EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · VWO

Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid

Dit onderwerp behandelt de verzorgingsstaat. Je leert hoe die is ontstaan (van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat), kent het stelsel van sociale zekerheid (sociale voorzieningen en sociale verzekeringen, volks- en werknemersverzekeringen), begrijpt het solidariteitsbeginsel en het verschil tussen het omslag- en het kapitaaldekkingsstelsel, en kunt de doelen van de verzorgingsstaat uitleggen.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 1

T·111111 / 16
Examenprofiel
De ontwikkeling van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat beschrijven.Sociale voorzieningen en sociale verzekeringen (volks- en werknemers-) onderscheiden.Het solidariteitsbeginsel en het omslag- en kapitaaldekkingsstelsel uitleggen.De doelen van de verzorgingsstaat benoemen.
Operatoren:leg uitbeschrijfonderscheidverklaarberedeneerclassificeer

basisniveau

Voor iedereen: de verzorgingsstaat beschermt burgers tegen risico's als ziekte, werkloosheid en ouderdom via sociale zekerheid.

verhoogd niveau

Verdieping: doorzie hoe solidariteit en de financieringswijze (omslag versus kapitaaldekking) het stelsel dragen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid
    • 01Van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat◐
    • 02Het stelsel van sociale zekerheid◐
    • 03Solidariteit en de financiering●
§ 01

Van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-D-verzorgingsstaat

Kernpunten

De verzorgingsstaat is een betrekkelijk jong verschijnsel. In de negentiende eeuw was de overheid een nachtwakersstaat: zij beperkte zich tot een klein aantal kerntaken — veiligheid, defensie, rechtspraak en het handhaven van de openbare orde — en bemoeide zich nauwelijks met de sociale kant van het leven. Wie ziek, oud of werkloos werd, was aangewezen op zijn eigen spaargeld, zijn familie of particuliere liefdadigheid. Armoede werd vooral als een persoonlijk probleem gezien, niet als een verantwoordelijkheid van de staat. Afb. 1 schetst de ontwikkeling die daarop volgde.

Ontstaan van de verzorgingsstaat

Ontwikkeling van de verzorgingsstaatTijdlijn van 1850 tot 2010, 1901: Ongevallenwet (eerste sociale wet), 1957: AOW (basispensioen), 1965: Algemene Bijstandswet, 1850–1900: nachtwakersstaat, 1950–1980: opbouw verzorgingsstaat, 1985–2010: hervorming en activering18502010jaartalnachtwakersstaatopbouwverzorgingsstaathervorming enactivering1901Ongevallenwet(eerste sociale…1957AOW(basispensioen)1965AlgemeneBijstandswet
Afb. 1Afb. 1 — Van nachtwakersstaat (19e eeuw) via de opbouw na 1945 (AOW, Bijstandswet) naar de hervormingen sinds de jaren tachtig.
In de loop van de twintigste eeuw veranderde dat ingrijpend. De industrialisatie had een grote groep arbeiders geschapen die bij ziekte, ongeval of ouderdom zonder inkomen kwam te zitten, en de arbeidersbeweging en de opkomende politieke stromingen eisten bescherming. Stap voor stap nam de overheid taken op zich. Een vroege mijlpaal was de Ongevallenwet van 1901, de eerste sociale verzekering, die arbeiders een uitkering gaf bij een bedrijfsongeval. Daarmee erkende de staat voor het eerst een verantwoordelijkheid voor de bestaanszekerheid van burgers.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam de opbouw van de verzorgingsstaat in een stroomversnelling. In een periode van sterke economische groei bouwde de overheid een uitgebreid stelsel van sociale zekerheid op. Kernmomenten waren de invoering van de AOW in 1957, die alle ouderen een basispensioen gaf, en de Algemene Bijstandswet van 1965, die iedereen zonder voldoende middelen recht gaf op bijstand van de overheid — niet langer als gunst, maar als recht. Zo groeide Nederland uit tot een volwaardige verzorgingsstaat, waarin de overheid de burgers beschermt tegen de grote risico's van het leven.
Vanaf de jaren tachtig kwam de verzorgingsstaat onder druk te staan. De kosten waren sterk gestegen, de economie groeide minder hard, en er ontstond debat over de betaalbaarheid en over de vraag of het stelsel mensen niet te afhankelijk maakte. Sindsdien is het stelsel herhaaldelijk hervormd, met meer nadruk op activering (mensen weer aan het werk helpen) en eigen verantwoordelijkheid — een verschuiving die soms wordt aangeduid als de overgang van verzorgingsstaat naar verzorgingsmaatschappij. Die spanningen werk je uit in het onderwerp over de praktijk van de verzorgingsstaat. Bij het schoolexamen moet je de hoofdlijn van deze ontwikkeling kunnen beschrijven.
Uitgewerkt voorbeeld

Nachtwakersstaat of verzorgingsstaat?

In land X zorgt de overheid alleen voor leger, politie en rechtspraak; wie werkloos wordt, moet zich tot familie of kerk wenden. Typeer dit en leg uit wat er moet veranderen om er een verzorgingsstaat van te maken.

  1. 01Typeren

    De overheid beperkt zich tot kerntaken en laat de sociale zorg aan anderen: dit is een nachtwakersstaat.

  2. 02Wat ontbreekt

    Er is geen sociale zekerheid: geen uitkeringen of voorzieningen die burgers tegen risico's als werkloosheid en ouderdom beschermen.

  3. 03Verandering

    Voor een verzorgingsstaat moet de overheid verantwoordelijkheid nemen voor bestaanszekerheid, met een stelsel van sociale voorzieningen en verzekeringen.

Resultaat: Land X is een nachtwakersstaat; het wordt een verzorgingsstaat zodra de overheid via sociale zekerheid de bestaanszekerheid van burgers gaat waarborgen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de ontwikkeling van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat in hoofdlijnen beschrijven.
  • Examendoel: uitleggen waarom de industrialisatie en de arbeidersbeweging de verzorgingsstaat hebben bevorderd.

Veelgemaakte fouten

  • De verzorgingsstaat als vanzelfsprekend of eeuwenoud zien; hij is vooral na 1945 opgebouwd.
  • Nachtwakersstaat verwarren met een staat zonder overheid; de overheid bestaat wel, maar beperkt zich tot kerntaken.

Actieve herhaling

Beschrijf in drie stappen de ontwikkeling van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat en noem bij de opbouwfase twee belangrijke sociale wetten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — ontstaan van de verzorgingsstaat (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het stelsel van sociale zekerheid#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-D-verzorgingsstaat

Kernpunten

De sociale zekerheid is het geheel van regelingen dat burgers een inkomen garandeert wanneer zij door omstandigheden niet (voldoende) in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Het stelsel valt uiteen in twee hoofdsoorten, weergegeven in Afb. 2: de sociale voorzieningen en de sociale verzekeringen. Het verschil zit in de financiering. Sociale voorzieningen worden betaald uit de algemene belastingmiddelen; je hoeft er dus niet vooraf premie voor te hebben betaald. Sociale verzekeringen worden bekostigd uit premies: je (of je werkgever) betaalt premie, en daarmee bouw je recht op een uitkering op.

Het stelsel van sociale zekerheid

Voorzieningen en verzekeringenTabel met 4 kolommen en 3 rijen, Gegevens: soort · betaald uit · voor wie · voorbeeld; sociale voorziening · belastingen · wie onvoldoende middelen heeft · bijstand; volksverzekering · premies · alle inwoners · AOW; werknemersverzekering · premies · werknemers · WW, WIASOORTBETAALD UITVOOR WIEVOORBEELDsociale voorzieningbelastingenwie onvoldoende middelenheeftbijstandvolksverzekeringpremiesalle inwonersAOWwerknemersverzekeringpremieswerknemersWW, WIA
Afb. 2Afb. 2 — Sociale zekerheid bestaat uit voorzieningen (uit belasting) en verzekeringen (uit premie), die laatste onderverdeeld in volks- en werknemersverzekeringen.
Het bekendste voorbeeld van een sociale voorziening is de bijstand: wie geen ander inkomen of vermogen heeft, krijgt van de overheid een uitkering op minimumniveau, betaald uit de belastingen. Voorzieningen fungeren zo als laatste vangnet. Kenmerkend is dat er vaak een middelentoets aan vooraf gaat: alleen wie werkelijk onvoldoende eigen middelen heeft, komt in aanmerking. Voorzieningen zijn er dus voor wie tussen de mazen van de verzekeringen door valt.
De sociale verzekeringen vallen op hun beurt uiteen in twee soorten. De volksverzekeringen gelden voor alle inwoners van Nederland, ongeacht of ze werken; voorbeelden zijn de AOW (een basispensioen bij ouderdom) en de Wlz (langdurige zorg). De werknemersverzekeringen gelden alleen voor mensen in loondienst en beschermen tegen risico's die met werk samenhangen; voorbeelden zijn de WW (bij werkloosheid) en de WIA (bij arbeidsongeschiktheid). Zo dekt het stelsel de grote levensrisico's — ouderdom, ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid — af, deels voor iedereen en deels voor werkenden.
Het onderscheid tussen voorzieningen en verzekeringen, en tussen volks- en werknemersverzekeringen, is een klassiek examenonderwerp. De sleutelvragen zijn: wordt de regeling uit belastingen (voorziening) of uit premies (verzekering) betaald, en geldt zij voor alle inwoners (volksverzekering) of alleen voor werknemers (werknemersverzekering)? Bij het schoolexamen moet je een gegeven regeling correct kunnen classificeren en het bijbehorende financieringsprincipe kunnen benoemen. Let op: de precieze namen en voorwaarden van regelingen veranderen door hervormingen, maar de indeling in voorzieningen en verzekeringen blijft het houvast.
Uitgewerkt voorbeeld

Een regeling classificeren

Classificeer: (a) een AOW-pensioen voor iedere 67-plusser; (b) een bijstandsuitkering voor iemand zonder inkomen; (c) een WW-uitkering na ontslag. Benoem soort en financiering.

  1. 01AOW

    Geldt voor alle inwoners en wordt uit premies betaald: een volksverzekering.

  2. 02Bijstand

    Wordt uit belastingen betaald en geldt voor wie onvoldoende middelen heeft: een sociale voorziening.

  3. 03WW

    Geldt alleen voor werknemers en wordt uit premies betaald: een werknemersverzekering.

Resultaat: (a) volksverzekering, (b) sociale voorziening, (c) werknemersverzekering — het onderscheid volgt uit financiering (belasting/premie) en doelgroep (iedereen/werknemers).

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een sociale regeling classificeren als voorziening of verzekering (volks-/werknemers-).
  • Examendoel: het financieringsprincipe (belasting versus premie) van een regeling benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Voorzieningen en verzekeringen verwarren; voorzieningen komen uit belastingen, verzekeringen uit premies.
  • Volks- en werknemersverzekeringen verwisselen; volksverzekeringen gelden voor alle inwoners, werknemersverzekeringen alleen voor werkenden.

Actieve herhaling

Zet drie sociale regelingen in de juiste categorie (voorziening, volks- of werknemersverzekering) en licht per regeling de financiering toe.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — stelsel van sociale zekerheid (CvTE / Examenblad)

§ 03

Solidariteit en de financiering#

●●●VerdiepingLPexamenblad-maatschappijleer-D-verzorgingsstaat

Kernpunten

Het hart van de verzorgingsstaat is de solidariteit: het beginsel dat de sterken meebetalen voor de zwakken, de gezonden voor de zieken, de werkenden voor de werklozen en gepensioneerden. Afb. 3 laat het principe zien voor een uitkering die volgens het omslagstelsel wordt betaald: de premies (en belastingen) die de werkenden nú opbrengen, worden meteen gebruikt om de uitkeringen van dit moment te betalen. Zo dragen degenen die nu kunnen bijdragen, de lasten van wie nu bescherming nodig heeft. Zonder deze solidariteit zou het stelsel niet kunnen bestaan.

Solidariteit in het omslagstelsel

Het omslagstelselGraaf, werkenden nu (premie en belasting) → collectief fonds (omslag: nu voor nu), collectief fonds (omslag: nu voor nu) → uitkeringsgerechtigden nuwerkenden nu(premie en b…collectieffonds (omsla…uitkeringsgerechtigdennupremieuitkering
Afb. 3Afb. 3 — In het omslagstelsel betalen de premies van de werkenden van nu direct de uitkeringen van nu — solidariteit tussen groepen en generaties.
Er zijn twee manieren om sociale zekerheid te financieren. Bij het omslagstelsel worden de premies van nu direct gebruikt voor de uitkeringen van nu; er wordt niet gespaard. De AOW werkt zo: de werkenden van vandaag betalen voor de gepensioneerden van vandaag, in de verwachting dat de volgende generatie straks voor hén betaalt. Bij het kapitaaldekkingsstelsel spaart of belegt ieder juist voor zijn eigen latere uitkering; veel aanvullende pensioenen werken op deze manier. Beide stelsels hebben voor- en nadelen, vooral zichtbaar bij veranderingen in de bevolkingsopbouw.
Juist daar zit een kwetsbaarheid van het omslagstelsel. Het werkt goed zolang er genoeg werkenden zijn ten opzichte van het aantal uitkeringsgerechtigden. Maar door de vergrijzing — er komen relatief meer ouderen en minder werkenden — moeten steeds minder werkenden de uitkeringen van steeds meer gepensioneerden opbrengen. Dat zet de betaalbaarheid onder druk en is een van de grote uitdagingen van de verzorgingsstaat (het onderwerp van de praktijk-paragraaf). Het kapitaaldekkingsstelsel is voor vergrijzing minder gevoelig, maar juist kwetsbaar voor inflatie en tegenvallende beleggingen.
De solidariteit die de verzorgingsstaat vraagt, is niet vanzelfsprekend en moet politiek en maatschappelijk worden gedragen. Ze veronderstelt dat mensen bereid zijn mee te betalen voor anderen die zij niet kennen, in het vertrouwen dat zij zelf ook geholpen worden als het nodig is. Dat vertrouwen kan afbrokkelen als mensen het idee krijgen dat anderen misbruik maken van het stelsel of dat de lasten oneerlijk verdeeld zijn. Bij het schoolexamen moet je het solidariteitsbeginsel kunnen uitleggen en het verschil tussen omslag- en kapitaaldekkingsstelsel kunnen benoemen, inclusief de gevoeligheid van het omslagstelsel voor vergrijzing.
Uitgewerkt voorbeeld

Vergrijzing en het omslagstelsel

Leg uit waarom de vergrijzing de AOW, die op het omslagstelsel berust, onder druk zet, en waarom een kapitaaldekkingsstelsel hier minder gevoelig voor is.

  1. 01Werking AOW

    De AOW is een omslagstelsel: de werkenden van nu betalen de AOW van de huidige gepensioneerden.

  2. 02Effect vergrijzing

    Door de vergrijzing zijn er relatief minder werkenden en meer gepensioneerden, zodat de lasten per werkende stijgen.

  3. 03Kapitaaldekking

    Bij kapitaaldekking spaart ieder voor zijn eigen pensioen, los van de verhouding tussen jong en oud, dus is dat minder vergrijzingsgevoelig.

Resultaat: Doordat bij de AOW (omslag) minder werkenden voor meer gepensioneerden betalen, zet vergrijzing de betaalbaarheid onder druk; kapitaaldekking, gebaseerd op eigen sparen, is daar minder gevoelig voor.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het solidariteitsbeginsel als grondslag van de verzorgingsstaat uitleggen.
  • Examendoel: het omslag- en kapitaaldekkingsstelsel onderscheiden en de gevoeligheid van het omslagstelsel voor vergrijzing uitleggen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat bij de AOW ieder voor zijn eigen pensioen spaart; de AOW is een omslagstelsel (nu voor nu).
  • Solidariteit verwarren met liefdadigheid; solidariteit is een collectieve, verplichte bijdrage via premies en belastingen.

Actieve herhaling

Leg uit waarom het omslagstelsel afhankelijk is van de verhouding tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden, en wat er gebeurt als die verhouding verslechtert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — solidariteit en financiering (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Van nachtwakersstaat naar verzorgingsstaat◐
    • 02Het stelsel van sociale zekerheid◐
    • 03Solidariteit en de financiering●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Verzorgingsstaat: ontstaan en sociale zekerheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — ontstaan van de verzorgingsstaat

Vorig onderwerp

Massamedia, beeldvorming en publieke opinie

Volgend onderwerp

Arbeid, inkomen en de rol van de overheid

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.