EuraStudy
Samenvattingen/Fries/Kijk- en luistervaardigheid
Samenvattingen · FriesNL · HAVO

Kijk- en luistervaardigheid

Kijk- en luistervaardigheid is het onderdeel waarin je laat zien dat je gesproken Fries begrijpt: je kijkt en luistert naar authentiek Fries materiaal — vooral van Omrop Fryslân — en beantwoordt daar vragen over. Voor Fries hoort dit bij het schoolexamen; Fries is een schoolexamenvak zonder landelijk centraal examen. In dit onderwerp leer je wat het onderdeel inhoudt, welke luisterstrategieen je voor, tijdens en na een fragment inzet, en hoe je beeld, toon en situatie gebruikt om de bedoeling van een Friese spreker te vatten.

3 Onderdelen·~20 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0555 / 13
Examenprofiel
Weten dat kijk- en luistervaardigheid bij het schoolexamen hoort (Fries is een schoolexamenvak, zonder centraal examen) en dat je luistert naar authentiek Fries materiaal, vooral van Omrop Fryslân.Luisterstrategieen toepassen: voorspellen op titel en beeld, de hoofdlijn en daarna het gevraagde detail eruit halen, en letten op sleutelwoorden en Friese signaalwoorden.Beeld, beeldtaal, situatie, toon en register gebruiken om de bedoeling van een Friese spreker te begrijpen, ook als je niet elk woord verstaat.
Operatoren:luisterbekijkbepaalleg uitnoemberedeneer

basisniveau

Voor het schoolexamen: kijk en luister naar authentieke Friese fragmenten (vooral van Omrop Fryslân) en kies bij elke vraag het antwoord dat het best past bij wat je hoort en ziet.

verhoogd niveau

Wie het Fries al passief kent — thuis, in het dorp, via Omrop Fryslân — heeft bij luisteren een streepje voor; blijf veel Fries kijken en luisteren, dan volg je ook snelle sprekers en verschillende accenten steeds makkelijker.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid
    • 01Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen◐
§ 01

Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Om te beginnen is het belangrijk om te weten waar dit onderdeel thuishoort: kijk- en luistervaardigheid wordt bij Fries getoetst in het schoolexamen (SE), niet in een centraal examen. Fries — voluit Friese taal en cultuur — is een schoolexamenvak: je eigen school beoordeelt alle vaardigheden zelf en voegt ze samen tot je schoolexamencijfer, en dat cijfer bepaalt je eindresultaat voor Fries. Er is dus geen landelijk, schriftelijk centraal examen zoals bij veel andere vakken. Binnen het schoolexamen is kijk- en luistervaardigheid een vast onderdeel naast lezen, spreken, gesprekken voeren, schrijven en het onderdeel cultuur en literatuur. Het doel van juist dit onderdeel is steeds hetzelfde: laten zien dat je authentiek gesproken Fries kunt volgen en begrijpen, of dat nu een nieuwsbericht, een interview of een gewoon gesprek is.
Het luistermateriaal waarmee je oefent en getoetst wordt, is authentiek Fries: echt taalgebruik, niet voor leerlingen vertraagd of vereenvoudigd. De belangrijkste bron is Omrop Fryslân, de regionale publieke omroep die in het Fries uitzendt op radio en televisie en ook online en via een app te volgen is. Daar hoor je het volledige palet: nieuwsberichten (it nijs, it berjocht), interviews (it fraachpetear), het weerbericht (it waar), reportages en gewone gesprekken (it petear). Een voorbeeldzin die je zo kunt tegenkomen is 'Omrop Fryslân stjoert nijs yn it Frysk út.' — Omrop Fryslân zendt nieuws in het Fries uit. Naast deze audiovisuele bronnen bestaan er ook Friese geschreven media, zoals de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad, het tijdschrift 'de Moanne' en de nieuwssite 'It Nijs', maar voor kijken en luisteren draait het juist om het gesproken en gefilmde materiaal.
Het woordje 'kijk-' in kijk- en luistervaardigheid staat er niet voor de sier. Bij audiovisueel materiaal zie je beeld, en dat beeld hoort bij de opdracht: je ziet wie er spreekt, waar het zich afspeelt en wat er gebeurt, en die informatie helpt je het gesprokene te begrijpen. Anders dan bij een geschreven tekst kun je niet in je eigen tempo terugbladeren — het fragment loopt door, dus je moet je aandacht erbij houden zolang het speelt. Gelukkig krijg je een fragment meestal twee keer te zien en te horen, wat je de kans geeft de eerste keer de grote lijn te pakken en de tweede keer op het gevraagde detail te letten. De vragen zijn vaak meerkeuze (je kiest uit een paar mogelijkheden) of kort open. Een instructie die je in het Fries kunt tegenkomen is 'Harkje goed nei it fragmint.' — Luister goed naar het fragment; het werkwoord harkje betekent luisteren.
Om te bepalen hoe moeilijk het luisteren mag zijn, wordt vaak verwezen naar het Europees Referentiekader (ERK, in het Engels het CEFR). Dat kader beschrijft taalvaardigheid in zes oplopende niveaus: A1 en A2 (basisgebruiker), B1 en B2 (onafhankelijke gebruiker) en C1 en C2 (vaardige gebruiker, bijna moedertaalniveau). Luisteren is een receptieve vaardigheid — je hoeft de taal niet zelf te produceren, alleen te begrijpen — en je examenprogramma en je school bepalen op welk ERK-niveau je moet kunnen luisteren. Een handig voordeel bij Fries is dat veel leerlingen de taal al passief kennen uit hun omgeving; begrijpend luisteren is voor hen vaak juist een sterk punt, ook als ze het Fries niet vlot schrijven. Weet in elk geval dat het niet de bedoeling is dat je elk los woord verstaat: je moet de boodschap kunnen volgen op het niveau dat je school heeft vastgesteld.
Omdat kijk- en luistervaardigheid meetelt voor je schoolexamen, en het schoolexamen je eindcijfer voor Fries bepaalt, loont het om je er gericht op voor te bereiden. Het goede nieuws is dat je luistervaardigheid echt kunt trainen: je oor went aan het tempo, de klanken en de accenten naarmate je meer Fries hoort. Kijk en luister daarom ook buiten de les zoveel mogelijk naar Fries — volg Omrop Fryslân op radio en televisie, via de website, de app of podcasts — en dwing jezelf telkens de hoofdlijn in een zin samen te vatten. Hoe vaker je echt Fries hoort, hoe minder snel het tempo en een onbekend accent je op de toetsdag nog uit balans brengen. De tabel hiernaast (Afb. 1) zet een aantal bronnen, teksttypes en bijbehorende vaardigheden op een rij, zodat je weet wat je kunt verwachten; in de volgende twee onderwerpen leer je vervolgens de strategieen om dat luisteren en kijken aan te pakken.

Fries luistermateriaal in een oogopslag

Fries luistermateriaalTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Bron · Teksttype · Wat je moet kunnen; Omrop Fryslân (radio) · Nijs (nieuws) · De hoofdlijn van een bericht begrijpen; Omrop Fryslân (tv) · Fraachpetear (interview) · Meningen en antwoorden volgen; Omrop Fryslân · It waar (weerbericht) · Concrete gegevens oppikken (tijd, plaats); Tv / online · Reportage met beeld · Beeld en geluid combineren; Radio / podcast · Petear (gesprek) · Horen wie wat zegt, en de toon, gemarkeerde cel: Meningen en antwoorden volgenBRONTEKSTTYPEWAT JE MOET KUNNENOmrop Fryslân (radio)Nijs (nieuws)De hoofdlijn van een berichtbegrijpenOmrop Fryslân (tv)Fraachpetear (interview)Meningen en antwoordenvolgenOmrop FryslânIt waar (weerbericht)Concrete gegevens oppikken(tijd, plaats)Tv / onlineReportage met beeldBeeld en geluid combinerenRadio / podcastPetear (gesprek)Horen wie wat zegt, en detoon
Afb. 1Bij Fries luister en kijk je naar authentiek materiaal, vooral van Omrop Fryslân; per teksttype let je op iets anders.
Uitgewerkt voorbeeld

Een Omrop Fryslân-item herkennen en plaatsen

Je krijgt op de toets een kort geluidsfragment van Omrop Fryslân te horen. Een stem zegt rustig: 'Goeie. It waar is hjoed moai yn hiel Fryslân.' (Hallo. Het weer is vandaag mooi in heel Friesland.) De opdracht vraagt: welk teksttype is dit, en waar moet je bij zo'n fragment vooral op letten? Hoe pak je dat aan?

  1. 01Stap 1 — Herken de bron en het onderwerp

    De begroeting 'Goeie' (hallo) en de woorden 'it waar' (het weer) verraden meteen het onderwerp. Dit is materiaal van Omrop Fryslân dat over het weer gaat.

  2. 02Stap 2 — Bepaal het teksttype

    Een kort bericht dat vertelt hoe het weer is, is een weerbericht (it waar). Aan de tabel (Afb. 1) zie je dat je bij zo'n teksttype vooral op concrete gegevens let: welk weer, waar en wanneer.

  3. 03Stap 3 — Bepaal waar je op moet letten

    Bij een weerbericht gaat het niet om meningen of emotie, maar om feiten. Je richt je dus op de kern: het is hjoed (vandaag) moai (mooi) in hiel Fryslân (heel Friesland).

Resultaat: Het is een weerbericht (it waar) van Omrop Fryslân; bij dit teksttype let je op concrete gegevens — hier: vandaag mooi weer in heel Friesland. Door eerst de bron en het teksttype te herkennen, weet je meteen welke soort informatie je uit het fragment moet halen.

Eindexamen-focus

  • Kijk- en luistervaardigheid hoort bij het schoolexamen (SE); Fries is een schoolexamenvak en kent geen landelijk centraal examen, maar je school toetst en beoordeelt dit onderdeel zelf.
  • Je luistert en kijkt naar authentiek Fries materiaal (vooral van Omrop Fryslân: nieuws, interview, weerbericht, reportage) en beantwoordt daar vragen over; een fragment krijg je meestal twee keer te horen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat er voor Fries een centraal examen met luistervragen is; Fries wordt via het schoolexamen getoetst, en kijk- en luistervaardigheid hoort daarbij.
  • Ervan uitgaan dat het luistermateriaal vertraagd of vereenvoudigd is; je hoort authentiek Fries in normaal tempo (Omrop Fryslân), dus train je oor van tevoren.

Actieve herhaling

Leg in je eigen woorden uit wat het onderdeel kijk- en luistervaardigheid bij Fries inhoudt: bij welk examenonderdeel het hoort, waar je naar luistert en kijkt, wat het ERK is en hoe vaak je een fragment te horen krijgt. Controleer je antwoord aan de tabel (Afb. 1).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Luisterstrategieën#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De eerste en misschien wel handigste luisterstrategie is voorspellen: nog voordat het fragment speelt, bedenk je waar het waarschijnlijk over gaat. Kijk daarvoor naar de titel of de introductie, naar het onderwerp en — bij video — naar het beeld. Zie je in beeld een straat onder water en hoor je dat het over 'it waar' (het weer) gaat, dan kun je woorden verwachten als 'rein' (regen), 'wetter' (water) en 'wyn' (wind). Door zulke woorden alvast in je hoofd klaar te zetten, herken je ze sneller wanneer ze echt vallen en schrik je er niet van. Voorspellen maakt je oor als het ware scherp: je hoort niet zomaar een stroom Friese klanken, maar je luistert gericht of jouw verwachting klopt. En ook als je voorspelling niet helemaal uitkomt, ben je er beter aan toe — je stapt alert in plaats van afwachtend in, en dat scheelt precies op het moment dat het belangrijke woord valt.
Een tweede strategie sluit aan op het feit dat je een fragment meestal twee keer krijgt: werk in twee lagen, eerst de hoofdlijn, dan het detail. Gebruik de eerste luisterbeurt om de grote vragen te beantwoorden — waar gaat dit over, wie spreken er, wat is de situatie en wat is de toon? Jaag bij die eerste beurt nog niet op een los detail, maar bouw een raamwerk. Pas als dat raamwerk staat, ga je bij de tweede beurt gericht op zoek naar het precieze gegeven waar de vraag om vraagt: een naam, een getal, een reden of een mening. Deze volgorde is efficient omdat je de twee beurten verdeelt over twee taken: de eerste keer overzicht, de tweede keer precisie. Wie meteen bij de eerste beurt op een detail jaagt, mist vaak het verband en hoort dat detail juist niet, omdat hij niet weet waar in het fragment het thuishoort.
Zorg dat je weet waarnaar je zoekt: lees, als je ze op de toets voor of tijdens het fragment krijgt, eerst de vraag en de antwoordmogelijkheden. Dan verandert luisteren van een geheugentoets in een gerichte zoekopdracht. Je hoeft namelijk niet elk Fries woord te verstaan — je moet de sleutelwoorden (kernwoorden) eruit pikken: de zelfstandige naamwoorden, de werkwoorden en de getallen die de betekenis dragen, niet de lidwoorden en vulwoordjes. Vaak vallen de kernwoorden uit de vraag samen met de kernwoorden in het fragment, en juist op die overlap moet je je richten. Hoor je in de vraag 'skoalle' (school) en 'tiid' (tijd), dan spits je je oren wanneer die woorden klinken, want daar zit je antwoord. Het helpt om onder het luisteren heel kort een sleutelwoord of een getal te noteren, zodat je het na afloop niet bent vergeten; de instructie 'Harkje goed nei it fragmint.' (Luister goed naar het fragment) wordt zo een stuk makkelijker uit te voeren.
Let tijdens het luisteren scherp op signaalwoorden: kleine woordjes die een verband of een wending aankondigen. In het Fries zijn dat er onder meer 'en', 'mar' (maar), 'om't' (omdat), 'dêrom' (daarom), 'dus' en 'bygelyks' (bijvoorbeeld). Ze werken net als in het Nederlands, dus je taalgevoel helpt je hier: wat na 'mar' komt, spreekt het voorgaande vaak tegen en is precies het punt waarop een vraag mikt; 'dêrom' en 'dus' kondigen een gevolg of conclusie aan; 'om't' geeft een reden; 'bygelyks' leidt een voorbeeld in. Omdat veel Friese signaalwoorden sterk op hun Nederlandse tegenhangers lijken, zijn ze een betrouwbaar houvast, ook als de rest van de zin je even ontglipt. Wie leert op deze scharnierwoorden te letten, hoort waar een spreker van gedachten verandert, iets uitlegt of tot een conclusie komt — en dat is vaak precies waar de vraag naar peilt.
Tot slot de belangrijkste mentale strategie: raak niet in paniek van een onbekend woord. Het is volkomen normaal dat er in een authentiek Fries fragment woorden voorbijkomen die je niet kent. Blijf je aan zo'n woord vasthaken, dan mis je de zinnen die erna komen en raak je de draad helemaal kwijt. Laat het onbekende woord dus los en luister door; vaak maakt de rest van de zin of het beeld alsnog duidelijk wat er ongeveer bedoeld werd, net zoals je bij het lezen een woord uit de context afleidt. Bij Fries heb je bovendien een extra hulpmiddel: Fries en Nederlands zijn nauw verwant, dus je kunt veel woorden raden uit de gelijkenis — 'nijs' lijkt op nieuws, 'waar' op weer, 'hûs' op huis en 'boek' op boek. Een gemist woord kost je zelden het antwoord, maar een paniekmoment kost je de hele zin. Het schema hieronder (Afb. 2) vat de aanpak samen: van voorspellen, via globaal en gericht luisteren, tot het geven van je antwoord.

Het luisterproces stap voor stap

Het luisterprocesGraaf, Voorspellen → Globaal luisteren, Globaal luisteren → Vraag lezen, Vraag lezen → Gericht luisteren, Gericht luisteren → AntwoordenVoorspellenGlobaalluisterenVraag lezenGerichtluisterenAntwoorden
Afb. 2Voorspel op titel en beeld, luister de eerste keer globaal, lees de vraag, luister de tweede keer gericht en kies dan je antwoord.
Uitgewerkt voorbeeld

Een luistervraag bij een Omrop Fryslân-item

Je ziet een kort weeritem van Omrop Fryslân. De presentator zegt: 'Goeie. It waar is hjoed moai, mar moarn komt der rein.' (Hallo. Het weer is vandaag mooi, maar morgen komt er regen.) Daarna verschijnt de vraag 'Hoe is it waar moarn?' (Hoe is het weer morgen?) met de opties A 'Moai' (mooi), B 'Rein' (regen) en C 'Kâld' (koud). Hoe pak je dit aan?

  1. 01Stap 1 — Voorspel en luister globaal

    Aan het woord 'waar' (weer) hoor je meteen het onderwerp. Bij de eerste beurt vang je de grote lijn: er wordt iets gezegd over hjoed (vandaag) en over moarn (morgen). Nog niet op een detail jagen — eerst het raamwerk.

  2. 02Stap 2 — Let op het signaalwoord 'mar'

    De zin draait om het signaalwoord 'mar' (maar). Wat voor 'mar' staat, gaat over hjoed: it waar is moai. Wat na 'mar' komt, gaat over moarn: dan komt er rein. De vraag gaat over moarn, dus je moet juist na 'mar' luisteren.

  3. 03Stap 3 — Luister gericht (tweede beurt)

    Bij de tweede beurt bevestig je het detail: 'moarn komt der rein' — morgen regen. Optie A 'Moai' is de afleider die bij hjoed (vandaag) hoort, en C 'Kâld' wordt helemaal niet genoemd.

  4. 04Stap 4 — Kies het antwoord

    De vraag vraagt naar het weer van morgen, dus het juiste antwoord is B 'Rein'.

Resultaat: Het juiste antwoord is B 'Rein' (regen). Door op het signaalwoord 'mar' te letten scheid je hjoed (moai) van moarn (rein) en trap je niet in afleider A, die op het weer van vandaag mikt.

Eindexamen-focus

  • Voorspel voor het fragment op titel en beeld, en gebruik de twee luisterbeurten gericht: de eerste voor de hoofdlijn, de tweede voor het gevraagde detail.
  • Richt je op sleutelwoorden en Friese signaalwoorden ('mar', 'om't', 'dêrom', 'dus') in plaats van op elk woord; wat na 'mar' (maar) komt, is vaak precies het antwoord.

Veelgemaakte fouten

  • Bij de eerste beurt meteen op een detail jagen; dan mis je de hoofdlijn en weet je niet waar dat detail in het fragment thuishoort.
  • Bij een onbekend Fries woord blijven hangen; laat het los en gebruik de context en de verwantschap met het Nederlands om door te luisteren.

Actieve herhaling

Zoek een kort fragment van Omrop Fryslân (radio, tv, de app of online). Voorspel voor je luistert drie woorden die je verwacht te horen, luister een keer voor de hoofdlijn, lees dan je vraag en luister ten slotte gericht. Noteer achteraf of je voorspelling klopte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Bij kijkvaardigheid komen beeld en geluid samen, en dat maakt het net iets anders dan puur luisteren: het beeld is gratis hulp die je mag meenemen in je oordeel. Gezichtsuitdrukkingen, gebaren, de plek waar iemand staat en wat er op de achtergrond gebeurt, vertellen vaak net zoveel als de woorden. Iemand die fronst en de armen over elkaar slaat, is waarschijnlijk geergerd, ook al versta je niet elk Fries woord; iemand die lacht en enthousiast wijst, brengt goed nieuws. Gebruik die beelden bewust als steun, juist op de momenten dat de taal je even ontglipt. Bij een fragment waarin je alleen geluid zou horen, zou je het zonder die aanwijzingen moeten doen, maar bij kijkmateriaal mag je ze volop benutten. Kijk dus echt naar het scherm en luister niet met je ogen dicht — anders laat je de helft van de informatie liggen.
Beeldmakers sturen bovendien bewust je blik, en als je die beeldtaal leert lezen, begrijp je een fragment sneller. Twee middelen springen eruit. De kadrering bepaalt wat er in beeld is en van hoe dichtbij: een close-up van een gezicht benadrukt emotie en nodigt je uit op de mimiek te letten, terwijl een totaalshot juist de omgeving en de situatie laat zien. De montage — de volgorde en het ritme waarin de beelden elkaar opvolgen — stuurt de sfeer: een snelle afwisseling van korte shots maakt een item spannend of dynamisch, terwijl rustige, lange beelden bij een kalm of serieus onderwerp passen. In reportages en nieuwsitems van Omrop Fryslân zie je deze keuzes voortdurend. Ze zijn geen toeval; ze ondersteunen de boodschap, en wie erop let, pikt de bedoeling van de makers op nog voordat de woorden helemaal binnen zijn.
Een groot deel van de betekenis zit niet in de woorden zelf, maar in de non-verbale informatie: mimiek, gebaren, lichaamshouding en vooral toon en intonatie. Hoe iets gezegd wordt, verraadt het gevoel achter de woorden — klinkt iemand boos, blij, teleurgesteld, aarzelend of enthousiast? Bijzonder lastig, en op toetsen geliefd, is ironie of sarcasme, waarbij iemand het tegenovergestelde zegt van wat hij bedoelt. Zegt iemand met een vlakke, zuchtende stem 'Oh, moai' (oh, mooi) terwijl zijn houding het tegendeel uitstraalt, dan betekent 'moai' juist het omgekeerde: hij is er allesbehalve blij mee. Wie alleen op de losse woorden afgaat, kiest hier het verkeerde antwoord; wie op de toon en het beeld let, hoort en ziet de echte bedoeling. Vragen naar de houding of het gevoel van een spreker — 'Hoe fielt de man him?' (Hoe voelt de man zich?) — toetsen precies dit samenspel.
Beeld en geluid vullen elkaar aan, en dat samenspel kun je actief gebruiken. Zie je bij een nieuwsitem beelden van ondergelopen straten terwijl de stem woorden als 'wetter' (water) en 'rein' (regen) noemt, dan versterken beeld en woord elkaar en begrijp je de strekking ook als je niet elk woord verstaat. Het beeld is dan een controle op je begrip van het Fries: klopt wat ik hoor met wat ik zie? Soms is er ondertiteling — bij Omrop Fryslân kan die in het Fries of in het Nederlands zijn — en die kan extra steun geven, maar leun er niet volledig op, want op de toets wil je juist laten zien dat je het gesproken Fries zelf volgt. Gebruik ondertiteling en beeld dus als hulpmiddel om je begrip aan te vullen en te bevestigen, niet als vervanging van het luisteren zelf.
Ten slotte vragen verschillende audiovisuele teksttypes om verschillende aandacht, en het helpt om vooraf te bepalen met welk type je te maken hebt. Bij een nieuwsitem (it nijs) gaat het om de hoofdlijn en de feiten; bij een fraachpetear (interview) om meningen en om wie precies wat zegt; bij een reportage om het samenspel van beeld en verhaal; bij het weerbericht (it waar) om concrete gegevens als tijd en plaats; en bij een reclame weet je dat iemand je iets wil verkopen, dus dat de boodschap gekleurd is. Door de situatie en het genre eerst in je op te nemen, begrijp je losse zinnen sneller en juister, want je weet welk soort informatie je kunt verwachten. De tabel hieronder (Afb. 3) zet deze audiovisuele teksttypes naast elkaar met daarbij waar je bij elk vooral op moet letten.

Audiovisuele teksttypes en waar je op let

Audiovisuele teksttypesTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Teksttype · Waar let je op · Voorbeeld bij Omrop Fryslân; Nijs (nieuws) · Hoofdlijn en feiten · Nieuwsbericht of journaal; Fraachpetear (interview) · Meningen; wie zegt wat · Gast in een tv-programma; Reportage · Beeld en verhaal samen · Item over een dorp of evenement; It waar (weerbericht) · Concrete gegevens (tijd, plaats) · Weeroverzicht; Reclame · Doel: iets verkopen · Spotje op radio of tv, gemarkeerde cel: Meningen; wie zegt watTEKSTTYPEWAAR LET JE OPVOORBEELD BIJ OMROPFRYSLÂNNijs (nieuws)Hoofdlijn en feitenNieuwsbericht of journaalFraachpetear (interview)Meningen; wie zegt watGast in een tv-programmaReportageBeeld en verhaal samenItem over een dorp ofevenementIt waar (weerbericht)Concrete gegevens (tijd,plaats)WeeroverzichtReclameDoel: iets verkopenSpotje op radio of tv
Afb. 3Elk audiovisueel teksttype vraagt andere aandacht: feiten bij nieuws, meningen bij een fraachpetear, gegevens bij het weerbericht.
Uitgewerkt voorbeeld

Het gevoel van een spreker aflezen uit beeld en toon

In een fragment van Omrop Fryslân zie je een man met hangende schouders die naar buiten kijkt. Met een vlakke, vermoeide stem zegt hij langzaam: 'Oh, moai. Noch in dei mei rein.' (Oh, mooi. Nog een dag met regen.) De vraag luidt 'Hoe fielt de man him?' (Hoe voelt de man zich?) met de opties A 'Bliid' (blij), B 'Net bliid' (niet blij) en C 'Ferrast' (verrast). Welk antwoord is juist, en waarom?

  1. 01Stap 1 — Luister naar de toon, niet alleen naar de woorden

    Het woord 'moai' (mooi) is op zichzelf positief, maar de vlakke, vermoeide stem en het langzame tempo passen daar niet bij. Toon en woord spreken elkaar tegen — een duidelijk teken van ironie.

  2. 02Stap 2 — Gebruik het beeld als bevestiging

    De hangende schouders en de vermoeide houding wijzen dezelfde kant op: dit is geen blijdschap. Het beeld bevestigt wat de toon al liet horen.

  3. 03Stap 3 — Kies het gevoel achter de ironie

    Omdat de man het tegenovergestelde bedoelt van wat hij zegt, is hij niet blij (dus niet A) en ook niet verrast (niet C), maar juist teleurgesteld over weer een regendag. De ironie draait 'moai' om naar zijn echte gevoel.

Resultaat: Het juiste antwoord is B 'Net bliid' (niet blij). De ironie maakt dat 'moai' het tegenovergestelde betekent; de vlakke toon en de neerslachtige houding verraden dat de man baalt van weer een dag regen. Wie alleen op het woord 'moai' afgaat, kiest de afleider A.

Eindexamen-focus

  • Gebruik beeld (mimiek, gebaren, situatie) en beeldtaal (kadrering, montage) als steun bij het begrijpen; let op non-verbale informatie en op toon — bij ironie zegt de stem het tegenovergestelde van de woorden.
  • Herken het audiovisuele teksttype (nieuws, fraachpetear, reportage, weerbericht, reclame) en pas je aandacht aan: feiten bij nieuws, meningen bij een interview, gegevens bij het weerbericht.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen naar de woorden luisteren en het beeld negeren; je laat dan mimiek, situatie en gebaren liggen die de betekenis juist verduidelijken.
  • Ironie of sarcasme letterlijk nemen; bij een vraag naar het gevoel van de spreker moet je op de toon en het beeld letten, niet alleen op wat er gezegd wordt.

Actieve herhaling

Bekijk een kort Fries filmpje van Omrop Fryslân (een reportage of fraachpetear) eerst zonder ondertiteling. Bepaal alleen op grond van beeld, toon en situatie waar het over gaat en hoe de spreker zich voelt. Zet daarna de ondertiteling aan en controleer of je gelijk had.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~20
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO)

Vorig onderwerp

Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries

Volgend onderwerp

Gespreksvaardigheid: gesprekken voeren

EuraStudy·Samenvattingen T·05·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.