EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · VWO

Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)

Het zevende tijdvak (1700–1800) is de achttiende eeuw. De kenmerkende aspecten zijn het rationeel optimisme en het verlicht denken dat op alle terreinen van de samenleving werd toegepast (de Verlichting), het voortbestaan van het ancien régime met pogingen tot verlicht bestuur (verlicht absolutisme), de uitbouw van de Europese overheersing met plantagekoloniën en de trans-Atlantische slavenhandel (en de opkomst van het abolitionisme), en de democratische revoluties met discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.

4 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 3 · Verdieping 1

T·0999 / 16
Examenprofiel
Het verlicht denken uitleggen en laten zien hoe het op godsdienst, politiek, economie en samenleving werd toegepast.Het ancien régime en het verlicht absolutisme beschrijven.De plantagekoloniën, de trans-Atlantische slavenhandel en het abolitionisme verklaren.De democratische revoluties en de discussie over grondrechten en staatsburgerschap uitleggen.
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarvergelijkberedeneertoon aan

basisniveau

Voor iedereen: de Verlichting, het ancien régime en verlicht absolutisme, de slavenhandel en abolitionisme, en de democratische revoluties zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 7.

verhoogd niveau

Verdieping: de verlichte ideeën (rede, natuurrecht, volkssoevereiniteit, scheiding der machten) volgen naar hun uitwerking in de revoluties en de moderne grondrechten.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)
    • 01De Verlichting◐
    • 02Het ancien régime en het verlicht absolutisme◐
    • 03Plantagekoloniën, slavenhandel en abolitionisme◐
    • 04De democratische revoluties●
§ 01

De Verlichting#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-7

Kernpunten

De Verlichting was een stroming van denkers die de menselijke rede tot maatstaf van alle dingen maakte. Voortbouwend op de wetenschappelijke revolutie geloofden zij dat de mens met zijn verstand niet alleen de natuur, maar ook godsdienst, politiek, economie en samenleving kon begrijpen en verbeteren. Kenmerkend was een rationeel optimisme: het vertrouwen dat kennis, opvoeding en redelijk nadenken tot vooruitgang zouden leiden. In Afb. 1 staan de mijlpalen van de eeuw en in Afb. 2 hoe de rede op alle terreinen werd toegepast.

Mijlpalen van de achttiende eeuw

Achttiende eeuwTijdlijn van 1700 tot 1800, 1748: scheiding der machten, 1776: Amerikaanse onafhankelijkheid, 1789: Franse Revolutie, 1795: Bataafse Revolutie, 1700–1789: Verlichting & ancien régime, 1776–1800: democratische revoluties17001800jaarVerlichting &ancien régimedemocratischerevoluties1748scheiding dermachten1776Amerikaanseonafhankelijkhe…1789Franse Revolutie1795BataafseRevolutie
Afb. 1Afb. 1 — Sleutelmomenten van tijdvak 7: de verspreiding van verlichte ideeën en de democratische revoluties (Amerika 1776, Frankrijk 1789, Bataafse Republiek 1795).

De rede toegepast op alle terreinen

Verlicht denkenGraaf, de rede → godsdienst: tolerantie, de rede → politiek: volkssoevereiniteit, de rede → economie: vrijheid, de rede → samenleving: gelijkheidde redegodsdienst:tolerantiepolitiek:volkssoevereiniteiteconomie:vrijheidsamenleving:gelijkheid
Afb. 2Afb. 2 — Het verlicht denken paste de rede toe op alle terreinen: tolerantie (godsdienst), volkssoevereiniteit en scheiding der machten (politiek), vrijheid (economie) en gelijkheid (samenleving).
De verlichte denkers pasten de rede kritisch toe op elk terrein. Op godsdienstig gebied pleitten zij voor verdraagzaamheid (tolerantie) en bekritiseerden ze bijgeloof en de macht van de kerk. Op politiek gebied bedachten zij nieuwe ideeën: het natuurrecht (mensen hebben van nature bepaalde rechten), de volkssoevereiniteit (de macht komt uiteindelijk van het volk) en de scheiding der machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden houden om machtsmisbruik te voorkomen). Deze ideeën ondermijnden de rechtvaardiging van het absolutisme.
Ook op economisch en sociaal gebied dacht men opnieuw na. Sommige denkers bepleitten meer economische vrijheid en minder staatsinmenging; anderen dachten na over onderwijs, opvoeding, gelijkheid en het verbeteren van de samenleving. De Verlichting bracht het ideaal dat een samenleving redelijk en rechtvaardig kan worden ingericht als je maar de rede laat spreken. Deze ideeën verspreidden zich via boeken, tijdschriften, salons en encyclopedieën onder een groeiend geletterd publiek.
De Verlichting was invloedrijk, maar had ook grenzen en tegenstrijdigheden. Veel verlichte idealen (gelijkheid, vrijheid, rechten) golden in de praktijk lang niet voor iedereen: vrouwen, arme mensen en tot slaaf gemaakten bleven veelal uitgesloten, en sommige verlichte denkers verdedigden juist ongelijkheid. Toch leverde de Verlichting het gedachtegoed dat het bestaande gezag ondergroef en dat aan het einde van de eeuw de democratische revoluties zou voeden. De verlichte ideeën over grenzen aan de macht en rechten van burgers vormen zo de brug naar de revoluties verderop in dit tijdvak — en worden in de historische context over de Verlichting nog uitgebreider behandeld.
Uitgewerkt voorbeeld

Hoe verlichte ideeën het absolutisme ondermijnden

Leg uit hoe de verlichte ideeën van volkssoevereiniteit en scheiding der machten de rechtvaardiging van het absolutisme aantastten.

  1. 01Rechtvaardiging van het absolutisme

    Een absolute vorst beriep zich op het goddelijk recht: zijn macht kwam van God en hij was aan niemand dan God verantwoording schuldig.

  2. 02Volkssoevereiniteit

    De verlichte gedachte dat de macht uiteindelijk van het volk komt, ondergroef dit: gezag ontleent zijn recht dan aan de instemming van de burgers, niet aan God.

  3. 03Scheiding der machten

    Het idee dat wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden moeten zijn, richt zich rechtstreeks tegen de concentratie van alle macht bij één vorst.

Resultaat: Volkssoevereiniteit verving de goddelijke rechtvaardiging door instemming van het volk, en de scheiding der machten verzette zich tegen machtsconcentratie; samen ondermijnden ze de grondslag van het absolutisme.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het verlicht denken uitleggen (rede, rationeel optimisme) en tonen hoe het op alle terreinen werd toegepast.
  • Examendoel: verlichte politieke ideeën (natuurrecht, volkssoevereiniteit, scheiding der machten) herkennen en hun invloed verklaren.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de verlichte idealen (vrijheid, gelijkheid) meteen voor iedereen golden; vrouwen, armen en tot slaaf gemaakten bleven vaak uitgesloten.
  • De Verlichting alleen aan wetenschap koppelen; het was juist de toepassing van de rede op godsdienst, politiek, economie én samenleving.

Actieve herhaling

Kies één verlicht idee (tolerantie, volkssoevereiniteit of scheiding der machten) en leg uit tegen welk bestaand gezag of welke praktijk het zich richtte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 7 (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het ancien régime en het verlicht absolutisme#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-7

Kernpunten

Ondanks de nieuwe ideeën bleef in het grootste deel van Europa de oude orde (het ancien régime) bestaan: een samenleving met een absolute vorst bovenaan en een standensamenleving eronder. In Afb. 3 zie je die standenpiramide. De eerste stand was de geestelijkheid, de tweede de adel; beide genoten voorrechten (privileges), zoals vrijstelling van veel belastingen en toegang tot hoge ambten. De derde stand — de overige bevolking, van rijke burgers tot arme boeren — vormde verreweg de meerderheid maar had de minste rechten en droeg de zwaarste lasten.

De standensamenleving van het ancien régime

Standensamenlevingpiramide, 3 niveaus, Gegevens: derde stand (burgers & boeren), adel (tweede stand), geestelijkheid (eerste stand)derde stand (burgers & boeren)verreweg de meerderheidadel (tweede stand)bevoorrechtgeestelijkheid (eerste stand)bevoorrechtVoorrechten voor de top, lasten voor de basis
Afb. 3Afb. 3 — De standenpiramide van het ancien régime: geestelijkheid en adel (bevoorrecht) boven een grote derde stand die de meeste lasten droeg en de minste rechten had.
De standensamenleving was gebaseerd op geboorte, niet op verdienste: in welke stand je werd geboren, bepaalde je rechten en plichten je leven lang. Deze ongelijkheid stond haaks op de verlichte idealen van gelijkheid en redelijkheid. Vooral in de derde stand groeide de onvrede: rijke, ontwikkelde burgers hadden geld en kennis maar geen politieke macht, terwijl de bevoorrechte standen weinig bijdroegen. Deze spanning tussen de oude standenorde en de nieuwe ideeën is een belangrijke oorzaak van de latere revoluties.
Sommige absolute vorsten probeerden hun bestuur op verlichte wijze vorm te geven; dit heet verlicht absolutisme (of verlicht despotisme). Zulke vorsten voerden van bovenaf hervormingen door die door de Verlichting waren geïnspireerd: meer godsdienstige verdraagzaamheid, verbeteringen in onderwijs, rechtspraak en bestuur, en soms verlichting van de lasten van boeren. Beroemd is de uitspraak dat de vorst „de eerste dienaar van de staat” zou zijn. De vorst bleef echter absoluut: hij deelde zijn macht niet, maar gebruikte verlichte ideeën om beter en efficiënter te regeren.
Het verlicht absolutisme laat de spanning van dit tijdvak goed zien: de oude machtsstructuur (het ancien régime) bleef bestaan, maar werd van binnenuit met nieuwe ideeën vermengd. De hervormingen waren beperkt en stuitten vaak op verzet van de bevoorrechte standen die hun privileges niet wilden opgeven. Waar hervorming van bovenaf tekortschoot of uitbleef, groeide de druk voor verandering van onderaf. Zo bereidt het voortbestaan van het ancien régime, met of zonder verlichte franje, de weg voor de democratische revoluties waarin de standenorde omver werd geworpen.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom de derde stand ontevreden was

Leg uit waarom juist in de derde stand grote ontevredenheid groeide, en hoe die botste met de verlichte idealen.

  1. 01Positie van de derde stand

    De derde stand was de overgrote meerderheid, maar had de minste rechten en droeg de zwaarste belastingen, terwijl geestelijkheid en adel bevoorrecht waren.

  2. 02Rijke burgers zonder macht

    Binnen de derde stand hadden ontwikkelde, welgestelde burgers geld en kennis, maar geen politieke invloed — een als onrechtvaardig ervaren tegenstelling.

  3. 03Botsing met verlichte idealen

    De op geboorte gebaseerde ongelijkheid stond haaks op de verlichte idealen van gelijkheid en redelijkheid, wat de onvrede voedde en de weg naar revolutie opende.

Resultaat: De derde stand droeg de lasten zonder rechten of macht; die op geboorte gebaseerde ongelijkheid botste met de verlichte idealen van gelijkheid en voedde de onvrede die tot revolutie leidde.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het ancien régime en de standensamenleving beschrijven (privileges, ongelijkheid naar geboorte).
  • Examendoel: het verlicht absolutisme uitleggen als hervorming van bovenaf zonder dat de vorst zijn absolute macht opgaf.

Veelgemaakte fouten

  • Verlicht absolutisme verwarren met democratie; de vorst bleef absoluut en deelde zijn macht niet, hij regeerde alleen „verlicht”.
  • De derde stand voorstellen als alleen arme boeren; er hoorden ook rijke, ontwikkelde burgers bij die geen politieke macht hadden.

Actieve herhaling

Leg uit wat verlicht absolutisme was en waarom de hervormingen van verlichte vorsten vaak beperkt bleven en op verzet stuitten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 7 (CvTE / Examenblad)

§ 03

Plantagekoloniën, slavenhandel en abolitionisme#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-7

Kernpunten

In de achttiende eeuw bouwden Europese landen hun overheersing overzee verder uit, vooral met plantagekoloniën in Amerika. Op grote plantages werden gewassen als suiker, koffie, tabak en katoen verbouwd voor de Europese markt. Dit arbeidsintensieve systeem draaide op dwangarbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Zo raakten drie werelddelen verbonden in de trans-Atlantische slavenhandel, die je in Afb. 4 als een driehoek ziet: van Europa naar Afrika, van Afrika naar Amerika, en van Amerika terug naar Europa.

De trans-Atlantische driehoekshandel

DriehoekshandelGraaf, Europa → West-Afrika, West-Afrika → Amerika (plantages), Amerika (plantages) → EuropaEuropaWest-AfrikaAmerika(plantages)wapens &goederentot slaafgemaaktensuiker,koffie, katoen
Afb. 4Afb. 4 — De driehoekshandel verbond drie werelddelen: Europese goederen naar Afrika, tot slaaf gemaakte mensen naar Amerika (de Middenpassage), en plantageproducten terug naar Europa.
Deze driehoekshandel werkte als volgt. Europese schepen brachten wapens, textiel en andere goederen naar West-Afrika en ruilden die tegen tot slaaf gemaakte mensen. Die werden onder mensonterende omstandigheden over de oceaan naar Amerika verscheept — de beruchte „Middenpassage”, waarbij velen de reis niet overleefden. In Amerika werden de overlevenden verkocht en op plantages tot dwangarbeid gezet; de plantageproducten gingen vervolgens naar Europa. De handel was voor Europese kooplieden en havensteden buitengewoon winstgevend en verweven met de bredere wereldeconomie.
De slavenhandel en slavernij waren een systeem van grootschalig geweld en ontmenselijking. Mensen werden als handelswaar behandeld, van hun vrijheid, familie en cultuur beroofd, en aan willekeur en uitbuiting overgeleverd. Het is belangrijk dit te benoemen zonder eromheen te draaien: de welvaart die dit deel van de wereldeconomie opleverde, was gebouwd op het lijden van miljoenen tot slaaf gemaakte mensen. Op het examen wordt van je verwacht dat je dit systeem accuraat en met tijd- en plaatsbesef beschrijft.
In dezelfde eeuw ontstond ook verzet tegen de slavernij: het abolitionisme, de beweging die de afschaffing (abolitie) van slavenhandel en slavernij nastreefde. Geïnspireerd door verlichte idealen van vrijheid en gelijkheid, en door religieuze en morele bezwaren, begonnen abolitionisten campagne te voeren. Ook de tot slaaf gemaakten zelf verzetten zich, met opstanden en ontsnappingen. De afschaffing zelf zou pas in het volgende tijdvak (de negentiende eeuw) plaatsvinden, maar de opkomst van het abolitionisme in de achttiende eeuw toont dat de verlichte idealen ook tegen de slavernij konden worden ingezet.
Uitgewerkt voorbeeld

De driehoekshandel verklaren

Beschrijf de drie zijden van de trans-Atlantische driehoekshandel en leg uit waarom deze handel voor Europese kooplieden zo winstgevend was.

  1. 01Europa → Afrika

    Europese schepen brachten goederen (wapens, textiel) naar West-Afrika en ruilden die tegen tot slaaf gemaakte mensen.

  2. 02Afrika → Amerika

    De tot slaaf gemaakten werden onder mensonterende omstandigheden naar Amerika verscheept (de Middenpassage) en daar verkocht voor de plantages.

  3. 03Amerika → Europa

    De plantageproducten (suiker, koffie, katoen) gingen naar Europa. Op elke zijde werd winst gemaakt, wat de handel uiterst winstgevend maakte — maar gebouwd op dwang en lijden.

Resultaat: Goederen naar Afrika, tot slaaf gemaakten naar Amerika, plantageproducten naar Europa: op elke schakel werd winst gemaakt, wat de handel zeer winstgevend maakte — ten koste van miljoenen tot slaaf gemaakte mensen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de plantagekoloniën en de trans-Atlantische slavenhandel (driehoekshandel) beschrijven en verklaren.
  • Examendoel: de opkomst van het abolitionisme uitleggen en koppelen aan verlichte en morele idealen.

Veelgemaakte fouten

  • De slavenhandel afstandelijk of eufemistisch beschrijven; benoem het geweld en de ontmenselijking accuraat.
  • Denken dat de slavernij in de achttiende eeuw al werd afgeschaft; het abolitionisme kwam toen op, maar de afschaffing volgde pas in de negentiende eeuw.

Actieve herhaling

Leg uit hoe dezelfde verlichte idealen die het absolutisme ondermijnden, ook tegen de slavernij konden worden ingezet (het abolitionisme), en waarom de afschaffing toch nog lang op zich liet wachten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 7 (CvTE / Examenblad)

§ 04

De democratische revoluties#

●●●VerdiepingLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-7

Kernpunten

Aan het einde van de achttiende eeuw braken democratische revoluties uit, waarin verlichte idealen in praktijk werden gebracht tegen het ancien régime. In de Amerikaanse Revolutie (vanaf 1776) maakten de dertien koloniën zich los van Groot-Brittannië en stichtten ze een republiek met een grondwet en grondrechten. In de Franse Revolutie (vanaf 1789) wierpen de Fransen de absolute monarchie en de standensamenleving omver. In Afb. 5 staan de oorzaken van de Franse Revolutie bij elkaar. Ook in de Republiek vond met de Bataafse Revolutie (1795) zo'n omwenteling plaats.

Oorzaken van de Franse Revolutie

Waarom de Franse RevolutieGraaf, verlichte ideeën → Franse Revolutie, standenongelijkheid → Franse Revolutie, financiële crisis → Franse Revolutie, voorbeeld Amerika → Franse Revolutie, Franse Revolutie → grondwet & grondrechtenverlichte ideeënstandenongelijkheidfinanciëlecrisisvoorbeeldAmerikaFranse Revolutiegrondwet &grondrechten
Afb. 5Afb. 5 — Vier oorzaken kwamen samen in de Franse Revolutie: verlichte ideeën, de ongelijkheid van de standensamenleving, een financiële crisis en het voorbeeld van Amerika; het resultaat was een grondwet met grondrechten.
De oorzaken van de Franse Revolutie waren meervoudig en versterkten elkaar. De verlichte ideeën leverden het gedachtegoed (gelijkheid, volkssoevereiniteit, rechten). De standensamenleving zorgde voor diepe ongelijkheid en onvrede in de derde stand. Een zware financiële crisis van de staat maakte belastinghervorming noodzakelijk, wat de tegenstellingen op scherp zette. En het voorbeeld van de geslaagde Amerikaanse Revolutie liet zien dat verandering mogelijk was. Deze oorzaken kwamen samen tot een explosie.
De revoluties brachten grondwetten, grondrechten en een nieuw begrip van staatsburgerschap. In Frankrijk verklaarde men in 1789 in de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger dat mensen vrij en gelijk in rechten zijn; de macht ging uit van de natie, niet van de koning bij Gods gratie. Een grondwet legde de organisatie van de staat en de rechten van burgers vast en bond zo de macht aan regels. Het idee dat inwoners geen onderdanen maar burgers met rechten en plichten zijn, is een blijvende erfenis van deze revoluties.
De democratische revoluties zijn een keerpunt in de geschiedenis. Ze verplaatsten de bron van gezag van de vorst naar het volk, en zetten de discussie over grondrechten, gelijkheid en burgerschap op de kaart die tot vandaag doorloopt. Tegelijk verliep de verwezenlijking moeizaam en gewelddadig, en golden de nieuwe rechten aanvankelijk lang niet voor iedereen (vrouwen en tot slaaf gemaakten bleven vaak uitgesloten). De revoluties markeren het einde van dit tijdvak en de overgang naar de negentiende eeuw, waarin de nieuwe idealen én de industriële revolutie de samenleving verder zouden omvormen.
Uitgewerkt voorbeeld

Verlichte ideeën in de praktijk

Leg uit hoe de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (1789) verlichte ideeën in praktijk bracht en met het ancien régime brak.

  1. 01Verlichte ideeën

    De Verlichting had gesteld dat mensen van nature rechten hebben en dat de macht van het volk uitgaat (natuurrecht, volkssoevereiniteit).

  2. 02Wat de Verklaring deed

    De Verklaring stelde dat mensen vrij en gelijk in rechten zijn en dat het gezag van de natie uitgaat — precies die verlichte idealen, nu als grondbeginsel vastgelegd.

  3. 03Breuk met het ancien régime

    Dit brak met de standensamenleving (ongelijkheid naar geboorte) en met het goddelijk recht van de koning: inwoners werden burgers met rechten, geen onderdanen.

Resultaat: De Verklaring legde de verlichte idealen van vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit vast als grondbeginsel, en brak zo met de standenongelijkheid en het goddelijk recht van het ancien régime.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de democratische revoluties verklaren uit hun oorzaken (verlichte ideeën, ongelijkheid, crisis, voorbeeld) en hun samenhang.
  • Examendoel: de gevolgen benoemen: grondwetten, grondrechten en een nieuw begrip van staatsburgerschap.

Veelgemaakte fouten

  • De Franse Revolutie uit één oorzaak verklaren; het was juist de samenloop van ideeën, ongelijkheid, financiële crisis en voorbeeld.
  • Denken dat de nieuwe grondrechten meteen voor iedereen golden; vrouwen en tot slaaf gemaakten bleven aanvankelijk uitgesloten.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de democratische revoluties een keerpunt zijn in de verhouding tussen macht en burger, en noem één blijvende erfenis en één beperking van deze revoluties.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 7 (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De Verlichting◐
    • 02Het ancien régime en het verlicht absolutisme◐
    • 03Plantagekoloniën, slavenhandel en abolitionisme◐
    • 04De democratische revoluties●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van pruiken en revoluties (1700-1800)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 7

Vorig onderwerp

Tijd van regenten en vorsten (1600-1700)

Volgend onderwerp

Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.