EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Landeskunde en cultuur van het Duitse taalgebied
Samenvattingen · DuitsNL · VWO

Landeskunde en cultuur van het Duitse taalgebied

De Landeskunde is de kennis van het Duitse taalgebied — Deutschland, Österreich en die Schweiz (D-A-CH) — die je nodig hebt om examenteksten in hun maatschappelijke en culturele context te plaatsen. Belangrijk voor de examenscope: Landeskunde is géén apart getoetst domein van het centraal examen of het schoolexamen, maar ondersteunende, verdiepende kennis die het tekstbegrip (domein A, leesvaardigheid) dient en die in het schoolexamen en de leescontext van de examenteksten verweven zit. Dit onderwerp brengt D-A-CH in kaart, schetst de hoofdlijnen van de recente Duitse geschiedenis en laat zien hoe die achtergrondkennis de sleutel tot tekstbegrip vormt.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·141414 / 15
Examenprofiel
Beseffen dat Landeskunde geen apart getoetst domein is, maar ondersteunende kennis die het tekstbegrip (domein A) en het schoolexamen dientDe Duitstalige landen kennen — Deutschland, Österreich en die Schweiz (D-A-CH) — met hun kernfeiten (Bundesländer/Kantone, hoofdsteden, staatsvorm en talen)De hoofdmomenten van de recente Duitse geschiedenis plaatsen: Weimarer Republik, NS-Zeit, Teilung en BRD/DDR, Mauerbau, Mauerfall en WiedervereinigungLandeskundekennis inzetten om de context, de verwijzingen en de toon van examenteksten beter te begrijpen
Operatoren:plaats in de contextherkenbenoemleg uitverbind met de context

basisniveau

Landeskunde is ondersteunende kennis: ze staat niet als apart onderdeel in het examen, maar helpt je de examenteksten en hun thema's beter te begrijpen.

verhoogd niveau

Wie het Duitse taalgebied in de volle breedte kent — D-A-CH, de federale structuur en de recente geschiedenis — leest teksten over politiek, samenleving en identiteit met meer diepgang.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Landeskunde en cultuur van het Duitse taalgebied
    • 01Landeskunde: ondersteunend, geen apart toetsdomein○
    • 02Het Duitse taalgebied: D-A-CH en de Bundesländer◐
    • 03Hoofdlijnen van de recente Duitse geschiedenis◐
    • 04Cultuur, samenleving en actualiteit●
§ 01

Landeskunde: ondersteunend, geen apart toetsdomein#

●○○BasisLPexamenblad-nl-duits-vwo-landeskunde

Kernpunten

Landeskunde betekent kennis van de landen waar Duits wordt gesproken: hun geografie, samenleving, geschiedenis en actualiteit. Voor de examenscope is één ding cruciaal om te weten: Landeskunde is bij Duits géén apart getoetst domein. Het centraal examen toetst uitsluitend leesvaardigheid, en ook in het schoolexamen is er geen los onderdeel „Landeskunde” dat apart wordt becijferd. Net als woordenschat en grammatica is landeskundige kennis een ondersteunende, voorwaardelijke vaardigheid: ze is geen doel op zich, maar een hulpmiddel dat het begrip van de teksten draagt. Je krijgt dus geen examenvraag als „noem drie Bundesländer”, maar je hebt de achtergrond wél nodig om de teksten goed te lezen.
Waarom is die achtergrond zo belangrijk voor het lezen? Omdat teksten voortdurend een beroep doen op gedeelde kennis die de auteur bij zijn lezer veronderstelt en dus niet uitlegt. Een Duitse krant die schrijft over „die neuen Bundesländer”, over „die Wende” of over een debat rond het federalisme rekent erop dat de lezer die begrippen kent. Herken jij de verwijzing niet, dan lees je wel de woorden maar mis je de betekenis — en dus vaak het antwoord op de vraag. Landeskunde functioneert daarmee net als woordenschat: hoe meer context je paraat hebt, hoe sneller en zekerder je een tekst doorgrondt. De kennis betaalt zich indirect uit, in beter en sneller lezen.
Waar komt Landeskunde dan wél aan bod? Ze zit verweven in het schoolexamen en in de leescontext van de examenteksten. De teksten die je leest, gaan vaak over de Duitstalige samenleving: over politiek, onderwijs, milieu, media, jongeren of geschiedenis in Deutschland, Österreich of die Schweiz. In de lessen en in het schoolexamen komen zulke thema's terug, bijvoorbeeld bij een tekst, een film, een project of een spreekopdracht. Zo groeit je landenkennis vanzelf mee met je taalvaardigheid, zonder dat er een aparte „Landeskunde-toets” bestaat. De grens tussen taal leren en het land leren kennen is bij een moderne vreemde taal nu eenmaal dun.
De praktische les is dan ook: behandel Landeskunde niet als een lijst feiten om te stampen voor een toets, maar bouw een globaal beeld op dat je bij het lezen kunt inzetten. Zorg dat je de grote lijnen kent — het Duitse taalgebied D-A-CH, de hoofdmomenten van de recente Duitse geschiedenis en enkele maatschappelijke en culturele thema's — en gebruik dat beeld als een culturele antenne. Vraag je bij elke tekst af: uit welk land komt hij, welke instelling of gebeurtenis speelt mee, en welk actueel thema snijdt hij aan? Die houding, meer dan het uit het hoofd leren van losse gegevens, maakt landenkennis tot een echte sleutel voor je tekstbegrip.
Uitgewerkt voorbeeld

De rol van Landeskunde in het examen bepalen

Een medeleerling vraagt of hij voor het CE Duits een lijst met alle Bundesländer, hoofdsteden en jaartallen uit zijn hoofd moet leren. Wat is het juiste antwoord, en welk advies geef je hem?

  1. 01De examenscope bepalen

    Het centraal examen Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid; er is geen apart onderdeel Landeskunde dat feitenkennis over deelstaten of jaartallen becijfert.

  2. 02De functie van de kennis benoemen

    Landeskunde is een ondersteunende vaardigheid: ze wordt niet los getoetst, maar helpt je de context, de verwijzingen en de toon van de teksten te begrijpen.

  3. 03Een passend advies formuleren

    Adviseer hem geen lijsten te stampen, maar een globaal beeld op te bouwen van D-A-CH, de recente geschiedenis en actuele thema's, en dat beeld bij het lezen als achtergrond in te zetten.

Resultaat: Nee, hij hoeft geen lijsten uit het hoofd te leren: Landeskunde is geen apart getoetst domein. Het advies is een globaal contextbeeld op te bouwen (D-A-CH, hoofdlijnen van de geschiedenis, actuele thema's) en dat functioneel te gebruiken bij het lezen — daar betaalt het zich uit.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat Landeskunde geen apart getoetst domein is (het CE toetst alleen leesvaardigheid) maar ondersteunende kennis die het tekstbegrip draagt.
  • Examendoel: landeskundige achtergrond herkennen als hulpmiddel bij impliciete verwijzingen in teksten en haar functioneel inzetten bij het lezen, niet als losse feitenkennis reproduceren.

Veelgemaakte fouten

  • Landeskunde behandelen als een aparte lijst feiten en jaartallen die je voor een toets uit je hoofd leert. De kennis wordt niet los getoetst; ze ondersteunt je leesbegrip en komt in het schoolexamen en de leescontext aan bod.
  • Denken dat landenkennis er voor het examen niet toe doet omdat ze niet apart wordt becijferd. Juist de niet-uitgelegde verwijzing naar een instelling, een gebeurtenis of een gewoonte draagt vaak de lading van een tekst.

Actieve herhaling

Verzamel drie korte Duitstalige nieuwsberichten en onderstreep in elk minstens één verwijzing die landeskundige achtergrondkennis veronderstelt (bijvoorbeeld naar een deelstaat, een gebeurtenis of een gewoonte). Leg voor één verwijzing uit hoe die kennis je helpt de betekenis of de toon van de tekst te begrijpen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — Landeskunde als ondersteunende kennis bij de leesvaardigheid (domein A) en het schoolexamen (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het Duitse taalgebied: D-A-CH en de Bundesländer#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-landeskunde

Kernpunten

Duits is niet de taal van één land: het is met ongeveer honderd miljoen moedertaalsprekers de meest gesproken moedertaal binnen de Europese Unie. Afb. 1 brengt de kern van het taalgebied in kaart met de bekende afkorting D-A-CH, naar de autokentekens van de drie landen waar Duits de belangrijkste taal is: Deutschland (D), Österreich (A, van Austria) en die Schweiz (CH, van Confoederatio Helvetica). Deze drie landen delen de taal, maar verschillen sterk in omvang, staatsvorm en cultuur. Voor de examenlezer is dat belangrijk: een Duitstalige tekst kan net zo goed uit Wien of Zürich komen als uit Berlin, en de herkomst kleurt mede de inhoud. D-A-CH is dus geen bijzaak, maar de wereld waarin de examenteksten geworteld zijn.

Afb. 1 — Het Duitse taalgebied D-A-CH met kernfeiten

D-A-CHBoomdiagram, 9 paden, Gegevens: Deutschland → 16 Bundesländer; Deutschland → Hoofdstad Berlin; Deutschland → Bondsrepubliek; Österreich → 9 Bundesländer; Österreich → Hoofdstad Wien; Österreich → Republiek (EU); die Schweiz → 26 Kantone; die Schweiz → Bundesstad Bern; die Schweiz → ViertaligDeutschlandÖsterreichdie SchweizD-A-CH: het Duitse taalgebied16 BundesländerHoofdstad BerlinBondsrepubliek9 BundesländerHoofdstad WienRepubliek (EU)26 KantoneBundesstad BernViertalig
Afb. 1De drie landen van het Duitse taalgebied met hun kernfeiten. Een examentekst kan uit elk van deze landen komen; de herkomst kleurt de woordkeuze en de context.
Deutschland is met ruim tachtig miljoen inwoners veruit het grootste land van het taalgebied en de grootste economie van de Europese Unie. Het is een Bundesrepublik — een federale staat — die bestaat uit zestien Bundesländer (deelstaten), zoals Bayern, Nordrhein-Westfalen, Baden-Württemberg en de stadstaten Berlin en Hamburg; de hoofdstad is Berlin. Aan het hoofd van de regering staat de Bundeskanzler (de bondskanselier), terwijl de Bundespräsident vooral een ceremoniële rol heeft; het parlement bestaat uit de Bundestag en de Bundesrat, waarin de deelstaten zijn vertegenwoordigd. Die federale opbouw is geen detail: veel bevoegdheden, zoals het onderwijs, liggen bij de Länder, wat verklaart waarom bijvoorbeeld het schoolsysteem per deelstaat verschilt.
Österreich is een aanzienlijk kleiner land (ongeveer negen miljoen inwoners), eveneens een federale republiek, opgebouwd uit negen Bundesländer met de hoofdstad Wien. Het land is sinds 1995 lid van de Europese Unie en staat bekend om zijn neutraliteit. Die Schweiz (de Zwitserse Bondsstaat, de Schweizerische Eidgenossenschaft) is nog anders van karakter: ze bestaat uit zesentwintig Kantone, kent een sterke directe democratie en is opvallend genoeg níét lid van de Europese Unie. Bijzonder is dat Zwitserland viertalig is — Duits, Frans, Italiaans en Reto-Romaans zijn de landstalen — waarbij het Duits de grootste taal is; de regeringszetel en de facto hoofdstad is Bern. Zwitserland laat zo zien dat verschillende taalgemeenschappen vreedzaam binnen één staat kunnen samenleven.
Het Duits reikt bovendien verder dan D-A-CH. Het is ook de taal van het kleine vorstendom Liechtenstein en een van de drie officiële talen van Luxemburg, en het wordt als minderheidstaal gesproken in Zuid-Tirol (Südtirol) in het noorden van Italië en in de Duitstalige Gemeenschap in het oosten van België (Ostbelgien). Voor het examen is de belangrijkste les dat „Duitstalig” niet hetzelfde is als „uit Deutschland”: een tekst uit Österreich of die Schweiz kan eigen woorden en verwijzingen bevatten (denk aan het Oostenrijkse „Jänner” voor „Januar” of het Zwitserse gebruik van „ß” als „ss”). Wie de takken van Afb. 1 kent, plaatst de herkomst van een tekst sneller en begrijpt de context beter.
Uitgewerkt voorbeeld

De herkomst van een tekst bepalen

Een Duitstalige tekst beschrijft een land met zesentwintig Kantone en vier landstalen, dat via volksstemmingen wordt bestuurd en geen lid is van de Europese Unie. Uit welk land komt de tekst, en wat betekent dat voor je lezing?

  1. 01De kernfeiten herkennen

    Zesentwintig Kantone, vier landstalen en een sterke directe democratie zijn de kenmerken van die Schweiz (Afb. 1).

  2. 02Uitsluiten wat niet past

    Deutschland heeft zestien Bundesländer, Österreich negen, en beide zijn EU-lid; alleen die Schweiz past bij vier talen én geen EU-lidmaatschap.

  3. 03De gevolgen voor het lezen benoemen

    Een Zwitserse tekst kan over meertaligheid, kantonnale zelfstandigheid of volksstemmingen (referenda) gaan en eigen woorden en spelling gebruiken; die context helpt je de tekst te plaatsen.

Resultaat: De tekst komt uit die Schweiz — herkenbaar aan de zesentwintig Kantone, de vier landstalen, de directe democratie en het ontbreken van EU-lidmaatschap. Die kennis stuurt je verwachtingen over het thema en de woordkeuze van de tekst.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de drie landen van het Duitse taalgebied (D-A-CH) met behulp van Afb. 1 benoemen en hun kernfeiten kennen (Bundesländer/Kantone, hoofdsteden, staatsvorm en talen).
  • Examendoel: herkennen dat een Duitstalige tekst uit Deutschland, Österreich of die Schweiz kan komen en dat die herkomst de woordkeuze en de context mede bepaalt.

Veelgemaakte fouten

  • „Duitstalig” gelijkstellen aan „uit Deutschland”. Ook Österreich, de Duitstalige delen van die Schweiz, Liechtenstein, Luxemburg, Zuid-Tirol en Ostbelgien horen bij het taalgebied.
  • Denken dat die Schweiz eentalig Duits en lid van de EU is. Zwitserland is viertalig (Duits, Frans, Italiaans, Reto-Romaans) en juist géén EU-lid; Österreich is dat sinds 1995 wel.

Actieve herhaling

Vul voor elk van de drie D-A-CH-landen uit Afb. 1 de kernfeiten in: staatsvorm, aantal Bundesländer of Kantone, hoofdstad en (voor Zwitserland) de landstalen. Bedenk daarna bij elk land één maatschappelijk thema waarover een tekst uit dat land zou kunnen gaan.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — Landeskunde als ondersteunende kennis bij de leesvaardigheid (domein A) en het schoolexamen (CvTE / Examenblad)

§ 03

Hoofdlijnen van de recente Duitse geschiedenis#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-landeskunde

Kernpunten

Geen enkel land is zo getekend door de twintigste eeuw als Duitsland, en Afb. 2 zet de vijf ijkpunten die je moet kennen op een tijdlijn, van 1919 tot 1990. Die eeuw verklaart veel van het huidige Duitsland: zijn federale, gedecentraliseerde staatsvorm, zijn sterke inzet voor de democratie en Europa, en zijn blijvende gevoeligheid voor het eigen verleden. Wie deze hoofdlijn kent, begrijpt talloze verwijzingen in Duitstalige teksten die anders onzichtbaar blijven. De jaartallen op Afb. 2 zijn de kernmomenten; de perioden ertussen vormen samen het verhaal van democratie, dictatuur, deling en hereniging. Het is geen toeval dat dit verhaal telkens in teksten terugkeert.

Afb. 2 — Tijdlijn van de recente Duitse geschiedenis

Recente Duitse geschiedenisGetallenlijn, Weimarer Republik, NS-Zeit (1933-1945), Teilung: BRD & DDR, Mauerbau, Mauerfall & Einheit19201940196019802000Weimarer RepublikNS-Zeit(1933-1945)Teilung: BRD & DDRMauerbauMauerfall &Einheit
Afb. 2De vijf ijkpunten van de Duitse twintigste eeuw: van de eerste democratie via dictatuur en deling naar hereniging. De Mauerfall viel in 1989, de Wiedervereinigung volgde op 3 oktober 1990.
Het verhaal begint in 1919 met de Weimarer Republik, de eerste Duitse democratie, genoemd naar de stad waar de nieuwe grondwet werd aangenomen. Deze jonge republiek kende grote problemen — politieke onrust, een enorme inflatie en later de wereldwijde economische crisis — die haar verzwakten. In 1933 grepen Adolf Hitler en de nationaalsocialisten de macht, en begon de NS-Zeit (1933–1945): een gewelddadige dictatuur die de democratie afschafte, andersdenkenden vervolgde, de Tweede Wereldoorlog ontketende en de systematische moord op miljoenen mensen, met name de Joden (de Holocaust of Shoah), op haar geweten heeft. In 1945 eindigde dit met de totale nederlaag en verwoesting van Duitsland — een breuk die men wel de „Stunde Null”, het nulpunt, noemt.
Na de oorlog werd Duitsland verdeeld: de geallieerden (de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Sovjet-Unie) splitsten het land in bezettingszones, en ook Berlin werd verdeeld. Uit die deling ontstonden in 1949 twee staten (de Teilung): in het westen de democratische, kapitalistische Bundesrepublik Deutschland (BRD, met Bonn als hoofdstad) en in het oosten de socialistische Deutsche Demokratische Republik (DDR), geleid door één partij. De tegenstelling tussen beide, midden in de Koude Oorlog, kreeg in 1961 haar scherpste symbool: de DDR bouwde de Berliner Mauer (de Berlijnse Muur) dwars door de stad, om te verhinderen dat haar burgers naar het westen vluchtten. Ruim achtentwintig jaar lang deelde die muur Duitsland en Europa in tweeën.
Het einde kwam onverwacht snel. Onder groeiende druk van vreedzame protesten viel op 9 november 1989 de Berliner Mauer — de Mauerfall — en nog geen jaar later, op 3 oktober 1990, werden beide Duitse staten herenigd tot één land: de Wiedervereinigung. Sindsdien is 3 oktober de nationale feestdag, de Tag der Deutschen Einheit. De hele omwenteling van 1989 en 1990 heet in het Duits „die Wende” (de ommekeer), en de vroegere DDR-gebieden worden nu „die neuen Bundesländer” genoemd. Voor het examen zijn deze begrippen goud waard: teksten over politiek, identiteit of het samengaan van oost en west verwijzen er voortdurend naar. Ken je de tijdlijn van Afb. 2, dan herken je meteen waar zulke teksten over gaan.
Uitgewerkt voorbeeld

Een historische verwijzing in een tekst duiden

Een Duitse tekst schrijft: „In den neuen Bundesländern ist das Leben seit der Wende stark anders geworden.” Wat betekenen „die neuen Bundesländer” en „die Wende”, en waar gaat de tekst waarschijnlijk over?

  1. 01„die Wende” plaatsen

    „Die Wende” is de ommekeer van 1989/1990: de val van de Muur (1989) en de hereniging (1990), zoals op Afb. 2.

  2. 02„die neuen Bundesländer” plaatsen

    Dat zijn de deelstaten van de voormalige DDR, die zich in 1990 bij de BRD voegden — het oosten van het herenigde Duitsland.

  3. 03Het onderwerp afleiden

    De zin gaat dus over de veranderingen in het oosten sinds de hereniging: een tekst over het samengroeien van oost en west, of over de gevolgen van de omwenteling.

Resultaat: „Die Wende” is de omwenteling van 1989/1990 en „die neuen Bundesländer” zijn de gebieden van de voormalige DDR. De tekst gaat vrijwel zeker over de veranderingen in oost-Duitsland sinds de hereniging — kennis die het onderwerp meteen scherpstelt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: met behulp van Afb. 2 de vijf ijkpunten van de recente Duitse geschiedenis plaatsen — Weimarer Republik (1919), NS-Zeit (1933–1945), Teilung en BRD/DDR (1949), Mauerbau (1961) en Mauerfall (1989) met Wiedervereinigung (1990).
  • Examendoel: veelvoorkomende verwijzingen (die Wende, die neuen Bundesländer, der Tag der Deutschen Einheit) herkennen en inzetten om teksten over de Duitse geschiedenis en samenleving te begrijpen.

Veelgemaakte fouten

  • De Mauerfall (9 november 1989) en de Wiedervereinigung (3 oktober 1990) op één jaartal gooien. De muur viel eerst; de formele hereniging volgde bijna een jaar later.
  • BRD en DDR verwisselen. De BRD was de democratische Bondsrepubliek in het westen, de DDR de socialistische staat in het oosten; „die neuen Bundesländer” zijn de gebieden van de voormalige DDR.

Actieve herhaling

Zet de vijf ijkpunten van Afb. 2 in de juiste volgorde en schrijf bij elk in één zin wat er gebeurde. Leg daarna de begrippen „die Wende” en „die neuen Bundesländer” uit en bedenk bij welk soort tekst die kennis je zou helpen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — Landeskunde als ondersteunende kennis bij de leesvaardigheid (domein A) en het schoolexamen (CvTE / Examenblad)

§ 04

Cultuur, samenleving en actualiteit#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-duits-vwo-landeskunde

Kernpunten

Een sleutel tot het begrijpen van het moderne Duitsland is het federalisme. Anders dan het sterk centraal bestuurde Nederland is Deutschland een echte federale staat, waarin de zestien Bundesländer eigen regeringen, parlementen en bevoegdheden hebben. Vooral het onderwijs is een zaak van de deelstaten: er bestaat geen landelijk schoolsysteem, waardoor de scholen, de examens en zelfs de vakantiedata per Bundesland kunnen verschillen. In de Bundesrat, een van de twee kamers van het parlement, praten en beslissen de deelstaten mee over de landelijke politiek. Dit federalisme verklaart waarom teksten over onderwijs of politiek vaak naar afzonderlijke deelstaten verwijzen — en het is een cultureel verschil met Nederland dat je bij zulke teksten moet kunnen plaatsen.
Duitsland is bovendien diep verankerd in Europa. Het is een van de zes oprichters van de Europese Economische Gemeenschap (1957), de voorloper van de huidige EU, en geldt als de grootste economie en de meest bevolkte lidstaat — vaak een van de drijvende krachten achter de Europese samenwerking, met de euro als gemeenschappelijke munt. Ook Österreich hoort sinds 1995 bij de EU, terwijl die Schweiz bewust buiten de Unie is gebleven. In de actualiteit keren daarnaast maatschappelijke thema's telkens terug die je in examenteksten kunt verwachten: klimaat en duurzaamheid (Energiewende), migratie en integratie, de digitalisering en de sociale media, de vergrijzing en de arbeidsmarkt. Een globaal beeld van deze onderwerpen maakt actuele teksten meteen toegankelijker.
Voor het lezen is het ook nuttig iets te weten van de Duitstalige media en van het taalgebruik. De publieke omroepen ARD en ZDF zijn belangrijke bronnen, en gezaghebbende kranten en tijdschriften als de Frankfurter Allgemeine Zeitung, de Süddeutsche Zeitung, Die Zeit en Der Spiegel bepalen mede het publieke debat, naast een populaire pers zoals de Bild. Een cultureel kenmerk dat je in teksten en gesprekken terugziet, is het onderscheid tussen het beleefde „Sie” en het vertrouwelijke „du”: de keuze tussen beide verraadt de verhouding tussen mensen en het register van een tekst. Wie let op zulke signalen — welke krant, welke aanspreekvorm, welke toon — leest een tekst met meer gevoel voor de bedoeling van de auteur.
Ten slotte kleuren feestdagen en gewoonten het beeld van het Duitse taalgebied, en ze duiken geregeld in teksten op. Rond Kerstmis zijn er de Adventszeit, de Nikolaustag op 6 december en de sfeervolle Weihnachtsmärkte (kerstmarkten); in het voorjaar wordt vooral in het Rijnland (Köln) en in Bayern en Österreich uitbundig Karneval of Fasching gevierd, en in het najaar trekt het Oktoberfest in München bezoekers uit de hele wereld. Elk land heeft ook zijn nationale feestdag: Deutschland viert op 3 oktober de Tag der Deutschen Einheit, Österreich op 26 oktober zijn Nationalfeiertag en die Schweiz op 1 augustus de Bundesfeier. Behandel zulke gewoonten niet als vaststaande clichés over „de Duitsers”, maar als voorbeelden van een rijke cultuur; herken je een verwijzing ernaar, dan begrijp je de context en de toon van een tekst des te beter.
Uitgewerkt voorbeeld

Een culturele verwijzing duiden

Een tekst vermeldt: „Der 3. Oktober ist in Deutschland ein gesetzlicher Feiertag.” Welke dag is dit, en waarom is de verwijzing relevant?

  1. 01De datum herkennen

    De 3e oktober is de Tag der Deutschen Einheit, de nationale feestdag van Deutschland.

  2. 02De achtergrond leggen

    Die dag herdenkt de Wiedervereinigung van 3 oktober 1990, toen de BRD en de DDR zich tot één staat verenigden (Afb. 2 in de vorige sectie).

  3. 03De relevantie bepalen

    Door naar deze feestdag te verwijzen roept de tekst het thema van de Duitse eenheid en het samengroeien van oost en west op — vaak met een lading van trots of reflectie.

Resultaat: De 3e oktober is de Tag der Deutschen Einheit, die de hereniging van 1990 herdenkt. Herken je de verwijzing, dan begrijp je dat de tekst het thema van de nationale eenheid aansnijdt — een lading die je zonder deze achtergrond zou missen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: kernbegrippen van de Duitse samenleving herkennen en inzetten voor het tekstbegrip — het federalisme (Bundesländer, Bundesrat, onderwijs per deelstaat), de rol in de EU en veelvoorkomende actuele thema's.
  • Examendoel: culturele signalen (media, het onderscheid du/Sie, feestdagen en gewoonten) herkennen en gebruiken om de context, het register en de toon van een tekst te bepalen.

Veelgemaakte fouten

  • Het Duitse federalisme over het hoofd zien en verbaasd zijn dat onderwijs, examens of vakanties per deelstaat verschillen. Die verschillen zijn geen fout in de tekst maar het gevolg van de federale staatsvorm.
  • Culturele gewoonten als vaststaande stereotypen over „de Duitsers” lezen. Feestdagen en gebruiken zijn voorbeelden van een diverse cultuur; gebruik ze om de context te plaatsen, niet om te generaliseren.

Actieve herhaling

Kies een actueel Duitstalig thema (bijvoorbeeld de Energiewende, migratie of het federale onderwijs) en zoek een kort bericht erover. Benoem welke maatschappelijke of culturele achtergrond (federalisme, EU, media, gewoonten) meespeelt en leg uit hoe die kennis je helpt de toon en het standpunt van de tekst te begrijpen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — Landeskunde als ondersteunende kennis bij de leesvaardigheid (domein A) en het schoolexamen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Landeskunde: ondersteunend, geen apart toetsdomein○
    • 02Het Duitse taalgebied: D-A-CH en de Bundesländer◐
    • 03Hoofdlijnen van de recente Duitse geschiedenis◐
    • 04Cultuur, samenleving en actualiteit●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Landeskunde en cultuur van het Duitse taalgebied

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits VWO — Landeskunde als ondersteunende kennis bij de leesvaardigheid (domein A) en het schoolexamen

Vorig onderwerp

Literatuurgeschiedenis van het Duitse taalgebied (domein E3)

Volgend onderwerp

Oriëntatie op studie en beroep (domein F)

EuraStudy·Samenvattingen T·14·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.