EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van jagers en boeren (prehistorie)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · VWO

Tijd van jagers en boeren (prehistorie)

Het eerste tijdvak loopt van de vroegste mensen tot ongeveer 3000 v.Chr. en heet de prehistorie omdat er nog geen schrift was. De kenmerkende aspecten zijn de levenswijze van rondtrekkende jagers-verzamelaars, de agrarische revolutie waarbij mensen landbouw gingen bedrijven, en het ontstaan van de eerste landbouwstedelijke samenlevingen. De overgang van jagen naar boeren is een van de grootste omwentelingen uit de geschiedenis: ze legde de basis voor vaste woonplaatsen, bevolkingsgroei, bezit en sociale verschillen.

3 Onderdelen·~10 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0333 / 16
Examenprofiel
De levenswijze van jagers-verzamelaars beschrijven en verklaren waarom die nomadisch was.De agrarische (neolithische) revolutie uitleggen: oorzaken, kenmerken en gevolgen.Het ontstaan van de eerste landbouwstedelijke samenlevingen en van het schrift verklaren.Redeneren met ongeschreven bronnen (archeologie), want de prehistorie kent geen schriftelijke bronnen.
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarberedeneervergelijk

basisniveau

Voor iedereen: de levenswijze van jagers-verzamelaars, de agrarische revolutie en de eerste steden zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 1.

verhoogd niveau

Verdieping: de gevolgen van de landbouw (bezit, sociale gelaagdheid, staatsvorming) als lange lijn koppelen aan latere tijdvakken en de betrouwbaarheid van archeologische bronnen wegen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Tijd van jagers en boeren (prehistorie)
    • 01Jagers-verzamelaars en de prehistorie○
    • 02De agrarische (neolithische) revolutie◐
    • 03De eerste landbouwstedelijke samenlevingen en het schrift◐
§ 01

Jagers-verzamelaars en de prehistorie#

●○○BasisLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-1

Kernpunten

Verreweg het grootste deel van de menselijke geschiedenis leefden mensen als jagers-verzamelaars: ze jaagden op wild, visten en verzamelden vruchten, noten, wortels en eieren. Omdat het voedsel per seizoen op een andere plek te vinden was en een gebied snel uitgeput raakte, waren deze mensen nomadisch — ze trokken voortdurend rond in kleine groepen van enkele tientallen personen. Bezit was een last als je alles moest meedragen, dus mensen hadden weinig eigendom en er waren nauwelijks grote verschillen in rijkdom of macht. In Afb. 1 staan de levenswijzen van jagers en boeren naast elkaar; de linkerkolom vat het rondtrekkende bestaan samen.

Jagers-verzamelaars en boeren vergeleken

Twee levenswijzenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: kenmerk · jagers-verzamelaars · boeren (na de landbouw); woonwijze · nomadisch, rondtrekkend · sedentair, vaste woonplaats; voedsel · jagen, vissen, verzamelen · verbouwen en vee houden; groepsgrootte · klein (enkele tientallen) · groeiend, dorpen en steden; bezit en verschil · weinig bezit, weinig verschil · voorraden, bezit, sociale verschillen, gemarkeerde cel: sedentair, vaste woonplaatsKENMERKJAGERS-VERZAMELAARSBOEREN (NA DELANDBOUW)woonwijzenomadisch, rondtrekkendsedentair, vaste woonplaatsvoedseljagen, vissen, verzamelenverbouwen en vee houdengroepsgrootteklein (enkele tientallen)groeiend, dorpen en stedenbezit en verschilweinig bezit, weinigverschilvoorraden, bezit, socialeverschillen
Afb. 1Afb. 1 — De overgang van jagen naar boeren veranderde bijna alles: van rondtrekken naar vaste woonplaats, van kleine naar grotere groepen, van weinig naar meer bezit en verschil.
Deze periode heet de prehistorie, letterlijk „vóór de geschiedenis”, omdat er nog geen schrift bestond en er dus geen geschreven bronnen zijn. Alles wat we over deze mensen weten, komt uit ongeschreven bronnen: opgegraven botten, stenen werktuigen, houtskoolresten, grafheuvels en grotschilderingen, bestudeerd door archeologen. Dat maakt de kennis onvermijdelijk indirect en soms onzeker — je moet uit een vuurplaats en wat afvalbotten afleiden wat mensen aten en hoe ze leefden. Het besef dat de prehistorie op ongeschreven bronnen leunt, is meteen een oefening in bronkritiek: de betrouwbaarheid is beperkt en veel blijft gissen.
De mens ontwikkelde in deze lange periode belangrijke vaardigheden. Het beheersen van vuur maakte koken, warmte en bescherming mogelijk; het maken van steeds fijnere stenen werktuigen (waarnaar de oude en midden-steentijd zijn genoemd) vergrootte de greep op de omgeving; en taal maakte samenwerking en het doorgeven van kennis mogelijk. De mens verspreidde zich vanuit Afrika over vrijwel de hele wereld, en paste zich aan zeer uiteenlopende klimaten aan, van savanne tot ijstijdtoendra. Deze aanpassingen maakten de mens tot een uitzonderlijk flexibele soort.
De levenswijze van jagers-verzamelaars was verrassend duurzaam en niet per se armoedig. Onderzoek naar nog bestaande verzamelaarsgemeenschappen laat zien dat men vaak met beperkte arbeid genoeg voedsel bemachtigde en veel vrije tijd had. Toch bleef de bevolking klein, want een rondtrekkend bestaan met borstvoeding en schaars voedsel remde de bevolkingsgroei. Juist die begrenzing werd doorbroken toen mensen op sommige plaatsen zelf voedsel gingen verbouwen — de agrarische revolutie die het volgende onderdeel behandelt en die de hele verdere geschiedenis in gang zette.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom jagers-verzamelaars rondtrokken

Leg met een oorzaak-gevolgredenering uit waarom jagers-verzamelaars een nomadisch bestaan leidden en waarom hun groepen klein bleven.

  1. 01Oorzaak: voedselbron

    Hun voedsel (wild, vis, vruchten) was niet op één plek geconcentreerd en raakte plaatselijk snel uitgeput; om te blijven eten moesten ze het volgen.

  2. 02Gevolg: nomadisme

    Daarom trokken ze rond en bouwden ze geen vaste, blijvende nederzettingen; bezit was onhandig want alles moest mee.

  3. 03Gevolg: kleine groepen

    Een gebied kon maar een beperkt aantal mensen voeden (draagkracht), dus de groepen bleven klein en de bevolking groeide traag.

Resultaat: Omdat het voedsel verspreid en uitputtelijk was, moesten jagers-verzamelaars rondtrekken; de beperkte draagkracht van hun gebied hield de groepen klein.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de levenswijze van jagers-verzamelaars beschrijven (nomadisch, kleine groepen, weinig bezit) en verklaren uit hun voedselvoorziening.
  • Examendoel: begrijpen waarom de prehistorie op ongeschreven (archeologische) bronnen leunt en wat dat voor de kennis betekent.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat jagers-verzamelaars „primitief” en voortdurend hongerig waren; hun levenswijze was juist duurzaam en efficiënt voor kleine groepen.
  • De prehistorie als een korte periode zien; ze beslaat verreweg het grootste deel van de menselijke geschiedenis.

Actieve herhaling

Een archeoloog vindt een prehistorische kampplaats met visgraten, verbrande botten en verplaatsbare werktuigen, maar geen huizen. Leg uit welke conclusies over de levenswijze je hieruit mag trekken en welke onzeker blijven.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 1 (CvTE / Examenblad)

§ 02

De agrarische (neolithische) revolutie#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-1

Kernpunten

Vanaf ongeveer 10.000 v.Chr. gingen mensen in het Midden-Oosten — vooral in de zogeheten Vruchtbare Halvemaan — over van verzamelen naar zelf voedsel verbouwen. Ze domesticeerden wilde planten (tarwe, gerst) en dieren (schapen, geiten, later runderen): ze selecteerden en kweekten de exemplaren die het meeste opleverden of het makkelijkst te houden waren. Deze overgang heet de agrarische of neolithische revolutie. Het woord „revolutie” slaat niet op snelheid — de omslag duurde vele eeuwen — maar op de diepte van de verandering: het was een van de grootste omwentelingen in de menselijke geschiedenis.
De landbouw ontstond niet op één plek en verspreidde zich niet in één richting. In verschillende delen van de wereld begon men onafhankelijk met verbouwen (rijst in China, mais in Midden-Amerika), en vandaar verspreidde de landbouw zich geleidelijk. In de Lage Landen bereikten de eerste boeren ongeveer 5300 v.Chr. het lössgebied van Zuid-Limburg. De verbreiding verliep dus traag en ongelijk; jagers-verzamelaars en boeren leefden lange tijd naast elkaar, en niet elke groep koos meteen voor het boerenbestaan.
De gevolgen van de landbouw waren enorm, en de meeste waren onbedoeld. Omdat je een akker moest verzorgen en oogst moest bewaren, gingen mensen op een vaste plek wonen (sedentair). Vaste woonplaatsen en een voorspelbaarder voedselvoorziening maakten grotere gezinnen en snellere bevolkingsgroei mogelijk. Voedseloverschotten konden worden opgeslagen, waardoor niet iedereen meer voedsel hoefde te produceren en er arbeidsverdeling ontstond: sommigen werden pottenbakker, smid of priester. In Afb. 2 zie je deze keten van gevolgen — van landbouw via vaste woonplaats en overschot naar arbeidsverdeling en sociale verschillen.

Gevolgen van de agrarische revolutie

Van akker naar samenlevingGraaf, landbouw → vaste woonplaats, landbouw → voedseloverschot, vaste woonplaats → bevolkingsgroei, voedseloverschot → arbeidsverdeling, arbeidsverdeling → bezit en sociale verschillen, bevolkingsgroei → bezit en sociale verschillenlandbouwvaste woonplaatsvoedseloverschotbevolkingsgroeiarbeidsverdelingbezit en socialeverschillen
Afb. 2Afb. 2 — De landbouw zette een keten van (grotendeels onbedoelde) gevolgen in gang: vaste woonplaats, overschot, arbeidsverdeling en uiteindelijk bezit en sociale gelaagdheid.
Met overschot en arbeidsverdeling ontstonden ook bezit en sociale verschillen. Wie voorraden en land bezat, kon rijker en machtiger worden dan anderen; er kwamen leiders, en de samenleving werd gelaagd. Niet alle gevolgen waren positief: vaste nederzettingen met opgeslagen voedsel trokken ongedierte en ziekten aan, het dieet werd eenzijdiger, en een misoogst kon nu een hongersnood veroorzaken. De landbouw bracht dus meer mensen en meer complexiteit, maar ook nieuwe kwetsbaarheden — een genuanceerd beeld dat je op het examen moet kunnen geven in plaats van „de landbouw was pure vooruitgang”.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom „revolutie” ondanks de traagheid

De agrarische revolutie duurde vele eeuwen. Leg uit waarom historici toch van een „revolutie” spreken en noem twee onbedoelde gevolgen van de landbouw.

  1. 01Betekenis van revolutie

    „Revolutie” verwijst hier naar de diepte en reikwijdte van de verandering, niet naar de snelheid: bijna elk aspect van het menselijk bestaan (wonen, voedsel, bezit, samenleving) veranderde ingrijpend.

  2. 02Onbedoeld gevolg 1

    Sociale verschillen: doordat sommigen voorraden en land bezaten, ontstond ongelijkheid die niemand had gepland.

  3. 03Onbedoeld gevolg 2

    Ziekten en kwetsbaarheid: vaste nederzettingen en veeteelt brachten nieuwe ziekten, en een misoogst kon nu tot hongersnood leiden.

Resultaat: Het heet een revolutie om de diepte van de verandering, niet de snelheid; onbedoelde gevolgen waren onder meer groeiende sociale ongelijkheid en nieuwe ziekten en hongerrisico's.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de agrarische revolutie uitleggen als overgang van jagen/verzamelen naar landbouw, met domesticatie als kern.
  • Examendoel: de gevolgen (sedentair leven, overschot, arbeidsverdeling, bezit, sociale verschillen) benoemen en als keten verklaren.

Veelgemaakte fouten

  • „Revolutie” opvatten als een snelle omwenteling; de overgang naar landbouw duurde eeuwen.
  • De landbouw eenzijdig als vooruitgang zien en de onbedoelde nadelen (ziekten, ongelijkheid, hongerrisico) vergeten.

Actieve herhaling

Leg uit hoe voedseloverschot en arbeidsverdeling met elkaar samenhangen, en waarom juist die samenhang de weg opende naar steden en een gelaagde samenleving.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 1 (CvTE / Examenblad)

§ 03

De eerste landbouwstedelijke samenlevingen en het schrift#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-1

Kernpunten

Waar de landbouw grote overschotten opleverde — vooral in de vruchtbare rivierdalen van de Eufraat en Tigris (Mesopotamië) en later de Nijl — groeiden dorpen uit tot de eerste steden. Zulke landbouwstedelijke samenlevingen ontstonden vanaf ongeveer 3500 v.Chr. Ze konden bestaan doordat boeren méér voedsel produceerden dan ze zelf nodig hadden, zodat een deel van de bevolking in de stad kon wonen en andere taken kon vervullen: ambachtslieden, handelaren, priesters, bestuurders en soldaten. In Afb. 3 staan de belangrijkste momenten van deze overgang op een tijdbalk.

Van landbouw naar de eerste steden en het schrift

Prehistorie: mijlpalenTijdlijn van -10000 tot -3000, -10000: landbouw begint, -5300: boeren in Lage Landen, -3500: eerste steden, -3300: schrift (Sumerië), -10000–-3500: verspreiding landbouw, -3500–-3000: landbouwstedelijke samenlevingen−3000jaar (v.Chr.)verspreidinglandbouwlandbouwstedelijkesamenlevingen−10000landbouw begint−5300boeren in LageLanden−3500eerste steden−3300schrift(Sumerië)
Afb. 3Afb. 3 — Mijlpalen van tijdvak 1 (jaartallen v.Chr.). De uitvinding van het schrift omstreeks 3300 v.Chr. markeert de overgang van prehistorie naar geschiedenis.
Deze eerste steden waren sociaal sterk gelaagd. Bovenaan stonden koningen en priesters, die de opgeslagen overschotten en de tempels beheerden; daaronder ambtenaren, soldaten, ambachtslieden en handelaren; onderaan boeren en slaven. Er ontstond dus een duidelijke maatschappelijke ordening met macht, rijkdom en religie geconcentreerd bij een kleine bovenlaag. De stad werd het centrum van bestuur en geloof, met monumentale bouwwerken zoals tempeltorens (ziggoerats) als zichtbaar teken van die macht.
In deze samenlevingen ontstond omstreeks 3300 v.Chr. in Sumerië het schrift, aanvankelijk om voorraden, belastingen en handel te administreren. Het spijkerschrift op kleitabletten en, in Egypte, de hiërogliefen maakten het mogelijk informatie vast te leggen en over te dragen. De uitvinding van het schrift is de conventionele grens tussen prehistorie en geschiedenis: vanaf dat moment zijn er geschreven bronnen. Het is veelzeggend dat het schrift niet begon met poëzie of geschiedschrijving maar met boekhouding — het was een gevolg van de economische complexiteit van de stad.
Met steden, sociale gelaagdheid, bestuur en schrift waren de bouwstenen gelegd van wat historici een beschaving of staat noemen. Deze eerste staten in Mesopotamië en Egypte vormen de brug naar het volgende tijdvak, de tijd van Grieken en Romeinen, waarin de oudheid met haar stadstaten en rijken volop tot ontwikkeling komt. De lange lijn is duidelijk: uit de landbouw kwamen overschotten, uit overschotten steden en gelaagdheid, en uit de behoefte die complexiteit te beheren het schrift en de staat — een keten die de rest van de geschiedenis mogelijk maakte.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom het schrift juist in een stad ontstond

Leg uit waarom het schrift ontstond in de eerste landbouwstedelijke samenlevingen en niet bij jagers-verzamelaars, en waarom de uitvinding als grens tussen prehistorie en geschiedenis geldt.

  1. 01Behoefte in de stad

    Steden met overschotten, handel, belasting en bestuur vergden administratie; het schrift ontstond om voorraden en transacties vast te leggen.

  2. 02Waarom niet bij jagers

    Jagers-verzamelaars hadden geen overschotten, geen belasting en geen complexe organisatie, dus geen behoefte aan schriftelijke administratie.

  3. 03Grens prehistorie/geschiedenis

    Vanaf de uitvinding van het schrift zijn er geschreven bronnen; daarom noemt men de tijd vóór het schrift „prehistorie” en de tijd erna „geschiedenis”.

Resultaat: Het schrift ontstond uit de administratieve behoefte van de complexe stad; omdat het geschreven bronnen mogelijk maakte, geldt de uitvinding als de grens tussen prehistorie en geschiedenis.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het ontstaan van de eerste landbouwstedelijke samenlevingen verklaren uit voedseloverschot en arbeidsverdeling.
  • Examendoel: de uitvinding van het schrift plaatsen en uitleggen waarom die de grens prehistorie/geschiedenis markeert.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat het schrift begon met literatuur; het begon met boekhouding en bestuur.
  • De eerste steden als egalitair voorstellen; ze waren juist sterk sociaal gelaagd met macht bij een kleine bovenlaag.

Actieve herhaling

Leg in een korte redenering uit hoe voedseloverschot, arbeidsverdeling, steden, sociale gelaagdheid en schrift met elkaar samenhangen als één keten van tijdvak 1.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 1 (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Jagers-verzamelaars en de prehistorie○
    • 02De agrarische (neolithische) revolutie◐
    • 03De eerste landbouwstedelijke samenlevingen en het schrift◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van jagers en boeren (prehistorie)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 1

Vorig onderwerp

De tien tijdvakken en kenmerkende aspecten

Volgend onderwerp

Tijd van Grieken en Romeinen (oudheid)

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.