EuraStudy
Samenvattingen/Textiele vormgeving/Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
Samenvattingen · Textiele vormgevingNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Dit onderwerp behandelt de hedendaagse kunst en vormgeving vanuit de textielkunst en de mode. Je leert hoe het textiel na de oorlog met de fiber art driedimensionaal en autonoom werd (Abakanowicz, Hicks), hoe hedendaagse kunstenaars textiel inzetten om identiteit en politiek te dragen (Ringgold, Perry, Butler, El Anatsui), en hoe mode een cultuurdrager en zelfs kunst kan zijn (Shonibare, Van Herpen). Ten slotte sta je stil bij de duurzaamheid: fast fashion tegenover slow en circulaire mode.

4 Onderdelen·~20 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·101010 / 13
Examenprofiel
De opkomst van de fiber art uitleggen: het textiel verlaat de wand en wordt driedimensionale, autonome kunst (Abakanowicz, Hicks, Tawney)Hedendaagse textielkunst als drager van inhoud, identiteit en politiek herkennen (Ringgold, Perry, Butler, El Anatsui)Mode als cultuurdrager en als kunst analyseren (Shonibare, Iris van Herpen, Viktor & Rolf)De duurzaamheid van textiel beoordelen: fast fashion tegenover slow en circulaire mode, recyclen en upcyclen
Operatoren:benoembeschrijfanalyseerleg uitverklaarvergelijk

basisniveau

De fiber art, de hedendaagse textielkunst en de duurzame mode horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen; je moet ze op betekenis kunnen herkennen en beschouwen.

verhoogd niveau

In je eigen werk kun je de hedendaagse thema's toepassen: textiel inzetten als drager van een boodschap, of duurzaam en circulair ontwerpen met hergebruikte materialen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
    • 01Naoorlogse vernieuwing en fiber art○
    • 02Textielkunst als beeldende kunst◐
    • 03Mode als hedendaagse cultuurdrager◐
    • 04Duurzame mode en de toekomst van textiel●
§ 01

Naoorlogse vernieuwing en fiber art#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de textielkunst een spectaculaire sprong. De emancipatie die in het Bauhaus was begonnen en in 1949 met de MoMA-solo van Anni Albers werd bekroond, kreeg vanaf de jaren zestig een radicaal vervolg in wat de fiber art of vezelkunst is gaan heten. Kunstenaars gingen het geweven werk niet langer als een platte lap aan de wand behandelen, maar als een zelfstandig, driedimensionaal object dat de ruimte in groeit. Het wandtapijt kwam los van de muur: het ging hangen, zwellen, plooien en soms als een sculptuur op de vloer staan. Daarmee verdween het laatste verschil tussen de 'lage' textielnijverheid en de 'hoge' beeldhouwkunst. De draad, de vezel en de knoop werden volwaardige middelen om vorm, ruimte en betekenis te scheppen - textiel was geen ondergeschikte techniek meer, maar autonome beeldende kunst.
De Poolse kunstenares Magdalena Abakanowicz (1930-2017) werd het gezicht van deze omwenteling. Vanaf de jaren zestig weefde zij enorme, hangende vormen van grof sisaltouw, die naar haar zijn vernoemd: de 'Abakans'. Deze zwaar geweven, donkere gevaarten - soms metershoog - vullen een hele ruimte en nodigen de bezoeker uit ertussen te lopen; ze zijn abstract en toch organisch, als holtes, mantels of lichamen. Textiel werd bij haar een monumentale, bijna beangstigende ervaring. Ook de Amerikaanse Lenore Tawney (1907-2007) verliet in dezelfde jaren de platte lap: zij maakte ijle, open geweven vormen waarin de lege ruimte tussen de draden even belangrijk is als het weefsel zelf. Samen bewezen zij dat een weefsel de wand kon verlaten en de derde dimensie kon veroveren.
Deze nieuwe vezelkunst kreeg al snel een internationaal podium (zie Afb. 1). In 1962 werd in het Zwitserse Lausanne de eerste Biennale de la Tapisserie gehouden, een tweejaarlijkse tentoonstelling die het vernieuwende weefwerk uit de hele wereld bijeenbracht en tot bloei bracht. In 1969 bevestigde de invloedrijke tentoonstelling 'Wall Hangings' in het MoMA in New York de status van de fiber art in het hart van de moderne kunst. Een van de veelzijdigste kunstenaars van deze beweging is de Amerikaanse Sheila Hicks (geboren 1934), die tot op hoge leeftijd werkt: zij maakt zowel fijne, geborduurde miniaturen als uitbundige, kleurrijke installaties van gebundelde en gewikkelde vezels, waarin kleur en materiaal alle aandacht opeisen. De tijdlijn plaatst deze mijlpalen tegenover latere ontwikkelingen in de textielkunst en de mode.

Tijdlijn van de naoorlogse textielkunst

Fiber art en textielkunst, 1950-2020Tijdlijn van 1950 tot 2020, 1962: Eerste Biennale de la Tapisserie (Lausanne), 1969: 'Wall Hangings', MoMA New York, 1988: Faith Ringgold, 'Tar Beach', 2012: Grayson Perry, 'The Vanity of Small Differences', 1960–1980: Opkomst fiber art, 1980–2010: Textielkunst breed, 2010–2020: Duurzame mode19502020jaarOpkomst fiber artTextielkunst breedDuurzame mode1962Eerste Biennalede la Tapisseri…1969'Wall Hangings',MoMA New York1988Faith Ringgold,'Tar Beach'2012Grayson Perry,'The Vanity of …
Afb. 1Afb. 1 - Tijdlijn van de naoorlogse textielkunst: van de eerste Biennale de la Tapisserie (1962) en 'Wall Hangings' (1969) tot de story quilts en tapijten van Ringgold en Perry.
Voor het vak textiele vormgeving is de fiber art een dankbaar onderwerp, omdat je er de textielspecifieke beeldaspecten scherp op kunt oefenen. Bij een Abakan of een werk van Hicks kijk je niet naar een afgebeeld tafereel, maar naar textuur (de voelbare, ruwe of zachte oppervlakte), structuur (hoe het weefsel is opgebouwd uit draad en binding), en naar de manier waarop kleur, herhaling en ritme het geheel dragen. De betekenis ligt niet in een verhaal, maar in de fysieke ervaring van het materiaal en de ruimte. Wie deze werken analyseert, oefent dus precies de beschouwingsvaardigheden die het centraal examen vraagt, toegepast op het medium dat dit vak eigen is. In de volgende onderdelen zie je hoe de textielkunst daarna ook nadrukkelijk inhoud, identiteit en politiek is gaan dragen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een Abakan als fiber art analyseren

Je krijgt een 'Abakan' van Magdalena Abakanowicz (jaren 1960-1970). Leg uit waarom dit werk tot de fiber art hoort en beschrijf met welke textielspecifieke beeldaspecten het zijn zeggingskracht bereikt.

  1. 01Waarneming

    Je ziet een groot, donker, zwaar geweven object van grof sisaltouw dat vrij in de ruimte hangt en de derde dimensie in groeit.

  2. 02Fiber art

    Doordat het weefsel de wand verlaat en een zelfstandige, driedimensionale sculptuur is geworden, hoort het tot de fiber art en niet tot het platte wandtapijt.

  3. 03Beeldaspecten

    De zeggingskracht zit in de textuur (ruw, tastbaar sisal), de structuur (grove, open weefbinding) en de manier waarop de vorm de omringende ruimte inneemt.

  4. 04Betekenis

    Er is geen afgebeeld verhaal; de betekenis ontstaat uit de fysieke, bijna lijfelijke ervaring van materiaal, schaal en ruimte.

Resultaat: De Abakan is fiber art omdat het geweven werk een autonome, driedimensionale sculptuur is geworden; zijn kracht ligt in de textuur, de structuur en de ruimtewerking van het grove sisal, niet in een afgebeeld tafereel.

Eindexamen-focus

  • De opkomst van de fiber art uitleggen: het textiel verlaat de wand en wordt driedimensionaal en autonoom (Abakanowicz, Tawney, Hicks).
  • De rol van de Biennale de la Tapisserie in Lausanne (vanaf 1962) en 'Wall Hangings' (MoMA, 1969) als podia van de fiber art benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Fiber art verwarren met een gewoon, plat wandtapijt; het kenmerk is juist de driedimensionale, ruimtelijke en autonome vorm.
  • De 'Abakans' aan de verkeerde maker toeschrijven - ze zijn van Magdalena Abakanowicz en gemaakt van sisal.
  • Bij fiber art naar een afbeelding of verhaal zoeken in plaats van naar textuur, structuur, materiaal en ruimte te kijken.

Actieve herhaling

Je krijgt een 'Abakan' van Magdalena Abakanowicz (jaren 1960-1970). Leg uit waarom dit werk tot de fiber art hoort en beschrijf met welke textielspecifieke beeldaspecten (textuur, structuur, ruimte) het zijn zeggingskracht bereikt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - naoorlogse vernieuwing en fiber art (CvTE / Examenblad)

§ 02

Textielkunst als beeldende kunst#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Waar de fiber art vooral het materiaal en de ruimte verkende, ontdekte de textielkunst daarna dat een weefsel of quilt ook uitstekend inhoud kan dragen: een verhaal, een herinnering, een identiteit of een politieke boodschap. Juist omdat textiel zo verweven is met het dagelijks leven - met kleding, met het bed, met huiselijkheid en met traditioneel 'vrouwenwerk' - kunnen kunstenaars die associaties bewust inzetten. Een quilt roept warmte, familie en zorg op; een geweven wandtapijt draagt van oudsher status en geschiedenis. Hedendaagse kunstenaars gebruiken deze beladen betekenissen om onderwerpen aan te snijden die er maatschappelijk toe doen: afkomst, ongelijkheid, kolonialisme en de vraag wie er in de kunstgeschiedenis zichtbaar mag zijn. Textiel is bij hen geen neutrale techniek, maar een middel dat zijn eigen geschiedenis meebrengt.
De Amerikaanse kunstenares Faith Ringgold (1930-2024) is het schoolvoorbeeld. Zij ontwikkelde de 'story quilt': een quilt waarop zij met beschilderd doek, stof en een handgeschreven verhaal in de rand een tafereel uit het zwarte Amerikaanse leven vertelt. Haar bekendste werk, 'Tar Beach' uit 1988, toont een meisje dat 's nachts op het dak van een flat in Harlem ligt en droomt dat zij over de stad kan vliegen - een beeld van vrijheid en verlangen te midden van armoede en racisme. Door bewust voor de quilt te kiezen, een techniek uit de Afrikaans-Amerikaanse en vrouwelijke traditie, verbindt Ringgold haar persoonlijke en politieke verhaal met de geschiedenis van dat ambacht. Zij tilt daarmee het 'huiselijke' handwerk op tot een krachtig medium voor identiteit en protest.
Dat textiel grote maatschappelijke thema's aankan, laat ook de Britse kunstenaar Grayson Perry (geboren 1960) zien. Voor zijn serie 'The Vanity of Small Differences' uit 2012 maakte hij zes grote wandtapijten die, in de traditie van de oude verhalende tapijten, de reis van een personage door de Engelse klassenmaatschappij vertellen. Perry ontwierp ze op de computer en liet ze op een modern, digitaal aangestuurd Jacquard-weefgetouw uitvoeren, zodat een eeuwenoud medium met de nieuwste techniek wordt gemaakt. Zo toont hij hoe smaak, kleding en interieur verraden uit welke sociale klasse iemand komt. De tabel in Afb. 2 zet enkele toonaangevende textielkunstenaars naast elkaar met hun techniek en de betekenis van hun werk, zodat je de rijkdom van dit veld in een oogopslag overziet.

Hedendaagse textielkunstenaars

Textiel als beeldende kunstTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kunstenaar · Werk / techniek · Betekenis; Faith Ringgold · Story quilt 'Tar Beach' (1988) · Zwarte identiteit en vrijheid; Grayson Perry · Geweven wandtapijt (2012) · Klasse en smaak; Bisa Butler · Quiltportret van stof · Zwarte geschiedenis, waardigheid; El Anatsui · Kleed van flessendoppen · Koloniale handel, hergebruik, gemarkeerde cel: Story quilt 'Tar Beach' (1988)KUNSTENAARWERK / TECHNIEKBETEKENISFaith RinggoldStory quilt 'Tar Beach'(1988)Zwarte identiteit envrijheidGrayson PerryGeweven wandtapijt (2012)Klasse en smaakBisa ButlerQuiltportret van stofZwarte geschiedenis,waardigheidEl AnatsuiKleed van flessendoppenKoloniale handel, hergebruik
Afb. 2Afb. 2 - Vier hedendaagse textielkunstenaars met hun techniek en de betekenis van hun werk.
Twee andere kunstenaars verbreden dit beeld. De Amerikaanse Bisa Butler (geboren 1973) maakt levensgrote portretten die volledig uit kleurrijke, gelaagde en opgestikte stof zijn opgebouwd; zij verbeeldt vaak zwarte Amerikanen uit historische foto's en geeft hun met uitbundige stoffen en kleuren een waardigheid en zichtbaarheid die de geschiedenis hun vaak onthield. De uit Ghana afkomstige El Anatsui (geboren 1944) werkt op nog grotere schaal: hij rijgt duizenden platgeslagen doppen en etiketten van drankflessen met koperdraad aaneen tot glinsterende, plooibare wandkleden zo groot als een gevel. Die 'stof' van weggegooid materiaal verwijst naar consumptie, hergebruik en de eeuwenoude handel - waaronder de slavenhandel - tussen Afrika en Europa. Bij al deze makers is de gekozen techniek onlosmakelijk verbonden met de betekenis van het werk.
Uitgewerkt voorbeeld

Een story quilt beeldanalytisch beschouwen

Je krijgt Faith Ringgolds 'Tar Beach' (1988). Analyseer het werk in drie stappen (voorstelling, vormgeving en techniek, betekenis) en leg uit waarom Ringgold juist de quilt als medium heeft gekozen.

  1. 01Voorstelling

    Je ziet een meisje dat 's nachts op het dak van een flat in Harlem ligt; in de rand staat een handgeschreven verhaal, en het meisje lijkt over de stad te zweven.

  2. 02Vormgeving en techniek

    Het werk is een 'story quilt': beschilderd doek en stof zijn tot een quilt samengesteld, met heldere kleuren, een decoratieve rand en tekst - de opbouw van lapjes en het naaiwerk zijn zichtbaar.

  3. 03Betekenis

    Het vliegende meisje verbeeldt vrijheid, dromen en ontsnapping aan armoede en racisme in het zwarte Amerika.

  4. 04Keuze voor de quilt

    Ringgold kiest de quilt bewust omdat die uit de Afrikaans-Amerikaanse en vrouwelijke traditie komt; zo verbindt zij haar persoonlijke, politieke verhaal met de geschiedenis van dat ambacht.

Resultaat: 'Tar Beach' toont een dromend meisje boven Harlem (voorstelling), uitgevoerd als beschilderde story quilt met tekst (vormgeving en techniek), als beeld van vrijheid tegenover racisme en armoede (betekenis); de quilt is gekozen omdat die traditie het verhaal van identiteit en herkomst mee helpt dragen.

Eindexamen-focus

  • Uitleggen hoe hedendaagse textielkunst bewust de 'huiselijke' en ambachtelijke associaties van textiel inzet om identiteit, geschiedenis en politiek te dragen.
  • Werk en betekenis koppelen: Ringgold (story quilt 'Tar Beach', 1988), Perry (geweven tapijt, 2012), Butler (quiltportret), El Anatsui (flessendopkleed).

Veelgemaakte fouten

  • De techniek los zien van de inhoud, terwijl de keuze voor quilt, weefsel of gevonden materiaal juist deel van de boodschap is.
  • Grayson Perry's tapijten als oude, met de hand geweven werken zien; ze zijn digitaal ontworpen en op een Jacquard-getouw geweven (2012).
  • El Anatsui's werk als een gewoon weefsel beschouwen; het is opgebouwd uit aaneengeregen flessendoppen en verwijst naar handel en hergebruik.

Actieve herhaling

Je krijgt Faith Ringgolds 'Tar Beach' (1988). Analyseer het werk in drie stappen (voorstelling, vormgeving en techniek, betekenis) en leg uit waarom Ringgold juist de quilt als medium heeft gekozen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - textielkunst als beeldende kunst (CvTE / Examenblad)

§ 03

Mode als hedendaagse cultuurdrager#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Mode is veel meer dan kleding om je warm te houden: het is een van de krachtigste cultuurdragers die er bestaan. Wat je draagt, vertelt iets over wie je bent of wilt zijn - je afkomst, je status, je smaak, je aansluiting bij een bepaalde groep of subcultuur. Kleding is een tekensysteem dat iedereen dagelijks leest en gebruikt, vaak zonder erbij na te denken. In het vak textiele vormgeving bekijk je mode daarom niet alleen als techniek (ontwerp, patroon, silhouet, materiaal), maar ook als betekenisdrager en, bij een aantal ontwerpers, zelfs als volwaardige kunst. Op het snijvlak van mode en beeldende kunst stellen hedendaagse makers grote vragen aan de orde: over identiteit en herkomst, over de wereldwijde handel achter onze kleding, en over de grens tussen een gebruiksvoorwerp en een kunstwerk.
De Brits-Nigeriaanse kunstenaar Yinka Shonibare (geboren 1962) maakt die geladen betekenis van stof tot het hart van zijn werk. Hij kleedt levensgrote, vaak hoofdloze etalagepoppen in achttiende-eeuwse Europese kostuums, maar dan genaaid van felgekleurde 'Dutch wax'-stof: de batikachtig bedrukte katoen die algemeen als typisch Afrikaans geldt. Het addertje onder het gras is de herkomst van die stof. De Dutch wax werd oorspronkelijk door Nederlandse fabrikanten gemaakt, geinspireerd op Indonesische batik, en vervolgens met veel succes in West-Afrika verkocht, waar zij een symbool van Afrikaanse identiteit werd. Door die stof aan Europese pronkkleding te naaien, legt Shonibare de verstrengelde geschiedenis van kolonialisme, wereldhandel en identiteit bloot: niets aan die 'authentieke' stof is zo eenduidig als het lijkt.
Andere ontwerpers verkennen vooral de grens tussen mode en kunst. De Nederlandse ontwerpster Iris van Herpen (geboren 1984) maakt experimentele couture waarin zij nieuwe technieken en materialen inzet: zij was een van de eersten die 3D-geprinte kledingstukken toonde en werkt met kunststoffen, magneten en lasergesneden lagen tot jurken die eerder aan skeletten, water of kristallen doen denken dan aan gewone kleding. Haar stukken worden in musea getoond en zijn nauwelijks nog draagbaar in het dagelijks leven. Het eveneens Nederlandse duo Viktor & Rolf maakt conceptuele couture: shows en creaties die vooral een idee of statement willen zijn, waarbij de grens met een performance of een kunstwerk bewust wordt opgezocht. Het schema in Afb. 3 vat samen wat hedendaagse mode zoal kan uitdragen.

Wat hedendaagse mode uitdraagt

De boodschap van de modeGraaf, Hedendaagse mode → Identiteit, Hedendaagse mode → Maatschappijkritiek, Hedendaagse mode → Kunst en concept, Hedendaagse mode → GlobaliseringHedendaagse modeIdentiteitMaatschappijkritiekKunst en conceptGlobaliseringwie ben ikShonibareVan Herpen;Viktor & Rolfwereldhandel
Afb. 3Afb. 3 - Wat hedendaagse mode uitdraagt: identiteit, maatschappijkritiek, kunst en globalisering.
Samen laten deze voorbeelden zien dat hedendaagse mode op verschillende niveaus tegelijk werkt. Op het eerste niveau draagt kleding identiteit uit: ze toont wie je bent en bij wie je hoort. Op een tweede niveau kan mode maatschappijkritiek leveren, zoals bij Shonibare, die met een enkele stof een heel koloniaal verleden bevraagt. Op een derde niveau kan mode zelf kunst worden, zoals bij Van Herpen en Viktor & Rolf, wanneer een creatie niet langer bedoeld is om te dragen maar om te tonen en te denken. En op de achtergrond speelt steeds de globalisering mee: onze kleding is het product van een wereldwijde keten van katoenteelt, ontwerp, productie en handel. Wie mode zo leert lezen, ziet in een kledingstuk niet alleen een silhouet, maar een dicht web van betekenissen - precies de blik die het examen bij de toegepaste vormgeving vraagt.
Uitgewerkt voorbeeld

Mode als cultuurdrager bij Yinka Shonibare

Leg uit hoe Yinka Shonibare met 'Dutch wax'-stof mode inzet als cultuurdrager, en benoem welke maatschappelijke thema's (identiteit, kolonialisme, wereldhandel) hij daarmee aan de orde stelt.

  1. 01Waarneming

    Je ziet een levensgrote, vaak hoofdloze etalagepop in een achttiende-eeuws Europees kostuum, genaaid van felgekleurde, batikachtig bedrukte 'Dutch wax'-stof.

  2. 02De stof

    Die 'Dutch wax' geldt als typisch Afrikaans, maar werd oorspronkelijk door Nederlandse fabrikanten gemaakt naar Indonesisch voorbeeld en in West-Afrika verkocht.

  3. 03De botsing

    Door de 'Afrikaanse' stof aan Europese pronkkleding te naaien, brengt Shonibare twee werelden en hun gedeelde geschiedenis met elkaar in botsing.

  4. 04Betekenis

    Zo stelt hij identiteit, kolonialisme en de wereldwijde handel aan de orde en laat hij zien dat 'authentieke' herkomst een ingewikkelde constructie is.

Resultaat: Shonibare gebruikt 'Dutch wax'-stof - schijnbaar Afrikaans, in werkelijkheid Europees-koloniaal van herkomst - op Europese kostuums, en zet mode zo in als cultuurdrager die identiteit, kolonialisme en wereldhandel bevraagt.

Eindexamen-focus

  • Mode uitleggen als cultuurdrager: kleding toont identiteit, status en groepsbinding, en kan maatschappelijke thema's aan de orde stellen.
  • Yinka Shonibare (Dutch wax en kolonialisme) en experimentele mode als kunst (Iris van Herpen, Viktor & Rolf) aan hun betekenis koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Mode alleen als techniek of als iets vluchtigs zien, en de betekenislaag (identiteit, kritiek, kunst) over het hoofd zien.
  • Denken dat Shonibares 'Dutch wax'-stof puur Afrikaans is; juist de Europese herkomst en de koloniale handel maken het punt.
  • Experimentele couture van Van Herpen of Viktor & Rolf beoordelen op draagbaarheid in plaats van op het idee of concept erachter.

Actieve herhaling

Leg uit hoe Yinka Shonibare met 'Dutch wax'-stof mode inzet als cultuurdrager, en benoem welke maatschappelijke thema's (identiteit, kolonialisme, wereldhandel) hij daarmee aan de orde stelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - mode als hedendaagse cultuurdrager (CvTE / Examenblad)

§ 04

Duurzame mode en de toekomst van textiel#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het laatste en meest actuele onderwerp van de textiele vormgeving is de duurzaamheid. De manier waarop wij ons vandaag kleden, staat namelijk onder zware druk. Sinds de jaren negentig heerst de zogeheten fast fashion: mode die in een razend tempo, in steeds nieuwe collecties en tegen zeer lage prijzen wordt geproduceerd en verkocht. Kleding is daardoor bijna een wegwerpproduct geworden - je koopt het goedkoop, draagt het een paar keer en gooit het weg. Dat model heeft de mode voor iedereen betaalbaar gemaakt, maar er zit een hoge, verborgen prijs aan vast. Tegenover de fast fashion staat de slow fashion: een beweging die pleit voor minder, beter en bewuster - voor kleding die lang meegaat, eerlijk is gemaakt en het milieu ontziet. Voor het examen moet je deze twee modellen tegenover elkaar kunnen zetten en de gevolgen ervan kunnen benoemen.
De schaduwzijde van de fast fashion heeft twee kanten: een milieukant en een sociale kant. Op milieugebied is de textielindustrie een van de meest vervuilende ter wereld. Het verbouwen van katoen kost enorme hoeveelheden water en bestrijdingsmiddelen; het verven en bewerken van stof vervuilt het water met chemicalien; het vervoer over de hele wereld en de productie van synthetische vezels uit aardolie stoten veel broeikasgassen uit. Bovendien belandt een berg nauwelijks gedragen kleding als textielafval op de vuilnisbelt of in de verbrandingsoven. De sociale kant betreft de mensen die onze kleding maken: veel fast fashion wordt genaaid in lagelonenlanden, waar arbeiders vaak lange dagen werken voor een hongerloon en onder onveilige omstandigheden. De lage prijs in de winkel wordt zo elders, door mens en milieu, betaald.
De slow fashion en de circulaire mode zoeken naar antwoorden op deze problemen. Slow fashion begint bij minder en beter: koop bewust, kies kwaliteit die lang meegaat, en repareer wat kapot is in plaats van het weg te gooien. Daarnaast staan twee begrippen centraal die je uit elkaar moet houden. Recyclen betekent dat oude kleding of vezels worden verwerkt tot grondstof voor nieuwe stof - het materiaal gaat terug in de kringloop. Upcyclen betekent dat je van een afgedankt kledingstuk iets nieuws en waardevollers maakt zonder het eerst tot grondstof af te breken, bijvoorbeeld een oude spijkerbroek die een tas wordt. Het ideaal daarachter is de circulaire mode: een gesloten kringloop waarin geen afval meer bestaat, omdat elk kledingstuk aan het eind van zijn leven weer grondstof wordt voor het volgende. De tabel in Afb. 4 zet de kenmerken van fast fashion en slow of circulaire mode puntsgewijs tegenover elkaar.

Fast fashion tegenover circulaire mode

Fast fashion vs. circulairTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Aspect · Fast fashion · Slow / circulaire mode; Tempo · Veel collecties, wegwerp · Tijdloos, minder, bewust; Prijs en kwaliteit · Goedkoop, lage kwaliteit · Duurzaam, reparabel; Milieu · Water, CO2, textielafval · Recyclen en upcyclen; Arbeid · Lage lonen, druk · Eerlijk, transparant; Levensduur · Kort, wegwerp · Circulair, kringloop, gemarkeerde cel: Recyclen en upcyclenASPECTFAST FASHIONSLOW / CIRCULAIRE MODETempoVeel collecties, wegwerpTijdloos, minder, bewustPrijs en kwaliteitGoedkoop, lage kwaliteitDuurzaam, reparabelMilieuWater, CO2, textielafvalRecyclen en upcyclenArbeidLage lonen, drukEerlijk, transparantLevensduurKort, wegwerpCirculair, kringloop
Afb. 4Afb. 4 - Fast fashion tegenover slow en circulaire mode, vergeleken op tempo, prijs, milieu, arbeid en levensduur.
De duurzaamheid raakt niet alleen de industrie, maar ook jou als maker. In je eigen textiele werk kun je de circulaire gedachte meteen in praktijk brengen: door met restmateriaal en oude kleding te werken, door te vilten, weven of borduren met natuurlijke of hergebruikte vezels, en door je ontwerp zo te maken dat het lang meegaat en te repareren is. Zo sluit dit onderwerp de cirkel van het vak. De textiele vormgeving begon dit programma bij de eeuwenoude wandtapijten en kostuums, ging via het Bauhaus-weefatelier en de fiber art naar de autonome textielkunst, en eindigt bij de urgente vraag hoe wij op een verantwoorde manier met stof, kleding en grondstoffen willen omgaan. Wie die hele lijn overziet, begrijpt textiel niet alleen als techniek of als kunst, maar ook als een keuze met gevolgen voor mens en aarde.
Uitgewerkt voorbeeld

Fast fashion en circulaire mode vergelijken

Vergelijk fast fashion en slow of circulaire mode op de aspecten milieu en arbeid, en leg met de begrippen recyclen, upcyclen en circulaire mode uit hoe de textielsector duurzamer kan worden.

  1. 01Fast fashion - milieu

    Fast fashion produceert veel, snel en goedkoop; dat kost veel water, energie en chemicalien en levert een berg textielafval op.

  2. 02Fast fashion - arbeid

    De lage prijs berust vaak op productie in lagelonenlanden, met lange werkdagen, lage lonen en onveilige omstandigheden.

  3. 03Slow en circulaire mode

    Slow fashion kiest voor minder en beter: duurzame kwaliteit, eerlijke lonen en transparantie, en kleding die lang meegaat en te repareren is.

  4. 04Recyclen en upcyclen

    In een circulaire mode wordt afgedankte kleding gerecycled tot nieuwe grondstof of via upcyclen tot een nieuw, waardevoller product opgewerkt, zodat de kringloop sluit en er geen afval overblijft.

Resultaat: Fast fashion belast milieu (water, CO2, afval) en mens (lage lonen, slechte omstandigheden); slow en circulaire mode verminderen die voetafdruk door minder en beter te produceren en door recyclen (terug tot grondstof) en upcyclen (opwaarderen) de kringloop te sluiten.

Eindexamen-focus

  • Fast fashion en slow of circulaire mode tegenover elkaar zetten en de milieukant en de sociale kant van de textielvoetafdruk benoemen.
  • Het verschil tussen recyclen (terug tot grondstof) en upcyclen (afgedankt materiaal opwaarderen) uitleggen binnen de circulaire mode.

Veelgemaakte fouten

  • Recyclen en upcyclen door elkaar halen: recyclen breekt af tot grondstof, upcyclen waardeert een bestaand product op zonder het af te breken.
  • Alleen de milieukant noemen en de sociale kant (arbeidsomstandigheden, lonen) van de textielproductie vergeten.
  • Duurzaamheid als een vaag modewoord gebruiken zonder concrete maatregelen (minder, repareren, hergebruiken, circulair ontwerpen) te noemen.

Actieve herhaling

Vergelijk fast fashion en slow of circulaire mode op de aspecten milieu en arbeid, en leg met de begrippen recyclen, upcyclen en circulaire mode uit hoe de textielsector duurzamer kan worden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - duurzame mode en de toekomst van textiel (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Naoorlogse vernieuwing en fiber art○
    • 02Textielkunst als beeldende kunst◐
    • 03Mode als hedendaagse cultuurdrager◐
    • 04Duurzame mode en de toekomst van textiel●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~20
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - naoorlogse vernieuwing en fiber art

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Volgend onderwerp

Praktijk (schoolexamen): textiele technieken (weven, borduren, vilten, verven)

EuraStudy·Samenvattingen T·10·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.