EuraStudy
Samenvattingen/Griekse taal en cultuur/Vertalen van een ongeziene authentieke passage (domein A1)
Samenvattingen · Griekse taal en cultuurNL · VWO

Vertalen van een ongeziene authentieke passage (domein A1)

Het vertalen van een niet-eerder-gelezen (ongeziene) passage van de pensumauteur is het hart van het centraal examen. Het toetst of je de Griekse taal zelfstandig kunt lezen: de grammaticale structuur van een zin ontrafelen en die in correct, lopend Nederlands weergeven. Dit onderwerp behandelt wat het CE precies vraagt en hoe de vertaling wordt beoordeeld, een systematische vertaalstrategie van persoonsvorm naar volzin, het gerichte gebruik van het woordenboek, en de stap van kladvertaling naar verzorgd Nederlands.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0444 / 16
Examenprofiel
Een ongeziene authentieke Griekse passage zelfstandig vertalen in correct NederlandsDe grammaticale structuur van een zin analyseren (persoonsvorm, zinsdelen, constructies)Het woordenboek Grieks-Nederlands gericht en efficiënt inzettenEen kladvertaling omzetten in lopend, doeltaalgericht Nederlands
Operatoren:vertaalanalyseerontleedbepaal de structuur

basisniveau

De vertaling is een vast, zwaarwegend onderdeel van het CE; een systematische aanpak voorkomt structuurfouten en tijdverlies.

verhoogd niveau

Wie de grammatica automatiseert, kan zijn aandacht richten op de moeilijke constructies en op een vertaling die niet alleen correct maar ook goed leesbaar Nederlands is.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Vertalen van een ongeziene authentieke passage (domein A1)
    • 01Wat het CE vraagt en hoe de vertaling wordt beoordeeld○
    • 02De vertaalstrategie: van persoonsvorm naar zin◐
    • 03Woordenboekgebruik en valkuilen bij het vertalen◐
    • 04Van kladvertaling naar lopend Nederlands◐
§ 01

Wat het CE vraagt en hoe de vertaling wordt beoordeeld#

●○○BasisLPexamenblad-nl-grieks-vwo-domein-A1-vertalen

Afb. 1 — Twee eisen aan een goede vertaling

Twee eisen aan de vertalingTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Eis · Wat het inhoudt · Valkuil; Grammaticaal getrouw · elke naamval, tijd, wijs en constructie is herkenbaar · vrij parafraseren, aspect of constructie negeren; Correct Nederlands · een lopende, grammaticaal juiste zin · woord-voor-woord-brij zonder Nederlandse zinsbouw; Volledig · niets onvertaald laten, niets toevoegen · een zinsdeel overslaan of uitleg toevoegenEISWAT HET INHOUDTVALKUILGrammaticaal getrouwelke naamval, tijd, wijs enconstructie is herkenbaarvrij parafraseren, aspect ofconstructie negerenCorrect Nederlandseen lopende, grammaticaaljuiste zinwoord-voor-woord-brij zonderNederlandse zinsbouwVolledigniets onvertaald laten,niets toevoegeneen zinsdeel overslaan ofuitleg toevoegen
Afb. 1Een goede vertaling is tegelijk grammaticaal getrouw én goed Nederlands; het verzoenen van beide is de kern van de vertaalkunst.

Kernpunten

Bij het centraal examen krijg je een passage van de pensumauteur die je niet eerder hebt gelezen — vandaar „ongezien” — en die je in het Nederlands vertaalt. Het is dus een test van zelfstandige leesvaardigheid: je kunt niet terugvallen op een uit-het-hoofd geleerde vertaling, maar moet de zinnen ter plekke analyseren. Welke auteur en welk soort tekst (poëzie of proza) je voor je krijgt, hangt af van het pensum van jouw examenjaar, dat in de actuele CvTE-syllabus staat. De taalvaardigheid die je ervoor nodig hebt — vormleer, syntaxis, woordenschat, woordenboekgebruik — is echter voor elke auteur dezelfde, en juist die overdraagbare vaardigheid traint dit dossier.
De vertaling wordt niet in haar geheel als „goed” of „fout” beoordeeld, maar in stukjes. De examenmakers verdelen de passage in vertaaleenheden (kleinere tekstsegmenten), en per eenheid wordt bekeken of je de kern correct hebt weergegeven. Een fout tegen de grammatica (een verkeerde naamval, tijd, wijs of constructie) of tegen de woordbetekenis kost punten binnen die eenheid. Dat betekent dat elk zinsdeel telt: het loont om overal de structuur nauwkeurig te analyseren, ook in een zin waarvan je de strekking al aanvoelt. De precieze puntenverdeling en de weging van de vertaling binnen het hele examen staan per jaar in het correctievoorschrift.
Omdat de beoordeling per eenheid gaat, is volledigheid belangrijk: laat niets onvertaald. Een niet-vertaald woord of zinsdeel levert zeker geen punten op, terwijl een poging — ook als je twijfelt — soms wel (deels) goed is. Vertaal daarom alles, ook lastige partikels en bijwoorden, en maak geen zin over door hem samen te vatten of te parafraseren: een samenvatting is geen vertaling en scoort niet. Tegelijk mag je niet méér toevoegen dan er staat: een uitleg of verduidelijking die niet in het Grieks staat, hoort niet in de vertaling thuis (hooguit tussen haakjes, als het echt nodig is voor begrijpelijk Nederlands).
Een goede vertaling is dus twee dingen tegelijk: grammaticaal getrouw én in correct Nederlands. Getrouw betekent dat elke naamval, elke tijd, elke wijs en elke constructie in de vertaling terug te vinden is (een aoristus als aoristus, een participium coniunctum als bijzin, een genitivus in de juiste functie). Correct Nederlands betekent dat het resultaat een lopende, grammaticaal juiste Nederlandse zin is, geen woord-voor-woord-brij. Deze twee eisen kunnen op gespannen voet staan, en het verzoenen ervan is precies de kunst van het vertalen — waarover de laatste sectie van dit onderwerp gaat. Wie beide eisen scherp voor ogen houdt, weet waar hij bij het nakijken van zijn eigen werk op moet letten.
Uitgewerkt voorbeeld

Getrouw én leesbaar afwegen

Bekijk de letterlijke kladversie „de dingen door de vijanden gedaan zijnde, de burgers vluchtten” (τῶν πολεμίων ... genitivus absolutus) en verbeter haar tot goed Nederlands zonder de grammatica te verliezen.

  1. 01De constructie herkennen

    De klad bevat een genitivus absolutus („de dingen … gedaan zijnde”), letterlijk maar onnederlands weergegeven. Grammaticaal is de constructie correct herkend.

  2. 02De bijzin maken

    Een genitivus absolutus vertaal je als een bijzin. „nadat de vijanden dit hadden gedaan” geeft de aoristus (voortijdigheid) en de losse constructie correct weer.

  3. 03De hoofdzin aansluiten

    „vluchtten de burgers” is de hoofdzin. Samengevoegd: „Nadat de vijanden dit hadden gedaan, vluchtten de burgers.”

Resultaat: „Nadat de vijanden dit hadden gedaan, vluchtten de burgers.” De vertaling behoudt de genitivus absolutus (als bijzin) en het aspect (aoristus = „nadat”), maar leest als natuurlijk Nederlands in plaats van als een letterlijke brij.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een ongeziene passage van de pensumauteur volledig en grammaticaal getrouw in correct Nederlands vertalen.
  • Examendoel: beseffen dat de vertaling per vertaaleenheid wordt beoordeeld, zodat elk zinsdeel nauwkeurige analyse verdient.

Veelgemaakte fouten

  • Een lastige zin samenvatten of parafraseren in plaats van hem te vertalen — een samenvatting scoort niet als vertaling.
  • Woorden of zinsdelen onvertaald laten; een leeg gelaten eenheid levert zeker geen punten op, terwijl een onderbouwde poging soms wel (deels) scoort.

Actieve herhaling

Beschrijf in je eigen woorden hoe de beoordeling van een examenvertaling in vertaaleenheden werkt, en leg uit waarom het onverstandig is om (a) een moeilijke zin samen te vatten en (b) een woord onvertaald te laten. Noem één situatie waarin een verduidelijking tussen haakjes wél gepast is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A1 (vertaalvaardigheid) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De vertaalstrategie: van persoonsvorm naar zin#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-grieks-vwo-domein-A1-vertalen

Kernpunten

Een lange Griekse volzin vertaal je niet van links naar rechts, woord voor woord, maar volgens een vaste analysevolgorde die je door de structuur leidt. Afb. 2 geeft het stappenplan. De eerste en belangrijkste stap is: zoek de persoonsvorm(en). De persoonsvorm (het vervoegde werkwoord) is het skelet van de zin; hij vertelt je wie er handelt (persoon en getal), in welke tijd en wijs, en hoeveel aanvullingen je mag verwachten. Zolang je de persoonsvorm niet hebt gevonden, weet je niet waar de zin over gaat. Vaak zijn er meerdere persoonsvormen — één per hoofdzin en één per bijzin — en dan is het tellen ervan al de eerste stap naar het ontwarren van de zin.

Afb. 2 — Het vertaalstappenplan

VertaalstappenplanGraaf, 1. Zoek de persoonsvorm(en) → 2. Baken hoofd- en bijzinnen af, 2. Baken hoofd- en bijzinnen af → 3. Bepaal het onderwerp (congruentie), 3. Bepaal het onderwerp (congruentie) → 4. Vul voorwerpen/bepalingen in (naamvallen), 4. Vul voorwerpen/bepalingen in (naamvallen) → 5. Ontleed participia, AcI, gen. absolutus, 5. Ontleed participia, AcI, gen. absolutus → 6. Vertaal in lopend Nederlands1. Zoek depersoonsvorm(en)2. Baken hoofd-en bijzinnen af3. Bepaal hetonderwerp(congruentie)4. Vulvoorwerpen/bepalingen in (…5. Ontleedparticipia, AcI,gen. absolutus6. Vertaal inlopendNederlands
Afb. 2Werk van structuur naar betekenis: eerst de persoonsvorm, dan de zinnen, dan pas de vertaling.
De tweede stap is het afbakenen van de hoofd- en bijzinnen. Signaalwoorden helpen: een voegwoord (ὅτι, ἵνα, εἰ, ἐπεί) of een betrekkelijk voornaamwoord (ὅς) opent een bijzin, die eindigt na haar eigen persoonsvorm; de partikels (μέν … δέ) markeren tegenstellende delen. Zo verdeel je de volzin in behapbare stukken, elk met een eigen persoonsvorm. Daarna bepaal je per (deel)zin het onderwerp: dat staat in de nominativus en congrueert met de persoonsvorm in persoon en getal. Let op: het Grieks laat het onderwerp vaak weg als het al in de uitgang zit (λέγει — „hij/zij zegt”); dan lever jij het onderwerp uit het werkwoord.
Met de persoonsvorm en het onderwerp op hun plaats vul je vervolgens de overige zinsdelen in aan de hand van hun naamval: het lijdend voorwerp (accusativus), het meewerkend voorwerp (dativus), de bijwoordelijke bepalingen (voorzetselgroepen, naamvallen van tijd, plaats, middel). Hier betaalt de naamvalskennis uit het syntaxis-onderwerp zich uit: elke naamval krijgt zijn functie. Pas daarna ontleed je de ingebouwde constructies — de participia (coniunctum of gesubstantiveerd), de genitivus absolutus, de AcI en de AcP — en vertaal je die als bijzinnen of dat-zinnen. Zo bouw je de zin laag voor laag op, van skelet naar volledige structuur.
Deze aanpak — persoonsvorm, zinnen afbakenen, onderwerp, voorwerpen en bepalingen, constructies — voorkomt de twee grote valkuilen van het vertalen: de zin niet begrijpen (omdat je de structuur mist) en de zin verkeerd samenstellen (omdat je woorden aan elkaar plakt zonder hun functie). Werk daarom altijd van structuur naar betekenis, niet andersom. Een handig hulpmiddel is om in je klad de persoonsvormen te onderstrepen en de bijzinnen tussen haakjes te zetten voordat je gaat vertalen; het overzicht dat dat oplevert, is bij een moeilijke zin de helft van het werk. De strategie is bovendien auteuronafhankelijk: of het pensum nu Homerus of Lysias is, dezelfde stappen leiden je door elke zin.
Uitgewerkt voorbeeld

Het stappenplan op een volzin toepassen

Ontleed en vertaal „ὁ στρατηγός, ἐπεὶ ταῦτα ἤκουσεν, τοῖς στρατιώταις ἐκέλευσε φεύγειν”.

  1. 01Persoonsvormen zoeken

    Er zijn twee persoonsvormen: „ἤκουσεν” (hij hoorde, aoristus) in de bijzin en „ἐκέλευσε” (hij beval, aoristus) in de hoofdzin.

  2. 02Zinnen afbakenen en onderwerp bepalen

    „ἐπεὶ ταῦτα ἤκουσεν” is een temporele bijzin (ἐπεί = toen/nadat). Het onderwerp van de hoofdzin is „ὁ στρατηγός” (nominativus).

  3. 03Zinsdelen en constructie invullen

    „τοῖς στρατιώταις” (dativus) is meewerkend voorwerp bij „ἐκέλευσε” (bevelen + dativus). „φεύγειν” is een infinitivus die van „bevelen” afhangt: „te vluchten”.

Resultaat: „Toen de veldheer dit had gehoord, beval hij de soldaten te vluchten.” Door eerst de twee persoonsvormen te vinden, de bijzin af te bakenen en dan de dativus en de infinitivus in te vullen, valt de hele zin ordelijk op zijn plaats.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een complexe Griekse zin systematisch ontleden door eerst de persoonsvorm(en) te zoeken en de hoofd- en bijzinnen af te bakenen.
  • Examendoel: elk zinsdeel op grond van zijn naamval een functie toekennen en de ingebouwde constructies (participia, AcI, genitivus absolutus) als bijzinnen vertalen.

Veelgemaakte fouten

  • Van links naar rechts woord voor woord vertalen zonder eerst de persoonsvorm te zoeken, waardoor de structuur van de zin onduidelijk blijft.
  • Het onderwerp dat in de werkwoordsuitgang verscholen zit vergeten te leveren, of een participium voor de persoonsvorm aanzien.

Actieve herhaling

Pas het stappenplan toe op een zin als „ἐπεὶ οἱ πολέμιοι προσῆλθον, ὁ στρατηγός, τοὺς στρατιώτας συγκαλέσας, ἐκέλευσε μάχεσθαι”: markeer de persoonsvormen, baken de bijzin(nen) af, bepaal het onderwerp en benoem de constructie(s). Vertaal daarna de hele zin.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A1 (vertaalstrategie) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Woordenboekgebruik en valkuilen bij het vertalen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-grieks-vwo-domein-A1-vertalen

Kernpunten

Bij het centraal examen is het woordenboek Grieks-Nederlands het enige toegestane hulpmiddel, en het goed gebruiken is een vaardigheid op zich. Woordenboeken ordenen werkwoorden onder hun praesens en naamwoorden onder hun nominativus. Daarom moet je een vorm die je in de tekst tegenkomt éérst herleiden tot die grondvorm voordat je hem kunt opzoeken: een aoristus ἔλαβον zoek je onder λαμβάνω, een genitivus πόλεως onder πόλις. Dit is precies waarom de stamtijden en de paradigma's uit de vormleer zo belangrijk zijn: zonder die kennis vind je het woord domweg niet. Reserveer het opzoeken bovendien voor de woorden die je écht niet kent; alles wat op de minimumlijst staat, ken je al en hoef je niet na te slaan.
Een woordenboeklemma geeft zelden één betekenis, maar een reeks. Kies niet mechanisch de eerste, maar lees het hele lemma en selecteer de betekenis die in jouw context past — precies de vaardigheid uit het semantiek-onderdeel. Let daarbij op de aanwijzingen die het lemma zelf geeft: veel woordenboeken vermelden bij een werkwoord welke naamval of constructie het regeert, en bij een woord welke betekenis in welk soort tekst geldt. Die informatie is goud waard: als het lemma zegt dat een werkwoord met de genitivus „luisteren naar” betekent en met de accusativus „horen”, dan bepaalt de naamval in jouw zin de juiste vertaling.
Efficiënt woordenboekgebruik is ook een kwestie van tijdsbeheer. In het drie uur durende examen is opzoeken de traagste handeling; wie voor elk woord het woordenboek pakt, komt in tijdnood. De strategie is: vertaal eerst zoveel mogelijk uit je hoofd (met de minimumkennis), streep of noteer de woorden die je écht moet nakijken, en zoek die dan in één efficiënte ronde op. Sla geen woord twee keer op, en gebruik het woordenboek niet als eerste maar als laatste redmiddel. Zo houd je tijd over voor de analyse en het verzorgen van je Nederlands.
Naast het woordenboek liggen er inhoudelijke valkuilen op de loer, die je bewust moet vermijden. Afb. 3 zet de meest voorkomende op een rij. De klassiekers zijn: het aspect verwaarlozen (een aoristus routineus als imperfectum vertalen), een medium-passief automatisch passief maken, een participium coniunctum als persoonsvorm lezen, een voorzetsel met de verkeerde naamvalsbetekenis vertalen, en een polyseem woord te smal opvatten. Al deze fouten hebben een gemeenschappelijke remedie: nauwkeurig determineren voordat je vertaalt, en de vertaling achteraf controleren tegen de grammatica. Wie deze valkuilen kent, herkent ze in zijn eigen kladvertaling en corrigeert ze voordat ze punten kosten.

Afb. 3 — Veelgemaakte vertaalfouten en hun remedie

Vertaalfouten en remedieTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Fout · Uitleg · Remedie; Aspect negeren · aoristus als imperfectum vertalen · bepaal de stamtijd, kies duur of eenmaligheid; Medium altijd passief · -mai/-tai automatisch passief maken · check op ‘hupo + gen.’ of een lijdend voorwerp; Participium = persoonsvorm · een participium voor het hoofdww. aanzien · een participium heeft geen eigen onderwerp; Voorzetsel, verkeerde naamval · één vaste betekenis onthouden · kies de betekenis bij de naamval; Polyseem woord te smal · eerste woordenboekbetekenis kiezen · kies de betekenis die de context vraagtFOUTUITLEGREMEDIEAspect negerenaoristus als imperfectumvertalenbepaal de stamtijd, kiesduur of eenmaligheidMedium altijd passief-mai/-tai automatischpassief makencheck op ‘hupo + gen.’ ofeen lijdend voorwerpParticipium = persoonsvormeen participium voor hethoofdww. aanzieneen participium heeft geeneigen onderwerpVoorzetsel, verkeerdenaamvaléén vaste betekenisonthoudenkies de betekenis bij denaamvalPolyseem woord te smaleerste woordenboekbetekeniskiezenkies de betekenis die decontext vraagt
Afb. 3De vaste valkuilen bij het vertalen — en hun gemeenschappelijke remedie: eerst determineren, dan vertalen, dan controleren.
Uitgewerkt voorbeeld

Een vorm opzoeken via de grondvorm

Je kent de vorm „ᾔσθετο” niet. Bepaal de grondvorm, het lemma en de betekenis.

  1. 01De vorm analyseren

    „ᾔσθετο” heeft een augment (ᾐ-) en de uitgang -το (3e persoon enkelvoud medium, verleden): een aoristus. De stam is αἰσθ-.

  2. 02Het praesens reconstrueren

    De aoristus ᾐσθόμην hoort bij het praesens „αἰσθάνομαι” (bemerken, waarnemen), een deponens (mediale vorm, actieve betekenis).

  3. 03Het lemma opzoeken

    Je zoekt onder „αἰσθάνομαι”, niet onder „ᾔσθετο”. Het lemma vermeldt de betekenis „bemerken, gewaarworden” en de constructie (vaak met genitivus of met een AcP).

Resultaat: „ᾔσθετο” is de aoristus van „αἰσθάνομαι” (bemerken): „hij/zij bemerkte”. Zonder de aoristusstam αἰσθ- te herkennen, zou je het woord in het woordenboek niet terugvinden.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een vorm tot zijn grondvorm herleiden en die in het woordenboek opzoeken, en uit het lemma de contextpassende betekenis kiezen.
  • Examendoel: de opzoektijd beheersen door alleen onbekende woorden na te slaan en de minimumkennis uit het hoofd te gebruiken.

Veelgemaakte fouten

  • In het woordenboek de eerste betekenis van een lemma overnemen zonder het hele lemma en de aanwijzingen over naamval of constructie te lezen.
  • Zoveel woorden opzoeken dat je in tijdnood komt, in plaats van eerst uit het hoofd te vertalen en alleen het onbekende na te slaan.

Actieve herhaling

Beschrijf voor de vormen „ἤγαγον”, „βασιλέως” en „ᾔσθετο” telkens onder welk lemma je ze opzoekt (grondvorm) en welke voorkennis je daarvoor nodig hebt. Noem daarna drie valkuilen uit Afb. 3 en geef bij elk de remedie.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A1 en E (vertalen en woordenboekgebruik) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Van kladvertaling naar lopend Nederlands#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-grieks-vwo-domein-A1-vertalen

Afb. 4 — Van Grieks naar Nederlands: vaste bewerkingen

Van Grieks naar NederlandsTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Griekse constructie · Nederlandse weergave; participium coniunctum · bijzin met voegwoord (nadat, omdat, hoewel); genitivus absolutus · zelfstandige bijzin met voegwoord; AcI (acc. + infinitivus) · dat-zin; gesubstantiveerd participium (ho legon) · betrekkelijke bijzin of zelfstandig naamwoord; versterkende dubbele ontkenning (oudeis ouk) · één ontkenning of ‘iedereen’; neutrum mv. + enkelvoudig ww. · Nederlands meervoudGRIEKSE CONSTRUCTIENEDERLANDSE WEERGAVEparticipium coniunctumbijzin met voegwoord (nadat,omdat, hoewel)genitivus absolutuszelfstandige bijzin metvoegwoordAcI (acc. + infinitivus)dat-zingesubstantiveerd participium(ho legon)betrekkelijke bijzin ofzelfstandig naamwoordversterkende dubbeleontkenning (oudeis ouk)één ontkenning of ‘iedereen’neutrum mv. + enkelvoudigww.Nederlands meervoud
Afb. 4Terugkerende omzettingen van Griekse constructies naar natuurlijke Nederlandse zinsbouw.

Kernpunten

Een goede vertaling ontstaat in twee fasen: eerst een analytische kladvertaling, dan een verzorgde eindversie. In de kladfase zet je de structuur en de betekenis vast — persoonsvormen, zinsdelen, constructies, woordbetekenissen — desnoods in stroef, letterlijk Nederlands. Dat mag lelijk zijn; het doel is dat de grammatica klopt. Pas in de tweede fase herschrijf je die klad tot lopend, correct Nederlands. Deze scheiding voorkomt dat je te vroeg „mooi” gaat vertalen en daarbij de grammatica uit het oog verliest, én dat je blijft hangen in een letterlijke brij die geen Nederlandse zin oplevert.
Bij het omzetten naar goed Nederlands gelden een paar vaste bewerkingen. De Griekse woordvolgorde neem je niet over: het Nederlands heeft zijn eigen zinsbouw (onderwerp – persoonsvorm – rest, met de werkwoordelijke eindgroep in bijzinnen). Participiumconstructies en de genitivus absolutus zet je om in volwaardige Nederlandse bijzinnen met een voegwoord (nadat, omdat, hoewel, terwijl). Een AcI wordt een dat-zin. Een gesubstantiveerd participium wordt een betrekkelijke bijzin of een zelfstandig naamwoord („degene die …”, „de vluchtelingen”). En de partikels vertaal je met een Nederlands signaalwoord dat dezelfde functie heeft, of je laat ze weg als het Nederlands de nuance al uitdrukt.
Doeltaalgericht vertalen betekent dat het resultaat klinkt als natuurlijk Nederlands, zonder dat de betekenis of de grammatica geweld wordt aangedaan. Vermijd het overnemen van Griekse constructies die in het Nederlands vreemd zijn: een dubbele ontkenning die in het Grieks versterkt (οὐδεὶς οὐκ …) los je in het Nederlands op tot één ontkenning of tot „iedereen”; een neutrum meervoud dat in het Grieks een enkelvoudige persoonsvorm krijgt (τὰ ζῷα τρέχει) vertaal je met een Nederlands meervoud. Kies passende Nederlandse woorden en zinsverbanden, maar blijf trouw aan wat er staat: doeltaalgericht is niet hetzelfde als vrij.
De laatste stap is altijd controleren. Lees je eindvertaling als een Nederlandse tekst: loopt elke zin, kloppen de verwijzingen, is er niets weggevallen of dubbel? Controleer daarna nog eens tegen het Grieks: staat elke naamval, tijd, wijs en constructie er getrouw in? Deze dubbele controle — één keer als Nederlands, één keer tegen het Grieks — vangt de meeste fouten die anders punten kosten: een vergeten zinsdeel, een verkeerd aspect, een verhaspelde verwijzing. Wie deze werkwijze — klad, herschrijven, dubbel controleren — tot een routine maakt, levert vertalingen af die zowel getrouw als leesbaar zijn, en dat is precies wat het examen beloont.
Uitgewerkt voorbeeld

Een klad tot lopend Nederlands herschrijven

Herschrijf de klad „deze dingen gezegd hebbende, de redenaar, opdat hij overtuige, zweeg” tot correct Nederlands.

  1. 01De constructies benoemen

    „gezegd hebbende” is een participium coniunctum (aoristus) bij „de redenaar”; „opdat hij overtuige” is een doelzin (coniunctivus).

  2. 02Bijzinnen maken

    Het participium coniunctum wordt een temporele bijzin: „Nadat de redenaar dit had gezegd”. De doelzin blijft „opdat hij zou overtuigen” of „om te overtuigen”.

  3. 03Nederlandse zinsbouw toepassen

    Zet de delen in Nederlandse volgorde en verbind ze vloeiend: hoofdzin „zweeg de redenaar”, met de doelzin ervoor of erna.

Resultaat: „Nadat de redenaar dit had gezegd, zweeg hij om te overtuigen.” Het participium coniunctum is een bijzin geworden, de doelzin een beknopte „om te”-constructie, en de woordvolgorde is Nederlands — terwijl aspect en constructies bewaard blijven.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een letterlijke kladvertaling omzetten in lopend, correct en doeltaalgericht Nederlands, met behoud van de grammatica.
  • Examendoel: de eindvertaling dubbel controleren — als Nederlandse tekst én tegen het Grieks — om weggevallen of foutieve elementen te vinden.

Veelgemaakte fouten

  • De Griekse woordvolgorde en constructies letterlijk overnemen, zodat het Nederlands krom of onbegrijpelijk wordt.
  • Te vrij vertalen onder het mom van ‘mooi Nederlands’, waardoor naamvallen, aspect of constructies verloren gaan.

Actieve herhaling

Neem de letterlijke klad „en de burgers, de vijanden gezien hebbende, niemand niet bleef in de stad” en herschrijf haar tot correct, lopend Nederlands. Benoem welke twee grecismen (letterlijke Griekse constructies) je hebt opgelost en hoe.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A1 (doeltaalgericht vertalen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Wat het CE vraagt en hoe de vertaling wordt beoordeeld○
    • 02De vertaalstrategie: van persoonsvorm naar zin◐
    • 03Woordenboekgebruik en valkuilen bij het vertalen◐
    • 04Van kladvertaling naar lopend Nederlands◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Vertalen van een ongeziene authentieke passage (domein A1)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A1 (vertaalvaardigheid)

Vorig onderwerp

Woordenschat en de CvTE-minimumlijst

Volgend onderwerp

Tekstanalyse en interpretatie: taalkundig, letterkundig en cultuurhistorisch

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.