−16​ gelijkstellen aan −4-4−4 in plaats van 4i4i4i, of het teken ±\pm± vergeten.
  • Denken dat een dubbel nulpunt maar één van de nnn nulpunten is; het telt met multipliciteit mee.

Actieve herhaling

Los z2−4z+13=0z^2-4z+13=0z2−4z+13=0 op over C\mathbb{C}C. Ontbind vervolgens z2−4z+13z^2-4z+13z2−4z+13 in de vorm (z−z0)(z−zˉ0)(z-z_0)(z-\bar{z}_0)(z−z0​)(z−zˉ0​) en ga na dat je de oorspronkelijke veelterm terugkrijgt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 03

Complexe getallen en meetkundige transformaties#

●●●VerdiepingLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Vermenigvuldigen met i is een draaiing over 90°

Draaiing over 90° door vermenigvuldiging met iGeometrische Zeichnung, O, z = 3 + 4i, iz = −4 + 3i, z, izOz = 3 + 4iiz = −4 + 3iReImziz
Afb. 3Afb. 1 — Vermenigvuldigen met i draait z = 3 + 4i over 90° tegen de klok in naar iz = −4 + 3i; de lengte blijft |z| = |iz| = 5. Het punt (3, 4) gaat naar (−4, 3).

Kernpunten

In het basisonderwerp zag je dat bij een product de moduli vermenigvuldigen en de argumenten optellen: ∣z1z2∣=∣z1∣ ∣z2∣|z_1 z_2|=|z_1|\,|z_2|∣z1​z2​∣=∣z1​∣∣z2​∣ en arg⁡(z1z2)=arg⁡z1+arg⁡z2\arg(z_1 z_2)=\arg z_1+\arg z_2arg(z1​z2​)=argz1​+argz2​. Meetkundig betekent dit dat vermenigvuldigen met een vast getal w=reiθw=re^{i\theta}w=reiθ elk punt zzz in het vlak draait over de hoek θ\thetaθ én schaalt met factor rrr ten opzichte van de oorsprong. Het complexe vlak wordt zo een rekentaal voor draaiingen en gelijkvormigheden.
Twee bijzondere gevallen zijn het onthouden waard. Vermenigvuldigen met een getal op de eenheidscirkel, w=eiθw=e^{i\theta}w=eiθ (modulus 111), is een zuivere draaiing over θ\thetaθ zonder vervorming. Vermenigvuldigen met een positief reëel getal rrr (argument 000) is een zuivere schaling. In het bijzonder is vermenigvuldigen met i=eiπ/2i=e^{i\pi/2}i=eiπ/2 een draaiing over precies 90∘90^\circ90∘ tegen de klok in, en met −1=eiπ-1=e^{i\pi}−1=eiπ een puntspiegeling in OOO (een draaiing over 180∘180^\circ180∘).
Afb. 1 toont de draaiing over 90∘90^\circ90∘ concreet. Vermenigvuldig z=3+4iz=3+4iz=3+4i met iii: iz=i(3+4i)=3i+4i2=−4+3iiz=i(3+4i)=3i+4i^2=-4+3iiz=i(3+4i)=3i+4i2=−4+3i. Het punt (3,4)(3,4)(3,4) gaat naar (−4,3)(-4,3)(−4,3), precies een kwartslag tegen de klok in, en de lengte blijft ∣z∣=∣iz∣=5|z|=|iz|=5∣z∣=∣iz∣=5. Algemeen stuurt i⋅(a+bi)=−b+aii\cdot(a+bi)=-b+aii⋅(a+bi)=−b+ai het punt (a,b)(a,b)(a,b) naar (−b,a)(-b,a)(−b,a) — de bekende formule voor een draaiing over 90∘90^\circ90∘ om de oorsprong uit de meetkunde.
Waar vermenigvuldigen draait en schaalt, is optellen een verschuiving (translatie): de afbeelding z↦z+vz\mapsto z+vz↦z+v verschuift elk punt over de vaste vector vvv. Draaiingen om een ánder punt dan de oorsprong bouw je hieruit op: eerst verschuiven zodat het draaipunt in OOO ligt, dan vermenigvuldigen met eiθe^{i\theta}eiθ, dan terugverschuiven. Dat vat je samen in één complexe formule: z↦eiθ(z−m)+mz\mapsto e^{i\theta}(z-m)+mz↦eiθ(z−m)+m draait over θ\thetaθ om het punt mmm. Zo beschrijf je élke draaiing en gelijkvormigheid in het vlak met complexe getallen.
Deze meetkundige lezing maakt veel bewijzen kort. Wil je aantonen dat vermenigvuldigen met iii loodrechte stand oplevert, dan volgt dat meteen uit arg⁡(iz)=arg⁡z+π2\arg(iz)=\arg z+\tfrac{\pi}{2}arg(iz)=argz+2π​. Regelmatige veelhoeken beschrijf je met eenheidswortels (vorige paragraaf), want opeenvolgende hoekpunten ontstaan door telkens met e2πi/ne^{2\pi i/n}e2πi/n te draaien. En in de natuur- en techniekvakken is deze draai-schaalstructuur precies wat trillingen en wisselstroom zo handig complex maakt — het onderwerp van de laatste paragraaf.
∣z1z2∣=∣z1∣ ∣z2∣,arg⁡(z1z2)=arg⁡z1+arg⁡z2|z_1 z_2| = |z_1|\,|z_2|,\qquad \arg(z_1 z_2) = \arg z_1 + \arg z_2∣z1​z2​∣=∣z1​∣∣z2​∣,arg(z1​z2​)=argz1​+argz2​

Product: modulus maal, argument plus

De rekenkundige kern van „draaien en schalen”.

w=reiθ:z↦wz   draait over θ en schaalt met rw = re^{i\theta}:\quad z \mapsto wz \;\text{ draait over } \theta \text{ en schaalt met } rw=reiθ:z↦wz draait over θ en schaalt met r

Vermenigvuldigen = draaien + schalen

Met |w| = 1 een zuivere draaiing, met reële w > 0 een zuivere schaling.

i⋅(a+bi)=−b+ai(draaiing over 90∘)i\cdot(a+bi) = -b + ai \quad (\text{draaiing over } 90^\circ)i⋅(a+bi)=−b+ai(draaiing over 90∘)

Vermenigvuldigen met i

Stuurt het punt (a, b) naar (−b, a): een kwartslag tegen de klok in, lengte blijft gelijk.

Uitgewerkt voorbeeld

Draaien en schalen met een complex getal

Gegeven z=3+4iz=3+4iz=3+4i. (a) Draai zzz over 90∘90^\circ90∘ om OOO door met iii te vermenigvuldigen. (b) Bepaal z⋅wz\cdot wz⋅w met w=1+iw=1+iw=1+i en beschrijf de transformatie.

  1. 01(a) Vermenigvuldig met i

    Werk uit met i2=−1i^2=-1i2=−1; de lengte moet gelijk blijven.

    iz=i(3+4i)=3i+4i2=−4+3i,∣iz∣=(−4)2+32=5=∣z∣iz=i(3+4i)=3i+4i^2=-4+3i,\qquad |iz|=\sqrt{(-4)^2+3^2}=5=|z|iz=i(3+4i)=3i+4i2=−4+3i,∣iz∣=(−4)2+32​=5=∣z∣
  2. 02(b) Bereken het product

    Werk de haakjes uit.

    z⋅w=(3+4i)(1+i)=3+3i+4i+4i2=−1+7iz\cdot w=(3+4i)(1+i)=3+3i+4i+4i^2=-1+7iz⋅w=(3+4i)(1+i)=3+3i+4i+4i2=−1+7i
  3. 03(b) Interpreteer de transformatie

    Omdat w=1+i=2 eiπ/4w=1+i=\sqrt{2}\,e^{i\pi/4}w=1+i=2​eiπ/4 draait vermenigvuldigen met www over 45∘45^\circ45∘ en schaalt het met 2\sqrt{2}2​.

    ∣z⋅w∣=∣z∣ ∣w∣=52=(−1)2+72=50|z\cdot w|=|z|\,|w|=5\sqrt{2}=\sqrt{(-1)^2+7^2}=\sqrt{50}∣z⋅w∣=∣z∣∣w∣=52​=(−1)2+72​=50​

Resultaat: (a) iz=−4+3iiz=-4+3iiz=−4+3i (een kwartslag, lengte 555 blijft). (b) z⋅w=−1+7iz\cdot w=-1+7iz⋅w=−1+7i: een draaiing over 45∘45^\circ45∘ met een schaling van 2\sqrt{2}2​.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: complexe vermenigvuldiging meetkundig interpreteren als een draaiing (over arg⁡w\arg wargw) en een schaling (met ∣w∣|w|∣w∣).
  • Examendoel: een draaiing over 90∘90^\circ90∘ om OOO uitvoeren als vermenigvuldiging met iii.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat vermenigvuldigen met iii de lengte verandert; omdat ∣i∣=1|i|=1∣i∣=1 is het een zuivere draaiing.
  • De draairichting omkeren: vermenigvuldigen met iii draait tegen de klok in (+90∘+90^\circ+90∘), met −i-i−i met de klok mee.
  • Bij een draaiing om een ander punt dan OOO het verschuiven-en-terugverschuiven vergeten en meteen met eiθe^{i\theta}eiθ vermenigvuldigen.

Actieve herhaling

Draai het punt z=2+iz=2+iz=2+i over 90∘90^\circ90∘ om de oorsprong. Vermenigvuldig z=2+iz=2+iz=2+i vervolgens met w=3iw=3iw=3i en beschrijf welke draaiing en schaling dat is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 04

Euler en toepassingen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

eiφ op de eenheidscirkel

e^{iφ} op de eenheidscirkelGeometrische Zeichnung, O, 1, cos φ + i sin φ, e^(iφ), cos φ, sin φO1cos φ + isin φReImcos φsin φe(iφ)φ
Afb. 4Afb. 1 — Het getal e^{iφ} ligt op de eenheidscirkel onder hoek φ: zijn reële deel is cos φ en zijn imaginaire deel sin φ. Bij φ = π kom je uit op −1, de identiteit van Euler.

Kernpunten

De formule van Euler eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi}=\cos\varphi+i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ levert bij φ=π\varphi=\piφ=π een van de mooiste gelijkheden van de wiskunde. Invullen geeft eiπ=cos⁡π+isin⁡π=−1+0i=−1e^{i\pi}=\cos\pi+i\sin\pi=-1+0i=-1eiπ=cosπ+isinπ=−1+0i=−1, oftewel de identiteit van Euler: eiπ+1=0e^{i\pi}+1=0eiπ+1=0. Deze ene vergelijking bindt de vijf belangrijkste constanten 000, 111, iii, π\piπ en eee samen met de bewerkingen optellen, vermenigvuldigen en machtsverheffen. Afb. 1 laat zien waaróm: eiφe^{i\varphi}eiφ loopt over de eenheidscirkel, en bij φ=π\varphi=\piφ=π ben je precies bij −1-1−1 aangekomen.
Meetkundig is eiφe^{i\varphi}eiφ het punt op de eenheidscirkel bij hoek φ\varphiφ: het reële deel is cos⁡φ\cos\varphicosφ en het imaginaire deel sin⁡φ\sin\varphisinφ (Afb. 1). Laat je φ\varphiφ toenemen, dan draait eiφe^{i\varphi}eiφ met constante snelheid rond de cirkel — na 2π2\pi2π ben je weer terug, want ei(φ+2π)=eiφe^{i(\varphi+2\pi)}=e^{i\varphi}ei(φ+2π)=eiφ. Cosinus en sinus zijn dus letterlijk de schaduwen (projecties) van deze cirkelbeweging op de twee assen; dat is de diepe reden dat de goniometrische functies periodiek zijn.
Euler en De Moivre maken goniometrische identiteiten tot pure algebra. Uit eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi}=\cos\varphi+i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ en e−iφ=cos⁡φ−isin⁡φe^{-i\varphi}=\cos\varphi-i\sin\varphie−iφ=cosφ−isinφ los je op: cos⁡φ=eiφ+e−iφ2\cos\varphi=\dfrac{e^{i\varphi}+e^{-i\varphi}}{2}cosφ=2eiφ+e−iφ​ en sin⁡φ=eiφ−e−iφ2i\sin\varphi=\dfrac{e^{i\varphi}-e^{-i\varphi}}{2i}sinφ=2ieiφ−e−iφ​. En De Moivre met n=2n=2n=2 geeft in één klap de dubbele-hoekformules, doordat je (cos⁡φ+isin⁡φ)2=cos⁡2φ+isin⁡2φ(\cos\varphi+i\sin\varphi)^2=\cos 2\varphi+i\sin 2\varphi(cosφ+isinφ)2=cos2φ+isin2φ uitwerkt en de reële en imaginaire delen gelijkstelt — zie het uitgewerkte voorbeeld.
In de natuurkunde en techniek beschrijft eiφe^{i\varphi}eiφ trillingen. Een harmonische trilling x(t)=Acos⁡(ωt+φ)x(t)=A\cos(\omega t+\varphi)x(t)=Acos(ωt+φ) schrijf je als het reële deel van A ei(ωt+φ)A\,e^{i(\omega t+\varphi)}Aei(ωt+φ); de constante AeiφAe^{i\varphi}Aeiφ (de „complexe amplitude” of fasor) vangt de amplitude én de fase in één getal. Omdat het optellen van complexe getallen neerkomt op het optellen van trillingen, wordt het combineren van twee trillingen met dezelfde frequentie — lastig met losse sinussen en cosinussen — een eenvoudige complexe optelling. Zo rekent men in de wisselstroomleer standaard met complexe getallen.
Deze paragraaf sluit de cirkel: de imaginaire eenheid iii, die begon als „een oplossing van x2=−1x^2=-1x2=−1”, blijkt via Euler de taal van draaiingen, golven en periodieke verschijnselen. Wat als een rekentruc voor wortels uit negatieve getallen ontstond, is uitgegroeid tot een gereedschap dat meetkunde, algebra en analyse verbindt — en dat in de natuurwetenschappen (domein F) onmisbaar is. Daarmee vormen de complexe getallen een van de rijkste onderwerpen van wiskunde D.
eiπ+1=0e^{i\pi} + 1 = 0eiπ+1=0

Identiteit van Euler

Bindt 0, 1, i, π en e samen; volgt uit e^{iφ} = cos φ + i sin φ bij φ = π.

cos⁡φ=eiφ+e−iφ2,sin⁡φ=eiφ−e−iφ2i\cos\varphi = \frac{e^{i\varphi}+e^{-i\varphi}}{2},\qquad \sin\varphi = \frac{e^{i\varphi}-e^{-i\varphi}}{2i}cosφ=2eiφ+e−iφ​,sinφ=2ieiφ−e−iφ​

Goniometrie uit Euler

Cosinus en sinus als combinaties van e^{iφ} en e^{−iφ}.

x(t)=Re⁡ ⁣(A ei(ωt+φ))x(t) = \operatorname{Re}\!\left(A\,e^{i(\omega t + \varphi)}\right)x(t)=Re(Aei(ωt+φ))

Trilling als complexe fasor

Een harmonische trilling is het reële deel van een roterend complex getal; Ae^{iφ} is de fasor.

Uitgewerkt voorbeeld

De dubbele-hoekformules afleiden met De Moivre

Leid met de stelling van De Moivre (met n=2n=2n=2) de formules voor cos⁡2φ\cos 2\varphicos2φ en sin⁡2φ\sin 2\varphisin2φ af.

  1. 01Schrijf De Moivre op voor n = 2

    Het linkerlid is een kwadraat, het rechterlid volgt uit De Moivre.

    (cos⁡φ+isin⁡φ)2=cos⁡2φ+isin⁡2φ(\cos\varphi+i\sin\varphi)^2=\cos 2\varphi+i\sin 2\varphi(cosφ+isinφ)2=cos2φ+isin2φ
  2. 02Werk het linkerlid uit

    Gebruik i2=−1i^2=-1i2=−1, zodat i2sin⁡2φ=−sin⁡2φi^2\sin^2\varphi=-\sin^2\varphii2sin2φ=−sin2φ.

    (cos⁡φ+isin⁡φ)2=(cos⁡2φ−sin⁡2φ)+i (2sin⁡φcos⁡φ)(\cos\varphi+i\sin\varphi)^2=(\cos^2\varphi-\sin^2\varphi)+i\,(2\sin\varphi\cos\varphi)(cosφ+isinφ)2=(cos2φ−sin2φ)+i(2sinφcosφ)
  3. 03Stel reële en imaginaire delen gelijk

    Twee complexe getallen zijn gelijk als hun reële én imaginaire delen gelijk zijn.

    cos⁡2φ=cos⁡2φ−sin⁡2φ,sin⁡2φ=2sin⁡φcos⁡φ\cos 2\varphi=\cos^2\varphi-\sin^2\varphi,\qquad \sin 2\varphi=2\sin\varphi\cos\varphicos2φ=cos2φ−sin2φ,sin2φ=2sinφcosφ

Resultaat: cos⁡2φ=cos⁡2φ−sin⁡2φ\cos 2\varphi=\cos^2\varphi-\sin^2\varphicos2φ=cos2φ−sin2φ en sin⁡2φ=2sin⁡φcos⁡φ\sin 2\varphi=2\sin\varphi\cos\varphisin2φ=2sinφcosφ — de dubbele-hoekformules, in twee regels afgeleid uit De Moivre.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de identiteit van Euler eiπ+1=0e^{i\pi}+1=0eiπ+1=0 herkennen en eiφe^{i\varphi}eiφ als punt op de eenheidscirkel plaatsen.
  • Examendoel: met Euler of De Moivre een goniometrische identiteit (zoals de dubbele-hoekformules) afleiden.

Veelgemaakte fouten

  • In sin⁡φ=eiφ−e−iφ2i\sin\varphi=\dfrac{e^{i\varphi}-e^{-i\varphi}}{2i}sinφ=2ieiφ−e−iφ​ de deling door 2i2i2i (en niet door 222) vergeten.
  • Bij het uitwerken van (cos⁡φ+isin⁡φ)2(\cos\varphi+i\sin\varphi)^2(cosφ+isinφ)2 de term i2sin⁡2φ=−sin⁡2φi^2\sin^2\varphi=-\sin^2\varphii2sin2φ=−sin2φ als +sin⁡2φ+\sin^2\varphi+sin2φ nemen.
  • eiπe^{i\pi}eiπ gelijkstellen aan +1+1+1 in plaats van −1-1−1 (bij φ=π\varphi=\piφ=π is cos⁡π=−1\cos\pi=-1cosπ=−1).

Actieve herhaling

Gebruik De Moivre met n=3n=3n=3 om aan te tonen dat cos⁡3φ=4cos⁡3φ−3cos⁡φ\cos 3\varphi=4\cos^3\varphi-3\cos\varphicos3φ=4cos3φ−3cosφ. Werk (cos⁡φ+isin⁡φ)3(\cos\varphi+i\sin\varphi)^3(cosφ+isinφ)3 uit en gebruik sin⁡2φ=1−cos⁡2φ\sin^2\varphi=1-\cos^2\varphisin2φ=1−cos2φ.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Complexe wortels en eenheidswortels◐
    • 02De hoofdstelling van de algebra en complexe nulpunten◐
    • 03Complexe getallen en meetkundige transformaties●
    • 04Euler en toepassingen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Profielspecifieke verdieping complexe getallen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / DUO

  • Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO)

Vorig onderwerp

Complexe getallen: basisoperaties (geconjugeerde, argument, absolute waarde, De Moivre, Euler)

Volgend onderwerp

Wiskunde in wetenschap

EuraStudy·Samenvattingen T·17·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.