EuraStudy
Samenvattingen/Muziek/Stijlperiode: twintigste-eeuwse kunstmuziek
Samenvattingen · MuziekNL · VWO

Stijlperiode: twintigste-eeuwse kunstmuziek

Rond 1900 brak de vanzelfsprekendheid van de tonaliteit af en versplinterde de kunstmuziek in vele stromingen. Dit onderwerp behandelt het impressionisme (klankkleur, heletoonsladder, zwevende harmonie), het loslaten van de tonaliteit in het expressionisme en de twaalftoonstechniek, het neoclassicisme en de volksmuziek, en de naoorlogse ontwikkelingen (serialisme, elektronische muziek, aleatoriek en minimal music). Met representatieve componisten (Debussy, Schonberg, Stravinsky, Bartok, Cage, Reich) en het herkennen van twintigste-eeuwse kenmerken — CE-muziekgeschiedenis.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·131313 / 16
Examenprofiel
Het impressionisme en het loslaten van de tonaliteit rond 1900 herkennen (heletoonsladder, atonaliteit).De stromingen twaalftoonstechniek, neoclassicisme, elektronische muziek, aleatoriek en minimal music en hun componisten kennen.Een fragment als twintigste-eeuws herkennen en tonaal van atonaal onderscheiden.
Operatoren:herkenbeschrijfverklaardateeronderscheid

basisniveau

Voor iedereen: leer tonaal van atonaal onderscheiden en de minimal music (herhaling, vaste puls) herkennen; dat dekt veel twintigste-eeuwse vragen.

verhoogd niveau

Verdieping: de twaalftoonstechniek en nieuwe toonsystemen (heletoonsladder) uitleggen en stromingen aan hun klankkenmerken herkennen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Stijlperiode: twintigste-eeuwse kunstmuziek
    • 01De eeuwwisseling: impressionisme en het loslaten van de tonaliteit○
    • 02Atonaliteit, twaalftoonstechniek en neoclassicisme◐
    • 03Na 1945: elektronica, aleatoriek en minimal music◐
§ 01

De eeuwwisseling: impressionisme en het loslaten van de tonaliteit#

●○○BasisLPexamenblad-muziek-geschiedenis-20e-eeuw

Kernpunten

Rond 1900 raakte de tonaliteit, die sinds de barok de muziek had gestuurd, uitgeput door de steeds gedurfder chromatiek van de late romantiek. Componisten zochten nieuwe wegen. In Frankrijk schiep Claude Debussy het impressionisme: muziek die niet zozeer een verhaal vertelt of spanning opbouwt, maar een sfeer of een klankbeeld schildert, zoals de schilders van het impressionisme met licht en kleur deden. Klankkleur en harmonie worden bij hem doel op zich in plaats van middel tot spanning.
Een van Debussy's middelen is de heletoonsladder. Afb. 1 toont haar: een toonladder die uitsluitend uit hele tonen bestaat (C-D-E-Fis-Gis-Ais), zonder enige halve toon en dus zonder leidtoon. Omdat de leidtoon (de halve toon naar de grondtoon) ontbreekt, mist de ladder elk richtingsgevoel: geen enkele toon voelt als het onvermijdelijke rustpunt. Daardoor klinkt de muziek zwevend, vaag en droomachtig — precies de sfeer die het impressionisme zoekt. Ook de pentatoniek (vijftoonsladder) en parallel geschoven akkoorden dragen aan die zweving bij.

De heletoonsladder

De heletoonsladderTonen C D E Fis Gis Ais C met tussen alle tonen een hele toon.CDEFisGisAisCHHHHHHalle stappen heel: geen halve toon, geen leidtoon
Afb. 1Afb. 1 — De heletoonsladder bestaat uit louter hele tonen (H): geen halve toon en dus geen leidtoon. Daardoor mist ze richting en klinkt ze zwevend — een middel van het impressionisme.
In het impressionisme lossen akkoorden niet meer netjes op volgens de functionele regels; ze worden om hun kleur gekozen en blijven vaak hangen. De cadens, motor van de tonale muziek, verliest haar dwingende kracht. Zo raakt de muziek los van het strakke tonale systeem zonder het meteen helemaal op te geven. Debussy's Prelude a l'apres-midi d'un faune en La mer zijn beroemde voorbeelden van deze kleurrijke, atmosferische muziek.
In Wenen ging Arnold Schonberg nog een stap verder en gaf de tonaliteit rond 1908 helemaal op: de atonaliteit. In atonale muziek is geen enkele toon meer het centrum; er is geen toonsoort, geen grondtoon en geen cadens. Verbonden met het expressionisme (dat, net als de gelijknamige schilderkunst, hevige, vaak duistere innerlijke gevoelens wil uitdrukken) klinkt deze muziek gespannen, grillig en zonder rustpunt. Voor de luisteraar die op tonale houvast rekent, is dat een radicale breuk.
Het loslaten van de tonaliteit is de grote scheidslijn van de twintigste eeuw. Op het examen is het onderscheid tonaal-atonaal daarom een sleutelvaardigheid: hoor je nog een toonsoort, een grondtoon waar de muziek naar terugkeert en herkenbare cadensen (tonaal), of ontbreekt elk centrum en klinkt alles zwevend of gespannen zonder oplossing (heletoonsladder of atonaal)? Dat onderscheid plaatst een fragment vrijwel zeker in de twintigste eeuw.
Uitgewerkt voorbeeld

Tonaal of atonaal?

In een fragment keert de muziek telkens terug naar een duidelijk rustpunt met een herkenbare V-I-cadens. In een tweede fragment ontbreekt elk centrum en klinkt alles gespannen zonder oplossing. Beoordeel beide.

  1. 01Fragment 1

    Een duidelijk rustpunt en een V-I-cadens betekenen dat er een toonsoort en grondtoon zijn.

  2. 02Oordeel 1

    Terugkeer naar een grondtoon met cadens is tonaal.

  3. 03Fragment 2

    Geen centrum, geen rustpunt, voortdurende spanning zonder oplossing.

  4. 04Oordeel 2

    Het ontbreken van elk toonaal centrum is atonaal, kenmerkend voor de twintigste eeuw.

Resultaat: Fragment 1 is tonaal (grondtoon, cadens), fragment 2 atonaal (geen centrum, geen oplossing). Het onderscheid tonaal-atonaal is de snelste toets om twintigste-eeuwse muziek te herkennen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het impressionisme herkennen aan klankkleur, heletoonsladder/pentatoniek en zwevende, niet-oplossende harmonie.
  • Examendoel: tonaal van atonaal onderscheiden (wel of geen toonsoort, grondtoon en cadens).

Veelgemaakte fouten

  • De heletoonsladder met de majeurladder verwarren; de heletoonsladder heeft alleen hele tonen (geen halve toon, geen leidtoon).
  • Atonaal en dissonant gelijkstellen; atonaal betekent zonder toonsoort of centrum, niet louter een enkele dissonant.

Actieve herhaling

Beluister een impressionistisch en een atonaal fragment. Beschrijf per fragment of er nog een toonsoort of rustpunt hoorbaar is, en leg uit waarom de heletoonsladder een zwevend gevoel geeft.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus muziek vwo — impressionisme en atonaliteit (CvTE / Examenblad)

§ 02

Atonaliteit, twaalftoonstechniek en neoclassicisme#

●●○StandaardLPexamenblad-muziek-geschiedenis-20e-eeuw

Kernpunten

Nadat Schonberg de tonaliteit had losgelaten, zocht hij een nieuw ordeningsprincipe om de atonale muziek structuur te geven. Rond 1921 ontwikkelde hij de twaalftoonstechniek (dodecafonie). Afb. 2 plaatst haar op de tijdlijn. Het principe: alle twaalf tonen van het octaaf zijn gelijkwaardig en worden in een vaste volgorde gezet (de reeks). Geen toon mag terugkeren voordat de andere elf zijn geweest, zodat geen enkele toon als grondtoon kan gaan overheersen. Zo is de atonaliteit niet langer willekeurig maar streng georganiseerd.

Tijdlijn van de twintigste eeuw

De twintigste eeuwTijdlijn van 1890 tot 2000, 1894: Debussy: Faun, 1913: Stravinsky: Le Sacre, 1921: Schonberg: twaalftoon, 1952: Cage: 4'33, 1976: minimal music, 1890–2000: twintigste eeuw18902000jaartwintigste eeuw1894Debussy: Faun1913Stravinsky: LeSacre1921Schonberg:twaalftoon1952Cage: 4'331976minimal music
Afb. 2Afb. 2 — Tijdlijn van de twintigste-eeuwse kunstmuziek (accent), van het impressionisme tot de minimal music. De eeuw kende geen enkele stijl maar een waaier van stromingen.
Schonberg en zijn leerlingen Alban Berg en Anton Webern vormden de Tweede Weense School (naar analogie van de eerste, van Haydn, Mozart en Beethoven). Hun muziek is intellectueel streng en tegelijk vaak hoogst expressief. De twaalftoonstechniek was enorm invloedrijk: ze bood componisten een manier om zonder tonaliteit toch samenhang te scheppen, en werd na de oorlog verder uitgebouwd tot het serialisme, waarin ook ritme, dynamiek en klankkleur volgens reeksen worden geordend.
Niet iedereen volgde de weg van de atonaliteit. Een tegenbeweging was het neoclassicisme, dat de helderheid, de vormen en de nuchterheid van de barok en de klassieke periode weer opzocht, maar in een moderne klanktaal met scherpe harmonieen en verrassende ritmes. Igor Stravinsky is de grote naam; na zijn opzienbarende, ritmisch primitieve balletmuziek Le Sacre du printemps (1913) sloeg hij een klassieker, helderder pad in. Het neoclassicisme klinkt geordend en herkenbaar van vorm, maar duidelijk twintigste-eeuws van klank.
Weer anderen zochten vernieuwing in de volksmuziek. Bela Bartok verzamelde en bestudeerde de boerenmuziek van Hongarije en omgeving, en verwerkte haar modale toonladders, asymmetrische ritmes en rauwe klanken in een geheel eigen, krachtige kunstmuziek. Bij hem, en bij tijdgenoten die zich op hun nationale folklore beriepen, wordt de volksmuziek een bron van vernieuwing in plaats van een teken van behoudzucht. De muziek klinkt aards, ritmisch gedreven en modaal gekleurd.
Deze stromingen tonen dat de twintigste eeuw geen enkele stijl kende, maar een waaier van reacties op het wegvallen van de tonaliteit: streng georganiseerd (twaalftoon), teruggrijpend op oude helderheid (neoclassicisme) of puttend uit de volksmuziek (Bartok). Op het examen herken je ze aan hun klank: strikte atonaliteit zonder centrum (twaalftoon), heldere vormen met scherpe moderne harmonie (neoclassicisme) of modale, ritmisch gedreven volksmuziek-invloeden (Bartok). Alle drie zijn onmiskenbaar twintigste-eeuws.
Uitgewerkt voorbeeld

De twaalftoonstechniek uitleggen

Waarom klinkt twaalftoonsmuziek atonaal, terwijl ze toch streng geordend is?

  1. 01Het principe

    Alle twaalf tonen worden in een vaste volgorde (de reeks) gebruikt.

  2. 02De regel

    Geen toon keert terug voordat de andere elf zijn geklonken.

  3. 03Het gevolg

    Doordat elke toon even vaak en verspreid voorkomt, kan geen enkele toon als grondtoon gaan overheersen.

  4. 04De klank

    Zonder een overheersende grondtoon ontbreekt elk toonaal centrum: de muziek klinkt atonaal.

Resultaat: Twaalftoonsmuziek is streng geordend (een vaste reeks van alle twaalf tonen) maar klinkt atonaal, omdat die ordening juist voorkomt dat een toon als grondtoon gaat domineren. Orde en atonaliteit gaan hier samen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de twaalftoonstechniek uitleggen (alle twaalf tonen gelijk, geordend in een reeks) en de Tweede Weense School plaatsen.
  • Examendoel: het neoclassicisme en de volksmuziek-invloed (Bartok) aan hun klank herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat twaalftoonsmuziek willekeurig is; ze is juist streng geordend volgens een vaste reeks van alle twaalf tonen.
  • Neoclassicisme voor echte klassieke muziek aanzien; het gebruikt oude vormen maar met een moderne, scherpe klanktaal.

Actieve herhaling

Leg in eigen woorden uit hoe de twaalftoonstechniek voorkomt dat een toon als grondtoon gaat overheersen. Beschrijf daarna hoe je neoclassicisme aan zijn klank zou herkennen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus muziek vwo — twaalftoon en neoclassicisme (CvTE / Examenblad)

§ 03

Na 1945: elektronica, aleatoriek en minimal music#

●●○StandaardLPexamenblad-muziek-geschiedenis-20e-eeuw

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog explodeerde het experiment. Afb. 3 zet de belangrijkste naoorlogse stromingen op een rij. In het totaalserialisme werd Schonbergs idee doorgetrokken: niet alleen de toonhoogtes, maar ook het ritme, de dynamiek en de klankkleur werden volgens strenge reeksen geordend, wat een uiterst complexe, abstracte muziek opleverde (Boulez, Stockhausen). Tegelijk maakte nieuwe techniek geheel nieuwe klanken mogelijk.

Twintigste-eeuwse stromingen

Stromingen van de twintigste eeuwTabel met 3 kolommen en 7 rijen, Gegevens: stroming · kenmerk · componist; impressionisme · klankkleur, heletoonsladder, zwevend · Debussy, Ravel; twaalftoonstechniek · alle twaalf tonen gelijk, reeks · Schonberg, Webern; neoclassicisme · oude vormen, moderne klank · Stravinsky; volksmuziek-invloed · modaliteit, asymmetrisch ritme · Bartok; elektronische muziek · klank uit studio en apparatuur · Stockhausen; aleatoriek · toeval en onbepaaldheid · Cage; minimal music · herhaling, vaste puls, proces · Reich, Glass, gemarkeerde cel: herhaling, vaste puls, procesSTROMINGKENMERKCOMPONISTimpressionismeklankkleur, heletoonsladder,zwevendDebussy, Raveltwaalftoonstechniekalle twaalf tonen gelijk,reeksSchonberg, Webernneoclassicismeoude vormen, moderne klankStravinskyvolksmuziek-invloedmodaliteit, asymmetrischritmeBartokelektronische muziekklank uit studio enapparatuurStockhausenaleatoriektoeval en onbepaaldheidCageminimal musicherhaling, vaste puls,procesReich, Glass
Afb. 3Afb. 3 — Een overzicht van de belangrijkste twintigste-eeuwse stromingen met hun kenmerk en een representatieve componist.
De elektronische muziek en de musique concrete gebruikten de studio als instrument: klanken werden elektronisch opgewekt (synthesizers, oscillatoren) of van bestaande geluiden (concrete klanken als treinen of stemmen) op band gemonteerd en bewerkt. Voor het eerst was muziek denkbaar zonder uitvoerder en zonder traditionele instrumenten. Deze techniek verbreedde het klankmateriaal van de muziek radicaal en loopt door tot in de elektronische pop van vandaag.
Een geheel andere richting was de aleatoriek of toevalsmuziek, waarin de componist juist controle uit handen gaf aan het toeval of aan de uitvoerder. John Cage is de bekendste vertegenwoordiger; zijn beruchte 4'33 bestaat uit stilte, waarin de omgevingsgeluiden de muziek worden, en zijn geprepareerde piano verandert het instrument met voorwerpen tussen de snaren. Aleatoriek stelt de vraag wat muziek eigenlijk is en wie haar bepaalt.
De invloedrijkste latere stroming werd de minimal music. Zij keerde zich af van de complexiteit en koos voor eenvoud: korte melodische of ritmische patronen die zich, met een vaste puls, eindeloos herhalen en heel geleidelijk veranderen (een langzaam proces, bijvoorbeeld door twee patronen langzaam uit elkaar te laten lopen, phasing). Steve Reich en Philip Glass zijn de grote namen. De muziek klinkt hypnotisch, helder en repetitief, en werd bovendien een brug naar de populaire muziek en de filmmuziek.
De twintigste-eeuwse kunstmuziek is dus geen stijl maar een veelheid: van streng serialisme tot vrije aleatoriek, van abstracte elektronica tot hypnotische minimal music. Op het examen herken je een fragment als twintigste-eeuws aan het loslaten of vervreemden van de tonaliteit, aan ongewone klankbronnen of speelwijzen, of aan de repetitieve helderheid van de minimal music. Je hoeft niet elke stroming precies te dateren, maar je moet de belangrijkste aan hun klank kunnen herkennen en benoemen.
Uitgewerkt voorbeeld

Minimal music herkennen

Een fragment bestaat uit een kort ritmisch-melodisch patroon dat zich vele malen herhaalt boven een gelijkmatige puls, terwijl er heel langzaam een tweede, iets verschoven laag bijkomt. Wat is dit?

  1. 01Herhaling

    Een kort patroon dat zich vele malen herhaalt is repetitief.

  2. 02Puls

    Een gelijkmatige, doorlopende puls draagt het geheel.

  3. 03Proces

    Het langzaam bijkomen van een verschoven laag is een geleidelijk proces (phasing).

  4. 04Benoemen

    Herhaling, vaste puls en geleidelijk proces zijn de kenmerken van minimal music.

Resultaat: Dit is minimal music: repetitieve patronen boven een vaste puls die geleidelijk veranderen (phasing). De hypnotische, heldere herhaling plaatst het onmiskenbaar in de late twintigste eeuw.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de naoorlogse stromingen (serialisme, elektronische muziek, aleatoriek, minimal music) aan hun klank herkennen.
  • Examendoel: de minimal music benoemen aan haar repetitieve patronen, vaste puls en geleidelijke proces.

Veelgemaakte fouten

  • Minimal music saai of toevallig noemen; ze is juist strak georganiseerd rond herhaling met een geleidelijk, bewust proces.
  • Alle elektronische klanken als pop bestempelen; de naoorlogse elektronische kunstmuziek is een experimenteel genre, geen lichte muziek.

Actieve herhaling

Beluister een fragment minimal music en beschrijf het proces: welk kort patroon herhaalt zich, en hoe verandert het geleidelijk? Noem een kenmerk waaraan je hoort dat het twintigste-eeuwse kunstmuziek is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus muziek vwo — naoorlogse stromingen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01De eeuwwisseling: impressionisme en het loslaten van de tonaliteit○
    • 02Atonaliteit, twaalftoonstechniek en neoclassicisme◐
    • 03Na 1945: elektronica, aleatoriek en minimal music◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Stijlperiode: twintigste-eeuwse kunstmuziek

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Syllabus muziek vwo — impressionisme en atonaliteit

Vorig onderwerp

Stijlperioden: klassieke periode en romantiek

Volgend onderwerp

Jazz, pop en wereldmuziek

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.