EuraStudy
Samenvattingen/Textiele vormgeving/Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)
Samenvattingen · Textiele vormgevingNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Deze samenvatting behandelt de negentiende eeuw vanuit het textiel. Kort komen de drie schilderstromingen romantiek, realisme en impressionisme aan bod als tijdsbeeld, maar de kern is de reactie op de machinale massaproductie: de Arts and Crafts-beweging van William Morris (1834-1896) en de Jugendstil. Je leert hoe de herwaardering van het ambacht en het natuurlijke ornament in het textiel doorwerkt en de brug slaat naar het Bauhaus en de moderne vormgeving.

4 Onderdelen·~21 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0888 / 13
Examenprofiel
De negentiende eeuw als eeuw van de industrialisatie schetsen en de drie stromingen (romantiek, realisme, impressionisme) als tijdsbeeld herkennenDe Arts and Crafts-beweging en het werk van William Morris beschrijven als reactie op de machinale massaproductie, met herwaardering van het ambacht en de natuurlijke verfstoffenJugendstil / Art Nouveau in het textiel herkennen aan de organische zweepslag-lijn en de gestileerde natuurmotievenUitleggen hoe de kunstnijverheidsdiscussie doorwerkt en de brug slaat naar het Bauhaus en de moderne vormgeving
Operatoren:beschrijfanalyseerleg uitverklaarinterpreteervergelijk

basisniveau

Voor het CE kunst beschouwen moet je de negentiende-eeuwse stromingen en vooral het textiel van Arts and Crafts (Morris) en de Jugendstil herkennen, beschrijven en op stijl dateren.

verhoogd niveau

In je eigen textiele praktijk kun je de Arts-and-Crafts-idealen (eenheid van kunst en ambacht, natuurlijke verf, patroon uit de natuur) en de zweepslag-lijn van de Jugendstil bewust toepassen en verantwoorden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)
    • 01De negentiende eeuw: industrialisatie en stromingen○
    • 02Arts and Crafts en William Morris◐
    • 03Jugendstil / Art Nouveau in het textiel◐
    • 04Ambacht, ontwerp en de aanloop naar de twintigste eeuw●
§ 01

De negentiende eeuw: industrialisatie en stromingen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De negentiende eeuw is de eeuw van de industrialisatie, en juist het textiel staat daarbij vooraan. De industriele revolutie, die in Engeland begon, veranderde het maken van stof ingrijpend: waar garen en weefsel vroeger met de hand werden gesponnen en geweven, namen nu machines dat werk over. Spinmachines en mechanische weefgetouwen, aangedreven door stoomkracht, produceerden in grote fabrieken enorme hoeveelheden goedkope stof. Textiel werd zo een van de eerste en belangrijkste massaproducten van de moderne tijd. Op de tijdbalk (Afb. 1) zie je de belangrijkste momenten van deze eeuw op een rij, van de industriele bloei onder koningin Victoria tot de eerste kunststromingen die op deze nieuwe, gemechaniseerde wereld reageren. Om het textiel van deze eeuw te begrijpen, moet je dus eerst dit tijdsbeeld van fabrieken, massaproductie en snelle verandering voor ogen hebben.

Tijdbalk van de negentiende eeuw

De negentiende eeuw in het textiel (1800-1910)Tijdlijn van 1800 tot 1910, 1837: Industriele bloei (Victoriaans), 1851: Wereldtentoonstelling Londen (Crystal Palace), 1856: Perkin: eerste synthetische verf (mauveine), 1861: Morris & Co opgericht, 1883: Morris: Strawberry Thief, 1903: Wiener Werkstatte opgericht, 1800–1860: Industrialisatie, 1860–1900: Arts and Crafts, 1890–1910: Jugendstil18001910jaarIndustrialisatieArts and CraftsJugendstil1837Industrielebloei (Victoria…1851WereldtentoonstellingLonden (Crystal…1856Perkin: eerstesynthetische ve…1861Morris & Coopgericht1883Morris:Strawberry Thief1903WienerWerkstatte opge…
Afb. 1Afb. 1 - Tijdbalk van de negentiende eeuw, van de industrialisatie via Arts and Crafts naar de Jugendstil, met de oprichting van Morris & Co benadrukt.
Tegen de achtergrond van deze snelle veranderingen volgen in de schilderkunst de stromingen elkaar sneller op dan ooit. De romantiek, in de eerste helft van de eeuw, keert zich naar het gevoel en de verbeelding: hartstocht, drama, het verleden en de overweldigende natuur zijn haar onderwerpen. Het realisme, rond het midden van de eeuw, keert zich juist naar de nuchtere werkelijkheid van gewone mensen en hun arbeid, zonder verfraaiing. Het impressionisme, vanaf de jaren zeventig, richt zich op de zintuiglijke waarneming: hoe licht en atmosfeer een tafereel op een vluchtig moment doen verschijnen, geschilderd met losse, kleurige toetsen. Zo verschuift de aandacht van het innerlijk gevoel, via de sociale werkelijkheid, naar de vluchtige lichtindruk. Voor het examen vormen deze stromingen het raamwerk waarin je een werk plaatst; in dit hoofdstuk gebruiken we ze vooral als tijdsbeeld waartegen zich de vernieuwing van het textiel aftekent.
De machinale massaproductie had echter een keerzijde die voor de kunstnijverheid van groot belang werd. De fabrieken maakten stoffen, meubels en gebruiksvoorwerpen goedkoop en in grote aantallen, maar de kwaliteit en de vormgeving gingen er vaak op achteruit. Machines drukten willekeurige, overladen patronen op stof, bootsten dure materialen na met goedkope en verloren het gevoel voor eenvoud en degelijkheid dat het handwerk had gekenmerkt. Op de Wereldtentoonstelling van 1851 in Londen, gehouden in het spectaculaire glazen Crystal Palace, toonde de industrie trots haar kunnen, maar juist daar zagen critici hoe smakeloos en slecht ontworpen veel machineproducten waren. Het oude ambacht, waarin een vakman een voorwerp van begin tot eind met zorg en kennis maakte, dreigde te verdwijnen. Deze zorg over kwaliteit en ambacht is de directe aanleiding voor de belangrijkste textielvernieuwing van de eeuw, die in de volgende paragraaf centraal staat: de Arts and Crafts-beweging.
Op de tijdbalk kun je deze ontwikkelingen aflezen en met elkaar verbinden. De banden (spans) geven drie fasen aan: de industrialisatie in de eerste eeuwhelft, de Arts and Crafts-beweging vanaf ongeveer 1860 en de Jugendstil rond 1890 tot 1910. Een bijzondere gebeurtenis is 1856, toen de jonge scheikundige William Perkin bij toeval de eerste synthetische verfstof ontdekte: mauveine, een felpaarse kleur. Tot dan toe kwamen alle kleurstoffen uit de natuur, uit planten en dieren, maar nu kon men in het laboratorium felle, goedkope kleuren maken. Dat was een keerpunt voor het textiel, maar het riep bij ambachtslieden ook weerstand op, omdat de nieuwe chemische kleuren vaak schreeuwerig en zielloos werden gevonden. Verderop op de balk zie je hoe William Morris met zijn firma (opgericht in 1861) en zijn beroemde stof 'Strawberry Thief' (1883) juist teruggreep op de natuurlijke verfstoffen, en hoe de Jugendstil de eeuw afsluit. Zo bereidt deze tijdbalk de twee kernonderwerpen van dit hoofdstuk voor.
Uitgewerkt voorbeeld

De kritiek op de machineproductie uitleggen

Leg met behulp van de tijdbalk uit waarom kunstenaars en critici rond het midden van de negentiende eeuw ontevreden waren over de machinaal geproduceerde textiel- en gebruiksvoorwerpen.

  1. 01Schets de industrialisatie

    Machines en fabrieken namen het maken van stof over en produceerden goedkoop en in grote aantallen (Afb. 1).

  2. 02Benoem het probleem

    De kwaliteit en de vormgeving gingen achteruit: overladen, willekeurige patronen en de imitatie van dure materialen met goedkope.

  3. 03Gebruik de Wereldtentoonstelling van 1851

    Op de tentoonstelling in het Crystal Palace toonde de industrie haar kunnen, maar critici zagen er juist de smakeloosheid en het verval van de vormgeving.

  4. 04Verbind met het ambacht

    Het oude ambacht, waarin een vakman een voorwerp met zorg van begin tot eind maakte, dreigde te verdwijnen; dat verlies wilden de hervormers herstellen.

Resultaat: De kritiek richtte zich op het verlies van kwaliteit en ambacht door de massaproductie; de Wereldtentoonstelling van 1851 maakte dat verval zichtbaar en vormde de aanleiding voor de Arts and Crafts-beweging.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je de negentiende eeuw als eeuw van de industrialisatie en de machinale massaproductie kunt schetsen en de drie stromingen als tijdsbeeld kunt ordenen.
  • Je moet kunnen uitleggen welke gevolgen de machinale massaproductie voor de kwaliteit en het ambacht van het textiel had.

Veelgemaakte fouten

  • De drie stromingen als strikt gescheiden zien; ze overlappen elkaar en reageren op elkaar en op hun tijd.
  • Denken dat de industrialisatie alleen vooruitgang bracht; voor de kunstnijverheid betekende ze vaak juist verlies van kwaliteit en ambacht.
  • De synthetische verf van Perkin (1856) in de verkeerde eeuw of bij de natuurlijke kleurstoffen plaatsen; het is juist de eerste chemische kleurstof.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de machinale massaproductie van textiel in de negentiende eeuw kritiek opriep. Gebruik de Wereldtentoonstelling van 1851 en het begrip ambacht in je antwoord.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - de negentiende eeuw: industrialisatie en stromingen (CvTE / Examenblad)

§ 02

Arts and Crafts en William Morris#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Arts and Crafts-beweging is het antwoord op de zorg over de machineproductie, en haar belangrijkste voorman is de Engelsman William Morris (1834-1896). Morris was ontwerper, dichter en denker, en hij verzette zich tegen de gedachte dat kunst alleen in dure schilderijen en beelden zat. Hij vond dat ook alledaagse voorwerpen, zoals stof, behang, meubels en boeken, mooi en met zorg gemaakt moesten zijn. De beweging die naar zijn idealen is genoemd, Arts and Crafts (kunst en ambacht), streeft naar een herwaardering van het handwerk als reactie op de zielloze fabrieksproductie. Kunst en nijverheid, het vrije kunstwerk en het nuttige gebruiksvoorwerp, moesten weer een eenheid worden. In het schema (Afb. 2) zie je die gedachtegang als een keten: de industrialisatie roept kritiek op, die kritiek leidt tot de Arts and Crafts-beweging, en die mondt uit in een herwaardering van het textiel en het ambacht.

Arts and Crafts als reactieketen

Van industrialisatie naar herwaardering van het textielGraaf, Industriele massaproductie → Kritiek: verlies van kwaliteit en ambacht, Kritiek: verlies van kwaliteit en ambacht → Arts and Crafts (ambacht + natuurlijke verf), Arts and Crafts (ambacht + natuurlijke verf) → Herwaardering van het textielIndustrielemassaproductieKritiek: verliesvan kwaliteit enambachtArts and Crafts(ambacht +natuurlijke ver…Herwaarderingvan het textielsmakeloze,goedkope waarMorris & Co(1861)eerlijkhandwerk
Afb. 2Afb. 2 - Arts and Crafts als reactie op de industrialisatie, uitmondend in een herwaardering van het textiel.
Om zijn idealen in de praktijk te brengen richtte Morris in 1861 een eigen firma op, aanvankelijk onder de naam Morris, Marshall, Faulkner and Co en later kortweg Morris and Co. Het bedrijf maakte behang, stoffen, tapijten, meubels en glas-in-lood, alles ontworpen en grotendeels met de hand vervaardigd volgens de hoogste ambachtelijke maatstaven. Morris ging daarbij ver in zijn toewijding aan het echte handwerk: hij bestudeerde oude technieken en herstelde die, en hij verwierp de nieuwe, felle chemische kleuren van Perkin ten gunste van de traditionele, natuurlijke verfstoffen. Voor zijn blauw gebruikte hij bijvoorbeeld weer de eeuwenoude indigo. Vanaf 1881 vestigde hij zijn werkplaatsen te Merton Abbey, aan een rivier ten zuiden van Londen, waar de stoffen werden geweven, bedrukt en met plantaardige verf geverfd. Zo werd Morris and Co een levend bewijs dat mooi, degelijk en ambachtelijk textiel ook in zijn eigen, gemechaniseerde tijd nog mogelijk was.
Het beroemdste textiel van Morris is 'Strawberry Thief' (De aardbeiendief) uit 1883, een bedrukte katoenen stof. Het patroon toont zangvogels (lijsters) die aardbeien stelen, een tafereel dat Morris in zijn eigen tuin bij Kelmscott had waargenomen. Zoals bij bijna al zijn ontwerpen is de natuur het uitgangspunt: bladeren, bloemen, ranken en dieren vullen het vlak in een dicht, symmetrisch herhalend patroon (een rapport) dat toch levendig en natuurlijk blijft. Bijzonder is de techniek: Morris drukte de stof met de indigo-etsdruk, een bewerkelijke methode waarbij de katoen eerst helemaal in natuurlijke indigo blauw wordt geverfd, waarna in een tweede bewerking de andere kleuren worden aangebracht. Juist omdat het zo veel werk en vakmanschap kostte, paste deze techniek volledig bij zijn Arts-and-Crafts-ideaal. 'Strawberry Thief' laat zien waar Morris voor stond: een patroon uit de natuur, natuurlijke verf en eerlijk, kundig handwerk, tegenover de goedkope, machinale bedrukking van zijn tijd.
Naast 'Strawberry Thief' ontwierp Morris een groot aantal andere patronen die nog altijd bekend zijn. 'Trellis', een van zijn vroegste behangontwerpen, toont rozen die langs een houten latwerk (een trellis) klimmen, met vogels ertussen. Voor het zwaardere, geweven textiel maakte hij ontwerpen als 'Peacock and Dragon' (Pauw en draak), een groot wollen weefsel met pauwen en draken in een streng, symmetrisch patroon. In al deze werken keert dezelfde overtuiging terug, die Morris samenvatte in een beroemd credo: heb niets in je huis waarvan je niet weet dat het nuttig is of gelooft dat het mooi is ('useful or beautiful'). Voor de vormgeving is die uitspraak van blijvend belang, want ze verbindt schoonheid met bruikbaarheid en verheft het gewone gebruiksvoorwerp tot iets dat met zorg ontworpen mag worden. Daarmee legt Morris mede de grondslag voor de moderne vormgeving, waarin de vraag naar de eenheid van kunst, ambacht en nut een rode draad blijft, tot in het Bauhaus toe.
Uitgewerkt voorbeeld

Een Morris-stof beeldanalytisch beschouwen

Je ziet een bedrukte katoenen stof met een blauwe achtergrond waarop vogels tussen aardbeien, bladeren en ranken in een dicht, symmetrisch herhalend patroon zijn afgebeeld. Beredeneer van wie en uit welke beweging dit werk stamt en benoem de kenmerken.

  1. 01Beschrijf de voorstelling

    De stof toont vogels die aardbeien stelen, omgeven door bladeren en ranken uit de natuur, in een dicht en symmetrisch patroon.

  2. 02Analyseer het patroon

    Het motief herhaalt zich als een rapport over het hele vlak, gestileerd maar levendig; typisch voor de natuurpatronen van William Morris (Afb. 2).

  3. 03Onderzoek de kleur en de techniek

    De blauwe ondergrond wijst op natuurlijke indigo en de indigo-etsdruk, een bewerkelijke handdruk in plaats van goedkope machineproductie.

  4. 04Plaats in de beweging

    Natuurmotief, natuurlijke verf en eerlijk handwerk horen bij de Arts and Crafts-beweging; dit is 'Strawberry Thief' (1883) van Morris.

Resultaat: Het is 'Strawberry Thief' (1883) van William Morris: het natuurmotief, het herhalende rapport, de natuurlijke indigo en de ambachtelijke indigo-etsdruk maken het tot een kernwerk van de Arts and Crafts-beweging.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je de Arts and Crafts-beweging en William Morris kunt beschrijven als reactie op de industrialisatie, met herwaardering van het ambacht en de natuurlijke verfstoffen.
  • Je moet Morris-textiel als 'Strawberry Thief' (1883) kunnen herkennen en de kenmerken (natuurmotief, herhalend patroon, natuurlijke indigo, handdruk) benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat Morris de machine omarmde; hij greep juist terug op het handwerk en de natuurlijke verf tegen de massaproductie in.
  • Morris' natuurmotieven verwarren met een natuurgetrouwe weergave; het gaat om gestileerde, herhalende patronen (rapporten), niet om realistische afbeeldingen.
  • Arts and Crafts alleen als een stijl zien; het is vooral een houding, een herwaardering van het ambacht en van de eenheid van kunst en nijverheid.

Actieve herhaling

Beschrijf aan de hand van 'Strawberry Thief' (1883) waar William Morris en de Arts and Crafts-beweging voor stonden. Betrek het motief, de verfstof en de techniek in je antwoord.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - Arts and Crafts en William Morris (CvTE / Examenblad)

§ 03

Jugendstil / Art Nouveau in het textiel#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Omstreeks 1890 ontstaat een nieuwe, sierlijke stijl die in Duitsland Jugendstil heet en in Frankrijk en Belgie Art Nouveau (nieuwe kunst). De stijl bloeit ongeveer van 1890 tot 1910 en wil, net als Arts and Crafts, de vormgeving vernieuwen en het kunstig ontworpen gebruiksvoorwerp verheffen. Anders dan de historische stijlen die alles uit het verleden overnamen, zocht de Jugendstil bewust naar een geheel nieuwe, eigentijdse vormentaal. Die vond ze in de natuur, maar niet als nagebootst tafereel: de natuur werd de bron van een sierlijk, gestileerd ornament. De Jugendstil is een totaalstijl die zich over de architectuur, het meubel, het glaswerk, de boekkunst en nadrukkelijk ook het textiel uitstrekt. In de tabel (Afb. 3) staan de belangrijkste kenmerken van deze stijl met hun beschrijving en een textiel voorbeeld op een rij.

Kenmerken van Jugendstil-textiel

Jugendstil in het textielTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kenmerk · Beschrijving · Voorbeeld; Zweepslag-lijn · organische, golvende, zwiepende lijn · Obrist, 'Peitschenhieb' (ca. 1895); Natuurmotief · gestileerde ranken, bloemen en stengels · geborduurde cyclaamstengels; Totaalstijl · een stijl voor alle vormgeving · Wiener Werkstatte (1903); Twee varianten · organisch zwierig of strak geometrisch · Obrist tegenover Hoffmann en Moser, gemarkeerde cel: Obrist, 'Peitschenhieb' (ca. 1895)KENMERKBESCHRIJVINGVOORBEELDZweepslag-lijnorganische, golvende,zwiepende lijnObrist, 'Peitschenhieb' (ca.1895)Natuurmotiefgestileerde ranken, bloemenen stengelsgeborduurde cyclaamstengelsTotaalstijleen stijl voor allevormgevingWiener Werkstatte (1903)Twee variantenorganisch zwierig of strakgeometrischObrist tegenover Hoffmann enMoser
Afb. 3Afb. 3 - Kenmerken van de Jugendstil in het textiel, met per kenmerk een beschrijving en een voorbeeld.
Het meest herkenbare kenmerk van de Jugendstil is de lijn: een organische, golvende, zwierige lijn die lijkt te bewegen en te groeien. Deze lijn wordt de zweepslag genoemd, naar de vorm van een knallende zweep, of in het Duits de Peitschenhieb. Ze ontleent haar vorm aan de natuur, aan slingerende stengels, ranken, golven, haren en vlammen, maar is sterk gestileerd tot een sierlijk, bijna abstract ornament dat over het oppervlak zwiept. De zweepslag geeft de Jugendstil haar kenmerkende gevoel van beweging, groei en elegantie. In het platte vlak van een stof, een borduurwerk of een behang komt deze lijn bijzonder goed tot haar recht, want ze kan zich vrij over het hele oppervlak uitstrekken en herhalen. Waar de patronen van Morris nog vrij symmetrisch en gelijkmatig waren, durft de Jugendstil de lijn losser en asymmetrischer te laten uitwaaieren, wat het ornament een grotere dynamiek geeft.
Het beroemdste textiele voorbeeld van deze stijl is meteen ook het werk dat de zweepslag zijn naam gaf: het borduurwerk 'Peitschenhieb' (Zweepslag) van de Duitse kunstenaar Hermann Obrist, gemaakt omstreeks 1895. Op dit wandkleed borduurde Obrist de stengels en bloemen van een alpenviooltje (cyclaam) uit tot krachtig zwiepende, golvende lijnen die als zwepen over de stof uithalen. Een criticus vergeleek de heftige, uitwaaierende beweging van deze lijnen met de plotselinge slag van een zweep, en die benaming, Peitschenhieb of zweepslag, werd al snel de naam voor het hele stijlkenmerk. Het werk laat mooi zien hoe de Jugendstil de natuur niet natuurgetrouw afbeeldt maar tot een dynamisch, bijna abstract ornament omvormt. Dat juist een geborduurd textielwerk deze stijl haar sleutelbegrip gaf, toont hoe belangrijk de textiele vormgeving voor de Jugendstil was.
De Jugendstil kende ook een strakkere, meer geometrische variant, die vooral in Wenen tot bloei kwam. Daar richtten de ontwerpers Josef Hoffmann en Koloman Moser in 1903 de Wiener Werkstatte (Weense Werkplaats) op, een gemeenschap van kunstenaars en ambachtslieden. Net als de Arts and Crafts-beweging streefden zij naar een eenheid van kunst en ambacht en naar goed ontworpen gebruiksvoorwerpen, van meubels en metaalwerk tot stoffen, mode en boekbanden. Hun vormgeving was echter vaak strakker en geometrischer dan de zwierige zweepslag: rechthoeken, vierkanten en heldere ritmes bepaalden veel van hun ontwerpen. De Wiener Werkstatte vormt zo een schakel tussen de sierlijke Jugendstil en de strakke, functionele vormgeving van de twintigste eeuw. Voor het examen is het goed om te zien dat de Jugendstil geen eenvormige stijl was, maar een organische en een geometrische kant had, die beide op zoek waren naar een nieuwe, eigentijdse vormentaal.
Uitgewerkt voorbeeld

Een Jugendstil-textiel herkennen

Je ziet een geborduurd wandkleed waarop de stengels en bloemen van een plant zijn uitgewerkt tot krachtig golvende, zwiepende lijnen die over het vlak uithalen. Beredeneer tot welke stijl dit werk hoort en benoem het kenmerk en een voorbeeld.

  1. 01Beschrijf de lijn

    De plant is niet natuurgetrouw weergegeven maar omgevormd tot krachtig golvende, zwiepende lijnen die over de stof bewegen.

  2. 02Benoem het kenmerk

    Deze organische, golvende lijn is de zweepslag (Peitschenhieb), het herkenningsteken van de Jugendstil (Afb. 3).

  3. 03Dateer de stijl

    De Jugendstil / Art Nouveau bloeit omstreeks 1890 tot 1910; het gestileerde natuurmotief en de bewegende lijn passen precies in die periode.

  4. 04Koppel aan een voorbeeld

    Het beroemdste voorbeeld is Hermann Obrists borduurwerk 'Peitschenhieb' (omstreeks 1895), dat de zweepslag zijn naam gaf.

Resultaat: Het werk is Jugendstil: de gestileerde plant en de golvende zweepslag-lijn dateren het op omstreeks 1890 tot 1910 en verwijzen naar Obrists 'Peitschenhieb' (omstreeks 1895).

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je Jugendstil / Art Nouveau kunt herkennen aan de organische, golvende zweepslag-lijn en de gestileerde natuurmotieven.
  • Je moet een textiel voorbeeld als Obrists 'Peitschenhieb' (omstreeks 1895) en de Wiener Werkstatte (1903) aan de stijl kunnen koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • De zweepslag-lijn voor een natuurgetrouwe plantweergave aanzien; het gaat om een sterk gestileerd, bijna abstract sierornament.
  • Jugendstil en Art Nouveau als twee verschillende stijlen zien; het zijn de Duitse en de Franse naam voor dezelfde beweging.
  • De Jugendstil als louter organisch bestempelen; de Wiener Werkstatte toont juist een strakke, geometrische kant van de stijl.

Actieve herhaling

Beschrijf de zweepslag-lijn en leg uit waarom Hermann Obrists borduurwerk 'Peitschenhieb' (omstreeks 1895) een kenmerkend Jugendstil-textiel is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - Jugendstil / Art Nouveau in het textiel (CvTE / Examenblad)

§ 04

Ambacht, ontwerp en de aanloop naar de twintigste eeuw#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

De belangrijkste erfenis van de negentiende-eeuwse textielvernieuwing is niet een bepaald patroon of een bepaalde techniek, maar een vraag die sindsdien de hele vormgeving beheerst: hoe maak je in een moderne, gemechaniseerde wereld goede, mooi ontworpen gebruiksvoorwerpen? William Morris en de Arts and Crafts-beweging stelden die vraag scherp door de eenheid van kunst en ambacht te eisen en het gewone voorwerp serieus te nemen. De Jugendstil zocht er een nieuwe, eigentijdse vormentaal bij. Deze kunstnijverheidsdiscussie, de discussie over kwaliteit, ambacht en de eenheid van kunst en vormgeving, werkt in de twintigste eeuw door en leidt uiteindelijk tot de moderne vormgeving. In het schema (Afb. 4) zie je die invloedketen: van Morris en Arts and Crafts, via de hervorming van de vormgeving en de Wiener Werkstatte, naar het Bauhaus. Dit hoofdstuk sluit dus niet af bij 1900, maar wijst vooruit naar de kunst en de vormgeving van de nieuwe eeuw.

Invloedketen: van Morris naar het Bauhaus

Van Morris naar het BauhausGraaf, Morris / Arts and Crafts → Hervorming van de vormgeving, Hervorming van de vormgeving → Wiener Werkstatte (1903), Wiener Werkstatte (1903) → Bauhaus (1919)Morris /Arts andCraftsHervorming vande vormgevingWienerWerkstatte(1903)Bauhaus (1919)eenheid vankunst en amba…nieuwevormentaalontwerpen voorde machine
Afb. 4Afb. 4 - Invloedketen van Morris en Arts and Crafts via de Wiener Werkstatte naar het Bauhaus.
Toch bleef er in de idealen van Morris een spanning zitten die de volgende generatie moest oplossen. Morris verwierp de machine en koos volledig voor het handwerk, maar juist daardoor werden zijn stoffen en meubels zo bewerkelijk en duur dat alleen rijke mensen ze konden betalen. Zijn droom van mooie voorwerpen voor iedereen botste zo met zijn eigen werkwijze. De ontwerpers na hem trokken daaruit een belangrijke les: als goede vormgeving werkelijk voor iedereen bedoeld is, kun je de machine niet blijven afwijzen, maar moet je haar juist leren gebruiken. De vraag verschoof daarmee van 'ambacht tegen machine' naar 'hoe ontwerp je goed voor de machine'. De Wiener Werkstatte zette met haar strakkere, geometrische vormen al een stap in die richting. Zo bereidt de kunstnijverheidsdiscussie de weg voor een vormgeving die de industriele productie niet meer bestrijdt, maar er bewust mee ontwerpt.
De school waar deze nieuwe houding het duidelijkst vorm krijgt, is het Bauhaus, in 1919 door Walter Gropius in Weimar opgericht en in 1925 naar Dessau verhuisd. Het Bauhaus nam het oude Arts-and-Crafts-ideaal van de eenheid van kunst en ambacht over, maar verbond het met de moderne industrie: ontwerpers moesten het ambacht beheersen en tegelijk voor de machine en de serieproductie leren ontwerpen. Ook binnen het Bauhaus speelde het textiel een belangrijke rol, want het weefatelier (de Weberei) was een van de meest productieve werkplaatsen van de school. Onder leiding van Gunta Stolzl, de enige vrouwelijke meester van het Bauhaus, en met kunstenaars als Anni Albers, ontwikkelde men daar een geheel nieuw, abstract en functioneel textiel: strakke, geometrische weefsels, vaak bedoeld als ontwerp voor industriele productie. Zo loopt er een directe lijn van de weverij van Morris te Merton Abbey naar het weefatelier van het Bauhaus, ook al zijn de idealen over de machine intussen omgeslagen.
Voor het examen kunst beschouwen is het van belang dat je deze grote lijn kunt overzien en een textiel werk op de juiste plaats van de ontwikkeling kunt zetten. De rode draad is steeds dezelfde discussie over ambacht, kwaliteit en de eenheid van kunst en vormgeving, die in de negentiende eeuw bij Morris begint en doorloopt tot in de moderne vormgeving van de twintigste eeuw. Wie een onbekend textiel of ontwerp beeldanalytisch beschouwt, kan zich afvragen waar het in deze keten thuishoort: grijpt het, zoals Morris, terug op het ambacht en de natuur; zwiept het, zoals de Jugendstil, in organische lijnen; of is het, zoals bij de Wiener Werkstatte en het Bauhaus, strak, geometrisch en op de machine gericht? Door zo te redeneren verbind je een concreet werk met de idealen van zijn tijd en laat je zien dat je de ontwikkeling van de vormgeving begrijpt. Daarmee bereidt dit hoofdstuk je voor op het volgende, waarin de moderne kunst en het Bauhaus-textiel centraal staan.
Uitgewerkt voorbeeld

De invloedketen van Morris naar het Bauhaus uitleggen

Leg uit hoe de idealen van William Morris doorwerken tot in het Bauhaus. Geef de overeenkomst en het belangrijkste verschil aan.

  1. 01Benoem het ideaal van Morris

    Morris en de Arts and Crafts-beweging eisten de eenheid van kunst en ambacht en namen het gewone gebruiksvoorwerp serieus, met eerlijk handwerk en natuurlijke verf (Afb. 4).

  2. 02Volg de invloedketen

    Dit ideaal werkt door via de hervorming van de vormgeving en de Wiener Werkstatte, die naar een nieuwe, strakkere vormentaal zocht.

  3. 03Kom uit bij het Bauhaus

    Het Bauhaus (1919) nam de eenheid van kunst en ambacht over, met een bloeiend weefatelier onder Gunta Stolzl en Anni Albers.

  4. 04Benoem overeenkomst en verschil

    De overeenkomst is de eenheid van kunst en ambacht; het verschil is de houding tegenover de machine: Morris wees haar af, het Bauhaus ontwierp er juist bewust voor.

Resultaat: De lijn loopt van Morris via de Wiener Werkstatte naar het Bauhaus: de eenheid van kunst en ambacht blijft het gedeelde ideaal, maar waar Morris de machine afwees, omarmde het Bauhaus juist de industriele productie.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je kunt uitleggen hoe de kunstnijverheidsdiscussie (ambacht, kwaliteit, eenheid van kunst en vormgeving) van Morris doorwerkt naar de moderne vormgeving.
  • Je moet de invloedketen van Arts and Crafts via de Wiener Werkstatte naar het Bauhaus kunnen beschrijven en een textiel werk erin plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat het Bauhaus de machine net als Morris afwees; het Bauhaus omarmde de industriele productie juist en ontwierp er bewust voor.
  • De ontwikkeling als een reeks losse stijlen zien; het is een doorlopende discussie over ambacht, kwaliteit en de eenheid van kunst en vormgeving.
  • Het aandeel van het textiel over het hoofd zien; van Morris' weverij tot het Bauhaus-weefatelier van Stolzl en Albers loopt er een directe textiellijn.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de idealen van William Morris en de Arts and Crafts-beweging doorwerken tot in het Bauhaus. Benoem daarbij zowel de overeenkomst als het belangrijkste verschil (de houding tegenover de machine).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - ambacht, ontwerp en de aanloop naar de twintigste eeuw (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De negentiende eeuw: industrialisatie en stromingen○
    • 02Arts and Crafts en William Morris◐
    • 03Jugendstil / Art Nouveau in het textiel◐
    • 04Ambacht, ontwerp en de aanloop naar de twintigste eeuw●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~21
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - de negentiende eeuw: industrialisatie en stromingen

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.