EuraStudy
Samenvattingen/Textiele vormgeving/Kunstgeschiedenis: renaissance en barok
Samenvattingen · Textiele vormgevingNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Deze samenvatting bekijkt de renaissance en de barok vanuit het textiel: het wandtapijt en het kostuum. Je leert hoe de renaissance de klassieke oudheid herwaardeert en streeft naar rust, harmonie en ideale verhoudingen, terwijl de barok kiest voor beweging, drama en overweldigende pracht. De rode draad loopt van de millefleurs-tapijten omstreeks 1500 en Rafaels kartons via de Manufacture des Gobelins (1662) naar de statige en zwierige hofkleding, met stoffen als fluweel, brokaat en damast en de kenmerkende molensteenkraag.

4 Onderdelen·~22 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0777 / 13
Examenprofiel
De renaissance en de barok als kunsthistorische perioden herkennen en textiele werken (wandtapijten, gobelins, kostuum) op stijl daterenDe werkwijze van het wandtapijt beschrijven (de schilder ontwerpt het karton, de wevers voeren het uit in wol en zijde) en de rol van de Brusselse weverijen en de Gobelins uitleggenTextielspecifieke beeldaspecten (patroon, kleur, textuur, voorstelling) in een wandtapijt of kostuum benoemen en beeldanalytisch beschouwenSleutelwerken (La Dame a la licorne, Rafaels kartons, de Gobelin-tapijten) aan de juiste periode, maker of opdrachtgever en functie koppelen
Operatoren:beschrijfanalyseerleg uitverklaarinterpreteervergelijk

basisniveau

Voor het CE kunst beschouwen moet je textiele werken uit de renaissance en de barok (wandtapijten, gobelins en kostuum) herkennen, beschrijven en op stijl in de juiste periode plaatsen.

verhoogd niveau

In je eigen textiele praktijk en werkdossier kun je de tegenstelling tussen renaissancerust en barokke pracht bewust inzetten in patroon, kleur en materiaalkeuze.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: renaissance en barok
    • 01Renaissance en barok op de tijdlijn○
    • 02Het wandtapijt in de renaissance◐
    • 03De barok en de gobelinmanufactuur◐
    • 04Kostuum en textiel in renaissance en barok●
§ 01

Renaissance en barok op de tijdlijn#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De renaissance is de grote vernieuwing in kunst en cultuur die in de vijftiende eeuw in Italie begint en zich daarna over Europa verspreidt. Het woord betekent letterlijk 'wedergeboorte', en wat er herboren wordt, is de klassieke oudheid: kunstenaars, geleerden en opdrachtgevers gaan opnieuw kijken naar de kunst, de bouwwerken en de teksten van de oude Grieken en Romeinen en nemen die als voorbeeld. Daarmee komt de mens zelf centraal te staan, een denkwijze die het humanisme heet: de mens, zijn verstand en zijn waardigheid worden het uitgangspunt. In de beeldende kunst leidt dat tot een natuurgetrouwe weergave van de werkelijkheid, waarbij het pas ontdekte centraal perspectief de ruimte overtuigend op het platte vlak brengt. Op de tijdbalk (Afb. 1) zie je hoe deze periode zich vanaf ongeveer 1400 ontvouwt en waar de belangrijkste textiele werken van dit hoofdstuk thuishoren.

Tijdbalk renaissance en barok in het textiel

Textiel: renaissance en barok (1400-1760)Tijdlijn van 1400 tot 1760, 1450: Vroege renaissance (Italie), 1500: La Dame a la licorne (wandtapijten), 1516: Rafaels kartons, geweven in Brussel, 1600: Begin van de barok, 1662: Manufacture des Gobelins opgericht (Parijs), 1450–1600: Renaissance, 1600–1760: Barok14001760jaarRenaissanceBarok1450Vroegerenaissance (It…1500La Dame a lalicorne (wandta…1516Rafaels kartons,geweven in Brus…1600Begin van debarok1662Manufacture desGobelins opgeri…
Afb. 1Afb. 1 - Tijdbalk van het textiel in de renaissance en de barok, 1400-1760, met de oprichting van de Gobelins benadrukt.
Textiele vormgeving speelt in beide perioden een grotere rol dan je op het eerste gezicht zou denken. Het wandtapijt is in de renaissance zelfs een van de duurste en meest gewaardeerde kunstvormen: een groot geweven doek van wol en zijde was kostbaarder dan een schilderij en gold als het toppunt van vorstelijke pracht. Beroemde voorbeelden zijn de reeks 'La Dame a la licorne' (De dame met de eenhoorn) van omstreeks 1500, geweven met de fijne millefleurs-achtergrond van duizend bloemen, en de kartons die Rafael in 1515 en 1516 ontwierp en die daarna in Brussel tot tapijten werden geweven. Naast het tapijt is ook het kostuum een belangrijke drager van betekenis: kleding toont in de renaissance en de barok direct de rang, de rijkdom en de smaak van wie haar draagt. Zo lees je een periode niet alleen af aan haar schilderijen en beelden, maar evengoed aan wat er geweven en gedragen werd.
Rond 1600 verandert de smaak opnieuw en ontstaat de barok, de stijl die de zeventiende eeuw beheerst. Waar de renaissance streeft naar rust, evenwicht, harmonie en ideale verhoudingen, zoekt de barok juist naar beweging, drama en overweldigende pracht. Kunstenaars kiezen niet het kalme, ideale moment maar het hoogtepunt van een handeling, met sterke tegenstellingen tussen licht en donker, uitwaaierende gebaren en rijke, weelderige stoffen. De barok wil de kijker niet laten bewonderen maar meeslepen en overtuigen; de kunst wordt een middel om indruk te maken, of dat nu voor de kerk of voor een vorst is. In het textiel komt dat tot uiting in nog grotere, nog rijkere tapijtreeksen en in prachtige, glanzende hofkleding. Het beroemdste voorbeeld van deze luxe-industrie is de Manufacture des Gobelins in Parijs, die in 1662 wordt opgericht en die de barokke tapijtkunst tot een echt koninklijk staatsbedrijf maakt.
Voor het examen kunst beschouwen hoef je zo'n tijdbalk niet uit je hoofd te leren, maar moet je hem wel kunnen lezen en gebruiken. De gekleurde balken (spans) geven de twee grote perioden aan: de renaissance loopt ruwweg van 1450 tot 1600, de barok van 1600 tot ongeveer 1760. De verticale markeringen (events) staan voor echte sleutelwerken met hun jaartal, zoals de eenhoorntapijten omstreeks 1500 en de oprichting van de Gobelins in 1662. Belangrijk is dat je een werk niet alleen op het jaartal dateert maar vooral op de stijl: rust, evenwicht en heldere, ideale vormen wijzen richting de renaissance, terwijl beweging, drama, sterke licht-donkercontrasten en overdadige pracht op de barok wijzen. Datzelfde geldt voor textiel: een rustig, decoratief millefleurs-tapijt ademt een andere geest dan een groot, theatraal baroktapijt vol beweging. In de rest van dit hoofdstuk werken we die kenmerken periode voor periode uit.
Uitgewerkt voorbeeld

Een textiel werk op de tijdbalk plaatsen

Je krijgt een groot geweven wandtapijt van wol en zijde te zien met een jonge vrouw, een eenhoorn en een achtergrond die vol staat met kleine bloemen en diertjes. Beredeneer in welke periode dit werk hoort en noem een vergelijkbaar sleutelwerk.

  1. 01Benoem onderwerp en materiaal

    Het gaat om een geweven wandtapijt van wol en zijde. De achtergrond is dicht bezaaid met kleine bloemen, de zogenoemde millefleurs (duizend bloemen).

  2. 02Vergelijk met de tijdbalk (Afb. 1)

    Een eenhoorntapijt met millefleurs past bij 'La Dame a la licorne' van omstreeks 1500, dat op de balk in de renaissance valt.

  3. 03Koppel aan de kenmerken

    De rustige, decoratieve opbouw, de heldere kleuren en het verfijnde patroon horen bij de harmonie en het evenwicht van de renaissance, niet bij de beweging en het drama van de barok.

  4. 04Dateer op stijl

    De vlakke, decoratieve millefleurs-achtergrond en de rustige voorstelling wijzen op omstreeks 1500, dus op de renaissance.

Resultaat: Het wandtapijt hoort in de renaissance (omstreeks 1500) en is vergelijkbaar met 'La Dame a la licorne', een millefleurs-tapijt van wol en zijde.

Eindexamen-focus

  • Het CE kunst beschouwen toetst of je de renaissance kunt omschrijven als herwaardering van de klassieke oudheid en opkomst van het humanisme, en de barok als een kunst van beweging, drama en pracht.
  • Je moet een textiel werk (wandtapijt of kostuum) op grond van stijlkenmerken en jaartal in de juiste periode kunnen plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de renaissance de klassieke oudheid uitvindt; ze herontdekt en imiteert die juist bewust na de middeleeuwen.
  • Een werk alleen op het jaartal dateren en niet op de stijl, terwijl juist rust tegenover beweging het onderscheid maakt.
  • Het wandtapijt afdoen als 'alleen maar decoratie', terwijl het in de renaissance een van de duurste en meest prestigieuze kunstvormen was.

Actieve herhaling

Leg met behulp van de tijdbalk uit waarom een millefleurs-wandtapijt als 'La Dame a la licorne' (omstreeks 1500) een renaissancewerk is. Noem minstens twee kenmerken die je aan de periode koppelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - renaissance en barok op de tijdlijn (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het wandtapijt in de renaissance#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een wandtapijt is een groot geweven doek dat als wandbekleding dient; het is geen geschilderd maar een geweven beeld, opgebouwd uit gekleurde draden van wol en vaak ook zijde. In de late middeleeuwen en de renaissance vervulde zo'n tapijt meerdere functies tegelijk. In de eerste plaats was het praktisch: de dikke, wollen doeken isoleerden de koude, stenen muren van kastelen en kerken en hielden de warmte binnen. In de tweede plaats waren ze een verplaatsbaar teken van status en rijkdom: een vorst die van het ene naar het andere kasteel reisde, rolde zijn kostbare tapijten op en nam ze mee, zodat hij overal met dezelfde pracht ontvangen kon worden. In de derde plaats vertelden ze een verhaal aan de wand: bijbelse taferelen, mythologische verhalen of hoofse allegorieen brachten geloof, kennis en aanzien in beeld voor iedereen die de zaal betrad.
De totstandkoming van een wandtapijt is een arbeidsdeling tussen twee soorten makers, en dat proces zie je in het schema (Afb. 2). Eerst maakt een kunstenaar-ontwerper een karton: een voorbeeldtekening of voorbeeldschildering op ware grootte, met alle kleuren en vormen precies zoals ze in het eindresultaat moeten verschijnen. Vervolgens brengen wevers dat karton over in draad. Op het weefgetouw spannen zij de kettingdraden (de schering) en weven daar met gekleurde inslagdraden van wol en zijde de voorstelling in; het karton dient daarbij als mal die zij nauwkeurig volgen. Zo ontstaat het wandtapijt draad voor draad, wat maanden tot jaren werk kan kosten. De ontwerper en de wever zijn dus twee verschillende mensen, en juist die scheiding verklaart waarom beroemde schilders wel de kartons leverden maar het weven overlieten aan gespecialiseerde ateliers. In de renaissance waren de weverijen van Brussel het beroemdst en het beste: Brusselse tapijten golden in heel Europa als het toppunt van kwaliteit.

Het maakproces van een wandtapijt

Van ontwerp naar geweven wandtapijtGraaf, Schilder / ontwerper → Karton (ontwerp op ware grootte), Karton (ontwerp op ware grootte) → Wevers aan het weefgetouw, Wevers aan het weefgetouw → Wandtapijt (wol en zijde)Schilder /ontwerperKarton (ontwerpop ware grootte)Wevers aan hetweefgetouwWandtapijt (wolen zijde)ontwerptdient als malweven in wolen zijde
Afb. 2Afb. 2 - Het maakproces van een renaissancewandtapijt, van ontwerp via karton en weefgetouw tot het geweven tapijt.
Het duidelijkste voorbeeld van deze werkwijze zijn de kartons die Rafael in 1515 en 1516 ontwierp voor een reeks tapijten met de Handelingen der Apostelen, bedoeld voor de Sixtijnse Kapel in Rome. Rafael, een van de grootste schilders van de hoogrenaissance, maakte de ontwerpen op ware grootte; het eigenlijke weven gebeurde daarna in Brussel, in het atelier van Pieter van Aelst. Aan dit voorbeeld zie je de arbeidsdeling glashelder: de beroemde schilder leverde het beeld, de Brusselse wevers de uitvoering in wol en zijde. Bijzonder is dat de kartons zelf bewaard zijn gebleven en tegenwoordig in het Victoria and Albert Museum in Londen hangen, terwijl de geweven tapijten naar het Vaticaan gingen. Zo kun je bij deze reeks als het ware het hele proces nalopen, van ontwerp tot geweven eindresultaat, en begrijpen waarom een wandtapijt een kostbaar samenspel van schilderkunst en weefkunst was.
Naast de verhalende, door schilders ontworpen tapijten kent de renaissance ook een rijke traditie van decoratieve, hoofse wandtapijten, waarvan twee eenhoornreeksen de beroemdste zijn. 'La Dame a la licorne' (De dame met de eenhoorn), omstreeks 1500 gemaakt en nu in het Musee de Cluny in Parijs, bestaat uit zes panelen: vijf beelden de zintuigen uit (zien, horen, ruiken, proeven en voelen) en het zesde draagt het raadselachtige opschrift 'A mon seul desir'. Kenmerkend is de millefleurs-achtergrond: een diepgekleurd vlak dat helemaal bezaaid is met honderden kleine bloemen en diertjes, wat het tapijt een rijk, decoratief patroon geeft. De tweede reeks, 'The Hunt of the Unicorn' (De eenhoornjacht) van omstreeks 1495 tot 1505, nu in The Cloisters in New York, verbeeldt de jacht op de eenhoorn. Wie zulke tapijten beeldanalytisch beschouwt, let vooral op de textielspecifieke aspecten: het patroon en de herhaling van de bloemen, de kleur die door verf en draad ontstaat, en de textuur van het geweven oppervlak.
Uitgewerkt voorbeeld

Het maakproces van een wandtapijt uitleggen

Je ziet een renaissancewandtapijt naar een ontwerp van een beroemde schilder. Leg stap voor stap uit hoe zo'n tapijt tot stand kwam en wie welke rol speelde.

  1. 01Benoem de ontwerper

    Een schilder-ontwerper, zoals Rafael, maakt eerst het beeld. Hij bepaalt de voorstelling, de compositie en de kleuren.

  2. 02Leg het karton uit

    De schilder werkt zijn ontwerp uit tot een karton: een tekening of schildering op ware grootte die alle vormen en kleuren precies vastlegt (Afb. 2).

  3. 03Beschrijf het weven

    Gespecialiseerde wevers, in de renaissance vooral in Brussel, spannen de kettingdraden (schering) en weven met gekleurde inslagdraden van wol en zijde de voorstelling naar het karton in.

  4. 04Benoem het resultaat en de functie

    Zo ontstaat na maanden werk het wandtapijt, een kostbaar geweven doek dat de zaal isoleert, status toont en een verhaal aan de wand vertelt.

Resultaat: Een wandtapijt kwam tot stand door arbeidsdeling: de schilder ontwierp het karton op ware grootte en de Brusselse wevers voerden het uit in wol en zijde, zoals bij de reeks naar Rafaels kartons (1515-1516).

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je de functie van het wandtapijt (isolatie, verplaatsbare status, verhaal aan de wand) en de werkwijze (de schilder ontwerpt het karton, de wevers voeren het uit) kunt uitleggen.
  • Je moet renaissancetapijten als 'La Dame a la licorne' herkennen en de textielspecifieke beeldaspecten (patroon, kleur, textuur) kunnen benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de schilder die het karton ontwierp ook het tapijt weefde; ontwerp en uitvoering waren juist gescheiden taken.
  • Een karton verwarren met het tapijt zelf; het karton is de voorbeeldtekening op ware grootte, het tapijt het geweven eindresultaat.
  • Het wandtapijt als goedkope wandversiering zien; het was juist kostbaarder dan een schilderij en een teken van vorstelijke status.

Actieve herhaling

Leg uit hoe een renaissancewandtapijt tot stand kwam. Beschrijf de rol van de schilder, van het karton en van de wevers, en gebruik de reeks naar Rafaels kartons (1515-1516) als voorbeeld.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - het wandtapijt in de renaissance (CvTE / Examenblad)

§ 03

De barok en de gobelinmanufactuur#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De barok van de zeventiende eeuw drukt ook op de textielkunst haar stempel. De stijl streeft naar pracht, beweging en overweldiging, en niets leende zich daar beter voor dan het grote, rijke wandtapijt. Barokke tapijten worden nog groter en weelderiger dan hun renaissancevoorgangers: de composities zitten voller, de figuren bewegen heftiger, de kleuren zijn dieper en er wordt kwistig met gouddraad gewerkt om alles te laten glanzen. Waar het renaissancetapijt vaak een rustig, decoratief patroon had, wil het baroktapijt indruk maken en een verhaal met drama vertellen. Het tapijt is in de barok bovendien steeds vaker onderdeel van een groter geheel: samen met de architectuur, de schilderingen en het meubilair van een paleis vormt het een totale, overdadige enscenering die de macht en de rijkdom van de eigenaar moet uitstralen.
Het beroemdste centrum van deze barokke tapijtkunst is de Manufacture des Gobelins in Parijs. Deze koninklijke tapijtmanufactuur werd in 1662 opgericht onder koning Lodewijk XIV, op initiatief van zijn machtige minister Jean-Baptiste Colbert, die de Franse luxenijverheid tot bloei wilde brengen. De artistieke leiding lag bij de hofschilder Charles Le Brun, die de ontwerpen maakte of goedkeurde en zo een herkenbare, eenvormige hofstijl oplegde. In de Gobelins werkten honderden ambachtslieden samen: niet alleen wevers, maar ook schilders, vergulders en meubelmakers, want de manufactuur leverde de complete inrichting voor de koninklijke paleizen. Zo werd het maken van tapijten van een ambacht tot een grootschalige, door de staat geleide luxe-industrie. De naam Gobelins is sindsdien zo bekend geworden dat 'gobelin' in het Nederlands een algemeen woord voor een geweven wandtapijt is geworden.
In de barok werd het wandtapijt ook een krachtig middel voor koninklijke propaganda, en de Gobelins waren daar het instrument voor. Onder leiding van Le Brun werd een grote reeks tapijten geweven, 'De geschiedenis van de koning', die de daden en de glorie van Lodewijk XIV in beeld bracht. Een van de tapijten toont zelfs de koning die de Gobelins bezoekt, omringd door de kostbare producten van zijn eigen manufactuur, zodat het tapijt tegelijk het product en de reclame ervan is. Zulke tapijten hingen in de paleizen en werden als vorstelijke geschenken naar andere hoven gestuurd; overal waar ze verschenen, verkondigden ze de macht, de rijkdom en de goede smaak van de Zonnekoning. Wie een baroktapijt beeldanalytisch beschouwt, moet dan ook altijd de functie en de opdrachtgever meewegen: het gaat zelden om louter versiering, maar bijna altijd om aanzien en machtsvertoon. De vergelijkende tabel (Afb. 3) zet de kenmerken van het renaissance- en het baroktapijt naast elkaar.

Renaissancetapijt tegenover baroktapijt

Renaissancetapijt versus baroktapijtTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aspect · Renaissance-tapijt · Barok-tapijt (Gobelins); Voorstelling · rustig, decoratief (millefleurs) · dramatisch hoogtepunt, veel beweging; Kleur en materiaal · heldere wol en zijde · diep en warm, veel gouddraad en glans; Rand (boordsel) · smal of eenvoudig · breed, rijk versierd als vergulde lijst; Functie · status en verhaal aan de wand · luxe-industrie en koninklijke propaganda, gemarkeerde cel: luxe-industrie en koninklijke propagandaASPECTRENAISSANCE-TAPIJTBAROK-TAPIJT(GOBELINS)Voorstellingrustig, decoratief(millefleurs)dramatisch hoogtepunt, veelbewegingKleur en materiaalheldere wol en zijdediep en warm, veel gouddraaden glansRand (boordsel)smal of eenvoudigbreed, rijk versierd alsvergulde lijstFunctiestatus en verhaal aan dewandluxe-industrie enkoninklijke propaganda
Afb. 3Afb. 3 - Vergelijking van het renaissancetapijt en het baroktapijt van de Gobelins.
Om een baroktapijt te herkennen let je op dezelfde kenmerken als bij de barokke schilder- en beeldhouwkunst, maar dan vertaald naar het weefsel. De voorstelling toont vaak een dramatisch hoogtepunt vol beweging, met diagonale lijnen en gebaren die de blik meeslepen. De kleuren zijn diep en warm, met veel goud- en zijdedraad dat het licht vangt en het oppervlak laat glanzen. De randen (de zogenoemde boordsels) zijn breed en rijk versierd met bloemslingers, wapens en allegorische figuren, alsof het tapijt een vergulde lijst heeft meegeweven. En vrijwel altijd draagt het tapijt een boodschap over de opdrachtgever: zijn macht, geloof of afkomst. Zet je dit tegenover een renaissancetapijt, dan valt het verschil meteen op: het rustige, decoratieve millefleurs-patroon van omstreeks 1500 tegenover de bewegelijke, glanzende en propagandistische pracht van een Gobelin uit de tijd van Lodewijk XIV. Precies dat onderscheid moet je op het examen kunnen benoemen en verklaren.
Uitgewerkt voorbeeld

Renaissance- of baroktapijt herkennen

Je ziet een groot, glanzend wandtapijt vol beweging: een vorst te midden van hovelingen, met een brede, rijk versierde rand vol wapens en bloemslingers en veel gouddraad. Beredeneer of dit een renaissance- of een baroktapijt is en verklaar de functie.

  1. 01Beschrijf de voorstelling

    De voorstelling toont geen rustig, decoratief patroon maar een dramatisch tafereel vol beweging rond een vorst, met diagonale gebaren die de blik meeslepen.

  2. 02Analyseer kleur en materiaal

    De diepe, warme kleuren en het vele gouddraad dat het licht vangt en het oppervlak laat glanzen, wijzen op weelde en pracht (Afb. 3).

  3. 03Bekijk de rand en de betekenis

    De brede, rijk versierde rand met wapens verwijst naar de opdrachtgever; het tapijt verheerlijkt zijn macht en rijkdom.

  4. 04Dateer op stijl en benoem de functie

    Beweging, glans en machtsvertoon zijn barokke kenmerken; dit past bij een Gobelin uit de tijd van Lodewijk XIV en diende als koninklijke propaganda.

Resultaat: Het is een baroktapijt in de stijl van de Gobelins: de beweging, de glans en de brede wapenrand tonen de barokke pracht, en de functie is koninklijke propaganda, niet louter versiering.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je de Manufacture des Gobelins kunt plaatsen (opgericht 1662 onder Lodewijk XIV en Colbert, artistiek geleid door Le Brun) en de functie van baroktapijten als luxe-industrie en propaganda kunt uitleggen.
  • Je moet barokke kenmerken (beweging, drama, rijkdom, glans) in een wandtapijt kunnen herkennen en tegenover het renaissancetapijt kunnen zetten.

Veelgemaakte fouten

  • De Gobelins voor een moderne fabriek aanzien; het was een zeventiende-eeuwse, door de staat geleide ambachtelijke manufactuur met honderden vaklieden.
  • Denken dat een baroktapijt alleen versiering is; het diende vaak als koninklijke propaganda en machtsvertoon.
  • Het woord 'gobelin' als merknaam of aparte techniek zien; het is gewoon een geweven wandtapijt, genoemd naar de Parijse manufactuur.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de Manufacture des Gobelins meer was dan zomaar een werkplaats. Betrek in je antwoord de opdrachtgever (Lodewijk XIV en Colbert), de artistieke leiding (Le Brun) en de functie van de tapijten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - de barok en de gobelinmanufactuur (CvTE / Examenblad)

§ 04

Kostuum en textiel in renaissance en barok#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Naast het wandtapijt is het kostuum de tweede grote textieldrager van betekenis in de renaissance en de barok. Kleding was in deze eeuwen veel meer dan bescherming tegen de kou: ze toonde in een oogopslag wie je was. De stof, de kleur, de snit en de hoeveelheid versiering verrieden je rang, je rijkdom en je smaak. Wie het zich kon veroorloven, liet zich kleden in de duurste materialen en de nieuwste mode, want die pracht was een vorm van machtsvertoon. In veel steden en landen golden zelfs kledingvoorschriften (weeldewetten) die precies bepaalden welke stoffen, kleuren en sieraden aan welke stand waren voorbehouden, zodat je aan iemands kleding zijn plaats in de samenleving kon aflezen. Voor de textiele vormgeving is kostuum daarom een rijk onderwerp: het laat zien hoe stof, kleur en vorm samen een sociale boodschap dragen.
De rijkdom van de hofkleding zat vooral in de stoffen, en juist die materialen horen tot de kern van de textiele vormgeving. Zijde was de meest gewaardeerde grondstof: sterk, glanzend en duur, omdat ze van ver moest komen; van zijde werden de kostbaarste weefsels gemaakt. Fluweel is een weefsel met een dichte, zachte pool die het licht diep en warm weerkaatst en dat gold als het toppunt van luxe. Brokaat is een zware, rijk gedessineerde stof waarin patronen met goud- of zilverdraad zijn ingeweven, zodat de stof letterlijk glanst van het edelmetaal. Damast is een weefsel waarin het patroon ontstaat door het verschil tussen glanzende en matte bindingen in dezelfde kleur, zodat het dessin subtiel oplicht als het licht erover valt. Deze weelderige stoffen, vaak nog verrijkt met borduursels, kant en edelstenen, maakten van een gewaad een klein vermogen en van de drager een levend uithangbord van status.
Een van de meest herkenbare onderdelen van de kleding uit deze tijd is de molensteenkraag, in het Frans de fraise: een grote, stijf geplooide, meestal witte kraag die als een rad om de hals staat, vernoemd naar de ronde steen van een molen. Zo'n kraag was volstrekt onpraktisch, en juist daarom een teken van status: wie hem droeg, kon duidelijk niet zelf hoeven te werken. De molensteenkraag hoort bij het strakke, statige silhouet van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw, waarin het lichaam als het ware in een keurslijf werd geregen en de kleding een stijve, bijna geometrische vorm kreeg. In de loop van de zeventiende eeuw, in de volle barok, verandert dat silhouet: de stijve molensteenkraag maakt plaats voor een platte, brede kanten kraag, de vormen worden voller, ronder en losser, en er komt meer nadruk op weelderige stof, glanzende zijde en overvloedig kant. Zo verschuift de mode van de strakke renaissancewaardigheid naar de zwierige, theatrale pracht van de barok.
Voor het examen is het nuttig dat je een geschilderd portret ook op de kleding kunt dateren en duiden, want kostuum verraadt vaak de periode en de status van de afgebeelde persoon. De tabel (Afb. 4) vat het verschil samen. De renaissancekledij is strak, statig en beheerst: een stijf silhouet, de kenmerkende molensteenkraag en een zekere ingehouden waardigheid die past bij het renaissance-ideaal van orde en evenwicht. De barokkledij is losser, voller en theatraler: zwierige, glanzende zijde, een brede kanten kraag, wapperende vormen en een nadruk op overdadige pracht die past bij het barokke streven naar beweging en overweldiging. In beide perioden geldt dat de duurste stoffen, fluweel, brokaat, damast en zijde, waren voorbehouden aan wie rijk en machtig was. Wie een portret beeldanalytisch beschouwt, leest dus niet alleen het gezicht maar ook het kostuum: de stof, de kraag en het silhouet vertellen samen in welke tijd en in welke stand de geportretteerde thuishoort.

Renaissancekledij tegenover barokkledij

Renaissancekledij versus barokkledijTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kenmerk · Renaissance · Barok; Silhouet · strak, stijf, geregen (keurslijf) · vol, los, zwierig; Kraag · molensteenkraag (fraise) · brede, platte kanten kraag; Stoffen · fluweel, brokaat, zijde · glanzende zijde, kant, brokaat; Toon · statig, beheerst, waardig · theatraal, overdadig, bewegelijk, gemarkeerde cel: molensteenkraag (fraise)KENMERKRENAISSANCEBAROKSilhouetstrak, stijf, geregen(keurslijf)vol, los, zwierigKraagmolensteenkraag (fraise)brede, platte kanten kraagStoffenfluweel, brokaat, zijdeglanzende zijde, kant,brokaatToonstatig, beheerst, waardigtheatraal, overdadig,bewegelijk
Afb. 4Afb. 4 - Vergelijking van renaissance- en barokkledij naar silhouet, kraag, stoffen en toon.
Uitgewerkt voorbeeld

Een portret op het kostuum dateren

Je ziet een portret van een man met een grote, stijf geplooide witte kraag die als een rad om zijn hals staat, boven een strak, donker gewaad van fluweel. Beredeneer uit welke periode dit portret stamt en wat de kleding over de man zegt.

  1. 01Benoem de kraag

    De grote, stijf geplooide witte kraag is een molensteenkraag (fraise), een onpraktisch en dus statusverhogend kledingstuk.

  2. 02Analyseer silhouet en stof

    Het strakke, stijve silhouet en de kostbare fluwelen stof passen bij een beheerste, statige dracht (Afb. 4).

  3. 03Dateer op stijl

    De molensteenkraag en het strakke silhouet horen bij de late renaissance, niet bij de losse, zwierige barok met haar brede kanten kraag.

  4. 04Duid de status

    Fluweel en de arbeidsonvriendelijke kraag tonen dat de man rijk en van hoge stand is; hij hoefde niet met zijn handen te werken.

Resultaat: Het portret stamt uit de late renaissance: de molensteenkraag, het strakke silhouet en de fluwelen stof dateren het op stijl en tonen dat de afgebeelde man tot de rijke, hogere stand behoorde.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je kostuum als statusdrager kunt uitleggen en de belangrijkste stoffen (fluweel, brokaat, damast, zijde) kunt benoemen en herkennen.
  • Je moet renaissance- en barokkledij op kenmerken (silhouet, molensteenkraag tegenover brede kanten kraag) kunnen onderscheiden en op stijl dateren.

Veelgemaakte fouten

  • Kleding alleen als versiering zien; in de renaissance en de barok was ze een teken van rang, rijkdom en macht, soms zelfs wettelijk geregeld.
  • De molensteenkraag (fraise) bij de barok plaatsen; hij hoort juist bij het strakke renaissance-silhouet en verdwijnt in de volle barok.
  • Fluweel, brokaat en damast door elkaar halen; fluweel heeft een zachte pool, brokaat is met goud- of zilverdraad doorweven en damast toont zijn dessin door het verschil tussen glans en mat.

Actieve herhaling

Vergelijk de kledij op een renaissanceportret met die op een barokportret. Benoem minstens twee stoffen en leg uit hoe je aan de kraag en het silhouet kunt zien uit welke periode het portret stamt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - kostuum en textiel in renaissance en barok (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Renaissance en barok op de tijdlijn○
    • 02Het wandtapijt in de renaissance◐
    • 03De barok en de gobelinmanufactuur◐
    • 04Kostuum en textiel in renaissance en barok●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~22
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - renaissance en barok op de tijdlijn

Vorig onderwerp

Kunsttheorie en beeldtaal

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.