EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Praktijk: beeldend onderzoek, schetsen en experiment
Samenvattingen · TekenenNL · VWO

Praktijk: beeldend onderzoek, schetsen en experiment

Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen (SE) en gaat over het creatieve proces: hoe je van een idee via onderzoek, schetsen en experiment tot een uitgewerkt beeldend werk komt. Je leert het proces sturen met divergerend (breed verkennen) en convergerend (kiezen en verdiepen) denken, ideeën ontwikkelen in een schetsonderzoek met bronnen, en doelgericht experimenteren met materiaal en techniek. Onderzoekend en experimenteel werken is een eindterm op zich: niet alleen het eindwerk telt, maar ook de weg ernaartoe.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 3

T·131313 / 14
Examenprofiel
SE-praktijk: een beeldend onderzoek opzetten en uitvoeren, van idee via bronnen en schetsen naar uitwerking.Experimenteren met beeldende middelen, materialen en technieken.Beeldende problemen onderzoekend benaderen met divergerend en convergerend denken.
Operatoren:onderzoekexperimenteerontwikkelschetsvarieerverantwoord

basisniveau

Voor iedereen: een idee ontwikkelen via schetsen, bronnen en experiment, en het proces kunnen laten zien. Dit is SE-stof, geen CE-stof.

verhoogd niveau

Verdieping: het onderzoek doelgericht sturen, gewaagd experimenteren en de gemaakte keuzes onderbouwd verantwoorden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Praktijk: beeldend onderzoek, schetsen en experiment
    • 01Het creatief proces als onderzoek: divergeren en convergeren◐
    • 02Ideeontwikkeling: schetsen, variëren en bronnen gebruiken◐
    • 03Experimenteren met materiaal en techniek◐
§ 01

Het creatief proces als onderzoek: divergeren en convergeren#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-praktijk-onderzoek-experiment-SE

Kernpunten

Een beeldend werk ontstaat zelden in één keer; het is de uitkomst van een proces. Afb. 1 toont dat proces als een cyclus: van een idee, via onderzoek en schetsen, naar uitwerking en reflectie — en die reflectie voedt weer een nieuw of bijgesteld idee. Het proces is dus niet lineair maar iteratief: je gaat vaak terug, past aan en probeert opnieuw. Bij het schoolexamen wordt dit proces zelf beoordeeld; het onderzoekend werken is een eindterm, niet alleen het eindresultaat.

Het creatief proces als cyclus

Graaf, 5 knopen, 5 kantenGraaf, idee → onderzoek, onderzoek → schetsen, schetsen → uitwerken, uitwerken → reflectie, reflectie → ideeideeonderzoekschetsenuitwerkenreflectie
Afb. 1Afb. 1 — Het creatief proces is iteratief: reflectie voedt telkens een nieuw of bijgesteld idee.
Binnen dat proces wisselen twee denkstanden elkaar af: divergeren en convergeren. Afb. 2 toont dit als een 'dubbele diamant'. Divergeren is breed openen: zoveel mogelijk ideeën, invalshoeken en mogelijkheden verkennen zonder meteen te oordelen (veel schetsen, veel varianten, associëren). Convergeren is juist samenbrengen en kiezen: uit de vele mogelijkheden de sterkste selecteren en verdiepen. Een goed onderzoek doet dit tweemaal: eerst breed verkennen en een richting kiezen, daarna binnen die richting veel uitwerkingen maken en de beste kiezen.

De dubbele diamant: divergeren en convergeren

divergerenconvergerendivergerenconvergerenonderzoekuitwerking
Afb. 2Afb. 2 — Twee keer divergeren en convergeren: eerst breed verkennen en een richting kiezen, dan veel uitwerkingen maken en de beste kiezen.
De meestgemaakte fout is te snel convergeren: meteen het eerste idee vastpakken en uitwerken, zonder eerst breed te verkennen. Dat levert voor de hand liggende, weinig oorspronkelijke oplossingen op. Door het divergeren bewust de ruimte te geven — de opdracht doelbewust openbreken, ongewone combinaties proberen, je eerste vijf ideeën juist wantrouwen — vind je verrassender en persoonlijker oplossingen. Uitstel van oordeel is hier een vaardigheid: eerst verzamelen, dan pas kiezen.
Het proces vraagt ook om vastleggen: schetsen, aantekeningen, mislukte proeven en tussenstappen bewaar je, want ze tonen je denken en je keuzes. Voor het schoolexamen is dit essentieel — de beoordelaar wil zien hóé je tot je werk kwam, welke afwegingen je maakte en hoe je op tegenslagen reageerde. Een 'mislukt' experiment is in het proces geen verlies maar informatie: het sluit een weg af of opent een nieuwe. Wie het proces zichtbaar en onderzoekend houdt, laat precies de vaardigheid zien die dit onderdeel toetst.
Uitgewerkt voorbeeld

Divergeren en convergeren toepassen

Je krijgt de opdracht 'groei' beeldend te verkennen. Beschrijf hoe je de dubbele diamant doorloopt.

  1. 01Divergeren (1)

    Verzamel breed: associaties (plant, kind, stad, getal), beeldbronnen en tien snelle schetsen zonder te oordelen.

  2. 02Convergeren (1)

    Kies één richting die je boeit, bijvoorbeeld 'groei als opeenstapeling van lagen'.

  3. 03Divergeren (2)

    Maak binnen die richting veel uitwerkingen: variaties in materiaal, formaat en compositie.

  4. 04Convergeren (2)

    Selecteer de sterkste uitwerking, onderbouw je keuze en werk die uit tot eindwerk.

Resultaat: Door tweemaal bewust te divergeren en convergeren kom je van een open opdracht tot een doordachte, persoonlijke uitwerking in plaats van het eerste voor de hand liggende idee.

Eindexamen-focus

  • Examendoel (SE): een beeldend proces onderzoekend doorlopen (idee → onderzoek → schetsen → uitwerking → reflectie) en dat zichtbaar maken.
  • Examendoel (SE): divergerend (breed verkennen) en convergerend (kiezen en verdiepen) denken bewust inzetten.

Veelgemaakte fouten

  • Te snel convergeren: het eerste idee vastpakken zonder breed te verkennen, wat voor de hand liggende oplossingen geeft.
  • Alleen het eindwerk laten zien en het proces (schetsen, proeven, mislukkingen) weggooien, terwijl juist dat wordt beoordeeld.

Actieve herhaling

Neem een eenvoudige opdracht (bijvoorbeeld 'beweging'). Divergeer eerst: maak in tien minuten minstens tien verschillende schetsideeën zonder te oordelen. Convergeer daarna: kies de twee sterkste en beredeneer je keuze.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — onderzoekend en experimenteel werken (praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Ideeontwikkeling: schetsen, variëren en bronnen gebruiken#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-praktijk-onderzoek-experiment-SE

Kernpunten

Ideeën ontwikkel je vooral tekenend. De schets is het denkgereedschap van de beeldend werker: snel, klein en vrijblijvend leg je mogelijkheden vast, probeer je composities uit en zie je wat werkt. Afb. 3 zet de belangrijkste onderzoeksbronnen en -methoden op een rij. Een schetsonderzoek bestaat niet uit één 'nette' tekening, maar uit vele varianten: dezelfde compositie in tien uitsneden, hetzelfde motief in verschillende materialen, dezelfde vorm groot en klein. Variëren is de motor van het onderzoek — elk alternatief scherpt de keuze aan.

Onderzoeksbronnen en -methoden

Tabel met 2 kolommen en 6 rijenTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: bron / methode · wat het oplevert; directe waarneming · vorm, licht en verhoudingen uit de werkelijkheid; beeldbronnen (kunst, foto's) · motieven, composities en beeldaspecten om te lenen; schetsen en variaties · mogelijkheden uitproberen en vergelijken; mindmap / woordweb · associaties en betekenislagen aftasten; materiaalproeven · wat een techniek beeldend kan doen; schetsboek / onderzoeksboek · het proces vastleggen en sturenBRON / METHODEWAT HET OPLEVERTdirecte waarnemingvorm, licht en verhoudingenuit de werkelijkheidbeeldbronnen (kunst, foto's)motieven, composities enbeeldaspecten om te lenenschetsen en variatiesmogelijkheden uitproberen envergelijkenmindmap / woordwebassociaties enbetekenislagen aftastenmateriaalproevenwat een techniek beeldendkan doenschetsboek / onderzoeksboekhet proces vastleggen ensturen
Afb. 3Afb. 3 — Bronnen en methoden om ideeën te ontwikkelen; ze voeden en verdiepen het schetsonderzoek.
Goede ideeën komen zelden uit het niets; ze voeden zich met bronnen. Beeldbronnen (kunstwerken, foto's, objecten, de directe waarneming) leveren vorm, motief en inspiratie; hier verbindt je praktijk zich met de kunstbeschouwing, want wat je bij de beeldaspecten en de kunstgeschiedenis leerde, kun je nu bewust gebruiken en citeren. Woordbronnen (een mindmap, een woordweb, aantekeningen) helpen bij het associëren en het aftasten van betekenis. Door bronnen te verzamelen en te verwerken — niet klakkeloos over te nemen — verrijk en verdiep je je idee.
Belangrijk is het verschil tussen kopiëren en onderzoeken. Een bron overnemen is geen onderzoek; een bron ondervragen wél: wat maakt dit beeld sterk, welk beeldaspect kan ik lenen, hoe zou het in mijn eigen taal werken? Zo gebruik je bijvoorbeeld een compositieschema of een lichtwerking uit een bestudeerd kunstwerk als vertrekpunt voor iets eigens. Verantwoording hoort erbij: bij het schoolexamen laat je zien welke bronnen je gebruikte en wat je ermee deed — dat toont zowel je onderzoek als je integriteit.
Houd het onderzoek zichtbaar en geordend in een schetsboek of onderzoeksboek. Daarin verzamel je schetsen, bronnen, proeven, aantekeningen en tussenkeuzes, zodat de ontwikkeling van je idee navolgbaar is. Zo'n boek is meer dan een verzamelmap: door je stappen te noteren en te becommentariëren, stuur je je eigen proces en maak je je keuzes bespreekbaar. Voor het examen is dit onderzoeksdossier vaak een beoordeeld onderdeel — het bewijs dat je onderzoekend en doordacht hebt gewerkt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een bron ondervragen

Je wilt een barok clair-obscur-effect gebruiken in eigen werk over 'geheim'. Hoe zet je een bestudeerd kunstwerk onderzoekend in?

  1. 01Bron kiezen

    Kies een barok werk met sterk clair-obscur als beeldbron.

  2. 02Ondervragen

    Analyseer: hoe verbergt en onthult het licht hier? Welk deel blijft in schaduw, wat wordt uitgelicht?

  3. 03Vertalen

    Pas het principe toe op jouw thema: laat het 'geheim' letterlijk in de schaduw en licht alleen een detail uit.

  4. 04Verantwoorden

    Noteer welke bron je gebruikte en wat je ervan leende (het lichtprincipe, niet het motief).

Resultaat: Je gebruikt de bron als vertrekpunt voor iets eigens: het lichtprincipe wordt onderzocht en vertaald, niet gekopieerd — dat is beeldend onderzoek.

Eindexamen-focus

  • Examendoel (SE): ideeën ontwikkelen via een schetsonderzoek met veel varianten.
  • Examendoel (SE): beeld- en woordbronnen onderzoekend gebruiken (ondervragen, niet kopiëren) en verantwoorden.

Veelgemaakte fouten

  • Bronnen klakkeloos overnemen in plaats van ze te ondervragen en te bewerken tot iets eigens.
  • Slechts één 'nette' schets maken; onderzoek vraagt juist om veel varianten en tussenstappen.

Actieve herhaling

Kies een motief en verzamel drie beeldbronnen. Maak een mindmap van associaties en teken minstens acht varianten van het motief (uitsneden, materialen, formaten). Noteer per bron wat je ervan leende en waarom.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — ideeontwikkeling en bronnen (praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Experimenteren met materiaal en techniek#

●●○StandaardLPexamenblad-tekenen-praktijk-onderzoek-experiment-SE

Kernpunten

Experimenteren is doelgericht uitproberen wat je nog niet weet. Waar een oefening een bekende techniek inslijpt, zoekt een experiment juist het onbekende op: wat gebeurt er als ik dit materiaal anders gebruik, twee technieken combineer of een beperking opleg? Afb. 4 toont wat je in een experiment allemaal kunt variëren. Door bewust één ding tegelijk te veranderen (het materiaal, de techniek, het formaat, de kleur, de compositie) houd je zicht op wat welk effect heeft — een experiment is een klein onderzoek met een vraag en een uitkomst.

Wat je in een experiment kunt variëren

Tabel met 2 kolommen en 6 rijenTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: variabele · voorbeeld; materiaal · houtskool in plaats van potlood; techniek · nat-in-nat in plaats van droog arceren; formaat / schaal · hetzelfde motief groot en klein; kleur · alleen complementaire kleuren gebruiken; compositie / uitsnede · extreem inzoomen of afsnijden; beperking of toeval · alleen één lijn; of een vlek laten uitlopenVARIABELEVOORBEELDmateriaalhoutskool in plaats vanpotloodtechnieknat-in-nat in plaats vandroog arcerenformaat / schaalhetzelfde motief groot enkleinkleuralleen complementairekleuren gebruikencompositie / uitsnedeextreem inzoomen ofafsnijdenbeperking of toevalalleen één lijn; of een vleklaten uitlopen
Afb. 4Afb. 4 — Variabelen in een beeldend experiment; verander er bewust één tegelijk om het effect te kunnen aflezen.
Een krachtige experimenteerstrategie is het opleggen van een beperking of een toevalselement. Een beperking (alleen zwart-wit, alleen één lijn, alleen gescheurd papier) dwingt tot vindingrijkheid en levert vaak verrassend eigen resultaten. Een toevalselement (een vlek laten uitlopen, materiaal laten reageren, met de niet-dominante hand tekenen) doorbreekt gewoontes en routine. Beide zetten je op sporen die je met 'gewoon je best doen' nooit had gevonden; ze zijn een beproefd middel tegen voor de hand liggende oplossingen.
Materiaalonderzoek — proeven maken met verf, inkt, mengsels, ondergronden en gereedschappen — hoort bij het experiment. Je onderzoekt wat een materiaal beeldend kan: hoe aquarel uitvloeit, hoe houtskool zich laat uitvegen, hoe een gestructureerde ondergrond de toets verandert. Zulke proeven zijn geen eindwerk maar kennis: ze breiden je beeldend repertoire uit en geven je meer gereedschap om later een bewuste keuze te maken. Bewaar de proeven, ook de mislukte — ze horen bij het onderzoek en tonen je afwegingen.
Belangrijk is dat het experiment gericht blijft: je probeert niet zomaar wat, maar met een vraag ('werkt dit materiaal voor het gevoel dat ik zoek?') en je reflecteert op de uitkomst ('wat leverde dit op, en wat neem ik mee?'). Zo verbindt het experiment zich met de rest van het proces: de uitkomsten voeden je keuzes bij de uitwerking. Voor het schoolexamen laat je zien dat je durft te experimenteren én dat je uit je experimenten leert — het onderzoekend en experimenteel werken is precies de vaardigheid die hier wordt beoordeeld.
Uitgewerkt voorbeeld

Een gericht experiment opzetten

Je zoekt een rauwe, onrustige uitstraling voor een werk over 'onrust'. Zet een gericht experiment op.

  1. 01Vraag

    Welke techniek geeft de rauwe, onrustige uitstraling die ik zoek?

  2. 02Variabelen kiezen

    Varieer de techniek: (a) grove kruisarcering, (b) nat-in-nat uitlopende inkt, (c) tekenen met de niet-dominante hand.

  3. 03Uitvoeren

    Maak van elk een korte proef op hetzelfde motief, met verder gelijke omstandigheden.

  4. 04Reflecteren

    Vergelijk de uitkomsten: welke proef voelt het meest 'onrustig' en waarom? Kies die als basis voor de uitwerking.

Resultaat: Het experiment beantwoordt een concrete vraag en levert een onderbouwde techniekkeuze op — gericht experimenteren in plaats van doelloos proberen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel (SE): doelgericht experimenteren met materiaal en techniek en op de uitkomsten reflecteren.
  • Examendoel (SE): beperkingen en toeval bewust inzetten om routineoplossingen te doorbreken.

Veelgemaakte fouten

  • Doelloos 'wat aanrommelen' zonder vraag of reflectie, zodat het experiment niets oplevert voor de uitwerking.
  • Alleen vertrouwde technieken herhalen en het experiment (en dus het risico) uit de weg gaan.

Actieve herhaling

Maak vier materiaalproeven van hetzelfde motief waarbij je telkens één ding varieert (materiaal, techniek, formaat of een opgelegde beperking). Noteer per proef je vraag vooraf en wat je achteraf hebt geleerd.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — experimenteren met materiaal en techniek (praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Het creatief proces als onderzoek: divergeren en convergeren◐
    • 02Ideeontwikkeling: schetsen, variëren en bronnen gebruiken◐
    • 03Experimenteren met materiaal en techniek◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Praktijk: beeldend onderzoek, schetsen en experiment

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma beeldende vakken vwo — onderzoekend en experimenteel werken (praktijk)

Vorig onderwerp

Praktijk (schoolexamen): tekenen en schilderen — tweedimensionaal werk

Volgend onderwerp

Praktijk: werkproces, reflectie en presentatie (werkstuk en dossier)

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.