EuraStudy
Samenvattingen/Wiskunde D/Complexe getallen: basisoperaties (geconjugeerde, argument, absolute waarde, De Moivre, Euler)
Samenvattingen · Wiskunde DNL · VWO

Complexe getallen: basisoperaties (geconjugeerde, argument, absolute waarde, De Moivre, Euler)

Een complex getal z=a+biz=a+biz=a+bi breidt de reële getallen uit met de imaginaire eenheid iii, waarvoor i2=−1i^2=-1i2=−1. Je rekent ermee als met gewone getallen — optellen, aftrekken en vermenigvuldigen gaan term voor term — en delen doe je door teller en noemer met de geconjugeerde zˉ=a−bi\bar{z}=a-bizˉ=a−bi te vermenigvuldigen, want zzˉ=a2+b2=∣z∣2z\bar{z}=a^2+b^2=|z|^2zzˉ=a2+b2=∣z∣2 is reëel. In het complexe vlak (het Argand-diagram) teken je zzz als het punt (a,b)(a,b)(a,b): zijn lengte is de modulus ∣z∣=a2+b2|z|=\sqrt{a^2+b^2}∣z∣=a2+b2​ en de hoek met de positieve reële as is het argument arg⁡(z)\arg(z)arg(z). Zo ontstaan de polaire vorm z=r(cos⁡φ+isin⁡φ)z=r(\cos\varphi+i\sin\varphi)z=r(cosφ+isinφ) en de exponentiële vorm z=reiφz=re^{i\varphi}z=reiφ, waarmee de stelling van De Moivre (zn=rn(cos⁡nφ+isin⁡nφ)z^n=r^n(\cos n\varphi+i\sin n\varphi)zn=rn(cosnφ+isinnφ)) en de formule van Euler (eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi}=\cos\varphi+i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ) machten en draaiingen moeiteloos beschrijven. Wiskunde D kent geen centraal examen; deze stof (domein E) wordt in het schoolexamen (SE) getoetst.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·161616 / 19
Examenprofiel
Domein E — rekenen met het complexe getal z=a+bi (i²=-1): optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delenDe geconjugeerde \bar{z}=a-bi en het verband z\bar{z}=|z|²; delen via de geconjugeerdeHet complexe vlak (Argand-diagram): de modulus |z|=\sqrt{a²+b²} en het argument \arg(z) bepalenPolaire en exponentiële vorm z=r(\cos\varphi+i\sin\varphi)=rei\varphi; de stelling van De Moivre en de formule van Euler
Operatoren:berekenbepaalschrijflos optoon aanleid afteken

basisniveau

Complexe getallen (domein E) horen tot de schoolexamen-stof (SE) van wiskunde D; er is geen centraal examen. Beheers minimaal: rekenen met z=a+biz=a+biz=a+bi (met i2=−1i^2=-1i2=−1), de geconjugeerde en het delen, en het bepalen van de modulus en het argument in het complexe vlak.

verhoogd niveau

Verdieping: vlot wisselen tussen de vormen a+bia+bia+bi, r(cos⁡φ+isin⁡φ)r(\cos\varphi+i\sin\varphi)r(cosφ+isinφ) en reiφre^{i\varphi}reiφ, en machten berekenen met de stelling van De Moivre en de formule van Euler. Deze vormen zijn de opstap naar de profielverdieping (eenheidswortels, de hoofdstelling van de algebra en meetkundige transformaties).

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Complexe getallen: basisoperaties (geconjugeerde, argument, absolute waarde, De Moivre, Euler)
    • 01Complexe getallen: definitie en rekenregels○
    • 02De geconjugeerde en delen◐
    • 03Het complexe vlak: modulus en argument◐
    • 04Polaire en exponentiële vorm; De Moivre en Euler●
§ 01

Complexe getallen: definitie en rekenregels#

●○○BasisLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Kernpunten

De reële getallen schieten tekort zodra je de wortel uit een negatief getal wilt trekken: de vergelijking x2=−1x^2=-1x2=−1 heeft geen reële oplossing. Daarom voert men de imaginaire eenheid iii in, met als enige nieuwe rekenregel i2=−1i^2=-1i2=−1. Een complex getal is dan elke uitdrukking z=a+biz=a+biz=a+bi met aaa en bbb reëel; a=Re⁡(z)a=\operatorname{Re}(z)a=Re(z) heet het reële deel en b=Im⁡(z)b=\operatorname{Im}(z)b=Im(z) het imaginaire deel. Let op: Im⁡(z)=b\operatorname{Im}(z)=bIm(z)=b is zélf een reëel getal, niet bibibi. Een getal met b=0b=0b=0 is gewoon reëel, en een getal met a=0a=0a=0 (zoals 3i3i3i) heet zuiver imaginair. In Afb. 1 staat z=3+2iz=3+2iz=3+2i als het punt (3,2)(3,2)(3,2) in het complexe vlak, met reëel deel 333 en imaginair deel 222.

Het complexe getal z = 3 + 2i in het complexe vlak

z = 3 + 2i in het complexe vlakGeometrische Zeichnung, O, z = 3 + 2i, z, Re(z) = 3, Im(z) = 2Oz = 3 + 2iReImRe(z) = 3Im(z) = 2z
Afb. 1Afb. 1 — Het getal z = 3 + 2i als punt (en plaatsvector) in het complexe vlak: reëel deel Re(z) = 3 op de horizontale as, imaginair deel Im(z) = 2 op de verticale as.
Optellen en aftrekken gaan net als het combineren van gelijksoortige termen: je telt de reële delen bij elkaar op en de imaginaire delen apart. Dus (a+bi)+(c+di)=(a+c)+(b+d)i(a+bi)+(c+di)=(a+c)+(b+d)i(a+bi)+(c+di)=(a+c)+(b+d)i en (a+bi)−(c+di)=(a−c)+(b−d)i(a+bi)-(c+di)=(a-c)+(b-d)i(a+bi)−(c+di)=(a−c)+(b−d)i. Zo is (3+2i)+(1−4i)=4−2i(3+2i)+(1-4i)=4-2i(3+2i)+(1−4i)=4−2i, want reëel 3+1=43+1=43+1=4 en imaginair 2+(−4)=−22+(-4)=-22+(−4)=−2. Meetkundig komt dit overeen met het kop-staart optellen van de bijbehorende plaatsvectoren in het complexe vlak — precies zoals je vectoren optelt (herhaling).
Vermenigvuldigen doe je door de haakjes uit te werken en telkens i2=−1i^2=-1i2=−1 te gebruiken. Uit (a+bi)(c+di)=ac+adi+bci+bdi2(a+bi)(c+di)=ac+adi+bci+bdi^2(a+bi)(c+di)=ac+adi+bci+bdi2 volgt, met i2=−1i^2=-1i2=−1, de regel (a+bi)(c+di)=(ac−bd)+(ad+bc)i(a+bi)(c+di)=(ac-bd)+(ad+bc)i(a+bi)(c+di)=(ac−bd)+(ad+bc)i. Die formule hoef je niet uit je hoofd te leren; het uitvermenigvuldigen mét de vervanging i2=−1i^2=-1i2=−1 leidt er altijd toe. Bijvoorbeeld (3+2i)(1−4i)=3−12i+2i−8i2=3−12i+2i+8=11−10i(3+2i)(1-4i)=3-12i+2i-8i^2=3-12i+2i+8=11-10i(3+2i)(1−4i)=3−12i+2i−8i2=3−12i+2i+8=11−10i: de term −8i2-8i^2−8i2 wordt +8+8+8 en telt bij het reële deel op.
De machten van iii herhalen zich in een cyclus van vier: i1=ii^1=ii1=i, i2=−1i^2=-1i2=−1, i3=i2⋅i=−ii^3=i^2\cdot i=-ii3=i2⋅i=−i en i4=(i2)2=1i^4=(i^2)^2=1i4=(i2)2=1; daarna begint het weer van voren af aan. Een hoge macht van iii reken je daarom uit via de rest bij deling door 444: omdat 2026=4⋅506+22026=4\cdot506+22026=4⋅506+2 is i2026=i2=−1i^{2026}=i^2=-1i2026=i2=−1. Deze cyclus is de kiem van alles wat volgt — hij is de reden dat vermenigvuldigen in het complexe vlak straks neerkomt op draaien.
Met deze drie bewerkingen vormen de complexe getallen een getallenstelsel waarin je onbeperkt kunt optellen, aftrekken en vermenigvuldigen, net als bij de reële getallen: de gebruikelijke rekenwetten (commutatief, associatief, distributief) blijven onverkort gelden. Wat er nieuw bijkomt is uitsluitend i2=−1i^2=-1i2=−1, en juist dat maakt dat élke veelterm straks nulpunten heeft (de hoofdstelling van de algebra in de profielverdieping). Delen vraagt nog één extra ingrediënt — de geconjugeerde — en dat is het onderwerp van de volgende paragraaf.
z=a+bi,i2=−1z = a + bi,\qquad i^2 = -1z=a+bi,i2=−1

Complex getal

Reëel deel Re(z) = a, imaginair deel Im(z) = b (een reëel getal). De enige nieuwe regel is i² = −1.

(a+bi)±(c+di)=(a±c)+(b±d)i(a+bi)\pm(c+di) = (a\pm c) + (b\pm d)i(a+bi)±(c+di)=(a±c)+(b±d)i

Optellen en aftrekken

Reële delen bij elkaar, imaginaire delen bij elkaar — net als gelijksoortige termen.

(a+bi)(c+di)=(ac−bd)+(ad+bc)i(a+bi)(c+di) = (ac-bd) + (ad+bc)i(a+bi)(c+di)=(ac−bd)+(ad+bc)i

Vermenigvuldigen

Volgt uit het uitwerken van de haakjes met i² = −1; niet uit het hoofd leren, maar afleiden.

Uitgewerkt voorbeeld

Rekenen met complexe getallen

Gegeven z=3+2iz=3+2iz=3+2i en w=1−4iw=1-4iw=1−4i. Bereken z+wz+wz+w, z−wz-wz−w en z⋅wz\cdot wz⋅w, en geef van z⋅wz\cdot wz⋅w het reële en imaginaire deel.

  1. 01Optellen per deel

    Tel de reële delen op en de imaginaire delen apart.

    z+w=(3+1)+(2−4)i=4−2iz+w=(3+1)+(2-4)i=4-2iz+w=(3+1)+(2−4)i=4−2i
  2. 02Aftrekken per deel

    Let bij het imaginaire deel op het dubbele minteken: 2−(−4)=62-(-4)=62−(−4)=6.

    z−w=(3−1)+(2−(−4))i=2+6iz-w=(3-1)+(2-(-4))i=2+6iz−w=(3−1)+(2−(−4))i=2+6i
  3. 03Vermenigvuldigen met haakjes uitwerken

    Werk uit en gebruik i2=−1i^2=-1i2=−1, zodat −8i2=+8-8i^2=+8−8i2=+8 bij het reële deel komt.

    z⋅w=(3+2i)(1−4i)=3−12i+2i−8i2=11−10iz\cdot w=(3+2i)(1-4i)=3-12i+2i-8i^2=11-10iz⋅w=(3+2i)(1−4i)=3−12i+2i−8i2=11−10i

Resultaat: z+w=4−2iz+w=4-2iz+w=4−2i, z−w=2+6iz-w=2+6iz−w=2+6i en z⋅w=11−10iz\cdot w=11-10iz⋅w=11−10i; dit laatste heeft reëel deel 111111 en imaginair deel −10-10−10.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: optellen, aftrekken en vermenigvuldigen van complexe getallen in de vorm a+bia+bia+bi, met consequente vervanging i2=−1i^2=-1i2=−1.
  • Examendoel: het reële deel Re⁡(z)\operatorname{Re}(z)Re(z) en het imaginaire deel Im⁡(z)\operatorname{Im}(z)Im(z) van een complex getal benoemen en een getal in het complexe vlak plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • i2i^2i2 gelijkstellen aan +1+1+1 of aan iii; er geldt i2=−1i^2=-1i2=−1, dus −8i2=+8-8i^2=+8−8i2=+8 — een tekenfout die het hele antwoord kantelt.
  • Het imaginaire deel als bibibi opgeven: Im⁡(z)=b\operatorname{Im}(z)=bIm(z)=b is een reëel getal (bij z=3+2iz=3+2iz=3+2i is Im⁡(z)=2\operatorname{Im}(z)=2Im(z)=2, niet 2i2i2i).
  • Bij vermenigvuldigen de kruistermen vergeten en losweg (a+bi)(c+di)=ac+bdi(a+bi)(c+di)=ac+bdi(a+bi)(c+di)=ac+bdi schrijven.

Actieve herhaling

Gegeven z=2−3iz=2-3iz=2−3i en w=−1+5iw=-1+5iw=−1+5i. Bereken z+wz+wz+w, 2z−w2z-w2z−w en z⋅wz\cdot wz⋅w. Bepaal daarnaast i15i^{15}i15 met behulp van de machtencyclus van iii.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 02

De geconjugeerde en delen#

●●○StandaardLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Een getal en zijn geconjugeerde, gespiegeld in de reële as

z en de geconjugeerde z̄Geometrische Zeichnung, O, z = 3 + 2i, z̄ = 3 − 2i, z, z̄, spiegeling in de reële asOz = 3 + 2iz̄ = 3 − 2iReImspiegelingin de reë…zz̄
Afb. 2Afb. 1 — De geconjugeerde z̄ = 3 − 2i is de spiegeling van z = 3 + 2i in de reële as: het reële deel blijft gelijk, het imaginaire deel wisselt van teken.

Kernpunten

De geconjugeerde (of toegevoegd complexe) van z=a+biz=a+biz=a+bi is zˉ=a−bi\bar{z}=a-bizˉ=a−bi: je keert het teken van het imaginaire deel om. In het complexe vlak is zˉ\bar{z}zˉ de spiegeling van zzz in de reële as, zoals Afb. 1 laat zien voor z=3+2iz=3+2iz=3+2i en zˉ=3−2i\bar{z}=3-2izˉ=3−2i. Spiegel je twee keer, dan ben je terug bij af: zˉ‾=z\overline{\bar{z}}=zzˉ=z. Een getal valt samen met zijn geconjugeerde precies als het reëel is (dan is b=0b=0b=0).
De geconjugeerde is nuttig omdat het product zzˉz\bar{z}zzˉ altijd een niet-negatief reëel getal is: zzˉ=(a+bi)(a−bi)=a2−(bi)2=a2+b2z\bar{z}=(a+bi)(a-bi)=a^2-(bi)^2=a^2+b^2zzˉ=(a+bi)(a−bi)=a2−(bi)2=a2+b2. Dat is precies het kwadraat van de modulus, dus zzˉ=∣z∣2z\bar{z}=|z|^2zzˉ=∣z∣2 (de modulus ∣z∣=a2+b2|z|=\sqrt{a^2+b^2}∣z∣=a2+b2​ komt in de volgende paragraaf uitgebreid aan bod). De imaginaire delen vallen weg doordat de kruistermen −abi-abi−abi en +abi+abi+abi elkaar opheffen — dit is het complexe analogon van het merkwaardige product (a+b)(a−b)=a2−b2(a+b)(a-b)=a^2-b^2(a+b)(a−b)=a2−b2.
Op deze eigenschap berust het delen. Een quotiënt zw\dfrac{z}{w}wz​ maak je reëel in de noemer door teller én noemer met de geconjugeerde wˉ\bar{w}wˉ van de noemer te vermenigvuldigen: zw=zwˉwwˉ=zwˉ∣w∣2\dfrac{z}{w}=\dfrac{z\bar{w}}{w\bar{w}}=\dfrac{z\bar{w}}{|w|^2}wz​=wwˉzwˉ​=∣w∣2zwˉ​. De noemer ∣w∣2|w|^2∣w∣2 is nu een gewoon reëel getal, zodat je het resultaat meteen in de vorm a+bia+bia+bi kunt schrijven. Dit is dezelfde gedachte als het „wegwerken van een wortel uit de noemer” bij reële breuken.
Neem als voorbeeld 4+2i1+i\dfrac{4+2i}{1+i}1+i4+2i​. Vermenigvuldig boven en onder met wˉ=1−i\bar{w}=1-iwˉ=1−i: de teller wordt (4+2i)(1−i)=6−2i(4+2i)(1-i)=6-2i(4+2i)(1−i)=6−2i en de noemer (1+i)(1−i)=12+12=2(1+i)(1-i)=1^2+1^2=2(1+i)(1−i)=12+12=2, dus 4+2i1+i=6−2i2=3−i\dfrac{4+2i}{1+i}=\dfrac{6-2i}{2}=3-i1+i4+2i​=26−2i​=3−i. Een handig speciaal geval is 1i\dfrac{1}{i}i1​: vermenigvuldigen met iˉ=−i\bar{i}=-iiˉ=−i geeft 1i=−ii⋅(−i)=−i1=−i\dfrac{1}{i}=\dfrac{-i}{i\cdot(-i)}=\dfrac{-i}{1}=-ii1​=i⋅(−i)−i​=1−i​=−i. Zo is delen door iii hetzelfde als vermenigvuldigen met −i-i−i.
De geconjugeerde gedraagt zich netjes onder de bewerkingen: z+w‾=zˉ+wˉ\overline{z+w}=\bar{z}+\bar{w}z+w​=zˉ+wˉ en z⋅w‾=zˉ⋅wˉ\overline{z\cdot w}=\bar{z}\cdot\bar{w}z⋅w=zˉ⋅wˉ — conjugeren en optellen of vermenigvuldigen mag je verwisselen. Bovendien geldt z+zˉ=2Re⁡(z)z+\bar{z}=2\operatorname{Re}(z)z+zˉ=2Re(z) en z−zˉ=2iIm⁡(z)z-\bar{z}=2i\operatorname{Im}(z)z−zˉ=2iIm(z), waarmee je het reële en imaginaire deel puur met conjugatie kunt uitdrukken. Deze regels zijn de sleutel tot de verdieping: bij een veelterm met reële coëfficiënten zorgen ze ervoor dat niet-reële nulpunten altijd in toegevoegd-complexe paren optreden.
zˉ=a−bi\bar{z} = a - bizˉ=a−bi

Geconjugeerde

Keer het teken van het imaginaire deel om; meetkundig een spiegeling in de reële as.

zzˉ=a2+b2=∣z∣2z\bar{z} = a^2 + b^2 = |z|^2zzˉ=a2+b2=∣z∣2

Product met de geconjugeerde

Altijd een niet-negatief reëel getal — dit maakt het delen mogelijk.

zw=zwˉwwˉ=zwˉ∣w∣2\frac{z}{w} = \frac{z\bar{w}}{w\bar{w}} = \frac{z\bar{w}}{|w|^2}wz​=wwˉzwˉ​=∣w∣2zwˉ​

Delen door de geconjugeerde

Vermenigvuldig teller en noemer met de geconjugeerde van de noemer; de noemer wordt reëel.

Uitgewerkt voorbeeld

Een quotiënt in de vorm a + bi schrijven

Schrijf 4+2i1+i\dfrac{4+2i}{1+i}1+i4+2i​ in de vorm a+bia+bia+bi.

  1. 01Vermenigvuldig met de geconjugeerde van de noemer

    De geconjugeerde van 1+i1+i1+i is 1−i1-i1−i; vermenigvuldig teller én noemer ermee.

    4+2i1+i=(4+2i)(1−i)(1+i)(1−i)\frac{4+2i}{1+i}=\frac{(4+2i)(1-i)}{(1+i)(1-i)}1+i4+2i​=(1+i)(1−i)(4+2i)(1−i)​
  2. 02Werk de teller uit

    Gebruik i2=−1i^2=-1i2=−1, dus −2i2=+2-2i^2=+2−2i2=+2.

    (4+2i)(1−i)=4−4i+2i−2i2=6−2i(4+2i)(1-i)=4-4i+2i-2i^2=6-2i(4+2i)(1−i)=4−4i+2i−2i2=6−2i
  3. 03Werk de noemer uit

    Het merkwaardige product (1+i)(1−i)=12+12(1+i)(1-i)=1^2+1^2(1+i)(1−i)=12+12.

    (1+i)(1−i)=1−i2=2(1+i)(1-i)=1-i^2=2(1+i)(1−i)=1−i2=2
  4. 04Deel elk deel door 2

    Splits de reële breuk.

    6−2i2=3−i\frac{6-2i}{2}=3-i26−2i​=3−i

Resultaat: 4+2i1+i=3−i\dfrac{4+2i}{1+i}=3-i1+i4+2i​=3−i. Controle door terug te vermenigvuldigen: (3−i)(1+i)=3+3i−i−i2=4+2i(3-i)(1+i)=3+3i-i-i^2=4+2i(3−i)(1+i)=3+3i−i−i2=4+2i, wat klopt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de geconjugeerde zˉ=a−bi\bar{z}=a-bizˉ=a−bi bepalen en herkennen als de spiegeling van zzz in de reële as.
  • Examendoel: een quotiënt van complexe getallen in de vorm a+bia+bia+bi schrijven door met de geconjugeerde van de noemer te vermenigvuldigen.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen de teller (en niet ook de noemer) met de geconjugeerde vermenigvuldigen — dan verander je de waarde van de breuk.
  • Bij wwˉw\bar{w}wwˉ opnieuw i2i^2i2 laten staan: (1+i)(1−i)=1−i2=2(1+i)(1-i)=1-i^2=2(1+i)(1−i)=1−i2=2, niet 1+i2=01+i^2=01+i2=0.
  • Het teken van het réele deel omkeren in plaats van het imaginaire deel; de geconjugeerde is zˉ=a−bi\bar{z}=a-bizˉ=a−bi.

Actieve herhaling

Schrijf 5−i2+3i\dfrac{5-i}{2+3i}2+3i5−i​ in de vorm a+bia+bia+bi. Bepaal daarnaast zzˉz\bar{z}zzˉ voor z=2+3iz=2+3iz=2+3i en ga na dat dit gelijk is aan ∣z∣2|z|^2∣z∣2.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 03

Het complexe vlak: modulus en argument#

●●○StandaardLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Modulus en argument van z = 3 + 4i

Modulus en argument van z = 3 + 4iGeometrische Zeichnung, O, z = 3 + 4i, |z| = 5, Re = 3, Im = 4Oz = 3 + 4iReImRe = 3Im = 4, z, = 5arg z
Afb. 3Afb. 1 — De modulus |z| = √(3² + 4²) = 5 is de lengte van de vector; het argument arg z is de hoek met de positieve reële as (hier arctan(4/3) ≈ 53,1°).

Kernpunten

Elk complex getal z=a+biz=a+biz=a+bi hoort bij precies één punt (a,b)(a,b)(a,b) in het vlak: de reële delen zet je op de horizontale as (de reële as), de imaginaire delen op de verticale as (de imaginaire as). Dit vlak heet het complexe vlak of Argand-diagram. Je mag zzz ook als de plaatsvector van OOO naar (a,b)(a,b)(a,b) zien; dat verbindt het rekenen met complexe getallen naadloos met de vectormeetkunde. In Afb. 1 staat z=3+4iz=3+4iz=3+4i getekend, met horizontale component 333 en verticale component 444.
De modulus (of absolute waarde) ∣z∣|z|∣z∣ is de afstand van zzz tot de oorsprong, dus de lengte van de bijbehorende vector. Met de stelling van Pythagoras op de rechthoekige driehoek met rechthoekszijden aaa en bbb krijg je ∣z∣=a2+b2|z|=\sqrt{a^2+b^2}∣z∣=a2+b2​. Voor z=3+4iz=3+4iz=3+4i is ∣z∣=32+42=25=5|z|=\sqrt{3^2+4^2}=\sqrt{25}=5∣z∣=32+42​=25​=5 — de vertrouwde 333–444–555-driehoek uit Afb. 1. De modulus is altijd ≥0\ge 0≥0 en is 000 alleen voor z=0z=0z=0; verder geldt ∣z∣2=zzˉ|z|^2=z\bar{z}∣z∣2=zzˉ (herhaling uit de vorige paragraaf).
Het argument arg⁡(z)\arg(z)arg(z) is de hoek φ\varphiφ die de vector OzOzOz maakt met de positieve reële as, tegen de klok in gemeten (bij voorkeur in radialen). Uit de rechthoekige driehoek volgt tan⁡φ=ba\tan\varphi=\dfrac{b}{a}tanφ=ab​, maar je moet altijd kijken naar het kwadrant waarin zzz ligt om de juiste hoek te kiezen — de arctan⁡\arctanarctan-toets van je rekenmachine geeft alleen een hoek tussen −π2-\tfrac{\pi}{2}−2π​ en π2\tfrac{\pi}{2}2π​. Voor z=3+4iz=3+4iz=3+4i (eerste kwadrant) is arg⁡(z)=arctan⁡43≈0,93\arg(z)=\arctan\tfrac{4}{3}\approx 0{,}93arg(z)=arctan34​≈0,93 rad ≈53,1∘\approx 53{,}1^\circ≈53,1∘.
Ligt zzz links van de imaginaire as, dan schiet arctan⁡ba\arctan\tfrac{b}{a}arctanab​ tekort. Bij z=−1+i3z=-1+i\sqrt{3}z=−1+i3​ (tweede kwadrant) geeft de referentiehoek arctan⁡31=π3\arctan\tfrac{\sqrt{3}}{1}=\tfrac{\pi}{3}arctan13​​=3π​, maar het echte argument is π−π3=2π3\pi-\tfrac{\pi}{3}=\tfrac{2\pi}{3}π−3π​=32π​ (oftewel 120∘120^\circ120∘). Een goede gewoonte is dan ook: teken zzz altijd eerst grof en gebruik die schets om te bepalen of je bij de referentiehoek nog π\piπ moet optellen of aftrekken. Het argument is bovendien maar op een veelvoud van 2π2\pi2π na bepaald; meestal kiest men de hoofdwaarde in (−π,π](-\pi,\pi](−π,π].
Modulus en argument zijn samen de „poolcoördinaten” van een complex getal: ze leggen zzz volledig vast, want z=r(cos⁡φ+isin⁡φ)z=r(\cos\varphi+i\sin\varphi)z=r(cosφ+isinφ) met r=∣z∣r=|z|r=∣z∣ en φ=arg⁡(z)\varphi=\arg(z)φ=arg(z). Deze manier van kijken maakt vermenigvuldigen, machtsverheffen en worteltrekken opeens eenvoudig — dat werken we in de volgende paragraaf uit met De Moivre en Euler. Waar de vorm a+bia+bia+bi ideaal is voor optellen, is de modulus-argumentvorm ideaal voor vermenigvuldigen.
∣z∣=a2+b2=zzˉ|z| = \sqrt{a^2 + b^2} = \sqrt{z\bar{z}}∣z∣=a2+b2​=zzˉ​

Modulus (absolute waarde)

De afstand van z tot O; Pythagoras op het reële en imaginaire deel.

tan⁡(arg⁡(z))=ba(let op het kwadrant)\tan\bigl(\arg(z)\bigr) = \frac{b}{a}\quad(\text{let op het kwadrant})tan(arg(z))=ab​(let op het kwadrant)

Argument

De hoek met de positieve reële as; bepaal via een schets in welk kwadrant z ligt.

z=r(cos⁡φ+isin⁡φ),r=∣z∣,  φ=arg⁡(z)z = r(\cos\varphi + i\sin\varphi),\qquad r = |z|,\; \varphi = \arg(z)z=r(cosφ+isinφ),r=∣z∣,φ=arg(z)

Poolcoördinaten

Modulus en argument leggen z volledig vast (poolvorm).

Uitgewerkt voorbeeld

Modulus en argument bepalen (met kwadrant)

Bepaal de modulus en het argument van z=−1+i3z=-1+i\sqrt{3}z=−1+i3​, en schrijf zzz in de vorm r(cos⁡φ+isin⁡φ)r(\cos\varphi+i\sin\varphi)r(cosφ+isinφ).

  1. 01Bereken de modulus

    Gebruik ∣z∣=a2+b2|z|=\sqrt{a^2+b^2}∣z∣=a2+b2​ met a=−1a=-1a=−1 en b=3b=\sqrt{3}b=3​.

    ∣z∣=(−1)2+(3)2=1+3=4=2|z|=\sqrt{(-1)^2+(\sqrt{3})^2}=\sqrt{1+3}=\sqrt{4}=2∣z∣=(−1)2+(3​)2​=1+3​=4​=2
  2. 02Bepaal het kwadrant

    Omdat Re⁡(z)=−1<0\operatorname{Re}(z)=-1<0Re(z)=−1<0 en Im⁡(z)=3>0\operatorname{Im}(z)=\sqrt{3}>0Im(z)=3​>0 ligt zzz in het tweede kwadrant.

  3. 03Corrigeer de referentiehoek

    De referentiehoek is arctan⁡31=π3\arctan\tfrac{\sqrt{3}}{1}=\tfrac{\pi}{3}arctan13​​=3π​; in het tweede kwadrant is het argument π\piπ min de referentiehoek.

    arg⁡(z)=π−π3=2π3  (120∘)\arg(z)=\pi-\frac{\pi}{3}=\frac{2\pi}{3}\;(120^\circ)arg(z)=π−3π​=32π​(120∘)
  4. 04Schrijf in poolvorm

    Vul r=2r=2r=2 en φ=2π3\varphi=\tfrac{2\pi}{3}φ=32π​ in.

    z=2(cos⁡2π3+isin⁡2π3)z=2\left(\cos\tfrac{2\pi}{3}+i\sin\tfrac{2\pi}{3}\right)z=2(cos32π​+isin32π​)

Resultaat: ∣z∣=2|z|=2∣z∣=2 en arg⁡(z)=2π3\arg(z)=\tfrac{2\pi}{3}arg(z)=32π​ (120∘120^\circ120∘), dus z=2(cos⁡2π3+isin⁡2π3)z=2\left(\cos\tfrac{2\pi}{3}+i\sin\tfrac{2\pi}{3}\right)z=2(cos32π​+isin32π​). Controle: 2(−12+i32)=−1+i32\left(-\tfrac{1}{2}+i\tfrac{\sqrt{3}}{2}\right)=-1+i\sqrt{3}2(−21​+i23​​)=−1+i3​.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de modulus ∣z∣=a2+b2|z|=\sqrt{a^2+b^2}∣z∣=a2+b2​ van een complex getal berekenen.
  • Examendoel: het argument arg⁡(z)\arg(z)arg(z) bepalen met aandacht voor het kwadrant, en zzz in poolcoördinaten r(cos⁡φ+isin⁡φ)r(\cos\varphi+i\sin\varphi)r(cosφ+isinφ) schrijven.

Veelgemaakte fouten

  • Klakkeloos arg⁡(z)=arctan⁡ba\arg(z)=\arctan\tfrac{b}{a}arg(z)=arctanab​ nemen zonder naar het kwadrant te kijken; bij zzz links van de imaginaire as moet je π\piπ optellen of aftrekken.
  • In tan⁡φ=ba\tan\varphi=\tfrac{b}{a}tanφ=ab​ het reële en imaginaire deel verwisselen (het is imaginair deel gedeeld door reëel deel, niet andersom).
  • De wortel bij de modulus vergeten en ∣z∣=a2+b2|z|=a^2+b^2∣z∣=a2+b2 schrijven in plaats van a2+b2\sqrt{a^2+b^2}a2+b2​.

Actieve herhaling

Teken z=−2−2iz=-2-2iz=−2−2i in het complexe vlak. Bepaal ∣z∣|z|∣z∣ en arg⁡(z)\arg(z)arg(z) (let op het kwadrant) en schrijf zzz in de vorm r(cos⁡φ+isin⁡φ)r(\cos\varphi+i\sin\varphi)r(cosφ+isinφ).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

§ 04

Polaire en exponentiële vorm; De Moivre en Euler#

●●●VerdiepingLPexamenblad-wiskunde-d-domein-E

Kwadrateren draait en schaalt: z = 1 + i en z² = 2i

Kwadrateren als draaien en schalenGeometrische Zeichnung, O, z = 1 + i, z² = 2i, z, z²Oz = 1 + iz² = 2iReImzz²45°90°
Afb. 4Afb. 1 — Kwadrateren van z = 1 + i: de modulus gaat van √2 naar (√2)² = 2 en het argument van 45° naar 2 · 45° = 90°, dus z² = 2i. Dit is De Moivre met n = 2 in beeld.

Kernpunten

In de vorige paragraaf zag je dat z=r(cos⁡φ+isin⁡φ)z=r(\cos\varphi+i\sin\varphi)z=r(cosφ+isinφ) met r=∣z∣r=|z|r=∣z∣ en φ=arg⁡(z)\varphi=\arg(z)φ=arg(z); dit heet de polaire vorm. Het grote voordeel blijkt bij vermenigvuldigen. Voor z1=r1(cos⁡φ1+isin⁡φ1)z_1=r_1(\cos\varphi_1+i\sin\varphi_1)z1​=r1​(cosφ1​+isinφ1​) en z2=r2(cos⁡φ2+isin⁡φ2)z_2=r_2(\cos\varphi_2+i\sin\varphi_2)z2​=r2​(cosφ2​+isinφ2​) geeft het uitwerken met de gonio-somformules z1z2=r1r2(cos⁡(φ1+φ2)+isin⁡(φ1+φ2))z_1z_2=r_1r_2\bigl(\cos(\varphi_1+\varphi_2)+i\sin(\varphi_1+\varphi_2)\bigr)z1​z2​=r1​r2​(cos(φ1​+φ2​)+isin(φ1​+φ2​)). In woorden: de moduli vermenigvuldig je en de argumenten tel je op. Vermenigvuldigen met een complex getal is dus schalen (met rrr) én draaien (over φ\varphiφ).
De formule van Euler verbindt de exponentiële functie met de goniometrie: eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi}=\cos\varphi+i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ. Daarmee wordt de polaire vorm heel compact de exponentiële vorm z=reiφz=re^{i\varphi}z=reiφ. Dat dit een natuurlijke notatie is, zie je aan de machtsregel: eiφ1⋅eiφ2=ei(φ1+φ2)e^{i\varphi_1}\cdot e^{i\varphi_2}=e^{i(\varphi_1+\varphi_2)}eiφ1​⋅eiφ2​=ei(φ1​+φ2​) zegt precies dat de argumenten optellen — dezelfde regel als hierboven, maar nu in de vertrouwde gedaante „exponenten optellen bij vermenigvuldigen”. Voor φ=π2\varphi=\tfrac{\pi}{2}φ=2π​ geeft Euler bijvoorbeeld eiπ/2=cos⁡π2+isin⁡π2=ie^{i\pi/2}=\cos\tfrac{\pi}{2}+i\sin\tfrac{\pi}{2}=ieiπ/2=cos2π​+isin2π​=i.
Pas je de vermenigvuldigingsregel nnn keer toe op hetzelfde getal, dan krijg je de stelling van De Moivre: zn=rn(cos⁡nφ+isin⁡nφ)z^n=r^n(\cos n\varphi+i\sin n\varphi)zn=rn(cosnφ+isinnφ), oftewel (reiφ)n=rneinφ\bigl(re^{i\varphi}\bigr)^n=r^n e^{in\varphi}(reiφ)n=rneinφ. Machtsverheffen wordt zo kinderlijk eenvoudig: verhef de modulus tot de macht nnn en vermenigvuldig het argument met nnn. Waar (1+i)8(1+i)^8(1+i)8 met haakjes uitwerken een crime is, geeft De Moivre het antwoord in twee regels — zie het uitgewerkte voorbeeld.
Meetkundig maakt Afb. 1 dit zichtbaar voor het kwadrateren. Het getal z=1+iz=1+iz=1+i heeft modulus 2\sqrt{2}2​ en argument π4\tfrac{\pi}{4}4π​ (45∘45^\circ45∘). Volgens De Moivre met n=2n=2n=2 heeft z2z^2z2 dan modulus (2)2=2(\sqrt{2})^2=2(2​)2=2 en argument 2⋅π4=π22\cdot\tfrac{\pi}{4}=\tfrac{\pi}{2}2⋅4π​=2π​ (90∘90^\circ90∘); inderdaad is z2=(1+i)2=2iz^2=(1+i)^2=2iz2=(1+i)2=2i. Kwadrateren heeft de vector dus over 45∘45^\circ45∘ gedraaid én van lengte 2\sqrt{2}2​ naar 222 geschaald — precies wat „modulus kwadrateren, argument verdubbelen” betekent.
Kies je vorm bij de bewerking: optellen en aftrekken gaan het handigst in de vorm a+bia+bia+bi, terwijl vermenigvuldigen, delen, machtsverheffen en worteltrekken het handigst gaan in de vorm reiφre^{i\varphi}reiφ. Wisselen tussen de vormen is routine: van a+bia+bia+bi naar reiφre^{i\varphi}reiφ via r=a2+b2r=\sqrt{a^2+b^2}r=a2+b2​ en φ=arg⁡(z)\varphi=\arg(z)φ=arg(z), en terug via a=rcos⁡φa=r\cos\varphia=rcosφ en b=rsin⁡φb=r\sin\varphib=rsinφ. Deze twee formules — De Moivre en Euler — zijn het fundament onder de profielverdieping: de eenheidswortels, de hoofdstelling van de algebra en de meetkundige transformaties bouwen er rechtstreeks op voort.
z=r(cos⁡φ+isin⁡φ)=reiφz = r(\cos\varphi + i\sin\varphi) = re^{i\varphi}z=r(cosφ+isinφ)=reiφ

Polaire en exponentiële vorm

Twee schrijfwijzen voor hetzelfde getal met modulus r en argument φ.

eiφ=cos⁡φ+isin⁡φe^{i\varphi} = \cos\varphi + i\sin\varphieiφ=cosφ+isinφ

Formule van Euler

Verbindt de e-macht met cosinus en sinus; e^{iφ} ligt op de eenheidscirkel.

z1z2=r1r2 ei(φ1+φ2)z_1 z_2 = r_1 r_2\, e^{i(\varphi_1 + \varphi_2)}z1​z2​=r1​r2​ei(φ1​+φ2​)

Vermenigvuldigen: moduli maal, argumenten plus

Bij een product vermenigvuldigen de moduli en tellen de argumenten op (draaien + schalen).

zn=rn(cos⁡nφ+isin⁡nφ)=rneinφz^n = r^n(\cos n\varphi + i\sin n\varphi) = r^n e^{in\varphi}zn=rn(cosnφ+isinnφ)=rneinφ

Stelling van De Moivre

Verhef de modulus tot de macht n en vermenigvuldig het argument met n.

Uitgewerkt voorbeeld

Een hoge macht met De Moivre

Bereken (1+i)8(1+i)^8(1+i)8 met de stelling van De Moivre.

  1. 01Schrijf 1 + i in exponentiële vorm

    Modulus 12+12=2\sqrt{1^2+1^2}=\sqrt{2}12+12​=2​, argument π4\tfrac{\pi}{4}4π​.

    1+i=2 eiπ/41+i=\sqrt{2}\,e^{i\pi/4}1+i=2​eiπ/4
  2. 02Pas De Moivre toe (n = 8)

    Verhef de modulus tot de 8e macht en vermenigvuldig het argument met 8.

    (1+i)8=(2)8 ei⋅8⋅π/4=(2)8 ei⋅2π(1+i)^8=(\sqrt{2})^8\,e^{i\cdot 8\cdot \pi/4}=(\sqrt{2})^8\,e^{i\cdot 2\pi}(1+i)8=(2​)8ei⋅8⋅π/4=(2​)8ei⋅2π
  3. 03Reken de onderdelen uit

    (2)8=24=16(\sqrt{2})^8=2^4=16(2​)8=24=16 en ei⋅2π=cos⁡2π+isin⁡2π=1e^{i\cdot 2\pi}=\cos 2\pi+i\sin 2\pi=1ei⋅2π=cos2π+isin2π=1.

    (1+i)8=16⋅1=16(1+i)^8=16\cdot 1=16(1+i)8=16⋅1=16

Resultaat: (1+i)8=16(1+i)^8=16(1+i)8=16. Controle via herhaald kwadrateren: (1+i)2=2i(1+i)^2=2i(1+i)2=2i, (1+i)4=(2i)2=−4(1+i)^4=(2i)^2=-4(1+i)4=(2i)2=−4, (1+i)8=(−4)2=16(1+i)^8=(-4)^2=16(1+i)8=(−4)2=16.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: wisselen tussen de vormen a+bia+bia+bi, r(cos⁡φ+isin⁡φ)r(\cos\varphi+i\sin\varphi)r(cosφ+isinφ) en reiφre^{i\varphi}reiφ.
  • Examendoel: machten van complexe getallen berekenen met de stelling van De Moivre, en de formule van Euler toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • Bij De Moivre alleen het argument met nnn vermenigvuldigen en de modulus vergeten te verheffen (of andersom): bewerk in zn=rn(cos⁡nφ+isin⁡nφ)z^n=r^n(\cos n\varphi+i\sin n\varphi)zn=rn(cosnφ+isinnφ) allebei.
  • (2)8(\sqrt{2})^8(2​)8 verkeerd uitrekenen; er geldt (2)8=28/2=24=16(\sqrt{2})^8=2^{8/2}=2^4=16(2​)8=28/2=24=16.
  • De argumenten vermenigvuldigen in plaats van optellen bij een product z1z2z_1 z_2z1​z2​ (daar optellen), of ze optellen bij een macht znz^nzn (daar met nnn vermenigvuldigen).

Actieve herhaling

Schrijf z=1+i3z=1+i\sqrt{3}z=1+i3​ in de exponentiële vorm reiφre^{i\varphi}reiφ en bereken daarmee z6z^6z6. Geef het antwoord in de vorm a+bia+bia+bi.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Complexe getallen: definitie en rekenregels○
    • 02De geconjugeerde en delen◐
    • 03Het complexe vlak: modulus en argument◐
    • 04Polaire en exponentiële vorm; De Moivre en Euler●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Complexe getallen: basisoperaties (geconjugeerde, argument, absolute waarde, De Moivre, Euler)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / DUO

  • Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO)

Vorig onderwerp

Toepassingen en ICT in de meetkunde

Volgend onderwerp

Profielspecifieke verdieping complexe getallen

EuraStudy·Samenvattingen T·16·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.