EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Arbeid, inkomen en de rol van de overheid
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · VWO

Arbeid, inkomen en de rol van de overheid

Dit onderwerp behandelt de rol van de overheid op de arbeidsmarkt en bij de inkomensverdeling. Je leert de taken van de overheid in de economie kennen, begrijpt de arbeidsverhoudingen en het overlegmodel (het poldermodel met werkgevers, werknemers, overheid en de SER), en kunt uitleggen hoe de overheid via belastingen en uitkeringen inkomens herverdeelt.

4 Onderdelen·~12 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 3 · Verdieping 1

T·121212 / 16
Examenprofiel
De taken van de overheid op de arbeidsmarkt en in de economie benoemen.De arbeidsverhoudingen en het overlegmodel (poldermodel, SER) beschrijven.Uitleggen hoe de overheid inkomens herverdeelt (progressieve belasting, uitkeringen).Verschillende visies op de rol van de overheid vergelijken.
Operatoren:leg uitbeschrijfverklaarvergelijkberedeneeranalyseer

basisniveau

Voor iedereen: de overheid beïnvloedt werkgelegenheid en inkomens, en overlegt daarover met werkgevers en werknemers.

verhoogd niveau

Verdieping: analyseer het poldermodel en de herverdeling en weeg de visies links en rechts op de rol van de overheid tegen elkaar af.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Arbeid, inkomen en de rol van de overheid
    • 01De overheid, arbeid en werkgelegenheid◐
    • 02Arbeidsverhoudingen en het overlegmodel◐
    • 03Inkomens en herverdeling◐
    • 04Visies op de rol van de overheid●
§ 01

De overheid, arbeid en werkgelegenheid#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-D-arbeid-inkomen

Kernpunten

In de verzorgingsstaat bemoeit de overheid zich actief met de economie en de arbeidsmarkt. Afb. 1 zet haar belangrijkste taken op een rij. De overheid streeft naar voldoende werkgelegenheid, want werk levert mensen een inkomen, zelfrespect en sociale contacten op, en werkloosheid brengt zowel persoonlijk leed als hoge kosten voor de samenleving met zich mee. Om de werkgelegenheid te bevorderen kan de overheid de economie stimuleren, scholing en omscholing ondersteunen, en werkzoekenden begeleiden naar werk (arbeidsmarktbeleid).

Taken van de overheid op de arbeidsmarkt

Wat de overheid doetTabel met 2 kolommen en 3 rijen, Gegevens: taak · voorbeeld; werkgelegenheid bevorderen · scholing, arbeidsmarktbeleid, economie stimuleren; inkomen herverdelen · belastingen en uitkeringen; werknemers beschermen · minimumloon, arbeidstijden, ontslagbeschermingTAAKVOORBEELDwerkgelegenheid bevorderenscholing,arbeidsmarktbeleid, economiestimulereninkomen herverdelenbelastingen en uitkeringenwerknemers beschermenminimumloon, arbeidstijden,ontslagbescherming
Afb. 1Afb. 1 — De overheid bevordert werkgelegenheid, herverdeelt inkomen en beschermt werknemers via regels.
Een tweede taak is de herverdeling van inkomen: via belastingen en uitkeringen zorgt de overheid ervoor dat de inkomensverschillen niet te groot worden en dat iedereen een bestaansminimum heeft. Een derde taak is het waarborgen van bestaanszekerheid en goede arbeidsomstandigheden, onder meer door regels over het minimumloon, de maximale arbeidstijd, veiligheid op het werk en bescherming tegen willekeurig ontslag. Zo beschermt de overheid werknemers tegen de risico's en de macht van de markt.
Deze taken laten zien dat de arbeidsmarkt geen gewone markt is. Arbeid is geen product als elk ander: achter elke baan zit een mens met een gezin, en de verhouding tussen werkgever en werknemer is ongelijk — de werkgever heeft doorgaans meer macht dan de individuele werknemer. Daarom grijpt de overheid in met wetten en regels, en organiseren werknemers zich in vakbonden om samen sterker te staan (het onderwerp van de volgende paragraaf). De markt alleen zou tot te grote onzekerheid en ongelijkheid leiden.
Hoever de overheid hierin moet gaan, is politiek omstreden. Een actieve overheid biedt zekerheid en bescherming, maar kost geld (belastingen) en kan volgens critici de economie minder flexibel maken en mensen minder prikkelen om zelf werk te zoeken. Een terughoudende overheid geeft de markt meer ruimte, maar laat werknemers kwetsbaarder. Die tegenstelling — meer of minder overheid — loopt als een rode draad door dit domein en komt in de laatste paragraaf terug. Bij het schoolexamen moet je de taken van de overheid op de arbeidsmarkt kunnen benoemen en uitleggen waarom de arbeidsmarkt om overheidsingrijpen vraagt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een overheidstaak herkennen

De overheid verhoogt het wettelijk minimumloon en financiert tegelijk omscholingstrajecten voor werklozen. Welke twee taken van de overheid herken je?

  1. 01Minimumloon

    Het verhogen van het minimumloon beschermt werknemers en waarborgt bestaanszekerheid: de beschermende taak.

  2. 02Omscholing

    Omscholingstrajecten helpen werklozen aan nieuw werk: de taak om de werkgelegenheid te bevorderen (arbeidsmarktbeleid).

  3. 03Combineren

    De overheid combineert bescherming (loon) met activering (omscholing) — twee kerntaken tegelijk.

Resultaat: Het minimumloon hoort bij de beschermende taak, de omscholing bij het bevorderen van werkgelegenheid — twee taken van de overheid op de arbeidsmarkt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de taken van de overheid op de arbeidsmarkt en in de economie benoemen.
  • Examendoel: uitleggen waarom de arbeidsmarkt om overheidsingrijpen vraagt.

Veelgemaakte fouten

  • De arbeidsmarkt als een gewone markt zien; arbeid raakt mensen direct en de machtsverhouding werkgever-werknemer is ongelijk.
  • Alleen werkgelegenheid als overheidstaak noemen; ook herverdeling en bescherming van werknemers horen erbij.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de overheid ingrijpt op de arbeidsmarkt en noem drie taken die zij daarbij vervult, elk met een voorbeeld.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — overheid en arbeidsmarkt (CvTE / Examenblad)

§ 02

Arbeidsverhoudingen en het overlegmodel#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-D-arbeid-inkomen

Kernpunten

Omdat een individuele werknemer zwak staat tegenover een werkgever, hebben werknemers zich verenigd in vakbonden en werkgevers in werkgeversorganisaties. Deze partijen — samen de sociale partners genoemd — onderhandelen met elkaar over lonen en arbeidsvoorwaarden. Het resultaat legt men vast in een cao (collectieve arbeidsovereenkomst): een pakket afspraken dat voor een hele bedrijfstak of onderneming geldt, over loon, werktijden, verlof en meer. Zo wordt de ongelijke machtsverhouding tussen individuele werkgever en werknemer rechtgetrokken door collectieve onderhandelingen.
Kenmerkend voor Nederland is dat de sociale partners en de overheid niet alleen onderhandelen, maar ook structureel overleggen. Dit overlegmodel — het poldermodel — is weergegeven in Afb. 2. Werkgevers, werknemers en de overheid zoeken samen naar breed gedragen oplossingen voor sociaaleconomische vraagstukken, in plaats van hun conflicten met stakingen en machtsmiddelen uit te vechten. Het overleg tussen alleen werkgevers en werknemers verloopt via de Stichting van de Arbeid; het overleg waarbij ook de overheid advies inwint, loopt via de Sociaal-Economische Raad (SER).

Het poldermodel

Overleg tussen de sociale partnersGraaf, werkgevers(organisaties) → SER: overleg en advies, werknemers (vakbonden) → SER: overleg en advies, overheid → SER: overleg en advieswerkgevers(organisaties)werknemers(vakbonden)overheidSER: overlegen adviesvraagt advies
Afb. 2Afb. 2 — In het poldermodel overleggen werkgevers, werknemers en de overheid, onder meer via de SER, over sociaaleconomisch beleid.
De SER is de belangrijkste adviesraad op sociaaleconomisch gebied. Hij bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers, van werknemers en uit onafhankelijke deskundigen (kroonleden, benoemd door de regering). De SER adviseert de regering over grote sociaaleconomische kwesties, zoals de AOW-leeftijd, het arbeidsmarktbeleid of de hoogte van uitkeringen. Omdat in een SER-advies werkgevers én werknemers zich vaak achter een gezamenlijk standpunt scharen, heeft zo'n advies veel gewicht: de regering kan er moeilijk omheen.
Het poldermodel heeft Nederland een traditie van overleg, compromis en betrekkelijke arbeidsrust opgeleverd, wat wordt gezien als een kracht van de Nederlandse economie. Critici wijzen erop dat het overleg traag kan zijn en dat gevestigde belangen (grote bonden en werkgevers) er sterk in vertegenwoordigd zijn, terwijl bijvoorbeeld zzp'ers of buitenstaanders minder stem hebben. Toch blijft het overlegmodel een kernkenmerk van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Bij het schoolexamen moet je de rol van vakbonden, werkgeversorganisaties, de overheid en de SER in het overleg kunnen benoemen en het poldermodel kunnen uitleggen.
Uitgewerkt voorbeeld

De rol van de SER

De regering wil de AOW-leeftijd wijzigen en vraagt eerst advies aan de SER, waarin werkgevers en werknemers samen een standpunt innemen. Leg uit waarom dit advies zo zwaar weegt.

  1. 01Samenstelling SER

    De SER bestaat uit werkgevers, werknemers en onafhankelijke kroonleden — een brede vertegenwoordiging.

  2. 02Gezamenlijk standpunt

    Als werkgevers én werknemers het eens worden, staat er een breed draagvlak achter het advies.

  3. 03Gevolg

    De regering kan zo'n breed gedragen advies moeilijk negeren zonder het overleg en het draagvlak te schaden.

Resultaat: Doordat werkgevers en werknemers zich in de SER achter één advies scharen, heeft dat advies veel gezag en kan de regering er moeilijk omheen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de rol van vakbonden, werkgeversorganisaties, de overheid en de SER in het overlegmodel benoemen.
  • Examendoel: het poldermodel en de functie van een cao uitleggen.

Veelgemaakte fouten

  • De SER verwarren met een orgaan dat zelf beslist; de SER adviseert, de regering en het parlement beslissen.
  • Denken dat een individuele werknemer zelf zijn cao onderhandelt; een cao komt collectief tot stand tussen vakbonden en werkgevers.

Actieve herhaling

Leg uit hoe het poldermodel de ongelijke machtsverhouding tussen werkgever en werknemer helpt te corrigeren, en noem de rol van de SER daarin.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — arbeidsverhoudingen en poldermodel (CvTE / Examenblad)

§ 03

Inkomens en herverdeling#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-D-arbeid-inkomen

Kernpunten

Een kerntaak van de verzorgingsstaat is het beperken van de inkomensverschillen door herverdeling. Zonder ingrijpen zouden de inkomens uit de markt (het primaire inkomen: loon, winst, rente) sterk uiteenlopen. De overheid herverdeelt dat inkomen met twee instrumenten: zij heft belastingen bij wie meer heeft, en zij keert uitkeringen en toeslagen uit aan wie minder heeft. Het resultaat is het secundaire inkomen: het besteedbaar inkomen na belastingen en uitkeringen, waarin de verschillen kleiner zijn geworden.
Het belangrijkste herverdelingsinstrument is de progressieve inkomstenbelasting, geïllustreerd in Afb. 3. Progressief betekent dat het belastingpercentage stijgt naarmate het inkomen hoger is: over een hoger inkomen betaal je niet alleen meer, maar ook een groter deel. Zo dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. De opbrengst gebruikt de overheid onder meer om uitkeringen, zorg, onderwijs en toeslagen te betalen, die vooral de lagere inkomens ten goede komen. (De getallen in de afbeelding zijn illustratief en vereenvoudigd; de precieze tarieven en schijven veranderen per jaar.)

Progressieve inkomstenbelasting (illustratief)

Hoe hoger het inkomen, hoe hoger het tariefKolomdiagram: % belasting naar inkomensgroep, Gegevens: belastingpercentage (illustratief) · laag inkomen: 20; belastingpercentage (illustratief) · middeninkomen: 37; belastingpercentage (illustratief) · hoog inkomen: 490102030405060laag inkomenmiddeninkom…hoog inkomen203749% belastinginkomensgroep
Afb. 3Afb. 3 — Illustratief en vereenvoudigd: bij een progressieve belasting stijgt het percentage met het inkomen, zodat hogere inkomens een groter deel afdragen.
Herverdeling roept een klassieke afweging op tussen gelijkheid en doelmatigheid. Voorstanders van een sterke herverdeling wijzen op rechtvaardigheid, solidariteit en het voorkomen van armoede: te grote verschillen ondermijnen de samenhang in de samenleving. Tegenstanders wijzen op de prikkelwerking: als je van een hoger inkomen veel moet afdragen en van een uitkering weinig verschil merkt, kan de motivatie om (meer) te werken afnemen. Dit spanningsveld tussen een eerlijke verdeling en een prikkelende economie is een van de kernvragen van het sociaaleconomische debat.
De mate van herverdeling is dus geen technische, maar een politieke keuze, die per stroming verschilt (de laatste paragraaf). Ze raakt aan de kernwaarden gelijkheid (links) en vrijheid/eigen verantwoordelijkheid (rechts) uit het onderwerp over de politieke stromingen. Bij het schoolexamen moet je het onderscheid tussen primair en secundair inkomen kunnen uitleggen, de werking van de progressieve belasting kunnen beschrijven, en de afweging tussen gelijkheid en doelmatigheid kunnen benoemen.
Uitgewerkt voorbeeld

Primair en secundair inkomen

Iemand verdient 40 000 euro loon, betaalt 9 000 euro belasting en ontvangt 1 000 euro aan toeslagen. Bepaal het primaire en het secundaire inkomen en leg uit hoe de herverdeling werkt.

  1. 01Primair inkomen

    Het inkomen uit de markt vóór ingrijpen: het loon van 40 000 euro.

  2. 02Secundair inkomen

    Na herverdeling: 40 000 − 9 000 (belasting) + 1 000 (toeslag) = 32 000 euro besteedbaar.

  3. 03Herverdeling

    De belasting neemt inkomen af (meer bij hoge inkomens), toeslagen voegen toe (meer bij lage inkomens); zo verkleint de overheid de verschillen.

Resultaat: Primair inkomen 40 000 euro, secundair inkomen 32 000 euro; via belasting en toeslagen herverdeelt de overheid het inkomen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het onderscheid tussen primair en secundair inkomen uitleggen en de werking van progressieve belasting beschrijven.
  • Examendoel: de afweging tussen gelijkheid en doelmatigheid (prikkelwerking) bij herverdeling benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Progressieve belasting opvatten als „hoge inkomens betalen meer euro's”; het gaat erom dat zij een hoger percentage betalen.
  • Primair en secundair inkomen verwisselen; primair is vóór, secundair is na belastingen en uitkeringen.

Actieve herhaling

Leg uit hoe progressieve belasting en uitkeringen samen de inkomensverschillen verkleinen, en noem één argument voor en één tegen sterke herverdeling.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — inkomensverdeling en herverdeling (CvTE / Examenblad)

§ 04

Visies op de rol van de overheid#

●●●VerdiepingLPexamenblad-maatschappijleer-D-arbeid-inkomen

Kernpunten

Hoe groot de rol van de overheid in de economie en de sociale zekerheid moet zijn, is een van de scherpste politieke tegenstellingen, samengevat in Afb. 4. Grofweg staan hier een linkse en een rechtse visie tegenover elkaar, die teruggaan op de kernwaarden uit het onderwerp over de politieke stromingen. De linkse visie, geworteld in de sociaaldemocratie, legt de nadruk op gelijkheid en solidariteit en wil een actieve, sturende overheid met een ruime verzorgingsstaat, stevige herverdeling en veel bescherming van werknemers.

Twee visies op de rol van de overheid

Meer of minder overheid?Tabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: linkse visie · rechtse visie; kernwaarde · gelijkheid en solidariteit · vrijheid en eigen verantwoordelijkheid; gewenste overheid · actief en sturend · klein en terughoudend; verzorgingsstaat · ruim, stevige herverdeling · sober, vooral een vangnetLINKSE VISIERECHTSE VISIEKERNWAARDEgelijkheid ensolidariteitvrijheid en eigenverantwoordelijkheidGEWENSTE OVERHEIDactief en sturendklein enterughoudendVERZORGINGSSTAATruim, stevigeherverdelingsober, vooral eenvangnet
Afb. 4Afb. 4 — Links wil een actieve overheid en een ruime verzorgingsstaat (gelijkheid); rechts wil een terughoudende overheid en meer markt (vrijheid).
De rechtse visie, geworteld in het liberalisme, legt de nadruk op vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en de kracht van de markt. Zij wil een kleinere, terughoudende overheid, lagere belastingen, minder regels en een soberder verzorgingsstaat die vooral een vangnet vormt in plaats van een hangmat. Volgens deze visie leidt te veel overheid tot hoge kosten, tot minder economische dynamiek en tot afhankelijkheid; volgens de linkse visie leidt te weinig overheid juist tot onzekerheid, armoede en groeiende ongelijkheid.
In de praktijk kiezen de meeste partijen niet voor een uiterste, maar voor een positie ergens tussen deze polen, en verandert het beleid met de politieke verhoudingen en de economische omstandigheden. In tijden van crisis wordt vaak meer overheidsingrijpen aanvaard; in tijden van voorspoed klinkt de roep om lagere belastingen en meer marktwerking sterker. Het confessionele midden pleit doorgaans voor een tussenweg, waarin naast overheid en markt ook het maatschappelijk middenveld (verenigingen, vrijwilligers, familie) een rol speelt.
Deze tegenstelling laat zich goed analyseren met de benaderingswijzen uit het eerste onderwerp: de sociaaleconomische benadering (welke groepen hebben welk belang, hoe worden welvaart en risico's verdeeld) en de politiek-juridische (welke rol geven we de overheid, welke regels stellen we). Bij het schoolexamen wordt gevraagd de visies links en rechts op de rol van de overheid te vergelijken, ze aan de kernwaarden van de stromingen te koppelen, en een concreet standpunt (bijvoorbeeld over de hoogte van een uitkering) bij de juiste visie te plaatsen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een standpunt bij een visie plaatsen

Partij X wil de bijstand verlagen en de belastingen verlagen om werken lonender te maken; partij Y wil het minimumloon en de uitkeringen juist verhogen. Plaats beide standpunten bij de juiste visie.

  1. 01Partij X

    Lagere uitkeringen en belastingen, nadruk op prikkels en eigen verantwoordelijkheid: de rechtse (liberale) visie.

  2. 02Partij Y

    Hogere uitkeringen en minimumloon, nadruk op bescherming en gelijkheid: de linkse (sociaaldemocratische) visie.

  3. 03Kernwaarden

    X leunt op vrijheid en doelmatigheid, Y op gelijkheid en solidariteit — de tegenstelling uit de stromingen.

Resultaat: Partij X vertegenwoordigt de rechtse visie (kleine overheid, prikkels), partij Y de linkse visie (actieve overheid, bescherming).

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de linkse en rechtse visie op de rol van de overheid vergelijken en aan kernwaarden koppelen.
  • Examendoel: een concreet standpunt over overheid en economie bij de juiste visie plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • De visies als goed en fout voorstellen; het zijn verschillende afwegingen tussen gelijkheid en vrijheid/doelmatigheid.
  • Vergeten dat de meeste partijen een tussenpositie innemen en dat het beleid met de omstandigheden meebeweegt.

Actieve herhaling

Vergelijk de linkse en rechtse visie op de verzorgingsstaat en beredeneer welke waarde (gelijkheid of vrijheid) elk het zwaarst laat wegen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — visies op de rol van de overheid (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De overheid, arbeid en werkgelegenheid◐
    • 02Arbeidsverhoudingen en het overlegmodel◐
    • 03Inkomens en herverdeling◐
    • 04Visies op de rol van de overheid●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Arbeid, inkomen en de rol van de overheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — overheid en arbeidsmarkt

Vorig onderwerp

Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid

Volgend onderwerp

De praktijk van de verzorgingsstaat: kosten, solidariteit en debat

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.