EuraStudy
Samenvattingen/Fries/Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries
Samenvattingen · FriesNL · HAVO

Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries

Het Fries heeft een eigen, vaste grammatica en spelling die op punten flink van het Nederlands afwijkt. In dit onderwerp leer je de lidwoorden de en it, het meervoud (meartal) van zelfstandige naamwoorden, de vervoeging van de tiidwurden (met de voor het Fries kenmerkende -je-werkwoorden), de woordvolgorde (wurdfolchoarder) en de belangrijkste spellingregels van de huidige stavering. Zo schrijf je verzorgd Fries in plaats van vernederlandst Fries.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0444 / 13
Examenprofiel
De lidwoorden de en it en de meervoudsvorming van Friese zelfstandige naamwoorden correct gebruiken.Friese werkwoorden vervoegen, inclusief de twee klassen zwakke werkwoorden en de hulpwerkwoorden wêze en hawwe.De Friese woordvolgorde in hoofd- en bijzin toepassen en de belangrijkste spellingregels van de huidige stavering hanteren.
Operatoren:vervoegvul inverbeterleg uitbenoemschrijf in het Fries

basisniveau

Voor het schoolexamen en voor verzorgd taalgebruik: pas de lidwoorden, het meervoud, de werkwoordsvervoeging en de stavering correct toe in je eigen Friese teksten.

verhoogd niveau

Wie het Fries als thuistaal spreekt, kent de vormen vaak al passief; het gaat er dan om ze ook in geschreven, verzorgd Fries volgens de officiële stavering vast te leggen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries
    • 01Lidwoorden (de/it) en het meervoud○
    • 02Tiidwurden: de vervoeging van werkwoorden◐
    • 03Wurdfolchoarder: de woordvolgorde◐
    • 04Stavering: de Friese spelling◐
§ 01

Lidwoorden (de/it) en het meervoud#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het Fries kent, net als het Nederlands, twee bepaalde lidwoorden, maar de verdeling is niet altijd hetzelfde. De-woorden (het grootste deel van de zelfstandige naamwoorden) krijgen 'de': de man, de frou (de vrouw), de tafel, de dei (de dag). It-woorden (de onzijdige woorden) krijgen 'it': it hûs (het huis), it bern (het kind), it wetter (het water), it boek. Het onbepaalde lidwoord is voor allebei 'in': in man, in hûs. 'Geen' is 'gjin': gjin tiid (geen tijd). Omdat het Friese lidwoord soms afwijkt van het Nederlandse, is het verstandig om bij een nieuw woord meteen het lidwoord mee te leren, precies zoals je bij Duits het geslacht meeleert.
Het meervoud (meartal) wordt in het Fries meestal gevormd met de uitgang -en of met -s. De uitgang -en is het gewoonst: boek wordt boeken, freon (vriend) wordt freonen, doar (deur) wordt doarren. De uitgang -s komt vooral na een onbeklemtoonde lettergreep: tafel wordt tafels, leppel (lepel) wordt leppels, en woorden op een klinker krijgen -s met een apostrof: auto wordt auto's. Bij een aantal woorden verandert bovendien de klinker of de eind-s in een z: hûs wordt huzen. Je moet dus niet alleen de uitgang, maar soms ook de stam goed onthouden.
Een paar meervouden vallen op omdat ze afwijken van wat een Nederlandstalige zou verwachten. Het bekendste voorbeeld is 'bern': dat betekent zowel 'kind' als 'kinderen'. Het meervoud is gelijk aan het enkelvoud (een nulmeervoud), net zoals het Engelse 'sheep'. Je ziet het verschil dan alleen aan het lidwoord of het werkwoord: 'it bern boartet' (het kind speelt) tegenover 'de bern boartsje' (de kinderen spelen). Zulke onregelmatige vormen moet je uit je hoofd kennen; je kunt ze niet uit een regel afleiden.
Een echt Fries verschijnsel bij het meervoud en het verkleinwoord is de brekking (breking): de klinker in de stam verandert van een dalende tweeklank in een stijgende. Het schoolvoorbeeld is 'beam' (boom): het verkleinwoord wordt 'bjemke', waarbij de klank in beam overgaat in een andere klank in bjemke. Je hoort en schrijft dus een andere klinker in het grondwoord en in de afleiding. Je hoeft de brekking niet zelf te kunnen voorspellen, maar het helpt om te weten dat zo'n klinkerwisseling normaal Fries is en geen fout; het is juist een teken van authentiek Fries.
Het verkleinwoord (ferlytsingswurd) maak je in het Fries meestal met -ke, -tsje of -je, afhankelijk van de eindklank van het woord: hûs wordt húske, boek wordt boekje, man wordt mantsje. Verkleinwoorden zijn altijd it-woorden: 'it húske', 'it mantsje'. De tabel hiernaast (Afb. 1) zet de lidwoorden en de meervoudsvormen naast elkaar, zodat je de patronen in een oogopslag ziet. Leer bij elk nieuw zelfstandig naamwoord meteen drie dingen: het lidwoord (de of it), het meervoud en, als het afwijkt, het verkleinwoord.

Lidwoorden en meervoud in het Fries

Lidwoord en meartalTabel met 4 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Enkelvoud · Lidwoord · Meervoud · Nederlands; boek · it · boeken · boek(en); tafel · de · tafels · tafel(s); hûs · it · huzen · huis / huizen; doar · de · doarren · deur(en); bern · it · bern · kind(eren); frou · de · froulju · vrouw(en), gemarkeerde cel: bernENKELVOUDLIDWOORDMEERVOUDNEDERLANDSboekitboekenboek(en)tafeldetafelstafel(s)hûsithuzenhuis / huizendoardedoarrendeur(en)bernitbernkind(eren)froudefrouljuvrouw(en)
Afb. 1Leer bij elk woord het lidwoord (de of it) en het meervoud tegelijk; let op onregelmatige vormen als bern.
Uitgewerkt voorbeeld

Lidwoord en meervoud correct kiezen

Vul het juiste lidwoord in en geef het meervoud: '... hûs' (huis) en '... bern' (kind). Leg je keuzes uit.

  1. 01Stap 1 - Kies het lidwoord

    Hûs is een onzijdig woord en krijgt dus 'it': it hûs. Bern is ook een it-woord: it bern.

  2. 02Stap 2 - Vorm het meervoud van hûs

    Hûs krijgt -en, maar de eind-s wordt een z en de klinker verkort: hûs wordt huzen. Het lidwoord in het meervoud is altijd 'de': de huzen.

  3. 03Stap 3 - Vorm het meervoud van bern

    Bern heeft een nulmeervoud: het meervoud is gelijk aan het enkelvoud, dus 'de bern' (de kinderen). Alleen het lidwoord en het werkwoord verraden dat het meervoud is.

Resultaat: It hûs - de huzen; it bern - de bern. Hûs volgt de gewone -en-regel met stamverandering (s wordt z), bern heeft een onregelmatig nulmeervoud.

Eindexamen-focus

  • Je moet de lidwoorden de en it correct kiezen en het meervoud (met -en of -s, en de onregelmatige vormen zoals bern) juist vormen.
  • Verzorgd Fries schrijven betekent Friese meervouds- en verkleinvormen gebruiken, niet vernederlandste vormen.

Veelgemaakte fouten

  • Het Nederlandse lidwoord klakkeloos overnemen; het geslacht van een woord kan in het Fries afwijken, dus leer het lidwoord per woord mee.
  • Van 'bern' een meervoud 'bernen' maken; het meervoud van bern is gelijk aan het enkelvoud (bern).

Actieve herhaling

Zet de volgende woordgroepen in het meervoud en geef het juiste lidwoord: 'it boek', 'de tafel', 'it hûs', 'it bern'. Leg bij elk voorbeeld uit welke meervoudsregel je gebruikt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Tiidwurden: de vervoeging van werkwoorden#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Werkwoorden heten in het Fries tiidwurden. De vervoeging in de tegenwoordige tijd is redelijk regelmatig, maar wijkt in de uitgangen af van het Nederlands. Neem het werkwoord 'wurkje' (werken): ik wurkje, do wurkest, hy/sy/it wurket, wy/jimme/sy wurkje. Let op twee dingen: het persoonlijk voornaamwoord 'do' (jij) krijgt in de tweede persoon de uitgang -est, en het meervoud is gelijk aan de infinitief (wurkje). Het voornaamwoord 'jimme' betekent 'jullie', een eigen Fries woord dat het Nederlands niet meer kent en dat verwant is aan het Engelse 'ye'.
Het Fries heeft twee klassen zwakke (regelmatige) werkwoorden, die je herkent aan de infinitief: de ene groep eindigt op -e, de andere op -je. De -je-werkwoorden (zoals meitsje = maken, wurkje = werken, wenje = wonen) zijn typisch Fries en vervoegen met -je in de ik-vorm en het meervoud. Bij deze werkwoorden verdubbelt vaak de medeklinker in de do- en hy-vorm: meitsje wordt 'do makkest, hy makket'. Het loont om bij een nieuw werkwoord meteen te kijken of het op -e of op -je eindigt, want dat bepaalt het hele vervoegingspatroon.
In de verleden tijd en het voltooid deelwoord laat het Fries een opvallend kenmerk zien: het voltooid deelwoord heeft bij veel werkwoorden geen voorvoegsel 'ge-'. Waar het Nederlands 'gewerkt' zegt, zegt het Fries gewoon 'wurke': 'ik haw wurke' (ik heb gewerkt). Ook bij sterke werkwoorden ontbreekt de ge- vaak: 'skreaun' (geschreven), 'lêzen' (gelezen). Dit is een van de duidelijkste verschillen met het Nederlands en een klassieke plek waar vernederlandst Fries de mist ingaat: wie 'gewurke' of 'gemakke' schrijft, verraadt dat hij vanuit het Nederlands denkt.
De twee belangrijkste hulpwerkwoorden zijn onregelmatig en moet je uit je hoofd kennen, want je hebt ze in bijna elke zin nodig. 'Wêze' (zijn) gaat: ik bin, do bist, hy/sy/it is, wy/jimme/sy binne; verleden tijd: ik wie, do wiest, hy wie, wy wiene; deelwoord: west. 'Hawwe' (hebben) gaat: ik haw, do hast, hy hat, wy hawwe; verleden tijd: ik hie, do hiest, hy hie, wy hiene; deelwoord: hân. Met deze twee bouw je de voltooide en samengestelde tijden: 'ik haw wurke' (ik heb gewerkt), 'ik bin west' (ik ben geweest).
De tabel (Afb. 2) zet de tegenwoordige tijd van een -je-werkwoord naast wêze en hawwe, zodat je de uitgangen kunt vergelijken. Oefen de vervoeging het best door hele zinnen te maken en te controleren of de uitgang bij het onderwerp past: -est bij do, -et bij hy/sy/it, en de infinitiefvorm bij ik en het meervoud. Wie de patronen van wêze, hawwe en de -je-werkwoorden beheerst, heeft het skelet van de Friese werkwoordvervoeging te pakken en kan de meeste werkwoorden correct vervoegen.

Vervoeging: een -je-werkwoord, wêze en hawwe

Tegenwoordige tijdTabel met 4 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Persoon · wurkje (werken) · wêze (zijn) · hawwe (hebben); ik · wurkje · bin · haw; do · wurkest · bist · hast; hy/sy/it · wurket · is · hat; wy · wurkje · binne · hawwe; jimme · wurkje · binne · hawwe; sy · wurkje · binne · hawwePERSOONWURKJE (WERKEN)WÊZE (ZIJN)HAWWE (HEBBEN)ikwurkjebinhawdowurkestbisthasthy/sy/itwurketishatwywurkjebinnehawwejimmewurkjebinnehawwesywurkjebinnehawwe
Afb. 2Vergelijk de uitgangen: do krijgt -est/-st, hy/sy/it krijgt -et/-t, ik en het meervoud volgen de infinitief.
Uitgewerkt voorbeeld

Een -je-werkwoord vervoegen en de voltooide tijd maken

Vervoeg 'wurkje' (werken) in de tegenwoordige tijd en vorm daarna 'ik heb gewerkt'. Let op de typisch Friese vormen.

  1. 01Stap 1 - Tegenwoordige tijd

    Ik wurkje, do wurkest, hy/sy/it wurket, wy/jimme/sy wurkje. De ik-vorm en het meervoud zijn gelijk aan de infinitief; do krijgt -est, hy/sy/it krijgt -et.

  2. 02Stap 2 - Kies het hulpwerkwoord

    De voltooide tijd van wurkje maak je met 'hawwe': ik haw ... Het voltooid deelwoord van wurkje is 'wurke', zonder ge-, want dat is de Friese regel.

  3. 03Stap 3 - Bouw de zin

    Ik haw wurke. Met een bepaling van tijd erbij en inversie: 'De hiele dei haw ik wurke' (De hele dag heb ik gewerkt); het vervoegde werkwoord staat op de tweede plaats.

Resultaat: Tegenwoordige tijd: ik wurkje, do wurkest, hy wurket, wy/jimme/sy wurkje. Voltooid: 'ik haw wurke' (let op: geen ge-).

Eindexamen-focus

  • Je moet Friese werkwoorden correct vervoegen in de tegenwoordige en voltooide tijd, inclusief de kenmerkende -je-werkwoorden en de hulpwerkwoorden wêze en hawwe.
  • Je moet weten dat het Friese voltooid deelwoord bij veel werkwoorden geen ge- krijgt (wurke, niet gewurke).

Veelgemaakte fouten

  • Het voltooid deelwoord een ge- geven naar Nederlands model ('gewurke'); het Fries zegt 'wurke', zonder ge-.
  • De do-vorm zonder -est schrijven; in het Fries krijgt do een eigen uitgang (do wurkest, do bist, do hast).

Actieve herhaling

Vervoeg het werkwoord 'wurkje' (werken) volledig in de tegenwoordige tijd (ik, do, hy, wy, jimme, sy) en maak daarna de zin 'ik heb de hele dag gewerkt' in het Fries.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Wurdfolchoarder: de woordvolgorde#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Friese woordvolgorde (wurdfolchoarder) lijkt sterk op die van het Nederlands en het Duits: het Fries is een V2-taal. Dat betekent dat in een gewone mededelende hoofdzin het vervoegde werkwoord (de persoonsvorm) altijd op de tweede plaats staat. In 'Ik lês it boek' (ik lees het boek) staat het onderwerp voorop en het werkwoord op plaats twee. Zet je een ander zinsdeel vooraan, dan schuift het onderwerp achter het werkwoord: 'Hjoed lês ik it boek' (vandaag lees ik het boek). Deze omkering (ynversje) is verplicht en een van de eerste dingen die je in verzorgd Fries goed moet doen.
In een vraag zonder vraagwoord staat het werkwoord vooraan, en bij het voornaamwoord 'do' hecht het werkwoord zich vaak vast aan het voornaamwoord: 'Lêsto it boek?' (lees jij het boek?). Bij een vraag met vraagwoord staat het vraagwoord vooraan en het werkwoord op de tweede plaats: 'Wat lêsto?' (wat lees je?), 'Wannear komsto?' (wanneer kom je?). Deze aangehechte vorm -sto (do als achtervoegsel) is typisch Fries en hoor je voortdurend in gesproken taal.
In een bijzin verandert de volgorde: daar staat het vervoegde werkwoord juist achteraan. Vergelijk de hoofdzin 'Hy komt moarn' (hij komt morgen) met de bijzin '..., om't er moarn komt' (..., omdat hij morgen komt). Het voegwoord (hier 'om't', omdat) leidt de bijzin in, en het werkwoord schuift naar het eind. Ook na voegwoorden als 'dat', 'as' (als), 'doe't' (toen) en 'wylst' (terwijl) krijg je die werkwoord-achteraan-volgorde. Wie de hoofdzin- en bijzinvolgorde door elkaar haalt, schrijft onnatuurlijk Fries.
Als er meer werkwoorden in een zin staan, vormen ze samen een werkwoordelijke eindgroep. In de hoofdzin staat de persoonsvorm op plaats twee en gaan de andere werkwoorden naar het eind: 'Ik wol moarn nei Ljouwert gean' (ik wil morgen naar Leeuwarden gaan); 'wol' op plaats twee, 'gean' aan het eind. In de bijzin komt de hele groep achteraan: '..., om't ik moarn nei Ljouwert gean wol'. Dit is dezelfde tangconstructie als in het Nederlands, dus je gevoel voor het Nederlands helpt je hier, zolang je maar de Friese woorden gebruikt.
De boomstructuur (Afb. 3) laat het skelet van de Friese hoofdzin zien: onderwerp, persoonsvorm op de tweede plaats, en daarna de rest (lijdend voorwerp en bepalingen), met de overige werkwoorden aan het eind. Onthoud de vuistregel: in de hoofdzin staat de persoonsvorm op plaats twee, in de bijzin achteraan. Als je bij het schrijven twijfelt, controleer dan eerst waar je persoonsvorm staat; dat lost de meeste volgordevragen op.

Het skelet van de Friese hoofdzin

Wurdfolchoarder haadsinBoomdiagram, 4 paden, Gegevens: 1. Underwerp; 2. Persoansfoarm (V2); 3. Rest: objekt + bepalings; 4. Tiidwurd-eingroepFryske haadsin1. Underwerp2. Persoansfoarm (V2)3. Rest: objekt + bepalings4. Tiidwurd-eingroep
Afb. 3In de hoofdzin staat de persoonsvorm (tiidwurd) op de tweede plaats; overige werkwoorden gaan naar het eind.
Uitgewerkt voorbeeld

Van hoofdzin naar bijzin: waar staat het werkwoord?

Zet de zin 'Ik gean moarn nei Ljouwert' (ik ga morgen naar Leeuwarden) eerst met 'moarn' vooraan, en maak er dan een bijzin van na 'Hy seit dat ...'.

  1. 01Stap 1 - Inversie in de hoofdzin

    Zet 'moarn' vooraan. De persoonsvorm 'gean' moet op de tweede plaats blijven, dus het onderwerp 'ik' schuift erachter: 'Moarn gean ik nei Ljouwert.'

  2. 02Stap 2 - Maak er een bijzin van

    Na 'dat' begint een bijzin, dus de persoonsvorm gaat naar het eind: 'Hy seit dat ik moarn nei Ljouwert gean.'

  3. 03Stap 3 - Controleer de volgorde

    In de hoofdzin staat 'gean' op plaats twee; in de bijzin staat 'gean' helemaal achteraan. Precies dat verschil moet je laten zien.

Resultaat: Hoofdzin met inversie: 'Moarn gean ik nei Ljouwert.' Bijzin: 'Hy seit dat ik moarn nei Ljouwert gean.' De persoonsvorm verspringt van plaats twee naar het einde.

Eindexamen-focus

  • Je moet de V2-volgorde in de hoofdzin (persoonsvorm op de tweede plaats, met inversie na een vooropgeplaatst zinsdeel) correct toepassen.
  • Je moet in een bijzin de persoonsvorm achteraan zetten en de werkwoordelijke eindgroep goed plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Na een vooropgeplaatst zinsdeel de inversie vergeten ('Hjoed ik lês...' in plaats van 'Hjoed lês ik...').
  • In de bijzin de hoofdzinvolgorde aanhouden; na een voegwoord als om't of dat gaat het werkwoord naar het eind.

Actieve herhaling

Herschrijf 'Ik gean moarn nei Ljouwert' met 'moarn' vooraan, en maak er daarna een bijzin van die begint met 'Hy seit dat ...'. Let op waar de persoonsvorm terechtkomt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Stavering: de Friese spelling#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Friese spelling heet stavering. Ze volgt eigen regels die op een aantal punten systematisch van het Nederlands verschillen; wie die regels kent, kan veel Friese woorden correct spellen zonder ze stuk voor stuk uit het hoofd te leren. Het Fries gebruikt de huidige officiële stavering, waarvan de Provinsjale Steaten fan Fryslân in 2015 een herziene voorkeurswoordenlijst (de Foarkarwurdlist) hebben vastgesteld; die verving de oudere spelling uit 1980. De Fryske Akademy en de Afûk geven de naslagwerken en woordenboeken uit waarin die stavering is vastgelegd.
Een eerste opvallende regel is de klinker met een dakje (circumflex), die een lange klank aangeeft. Zo staat de û (u met dakje) voor een lange oe-achtige klank: 'hûs' (huis) en 'jûn' (avond) klinken met die lange klank, terwijl de gewone 'oe' in 'boek' juist kort is. Ook 'â' (in hân = hand) en 'ê' (in bêd = bed) komen voor, en de 'ú' in bijvoorbeeld 'brún' (bruin) staat voor een klank als de Nederlandse uu. De vuistregel is dat het dakje de klinker verlengt of van kwaliteit verandert; laat je het weg, dan schrijf je een ander of een onbestaand woord.
Twee andere kenmerkende regels betreffen medeklinkers. Waar het Nederlands 'ij' schrijft, schrijft het Fries vaak 'y': mijn wordt 'myn', wij wordt 'wy', zijn wordt 'syn'. En waar het Nederlands 'sch' heeft, heeft het Fries 'sk': school wordt 'skoalle', schip wordt 'skip', schoon wordt 'skjin'. Deze twee regels alleen al voorkomen een groot deel van de vernederlandsingsfouten. Wie 'schoalle' of 'mijn' in een Friese tekst schrijft, valt meteen door de mand.
Een derde groep gaat over de typisch Anglo-Friese klanken 'ts' en 'tsj'. Waar het Nederlands (en het Duits) een 'k' hebben voor een voorklinker, heeft het Fries vaak 'ts' of 'tsj': kerk wordt 'tsjerke', kaas wordt 'tsiis', en die verschoven klank hoor je duidelijk. Precies dezelfde verschuiving zie je in het Engels (church, cheese), wat laat zien hoe nauw Fries en Engels verwant zijn. Deze klanken zijn voor Nederlandstaligen wennen, maar ze zijn juist het herkenbaarst Fries.
De tabel (Afb. 4) zet de belangrijkste spellingcontrasten tussen Nederlands en Fries op een rij. Bij taalverzorging gaat het niet alleen om de spelling van losse woorden, maar ook om verzorgd, samenhangend Fries: correcte lidwoorden, meervouden en vervoegingen, en het vermijden van vernederlandste vormen. Gebruik bij twijfel altijd een Fries woordenboek of de online woordenlijst van de Fryske Akademy of de Afûk; zo controleer je zowel de stavering als het juiste Friese woord.

Spellingcontrasten Nederlands - Fries

Stavering: Nederlands naast FriesTabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Nederlands · Fries · Regel; mijn · myn · ij wordt y; school · skoalle · sch wordt sk; kerk · tsjerke · k voor voorklinker wordt tsj; kaas · tsiis · k wordt ts, aa wordt ie; huis · hûs · lange oe-klank: û met dakje; dag · dei · g valt weg, ei-klankNEDERLANDSFRIESREGELmijnmynij wordt yschoolskoallesch wordt skkerktsjerkek voor voorklinker wordt tsjkaastsiisk wordt ts, aa wordt iehuishûslange oe-klank: û met dakjedagdeig valt weg, ei-klank
Afb. 4Een paar systematische regels (ij naar y, sch naar sk, k naar ts/tsj) verklaren veel van het spellingverschil.
Uitgewerkt voorbeeld

Een Nederlandse zin correct in het Fries spellen

Schrijf 'Mijn huis staat bij de kerk' in correct Fries en leg per woord de spellingregel uit.

  1. 01Stap 1 - mijn en bij

    De Nederlandse 'ij' wordt in het Fries 'y': mijn wordt 'myn' en bij wordt 'by'.

  2. 02Stap 2 - huis en kerk

    Huis krijgt de lange oe-klank met dakje: 'hûs'. Kerk verschuift de k naar tsj: 'tsjerke'.

  3. 03Stap 3 - staat: de werkwoordsvorm

    Het werkwoord 'stean' (staan) is in de derde persoon 'stiet': it hûs stiet. Zo ontstaat de hele zin.

Resultaat: 'Myn hûs stiet by de tsjerke.' Je past drie regels toe: ij wordt y (myn, by), de lange oe krijgt een dakje (hûs) en de k voor een voorklinker wordt tsj (tsjerke).

Eindexamen-focus

  • Je moet de belangrijkste spellingregels van de stavering toepassen (y in plaats van ij, sk in plaats van sch, ts/tsj, en de klinkers met dakje).
  • Je moet vernederlandste vormen herkennen en vervangen door correct gespeld, verzorgd Fries.

Veelgemaakte fouten

  • Nederlandse spelling in Friese woorden overnemen ('school' in plaats van 'skoalle', 'mijn' in plaats van 'myn').
  • Het dakje weglaten; zonder circumflex verandert de klinker en schrijf je een ander of onbestaand woord (hus in plaats van hûs).

Actieve herhaling

Spel de Nederlandse zin 'Mijn huis staat bij de kerk' in correct Fries en benoem bij elk woord welke spellingregel je toepast.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Lidwoorden (de/it) en het meervoud○
    • 02Tiidwurden: de vervoeging van werkwoorden◐
    • 03Wurdfolchoarder: de woordvolgorde◐
    • 04Stavering: de Friese spelling◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Grammatica, spelling en taalverzorging van het Fries

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO)

Vorig onderwerp

Woordenschat (wurdskat)

Volgend onderwerp

Kijk- en luistervaardigheid

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.