EuraStudy
Samenvattingen/Fries/Woordenschat (wurdskat)
Samenvattingen · FriesNL · VWO

Woordenschat (wurdskat)

Woordenschat (wurdskat) is geen apart examendomein, maar een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid: zonder voldoende Friese woordkennis kun je geen tekst begrijpen, geen gesprek voeren en niet schrijven. Vooral bij het centraal examen leesvaardigheid is woordbetekenis-in-context cruciaal. Dit onderwerp behandelt strategieën om woordbetekenis af te leiden, de opvallende verwantschap van het Fries met het Engels (cognaten als tsiis/cheese), valse vrienden tussen Fries en Nederlands, en Fries idioom.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0333 / 13
Examenprofiel
Woordenschat als voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid (herhaling en uitbreiding), niet als apart examendomeinDe betekenis van onbekende Friese woorden afleiden uit context en woordvorming (essentieel voor het CE leesvaardigheid)Cognaten en valse vrienden Fries–Nederlands(–Engels) herkennenFries idioom, spreekwoorden en vaste uitdrukkingen begrijpen en gebruiken
Operatoren:leid afverklaaromschrijfvertaalgebruik

basisniveau

Woordenschat is geen apart toetsonderdeel, maar bepaalt je succes bij alle domeinen — vooral bij het CE lezen, waar je woordbetekenis uit de context moet halen.

verhoogd niveau

Op vwo-niveau kom je zeldzamere en abstractere Friese woorden tegen; het loont om systematisch idioom en woordvormingspatronen te leren.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Woordenschat (wurdskat)
    • 01Woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid○
    • 02Woordbetekenis afleiden uit context en woordvorming◐
    • 03Cognaten en valse vrienden: Fries, Engels en Nederlands◐
    • 04Idioom, spreekwoorden en vaste uitdrukkingen●
§ 01

Woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid#

●○○BasisLPexamenblad-fries-vwo-domein-A

Kernpunten

Woordenschat is bij Fries — net als grammatica — geen apart examendomein en er is geen los woordjestoetsonderdeel. Toch is woordenschat misschien wel de meest bepalende vaardigheid van allemaal, want ze is de voorwaarde voor alle andere. Afb. 1 laat zien hoe woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid alle domeinen voedt: je hebt haar nodig om te lezen (domein A, het CE), te luisteren (B1), te spreken en gesprekken te voeren (B2, B3) en te schrijven (C). Wie te weinig Friese woorden kent, loopt in élk domein vast.

Afb. 1 — Woordenschat voedt alle domeinen

Voorwaardelijke vaardigheidGraaf, woordenschat (wurdskat) → lezen (CE, domein A), woordenschat (wurdskat) → luisteren (B1), woordenschat (wurdskat) → spreken (B2), woordenschat (wurdskat) → gesprek voeren (B3), woordenschat (wurdskat) → schrijven (C)woordenschat(wurdskat)lezen (CE,domein A)luisteren (B1)spreken (B2)gesprek voeren(B3)schrijven (C)
Afb. 1Woordenschat is een voorwaardelijke vaardigheid: ze is geen apart domein, maar maakt lezen, luisteren, spreken, gesprekken voeren en schrijven mogelijk.
Bij het centraal examen leesvaardigheid is woordenschat het meest zichtbaar. De syllabus rekent het afleiden van woordbetekenis in context uitdrukkelijk tot de leesvaardigheid: je krijgt geen woordenlijst, maar moet de betekenis van onbekende woorden uit de tekst halen. Sommige examenvragen toetsen dit rechtstreeks („Wat betsjut it wurd X yn dizze kontekst?”, Wat betekent het woord X in deze context?). Een grote, actieve woordenschat maakt het examen niet alleen makkelijker maar ook sneller: je hoeft minder te puzzelen en houdt tijd over.
Een deel van je Friese woordenschat is herhaling uit de onderbouw en uit je omgeving, zeker als je met Fries opgroeit; een ander deel breid je in de bovenbouw doelbewust uit. Het loont om woorden niet los te leren, maar in samenhang: per thema (bijvoorbeeld onderwijs, natuur, politiek), per woordfamilie (grondwoord plus afleidingen) en met de context waarin je ze tegenkwam. Wie een woord in een betekenisvol verband leert, onthoudt het beter en kan het ook zelf gebruiken — passieve herkenning wordt zo actieve beheersing.
Het onderscheid tussen passieve en actieve woordenschat is belangrijk. Je passieve woordenschat (woorden die je herkent en begrijpt) is altijd groter dan je actieve (woorden die je zelf gebruikt). Voor lezen en luisteren volstaat een grote passieve woordenschat; voor spreken en schrijven heb je een actieve nodig. Door woorden die je herkent bewust ook zelf te gaan gebruiken — in je spreken en schrijven — verschuif je ze van passief naar actief. Zo werkt je woordenschat je bij álle examendomeinen in de kaart, van het lezen in het CE tot het schrijven in het SE.
Uitgewerkt voorbeeld

Passief woord actief maken

Je herkent het Friese woord „ferbjustere” wel (je begrijpt dat het iets als 'verbijsterd' betekent) maar gebruikt het nooit zelf. Hoe maak je het actief?

  1. 01Betekenis vastleggen

    „Ferbjustere” betekent verbijsterd, verbaasd, van slag. Noteer de betekenis en de woordfamilie: „ferbjustering” (verbijstering).

  2. 02In eigen zinnen gebruiken

    Maak twee eigen zinnen: „Ik wie ferbjustere doe't ik it hearde.” (Ik was verbijsterd toen ik het hoorde.)

  3. 03Herhalen in gebruik

    Gebruik het woord bewust in je volgende spreek- of schrijfoefening, zodat het van passief naar actief schuift.

Resultaat: Door de betekenis vast te leggen, het woord in eigen zinnen te gebruiken en het bewust te herhalen in spreken en schrijven, verschuift „ferbjustere” van je passieve naar je actieve woordenschat — precies wat voor de productieve domeinen (spreken, schrijven) nodig is.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat woordenschat geen apart domein is maar een voorwaardelijke vaardigheid die vooral bij het CE lezen (woordbetekenis in context) rechtstreeks meetelt.
  • Examendoel: woorden in samenhang (thema, woordfamilie, context) leren en passieve woordenschat omzetten in actieve.

Veelgemaakte fouten

  • Woorden als losse rijtjes uit het hoofd leren. Woorden in context en in woordfamilies leren beklijft beter en maakt actief gebruik mogelijk.
  • Denken dat woordenschat 'niet telt' omdat het geen apart domein is. Juist bij het CE lezen bepaalt je woordkennis rechtstreeks of je de tekst begrijpt.

Actieve herhaling

Lees een Friestalig artikel en noteer tien woorden die je niet actief zou durven gebruiken. Zoek per woord de betekenis, plaats het in een eigen zin, en groepeer de tien woorden in twee of drie thema's.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus Fries VWO — domein A, woordbetekenis in context (CvTE / Examenblad)

§ 02

Woordbetekenis afleiden uit context en woordvorming#

●●○StandaardLPexamenblad-fries-vwo-domein-A

Kernpunten

Omdat je in het examen geen woordenlijst krijgt, is het afleiden van woordbetekenis uit context een sleutelstrategie. Afb. 2 vat de bronnen samen waaruit je de betekenis van een onbekend woord kunt halen: de zin eromheen, de woordvorming, en de verwantschap met andere talen. Vaak hoef je een woord niet exact te kennen om de tekst te begrijpen — een globaal begrip volstaat om de vraag te beantwoorden. Raak dus niet in paniek bij een onbekend woord, maar zet deze strategieën in.

Afb. 2 — Drie bronnen voor woordbetekenis

Woordbetekenis afleidenGraaf, context (zin, signaalwoorden) → betekenis van het woord, woordvorming (delen, affixen) → betekenis van het woord, taalverwantschap (NL, Engels) → betekenis van het woordcontext (zin,signaalwoorden)woordvorming(delen, affixen)taalverwantschap(NL, Engels)betekenis vanhet woord
Afb. 2Uit drie bronnen leid je de betekenis van een onbekend Fries woord af: de context, de woordvorming (delen, voor- en achtervoegsels) en de verwantschap met Nederlands en Engels.
De belangrijkste bron is de context: de zin en de zinnen eromheen sturen de betekenis. Een onbekend woord staat nooit alleen; het staat in een verband van oorzaak, tegenstelling of voorbeeld dat je op weg helpt. Als er staat „Troch de drûchte ferpiitere de plant” (Door de droogte … de plant), dan verraadt „droogte” plus „plant” dat „ferpiitere” iets als verdorren/verpieteren betekent — ook zonder het woord te kennen. Let daarbij op signaalwoorden: een voorbeeld („sa as …”) of een uitleg na een dubbele punt geeft de betekenis vaak cadeau.
De tweede bron is de woordvorming: veel Friese woorden zijn opgebouwd uit bekende delen. Een samenstelling ontleed je in haar delen („skoalreis” = skoalle + reis = schoolreis; „taalgebrûk” = taal + gebrûk = taalgebruik). Een afleiding herken je aan haar voor- of achtervoegsel: „ûn-” betekent 'on-' (ûnmooglik = onmogelijk), „-leas” betekent '-loos' (wurkleas = werkloos), „- heid/-ens” maakt een zelfstandig naamwoord (frijheid = vrijheid). Wie de bouwstenen kent, ontsleutelt talloze afgeleide woorden zonder ze los te hebben geleerd.
De derde bron is de verwantschap met andere talen. Het Fries lijkt op het Nederlands, maar verrassend vaak ook op het Engels — soms méér dan op het Nederlands. Een Fries woord dat je niet uit het Nederlands herkent, herken je soms uit het Engels: „kaai” lijkt niet op „sleutel” maar wél op het Engelse „key”. Deze drie bronnen — context, woordvorming en taalverwantschap — gebruik je vaak tegelijk: je gokt op grond van de vorm en toetst je gok aan de context. Die combinatie is de betrouwbaarste manier om onbekende woorden de baas te blijven.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend woord ontsleutelen

In een tekst staat: „De gemeente wol de leefberens fan de doarpen fergrutsje.” (De gemeente wil de … van de dorpen vergroten.) Wat betekent „leefberens”, en hoe leid je dat af?

  1. 01Woordvorming ontleden

    „leefberens” = „leef” (leven/leefbaar) + „- berens”, waarin „-ber” het achtervoegsel '-baar' is en „-ens” een zelfstandig naamwoord maakt. Vergelijk „leefbaarheid”.

  2. 02Context toetsen

    De gemeente wil iets van de dorpen 'vergroten'; leefbaarheid vergroten past logisch in een zin over dorpen en beleid.

  3. 03Betekenis vaststellen

    „leefberens” = leefbaarheid.

Resultaat: „Leefberens” betekent leefbaarheid. Je leidt het af uit de woordvorming (leef + -ber + -ens ≈ leefbaar + -heid) en toetst dat aan de context (de gemeente wil de leefbaarheid van de dorpen vergroten). Woordvorming en context samen geven de betekenis.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de betekenis van een onbekend Fries woord afleiden uit de context (het omringende verband en signaalwoorden).
  • Examendoel: woordvorming (samenstelling, voor- en achtervoegsels) en taalverwantschap gebruiken om onbekende woorden te ontsleutelen.

Veelgemaakte fouten

  • Bij een onbekend woord blokkeren in plaats van de betekenis af te leiden. Een globaal begrip uit de context volstaat vaak om de vraag te beantwoorden.
  • Alleen naar het Nederlands kijken. Een Fries woord dat niet op het Nederlands lijkt, lijkt soms wél op het Engels (kaai/key, tsjerke/church).

Actieve herhaling

Zoek in een Friese tekst vijf woorden die je niet meteen kent. Bepaal per woord de betekenis via context, via woordvorming (ontleed samenstellingen en afleidingen) of via verwantschap, en noteer welke bron je gebruikte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus Fries VWO — domein A, woordbetekenis in context (CvTE / Examenblad)

§ 03

Cognaten en valse vrienden: Fries, Engels en Nederlands#

●●○StandaardLPexamenblad-fries-vwo-domein-ALPexamenblad-fries-vwo-domein-E1

Kernpunten

Een van de opvallendste eigenschappen van het Fries is dat het nauw verwant is aan het Engels — vaak nauwer dan het Nederlands of het Duits. Afb. 3 zet een reeks cognaten (verwante woorden) van het Fries, Engels, Nederlands en Duits naast elkaar, en het patroon springt eruit: waar het Nederlands en Duits een eigen weg gingen, bewaarden het Fries en het Engels samen een oudere vorm. „Tsiis” staat naast „cheese”, terwijl het Nederlands „kaas” en het Duits „Käse” heeft; „tsjerke” staat naast „church” tegenover „kerk” en „Kirche”. Deze verwantschap is geen toeval maar taalgeschiedenis (zie het onderwerp Taalvariatie en meertaligheid).

Afb. 3 — Cognaten: Fries dichter bij het Engels

Anglo-Friese cognatenTabel met 4 kolommen en 7 rijen, Gegevens: Frysk · Engels · Nederlands · Dútsk; tsiis · cheese · kaas · Käse; tsjerke · church · kerk · Kirche; kaai · key · sleutel · Schlüssel; dei · day · dag · Tag; brea · bread · brood · Brot; grien · green · groen · grün; bûter · butter · boter · Butter, gemarkeerde cel: cheeseFRYSKENGELSNEDERLANDSDÚTSKtsiischeesekaasKäsetsjerkechurchkerkKirchekaaikeysleutelSchlüsseldeidaydagTagbreabreadbroodBrotgriengreengroengrünbûterbutterboterButter
Afb. 3Een reeks cognaten. Het Fries en het Engels (kolom 1 en 2) bewaarden samen vaak een oudere vorm; het Nederlands en Duits gingen een andere weg. Dit is het Anglo-Friese patroon.
De verwantschap komt door gedeelde klankveranderingen die het Fries en het Engels wél doormaakten en het Nederlands en Duits niet. De bekendste is de palatalisering: de oude k-klank werd vóór bepaalde klinkers een ts- of tsj-klank. Zo werd de k in „kaas/Käse” in het Fries en Engels een sisklank: „tsiis/cheese”. Hetzelfde zie je in „tsjerke/church” tegenover „kerk/Kirche” en in „dei/day” tegenover „dag/Tag”. Een tweede voorbeeld is „kaai/key”, waar het Fries en Engels hetzelfde grondwoord bewaarden terwijl het Nederlands „sleutel” koos. De beroemde Friese spreuk „Bûter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries” (Boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen, is geen echte Fries) is één en al Anglo-Friese cognaten: butter, bread, green, cheese.
Deze verwantschap is niet alleen een curiositeit maar ook een leeshulp: een Fries woord dat je niet uit het Nederlands herkent, herken je soms uit het Engels. Wie „kaai” niet plaatst, komt via het Engelse „key” toch bij „sleutel” uit. Gebruik het Engels dus bewust als tweede sleutel bij het ontsleutelen van Friese woorden. Let wel: de verwantschap is een handige vuistregel, geen wet — niet elk Fries woord heeft een Engelse tegenhanger, en soms lijkt het Fries juist weer op het Nederlands.
Tegenover de behulpzame cognaten staan de valse vrienden: woorden die op een Nederlands woord lijken maar iets anders betekenen. Afb. 4 geeft er enkele. „Slim” betekent in het Fries niet 'knap' maar 'erg, ernstig' (in slimme sykte = een ernstige ziekte); „wiis” betekent in de uitdrukking „wiis mei” niet 'wijs' maar 'blij, trots' (ik bin der wiis mei = ik ben er blij mee); „aardich” kan behalve 'aardig' ook 'nogal, behoorlijk' betekenen (aardich kâld = behoorlijk koud); en „healwiis” betekent niet 'half wijs' maar 'gek, dwaas'. Wie deze woorden klakkeloos naar het Nederlands vertaalt, leest de tekst verkeerd. Valse vrienden zijn daarmee de keerzijde van de verwantschap: juist doordat Fries en Nederlands zo op elkaar lijken, zijn de verschillen verraderlijk.

Afb. 4 — Valse vrienden Fries–Nederlands

Valse vriendenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Fries · lijkt op (NL) · betekent in het Fries; slim · slim (knap) · erg, ernstig (in slimme sykte = een ernstige ziekte); wiis (mei) · wijs · blij, trots (ik bin der wiis mei = ik ben er blij mee); aardich · aardig · ook: nogal, behoorlijk (aardich kâld = behoorlijk koud); healwiis · half wijs · gek, dwaas, gemarkeerde cel: erg, ernstig (in slimme sykte = een ernstige ziekte)FRIESLIJKT OP (NL)BETEKENT IN HET FRIESslimslim (knap)erg, ernstig (in slimmesykte = een ernstige ziekte)wiis (mei)wijsblij, trots (ik bin der wiismei = ik ben er blij mee)aardichaardigook: nogal, behoorlijk(aardich kâld = behoorlijkkoud)healwiishalf wijsgek, dwaas
Afb. 4Valse vrienden: Friese woorden die op een Nederlands woord lijken maar iets anders betekenen. Klakkeloos vertalen leidt tot leesfouten.
Uitgewerkt voorbeeld

Een valse vriend in de context betrappen

In een tekst staat: „It wie in slim ûngelok; twa minsken rekken swier ferwûne.” (Het was een … ongeluk; twee mensen raakten zwaargewond.) Wat betekent „slim” hier, en waarom niet 'knap'?

  1. 01De valse vriend herkennen

    „slim” lijkt op het Nederlandse 'slim' (knap), maar dat past niet bij een ongeluk.

  2. 02De context lezen

    De vervolgzin („twa minsken swier ferwûne”) maakt duidelijk dat het om de ernst gaat: een ernstig ongeluk.

  3. 03De juiste betekenis kiezen

    In het Fries betekent „slim” hier 'erg, ernstig'; „in slim ûngelok” = een ernstig ongeluk.

Resultaat: „Slim” betekent hier 'ernstig' (een ernstig ongeluk), niet 'knap'. De context — zwaargewonden — dwingt de betekenis 'erg'. Dit is een klassieke valse vriend: wie „slim” als 'knap' vertaalt, begrijpt de zin verkeerd.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de bijzondere verwantschap tussen Fries en Engels (Anglo-Friese cognaten als tsiis/cheese, tsjerke/church) herkennen en als leeshulp gebruiken.
  • Examendoel: valse vrienden tussen Fries en Nederlands (slim, wiis, aardich) herkennen en niet klakkeloos naar het Nederlands vertalen.

Veelgemaakte fouten

  • Een Fries woord dat op een Nederlands woord lijkt automatisch dezelfde betekenis geven. „Slim” (erg) en „wiis mei” (blij) zijn valse vrienden — controleer de betekenis in de context.
  • De verwantschap met het Engels over het hoofd zien. Bij een woord als „kaai” of „tsjerke” helpt het Engels (key, church) je sneller dan het Nederlands.

Actieve herhaling

Maak een eigen lijstje van vijf Friese woorden die meer op het Engels lijken dan op het Nederlands, met de drie taalvormen naast elkaar. Zoek daarna drie valse vrienden tussen Fries en Nederlands en zet er de werkelijke Friese betekenis bij.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus Fries VWO — domein A (woordbetekenis) en domein E1 (taalverwantschap) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Idioom, spreekwoorden en vaste uitdrukkingen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-fries-vwo-domein-A

Kernpunten

Boven het niveau van losse woorden staat het idioom: vaste uitdrukkingen, uitdrukkingen en spreekwoorden waarvan de betekenis niet uit de losse woorden volgt. Afb. 5 geeft enkele Friese uitdrukkingen met hun betekenis. Idioom is verraderlijk omdat een letterlijke vertaling geen zin oplevert: wie „it slagget my net” woord voor woord probeert te ontleden, mist dat het gewoon 'het lukt me niet' betekent. Idioom moet je als geheel kennen; het is een aparte laag van je woordenschat die je vooral op het vwo-niveau paraat moet hebben.

Afb. 5 — Enkele Friese uitdrukkingen

Fries idioomTabel met 2 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Friese uitdrukking · betekenis; it slagget my net · het lukt me niet; dêr kin ik net oer · daar kan ik niet tegen / dat verdraag ik niet; oan 'e ein fan 'e riden wêze · aan het eind van zijn krachten / mogelijkheden zijn; gjin flauwe notysje hawwe · geen flauw idee hebben; it giet oan · het gaat door / het feest gaat door (bekend van de Elfstedentocht), gemarkeerde cel: it giet oanFRIESE UITDRUKKINGBETEKENISit slagget my nethet lukt me nietdêr kin ik net oerdaar kan ik niet tegen /datverdraag ik nietoan 'e ein fan 'e riden wêzeaan het eind van zijnkrachten /mogelijkheden zijngjin flauwe notysje hawwegeen flauw idee hebbenit giet oanhet gaat door /het feestgaat door (bekend van deElfstedentocht)
Afb. 5Enkele Friese vaste uitdrukkingen met hun betekenis. Idioom begrijp je als geheel; een letterlijke vertaling levert geen zin op.
Veel Fries idioom is beeldend en put uit het plattelands- en waterrijke leven van Fryslân. Uitdrukkingen verwijzen naar boerderij, vee, water en weer. Zulke uitdrukkingen dragen bovendien cultuur in zich: ze laten zien hoe een taalgemeenschap naar de wereld kijkt. Voor het lezen betekent dit dat je een uitdrukking in de tekst niet letterlijk mag nemen, maar in haar overdrachtelijke betekenis moet begrijpen — precies het soort begrip dat het examen bij een figuurlijk gebruikte passage vraagt.
Spreekwoorden en zegswijzen zijn een bijzondere vorm van idioom: korte, vaststaande zinnen met een algemene levensles of waarheid. Ze komen in zakelijke teksten minder vaak voor dan in literatuur en spreektaal, maar een columnist of opiniemaker gebruikt ze graag om een punt kernachtig te maken. Herken je een spreekwoord, dan begrijp je meteen de strekking die de schrijver ermee bedoelt. Het loont om een handvol bekende Friese uitdrukkingen te kennen, al is het maar om ze in een tekst te herkennen en om je eigen Fries (bij spreken en schrijven) natuurlijker te laten klinken.
Idioom is ook de plek waar interferentie tussen Fries en Nederlands snel toeslaat. Nederlandstalige leerlingen neigen ertoe Nederlandse uitdrukkingen letterlijk in het Fries te vertalen, wat vaak fout of onnatuurlijk uitpakt. Het Fries heeft zijn eigen uitdrukkingen, die je als geheel moet leren in plaats van uit het Nederlands te vertalen. Wie idioom beheerst, tilt zijn Fries naar een hoger niveau: bij het lezen begrijpt hij ook de figuurlijke laag van een tekst, en bij het spreken en schrijven klinkt zijn Fries idiomatisch in plaats van vertaald. Dat is het verschil tussen correct en écht goed Fries.
Uitgewerkt voorbeeld

Idioom overdrachtelijk begrijpen

Een columnist schrijft over de Elfstedentocht: „Doe't de foarsitter sei 'It giet oan', wie hiel Fryslân yn rep en roer.” (Toen de voorzitter zei '…', was heel Fryslân in rep en roer.) Wat betekent „It giet oan” hier?

  1. 01De uitdrukking herkennen

    „It giet oan” is een vaste uitdrukking, letterlijk 'het gaat aan', maar dat is geen zinvolle letterlijke vertaling.

  2. 02De context én de cultuur gebruiken

    In de context van de Elfstedentocht is „It giet oan” de beroemde aankondiging dat de tocht doorgaat — een cultureel geladen zin in Fryslân.

  3. 03De betekenis vaststellen

    „It giet oan” betekent hier: de tocht gaat door. Dat verklaart ook waarom heel Fryslân 'in rep en roer' was.

Resultaat: „It giet oan” betekent 'het gaat door' — de legendarische aankondiging dat de Elfstedentocht plaatsvindt. Letterlijk vertalen ('het gaat aan') levert onzin op; je begrijpt de uitdrukking als geheel én vanuit de Friese cultuur.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: Fries idioom en figuurlijk taalgebruik in een tekst herkennen en in de overdrachtelijke (niet letterlijke) betekenis begrijpen.
  • Examendoel: bij spreken en schrijven eigen Fries idioom gebruiken in plaats van Nederlandse uitdrukkingen letterlijk te vertalen.

Veelgemaakte fouten

  • Idioom letterlijk lezen. Een vaste uitdrukking betekent iets anders dan de som van haar woorden; herken haar als geheel.
  • Nederlandse uitdrukkingen woord voor woord in het Fries vertalen. Het Fries heeft eigen idioom; leer uitdrukkingen als vaste gehelen.

Actieve herhaling

Verzamel vijf Friese uitdrukkingen (uit een tekst, van een spreker of uit een woordenboek). Noteer per uitdrukking de betekenis en gebruik er drie in een eigen korte Friese tekst, zodat ze natuurlijk klinken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Syllabus Fries VWO — domein A, figuurlijk taalgebruik en idioom (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid○
    • 02Woordbetekenis afleiden uit context en woordvorming◐
    • 03Cognaten en valse vrienden: Fries, Engels en Nederlands◐
    • 04Idioom, spreekwoorden en vaste uitdrukkingen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Woordenschat (wurdskat)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Syllabus Fries VWO — domein A, woordbetekenis in context

Vorig onderwerp

Tekstsoorten, tekststructuur en tekstverbanden

Volgend onderwerp

Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.