EuraStudy
Samenvattingen/Filosofie/De mens als redelijk wezen
Samenvattingen · FilosofieNL · HAVO

De mens als redelijk wezen

Sinds de oudheid geldt de rede (het vermogen tot denken en redeneren) als datgene wat de mens onderscheidt. In dit onderwerp onderzoek je de verhouding tussen rede en gevoel, het ideaal van de rationaliteit, de Verlichting als tijd waarin de rede centraal kwam te staan, en de filosofie van Immanuel Kant, voor wie de rede zowel kennis als moraal fundeert.

3 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 1

T·0444 / 11
Examenprofiel
De rede als onderscheidend menselijk vermogen uitleggen en tegenover het gevoel plaatsenHet ideaal van de rationaliteit en de kritiek erop weergevenDe Verlichting als filosofische beweging (rede, autonomie, vooruitgang) uitleggenKants opvatting van de rede (kennis en autonome moraal) op hoofdlijnen uitleggen
Operatoren:leg uitverklaarvergelijkberedeneerbeoordeel

basisniveau

Beheers de kern: de rede als onderscheidend vermogen, de tegenstelling rede-gevoel en de Verlichting.

verhoogd niveau

Weeg de rationaliteit tegen haar critici af en verbind Kants idee van de autonome rede met de plichtsethiek.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. De mens als redelijk wezen
    • 01Rede en gevoel◐
    • 02De Verlichting en de rationaliteit◐
    • 03Kant: de rede als bron van kennis en moraal●
§ 01

Rede en gevoel#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

In de westerse filosofie geldt de rede van oudsher als het kenmerk dat de mens boven het dier verheft: de mens is het redelijke dier (animal rationale), het wezen dat kan denken, redeneren, abstraheren en zijn driften beheersen (zie Afb. 1). Al bij Plato en Aristoteles is de rede het hoogste deel van de ziel, dat de lagere delen (de begeerte, de emoties) hoort te sturen zoals een wagenmenner zijn paarden ment. Deze waardering van de rede is eeuwenlang leidend gebleven en kleurt ons mensbeeld: we vinden dat een mens redelijk hoort te handelen, we noemen iemand die zich door zijn driften laat meeslepen 'onredelijk', en we bouwen rechtspraak en wetenschap op het vermogen tot redelijk oordelen. De rede is dus niet zomaar een van de menselijke vermogens, maar in deze traditie het vermogen dat de mens tot mens maakt en zijn waardigheid bepaalt.

Rede tegenover gevoel

De mens als redelijk wezenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Vermogen · Functie · Rol in de moraal; Rede · denken, redeneren, ordenen · stuurt (rationalisme); berekent (Hume); Gevoel · voelen, verlangen, inleven · wantrouwd (rationalisme); stelt doel (Hume); Samenspel · gevoel getoetst door de rede · motivatie plus toetsing, gemarkeerde cel: stuurt (rationalisme); berekent (Hume)VERMOGENFUNCTIEROL IN DE MORAALRededenken, redeneren, ordenenstuurt (rationalisme);berekent (Hume)Gevoelvoelen, verlangen, inlevenwantrouwd (rationalisme);stelt doel (Hume)Samenspelgevoel getoetst door de redemotivatie plus toetsingRede en gevoel
Afb. 1Afb. 1 — Rede en gevoel: twee vermogens waarvan de rangorde door de eeuwen heen is bestreden.
Tegenover de rede staat het gevoel (de emoties, de hartstochten, de intuitie), en de verhouding tussen die twee is een klassiek strijdpunt. In de rationalistische traditie is het gevoel ondergeschikt: het moet door de rede in toom gehouden worden, want gevoelens misleiden en verstoren het heldere oordeel. Maar er is ook een tegenstroming die het gevoel juist waardeert. De achttiende-eeuwse filosoof David Hume draait de gangbare rangorde zelfs om met zijn stelling dat de rede 'de slaaf van de hartstochten is en behoort te zijn': de rede kan wel de middelen berekenen, maar de doelen die we nastreven worden bepaald door wat we verlangen en voelen, niet door de rede. Volgens Hume brengt de kennis alleen dat iets zo is ons nooit vanzelf in beweging; daarvoor is een gevoel, een verlangen nodig. Zo ontstaat een blijvende discussie: stuurt de rede het gevoel, of stuurt het gevoel de rede?
Dit debat is niet louter theoretisch, want het bepaalt hoe je goed handelen en een goed oordeel opvat, en dat maakt het examenrelevant. Wie de rede vooropstelt, verwacht dat je je beslissingen zo veel mogelijk op redenen en argumenten baseert en je gevoelens wantrouwt als bron van vooroordeel; wie het gevoel waardeert, wijst erop dat inleving, medeleven en morele intuities onmisbaar zijn om te weten wat goed is, en dat een puur berekenende houding koud en zelfs onmenselijk kan zijn. In de ethiek keert deze spanning terug: de plichtsethiek van Kant vertrouwt op de rede, terwijl deugdethiek en sommige gevoelsethiek juist gewicht toekennen aan houdingen en emoties. Bij een casus over een moeilijke keuze kun je de vraag stellen: laat deze persoon zich leiden door de rede, door het gevoel, of door een samenspel, en wat is daar voor te zeggen?
De verstandigste positie is meestal niet dat rede of gevoel volledig moet winnen, maar dat ze op elkaar zijn aangewezen, en dat inzicht wordt op het examen gewaardeerd. De rede zonder gevoel mist de motivatie en de betrokkenheid om iets werkelijk te willen; het gevoel zonder rede mist het overzicht en de toetsing om niet in willekeur of vooroordeel te vervallen. Een goed oordeel ontstaat waar een gevoelige waarneming van wat er op het spel staat, wordt getoetst en geordend door redelijk nadenken. Deze genuanceerde kijk (rede en gevoel als partners, niet als vijanden) is precies wat een sterk antwoord kan laten zien: je erkent de waarde van beide, je herkent in een casus welke rol elk speelt, en je vermijdt de karikatuur dat de mens ofwel een koele rekenmachine ofwel een speelbal van zijn emoties zou zijn. Zo leg je de brug naar de Verlichting, die de rede tot maatstaf verhief, en naar de kritiek daarop.
Uitgewerkt voorbeeld

Rede en gevoel in een keuze herkennen

Iemand wil een vriend niet kwetsen (gevoel) maar vindt ook dat hij eerlijk moet zijn (redelijk beginsel). Analyseer de rol van rede en gevoel en beredeneer hoe een goed oordeel eruit kan zien.

  1. 01Gevoel benoemen

    De wens de vriend niet te kwetsen komt voort uit medeleven; het gevoel wijst op wat er op het spel staat (de vriendschap).

  2. 02Rede benoemen

    Het beginsel 'ik moet eerlijk zijn' is een redelijk oordeel dat overzicht en consistentie brengt; het toetst het gevoel aan een algemene regel.

  3. 03Samenspel formuleren

    Een goed oordeel gebruikt beide: het gevoel maakt zichtbaar dat kwetsen schadelijk is, de rede weegt dit tegen het belang van eerlijkheid en zoekt een eerlijke maar tactvolle manier.

Resultaat: In deze keuze levert het gevoel de betrokkenheid (de vriend niet kwetsen) en de rede de toetsing (eerlijk blijven). Een goed oordeel ontstaat niet door een van beide uit te schakelen, maar door ze samen te laten werken.

Eindexamen-focus

  • Je moet de rede als onderscheidend menselijk vermogen kunnen uitleggen en de klassieke rangorde van rede boven gevoel kunnen weergeven.
  • Je moet de tegenstelling rede-gevoel kunnen toepassen, inclusief Humes omkering ('de rede is de slaaf van de hartstochten').

Veelgemaakte fouten

  • Rede en gevoel als elkaars vijanden presenteren; in een goed oordeel werken ze samen (motivatie plus toetsing).
  • Humes stelling verkeerd lezen als 'gevoel is beter dan rede'; hij bedoelt dat de rede de doelen niet zelf stelt, maar de middelen berekent.

Actieve herhaling

Leg uit wat Hume bedoelt met 'de rede is de slaaf van de hartstochten' en beredeneer of je het met hem eens bent, met een voorbeeld van een morele keuze.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 02

De Verlichting en de rationaliteit#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Verlichting is de filosofische beweging van vooral de achttiende eeuw waarin de rede tot hoogste maatstaf werd verheven (zie Afb. 2). Verlichtingsdenkers stelden dat de mens zijn eigen verstand moet durven gebruiken in plaats van klakkeloos gezag, traditie of religie te volgen. Immanuel Kant vatte dit programma samen in de leus 'Sapere aude': durf te weten, durf je van je eigen verstand te bedienen. Onmondigheid, schreef Kant, is het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder leiding van een ander, en Verlichting is de uittreding van de mens uit die zelfopgelegde onmondigheid. De beweging vertrouwde erop dat het redelijk onderzoek de vooruitgang zou brengen: kennis van de natuur, betere wetten, meer vrijheid en de bestrijding van bijgeloof en willekeur. Wetenschap, tolerantie en mensenrechten kregen hun moderne vorm in deze redelijke bezieling.

Kernbegrippen van de Verlichting

De VerlichtingGraaf, De rede (Sapere aude) → Autonomie, De rede (Sapere aude) → Universaliteit / gelijke rechten, De rede (Sapere aude) → Vooruitgang, De rede (Sapere aude) → Kritiek op gezagDe rede (Sapereaude)AutonomieUniversaliteit /gelijke rechtenVooruitgangKritiek op gezag
Afb. 2Afb. 2 — De Verlichting: de rede als bron van autonomie, gelijke rechten, vooruitgang en kritiek.
Aan dit programma liggen enkele kernbegrippen ten grondslag die je moet kunnen uitleggen. Het eerste is autonomie: de mens is in staat zichzelf te besturen door zijn eigen redelijke oordeel, in plaats van te gehoorzamen aan een van buitenaf opgelegd gezag (heteronomie). Het tweede is universaliteit: de rede is bij alle mensen in beginsel gelijk, dus wat redelijk is, geldt voor iedereen, ongeacht stand, geloof of afkomst; dit fundeert het idee van gelijke rechten. Het derde is vooruitgang: door redelijk onderzoek en kritiek kan de mensheid haar kennis en samenleving verbeteren. En het vierde is kritiek zelf: niets is verheven boven onderzoek, ook het gezag en de overlevering niet; alles moet zich voor de rechtbank van de rede verantwoorden. Samen vormen deze begrippen het ideaal van de rationaliteit: de overtuiging dat de rede de betrouwbaarste gids is naar waarheid en naar een goede samenleving.
Toch is dit ideaal niet onbekritiseerd gebleven, en die kritiek hoort bij een volledig antwoord. Al de romantici wezen erop dat de eenzijdige nadruk op de koude rede het gevoel, de verbeelding, de natuur en het unieke van elk individu tekortdoet; een louter berekenende benadering maakt de wereld arm. Latere denkers gingen verder: zij betoogden dat de rede zich niet alleen ten dienste van vrijheid en menselijkheid laat stellen, maar even goed van beheersing en onderdrukking (bureaucratie, technische controle, zelfs de georganiseerde verschrikkingen van de twintigste eeuw werden met redelijke, efficiente middelen uitgevoerd). Zo ontstond het besef dat de rationaliteit een keerzijde heeft: instrumentele redelijkheid (het slim kiezen van middelen) zegt niets over de goedheid van de doelen. Deze kritiek verwerpt de rede niet, maar waarschuwt tegen een blind vertrouwen erin en vraagt aandacht voor gevoel, ethiek en de vraag waartoe de rede wordt ingezet.
Waarom is de Verlichting op het examen zo belangrijk? Omdat zij de wortel is van veel moderne idealen (mensenrechten, democratie, wetenschap, tolerantie) en tegelijk een debat opent dat nog steeds actueel is: hoe ver reikt de rede? Bij een casus over bijvoorbeeld wetenschap versus geloof, over de gezagsverhouding tussen deskundigen en burgers, of over de risico's van technologie, kun je het Verlichtingsideaal (durf zelf te denken, toets alles aan de rede) inzetten en het afwegen tegen de kritiek (de rede is niet alwetend en niet vanzelf goedaardig). Zo verbind je dit onderdeel met de sociale filosofie (autonomie en gelijke rechten) en met de ethiek van Kant, die in het volgende onderdeel volgt. Een sterk antwoord legt de kern van de Verlichting precies uit met haar begrippen, en betrekt minstens een gefundeerde tegenwerping.
Uitgewerkt voorbeeld

Het Verlichtingsideaal wegen

Een burger weigert een medische behandeling omdat hij 'de wetenschap niet vertrouwt' en zich liever op traditie beroept. Beredeneer hoe het Verlichtingsideaal deze houding beoordeelt en welke kritiek daar tegenin gaat.

  1. 01Verlichtingsideaal toepassen

    De Verlichting roept op zelf te denken en gezag en overlevering aan de rede te toetsen. Traditie zonder toetsing is onmondigheid; de burger zou zich juist door redelijk onderzoek moeten laten leiden.

  2. 02Sterk punt benoemen

    Dit ideaal beschermt tegen bijgeloof en willekeur: beslissingen op grond van getoetste kennis zijn betrouwbaarder dan die op grond van blind vertrouwen in traditie.

  3. 03Kritiek betrekken

    Toch waarschuwt de kritiek op de rationaliteit dat 'de wetenschap' niet onfeilbaar is en dat het opzij zetten van iemands gevoel en context ook een vorm van dwang kan worden; autonomie betekent ook dat de burger zelf mag kiezen.

Resultaat: Het Verlichtingsideaal veroordeelt het klakkeloos volgen van traditie en pleit voor redelijke toetsing (sterk punt), maar de kritiek herinnert eraan dat de rede niet onfeilbaar is en dat respect voor de autonomie van de burger zelf ook een Verlichtingswaarde is. Een goed antwoord weegt beide.

Eindexamen-focus

  • Je moet de Verlichting kunnen uitleggen aan de hand van haar kernbegrippen (autonomie, universaliteit, vooruitgang, kritiek) en Kants 'Sapere aude'.
  • Je moet het ideaal van de rationaliteit kunnen afwegen tegen de kritiek erop (romantiek, instrumentele rede).

Veelgemaakte fouten

  • De Verlichting alleen als historische periode beschrijven zonder de filosofische kernbegrippen (autonomie, universaliteit, kritiek).
  • De kritiek op de rationaliteit lezen als een verwerping van de rede; het is een waarschuwing tegen blind vertrouwen en tegen zuiver instrumentele redelijkheid.

Actieve herhaling

Leg uit wat Kant bedoelt met 'Sapere aude' en het verlaten van de onmondigheid, en beredeneer met een actueel voorbeeld een sterk punt en een zwak punt van het Verlichtingsideaal.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

§ 03

Kant: de rede als bron van kennis en moraal#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Immanuel Kant is de filosoof die het vertrouwen in de rede het diepst heeft uitgewerkt, en zijn denken keert op het examen steeds terug (zie Afb. 3). Kant onderzocht eerst de rede als bron van kennis. Tegenover de empiristen, die alle kennis uit de ervaring lieten komen, en de rationalisten, die haar uit het zuivere denken lieten voortkomen, bracht hij een verzoening: kennis ontstaat wanneer de gegevens van de zintuigen (de ervaring) worden geordend door vaste vormen van het verstand (zoals ruimte, tijd en oorzakelijkheid), die de mens zelf inbrengt. De wereld zoals wij die kennen, is dus mede gevormd door de structuur van onze eigen rede; we kennen de dingen niet zoals ze op zichzelf zijn, maar zoals ze voor ons verschijnen. Deze gedachte, dat de rede de ervaring actief ordent, wordt zijn 'Copernicaanse wending' genoemd en maakt de rede tot medebepaler van wat wij kunnen weten.

De rede bij Kant

De autonome redeTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Gebied · Rol van de rede · Kernbegrip; Kennis · ordent de ervaring (ruimte, tijd, oorzaak) · Copernicaanse wending; Moraal · stelt zelf de universele wet · categorische imperatief; Vrijheid · de mens geeft zichzelf de wet · autonomie; mens als doel, gemarkeerde cel: stelt zelf de universele wetGEBIEDROL VAN DE REDEKERNBEGRIPKennisordent de ervaring (ruimte,tijd, oorzaak)Copernicaanse wendingMoraalstelt zelf de universele wetcategorische imperatiefVrijheidde mens geeft zichzelf dewetautonomie; mens als doelKant en de rede
Afb. 3Afb. 3 — Bij Kant fundeert de rede zowel de kennis (ordening van de ervaring) als de moraal (autonome, universele wet).
Voor het examen is vooral Kants opvatting van de rede in de moraal van belang, want die vormt de kern van de plichtsethiek. Kant stelt dat de moraal niet mag berusten op gevoel, geluk of gevolgen (die wisselen per persoon en situatie), maar op de rede alleen, die bij alle mensen gelijk is. Een handeling is pas moreel goed als ze uit plicht gebeurt en berust op een beginsel (maxime) dat je zonder tegenspraak tot een algemene wet voor iedereen zou kunnen willen maken. Dit is de categorische imperatief: handel alleen volgens die maxime waarvan je kunt willen dat ze een algemene wet wordt. Zo maakt de rede zelf, zonder beroep op verlangen of gezag, uit wat je moet doen. De moraal is daarmee universeel (voor iedereen geldig) en gefundeerd in het redelijk denken, niet in de veranderlijke natuur of cultuur.
Het scharnier tussen Kants redeleer en de Verlichting is het begrip autonomie, dat je goed moet begrijpen. Autonomie betekent letterlijk zelfwetgeving: de mens is moreel vrij omdat hij de morele wet niet van buitenaf opgelegd krijgt, maar die door zijn eigen rede aan zichzelf oplegt. Juist doordat de wet uit zijn eigen redelijke wil voortkomt, is de mens er niet de slaaf van maar de gever van; gehoorzamen aan een van buiten opgelegde regel (uit angst, gewoonte of gezag) noemt Kant heteronomie, en dat is geen echte moraal. Hieruit volgt ook Kants beroemde eis om de mens altijd ook als doel op zichzelf te behandelen en nooit louter als middel: omdat elk mens een redelijk, zelfwetgevend wezen is, heeft hij een waardigheid die niet tegen iets anders mag worden ingeruild. Deze gedachten fundeerden de moderne mensenrechten en verbinden Kants moraalfilosofie rechtstreeks met de sociale filosofie.
Waarom is Kant zo belangrijk en tegelijk zo bekritiseerd? Omdat zijn moraal op de rede een indrukwekkende universaliteit en gelijkheid biedt (dezelfde wet voor iedereen, ieder mens als doel op zichzelf), maar ook het verwijt krijgt dat ze te streng, te formeel en soms hardvochtig is. Doordat een plicht die de categorische imperatief doorstaat altijd geldt, ongeacht de gevolgen, kan Kants ethiek tot conclusies leiden die tegen ons gevoel ingaan (bijvoorbeeld: nooit liegen, ook niet om een onschuldige te redden). Bovendien verwijten critici hem dat hij het gevoel en de bijzondere omstandigheden te veel buitensluit. Op het examen wordt gevraagd Kants opvatting van de rede en de autonome moraal op hoofdlijnen uit te leggen en toe te passen op een casus, en ze af te wegen tegen alternatieven zoals de gevolgenethiek. Een sterk antwoord verbindt de rede, de categorische imperatief en de autonomie, en betrekt een gerichte kritiek.
Uitgewerkt voorbeeld

De categorische imperatief toepassen

Iemand overweegt een valse belofte te doen (geld lenen zonder de bedoeling terug te betalen). Toets deze maxime met de categorische imperatief en betrek Kants eis 'de mens als doel'.

  1. 01Maxime formuleren

    De maxime luidt: 'Ik doe een valse belofte wanneer mij dat uitkomt.' Kant vraagt: kun je willen dat dit een algemene wet voor iedereen wordt?

  2. 02Universaliseren

    Als iedereen valse beloften zou doen, zou niemand een belofte meer geloven en zou het beloven zelf betekenisloos worden. De maxime spreekt zichzelf tegen als algemene wet; ze doorstaat de test niet.

  3. 03Mens als doel toepassen

    Bovendien gebruik je de ander louter als middel voor je eigen belang (om aan geld te komen) en niet ook als doel op zichzelf; dat schendt zijn waardigheid als redelijk wezen.

Resultaat: De valse belofte is volgens Kant verboden: de maxime kan niet zonder tegenspraak algemene wet worden en behandelt de ander louter als middel. Zo fundeert de rede zelf, via de categorische imperatief en de eis 'de mens als doel', het morele oordeel.

Eindexamen-focus

  • Je moet Kants opvatting van de rede kunnen uitleggen: de rede ordent de ervaring (kennis) en fundeert de moraal via de categorische imperatief.
  • Je moet het begrip autonomie (zelfwetgeving) en de eis 'de mens altijd ook als doel' kunnen uitleggen en op een casus toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • Kants moraal reduceren tot 'volg de regels'; de kern is dat de rede zelf, autonoom, de universele wet stelt (niet gehoorzaamheid aan gezag).
  • Autonomie verwarren met 'doen wat je wilt': het betekent dat je je door je eigen redelijke oordeel aan de morele wet bindt.

Actieve herhaling

Leg uit hoe Kant met de categorische imperatief en het begrip autonomie de moraal op de rede fundeert, en beredeneer een sterk punt en een zwak punt aan de hand van de regel 'je mag nooit liegen'.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Rede en gevoel◐
    • 02De Verlichting en de rationaliteit◐
    • 03Kant: de rede als bron van kennis en moraal●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

De mens als redelijk wezen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl

Vorig onderwerp

Lichaam, geest en emotie

Volgend onderwerp

Ethiek: centrale begrippen, deugd-, plichts- en gevolgenethiek

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.