EuraStudy
Samenvattingen/Engels/Kijk- en luistervaardigheid
Samenvattingen · EngelsNL · HAVO

Kijk- en luistervaardigheid

Kijk- en luistervaardigheid is het onderdeel waarin je laat zien dat je gesproken Engels begrijpt: je kijkt en luistert naar authentieke fragmenten en beantwoordt daar vragen over. Het is een onderdeel van het schoolexamen — vaak in de vorm van de Cito Kijk- en Luistertoets — en komt dus niet op het centraal examen voor, dat alleen leesvaardigheid toetst. In dit onderwerp leer je wat de toets inhoudt, welke luisterstrategieën je vóór, tijdens en na een fragment inzet, en hoe je beeld, toon en register gebruikt om de bedoeling van de spreker te vatten.

3 Onderdelen·~19 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0888 / 14
Examenprofiel
Weten dat kijk- en luistervaardigheid een schoolexamenonderdeel is (vaak de Cito Kijk- en Luistertoets) en niet op het centraal examen wordt getoetst.Luisterstrategieën toepassen: de vraag vóór het fragment lezen, voorspellen, en luisteren naar de hoofdlijn en daarna naar het gevraagde detail.Beeld, situatie, toon, register en accent gebruiken om de bedoeling van een Engelse spreker te begrijpen.
Operatoren:luisterbepaalleg uitnoemberedeneer

basisniveau

Voor het schoolexamen: kijk en luister naar authentieke Engelse fragmenten en kies bij elke vraag het antwoord dat het best past bij wat je hoort en ziet.

verhoogd niveau

Wie veel Engels blijft kijken en luisteren — series, nieuws, podcasts — traint zijn oor voor het hoger onderwijs, waar je colleges en gesprekken in het Engels moet kunnen volgen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid
    • 01De kijk- en luistertoets in het schoolexamen○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Beeld, context en register◐
§ 01

De kijk- en luistertoets in het schoolexamen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

De kijk- en luistertoets in één oogopslag

De kijk- en luistertoetsTabel met 2 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Aspect · Invulling; Vaardigheid · Kijken en luisteren; Onderdeel · Schoolexamen (SE); Bron · Engelse fragmenten; Vraagvorm · Meestal meerkeuze; Herhaling · Vaak twee keerASPECTINVULLINGVaardigheidKijken en luisterenOnderdeelSchoolexamen (SE)BronEngelse fragmentenVraagvormMeestal meerkeuzeHerhalingVaak twee keer
Afb. 1De kijk- en luistertoets hoort bij het schoolexamen; je beantwoordt meestal meerkeuzevragen over Engelse fragmenten.

Kernpunten

Naast leesvaardigheid op het centraal examen toetst je school ook of je gesproken Engels kunt volgen, en dat gebeurt bij de kijk- en luistervaardigheid. Belangrijk om meteen scherp te hebben: dit onderdeel hoort bij het schoolexamen (SE), niet bij het centraal examen. Het centraal examen Engels gaat uitsluitend over leesvaardigheid; luisteren, spreken en schrijven worden door je eigen school getoetst en samengevoegd tot je schoolexamencijfer. De kijk- en luistertoets is daarvan een vast onderdeel. Veel scholen gebruiken hiervoor de landelijke Cito Kijk- en Luistertoets, een toets met gefilmde en gesproken Engelse fragmenten en bijbehorende vragen, maar je school mag het onderdeel ook op een eigen manier invullen. Hoe je school het ook regelt, het doel is steeds hetzelfde: laten zien dat je authentiek gesproken Engels begrijpt.
In de toets kijk en luister je naar een reeks authentieke Engelse fragmenten en beantwoord je daar vragen over. Die fragmenten komen uit het echte taalgebruik: nieuwsberichten en journaalitems, interviews en talkshows, documentaires, reclames en fragmenten uit films of series. De taal is dus niet voor leerlingen vertraagd of vereenvoudigd — je hoort Engels in normaal tempo, met echte sprekers en alledaagse uitdrukkingen. Het woordje „kijk-” in de naam is geen toevoeging voor de sier: je ziet beeld, en dat beeld hoort bij de opdracht. Je ziet wie er spreekt, waar het zich afspeelt en wat er gebeurt, en die informatie helpt je het gesprokene te begrijpen. Anders dan bij een geschreven tekst kun je niet in je eigen tempo terugbladeren; het fragment loopt door, dus je moet je aandacht erbij houden zolang het speelt.
Bij de meeste fragmenten beantwoord je een meerkeuzevraag: je kiest uit een paar mogelijkheden (bijvoorbeeld A, B of C) het antwoord dat het best bij het fragment past. Soms is er een korte open vraag, maar de meerkeuzevorm overheerst. Een geruststellende eigenschap van dit soort toetsen is dat je een fragment meestal twee keer te zien en te horen krijgt. Die herhaling is geen overbodige luxe maar een ingebouwd hulpmiddel: je kunt de eerste keer luisteren naar de grote lijn — waar gaat dit over, wie zijn dit, wat is de situatie? — en de tweede keer gericht naar het detail waar de vraag om vraagt. Reken er wel op dat je het fragment niet eindeloos kunt herhalen: twee keer is twee keer, dus zorg dat je bij elke beurt iets bruikbaars oppikt in plaats van af te wachten.
Omdat de kijk- en luistertoets meetelt voor je schoolexamen, en het schoolexamen samen met het centraal examen je eindcijfer voor Engels bepaalt, is het de moeite waard om je er gericht op voor te bereiden. Je kunt dit goed oefenen, want luistervaardigheid wordt beter naarmate je je oor traint. Kijk en luister daarom buiten de les zoveel mogelijk naar Engels — het nieuws in het Engels, series met Engelse (niet Nederlandse) ondertiteling, podcasts, YouTube-video's — en dwing jezelf telkens de hoofdlijn in één zin samen te vatten. Hoe vaker je echt Engels hoort, hoe minder snel het tempo en het accent je op de toetsdag nog uit balans brengen. Een uur Engels kijken in de week doet voor dit onderdeel meer dan een lijst losse woordjes stampen.
De toets vraagt dus om twee dingen tegelijk: gesproken Engels begrijpen én dat begrip onder lichte tijdsdruk omzetten in het juiste antwoord. In de volgende twee onderwerpen leer je precies hoe je dat aanpakt — met luisterstrategieën die je vóór, tijdens en na een fragment inzet, en met aandacht voor beeld, toon en register, die je vaak het beslissende zetje naar het goede antwoord geven. De tabel hieronder zet de kenmerken van de kijk- en luistertoets nog één keer overzichtelijk op een rij, zodat je weet wat je op de toetsdag kunt verwachten en met welk onderdeel van het examen je te maken hebt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een nieuwsfragment twee keer beluisteren

Je ziet een kort Engels nieuwsitem. Een nieuwslezer zegt: 'Commuters faced long delays this morning after heavy snow shut down three major train lines. Services are expected to return to normal by this afternoon.' Daarna verschijnt de vraag: 'What is the main point of this news item?' met de opties A 'A new train line has opened', B 'Snow has disrupted train travel' en C 'Train tickets have become more expensive'. Hoe pak je dit aan?

  1. 01Stap 1 — Luister de eerste keer naar de hoofdlijn

    Bij de eerste beurt let je niet op losse woorden maar op het onderwerp. Je hoort 'delays', 'snow' en 'train lines' — het gaat duidelijk over treinen en een probleem door sneeuw. Dat is de grote lijn.

  2. 02Stap 2 — Lees de opties en luister de tweede keer gericht

    Je vergelijkt je indruk met de opties. Optie A (een nieuwe lijn) en C (duurdere kaartjes) kwamen helemaal niet voor in wat je hoorde. Bij de tweede beurt controleer je: 'heavy snow shut down three major train lines' bevestigt dat sneeuw het treinverkeer verstoort.

  3. 03Stap 3 — Kies het antwoord dat de hoofdlijn samenvat

    De vraag vraagt naar het hoofdpunt, niet naar een detail. Optie B 'Snow has disrupted train travel' vat precies samen wat het fragment zegt; A en C vallen af omdat ze niet in het fragment staan.

Resultaat: Het juiste antwoord is B: 'Snow has disrupted train travel'. Door de eerste keer naar de hoofdlijn te luisteren en de tweede keer de opties te toetsen aan wat je hoort, kies je trefzeker het antwoord dat het fragment samenvat.

Eindexamen-focus

  • De kijk- en luistertoets hoort bij het schoolexamen (vaak de Cito Kijk- en Luistertoets), niet bij het centraal examen; het CE Engels toetst uitsluitend leesvaardigheid.
  • Je kijkt en luistert naar authentieke Engelse fragmenten (nieuws, interviews, films) en beantwoordt meestal meerkeuzevragen; een fragment krijg je meestal twee keer te horen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat luisteren op het centraal examen wordt getoetst; luisteren, spreken en schrijven horen bij het schoolexamen, het CE gaat alleen over lezen.
  • Ervan uitgaan dat je een fragment onbeperkt kunt terugspoelen; je hoort het meestal twee keer, dus je moet bij elke beurt gericht iets oppikken.

Actieve herhaling

Leg in je eigen woorden uit wat de kijk- en luistertoets inhoudt: bij welk examenonderdeel hij hoort, waar je naar kijkt en luistert, welke vraagvorm overheerst en hoe vaak je een fragment te horen krijgt. Controleer je antwoord aan de tabel.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Luisterstrategieën#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Luisteraanpak vóór, tijdens en na het fragment

LuisteraanpakGraaf, Vóór: vraag lezen → Tijdens: hoofdlijn, Tijdens: hoofdlijn → Tijdens: detail, Tijdens: detail → Na: antwoord kiezenVóór: vraaglezenTijdens:hoofdlijnTijdens: detailNa: antwoordkiezen
Afb. 2Lees de vraag vóór het fragment; luister daarna eerst naar de hoofdlijn en dan naar het detail, en kies tot slot je antwoord.

Kernpunten

De belangrijkste luisterstrategie klinkt tegendraads: je begint niet met luisteren, maar met lezen. Lees vóór het fragment speelt eerst de vraag en, als ze er al staan, de antwoordmogelijkheden. Doe je dat, dan weet je al waar je je aandacht op moet richten zodra het geluid begint. Stel dat de vraag luidt 'Why is the woman calling the shop?', dan weet je dat je moet letten op de reden van een telefoontje en kun je alles wat daar niet over gaat laten passeren. Wie blanco aan een fragment begint, moet alles tegelijk proberen vast te houden en ontdekt pas achteraf wat de vraag eigenlijk wilde weten — en dan is het fragment al voorbij. Lezen vóór het luisteren verandert luisteren van een geheugentoets in een gerichte zoekopdracht.
Met de vraag in je hoofd kun je een stap verder gaan: voorspellen. Bedenk vóór het fragment waar het waarschijnlijk over gaat en welke woorden je kunt verwachten. Zie je in beeld een luchthaven en gaat de vraag over een reiziger, dan kun je rekenen op woorden als 'flight', 'gate', 'delay' of 'passport'. Door die woorden alvast in je hoofd klaar te zetten, herken je ze sneller wanneer ze echt vallen, en schrik je er niet van. Voorspellen maakt je oor als het ware scherp: je hoort niet zomaar een stroom klanken, maar je luistert gericht of jouw verwachting klopt. Ook als je voorspelling niet helemaal uitkomt, heb je er baat bij — je bent dan alert ingestapt in plaats van afwachtend, en dat scheelt op het moment dat het belangrijke woord valt.
Tijdens het luisteren werk je in twee lagen: eerst de hoofdlijn (de gist), dan het detail. Bij de eerste beurt probeer je de grote vragen te beantwoorden: wie spreken er, waar zijn ze, wat is de situatie en wat is de toon? Pas als dat raamwerk staat, ga je bij de tweede beurt op zoek naar het precieze gegeven waar de vraag om vraagt — een naam, een getal, een reden of een mening. Deze volgorde sluit naadloos aan op het feit dat je een fragment meestal twee keer hoort: gebruik de eerste keer voor het overzicht en de tweede keer voor de precisie. Wie meteen de eerste keer op één detail jaagt, mist vaak het verband en hoort dat detail juist niet, omdat hij niet weet waar in het fragment het thuishoort.
Je hoeft niet elk woord te verstaan — je moet de kernwoorden eruit pikken. Kernwoorden zijn de inhoudswoorden die de betekenis dragen: de zelfstandige naamwoorden, de werkwoorden en de getallen, niet de lidwoorden en vulwoordjes. Vaak vallen de kernwoorden uit de vraag en de antwoorden samen met de kernwoorden in het fragment, en juist op die overlap moet je je richten. Hoor je in de vraag 'museum' en 'opening hours', dan spits je je oren wanneer die woorden in het fragment klinken, want daar zit je antwoord. Let daarbij op signaalwoorden die een wending aankondigen, zoals 'but', 'however', 'although' of 'instead' — wat na zo'n woord komt, is vaak precies het punt waarop de vraag mikt.
Ten slotte de belangrijkste mentale strategie: raak niet in paniek van één onbekend woord. Het is volkomen normaal dat er in een authentiek fragment woorden voorbijkomen die je niet kent. Blijf je aan zo'n woord vasthaken, dan mis je de zinnen die erna komen en raak je de draad helemaal kwijt. Laat het onbekende woord dus los en luister door; vaak maakt de rest van de zin of het beeld alsnog duidelijk wat er ongeveer bedoeld werd, net zoals je bij het lezen een woord uit de context kunt afleiden. Eén gemist woord kost je zelden het antwoord, maar een paniekmoment kost je de hele zin. Het schema hieronder vat de aanpak samen: van het lezen van de vraag vóór het fragment, via de hoofdlijn en het detail tijdens het fragment, tot het kiezen van je antwoord erna.
Uitgewerkt voorbeeld

Vraag eerst lezen, dan gericht luisteren

Vóór een fragment lees je de vraag: 'What does the man say he will do next weekend?' met de opties A 'Visit his grandparents', B 'Go to a concert' en C 'Work on a school project'. Dan hoor je de man zeggen: 'I was going to see my grandparents, but they cancelled, so now I'll finally go to that concert I've been saving up for.' Hoe gebruik je de strategie?

  1. 01Stap 1 — Lees de vraag en voorspel

    De vraag gaat over wat de man aankomend weekend gaat dóén. Je zet de drie opties klaar — grootouders, concert, schoolproject — en luistert gericht naar welke van die drie hij kiest.

  2. 02Stap 2 — Let op het signaalwoord

    Je hoort eerst 'see my grandparents', maar daarna komt het signaalwoord 'but': 'but they cancelled'. Dat keerwoord waarschuwt je dat het eerste plan juist niet doorgaat — een klassieke valkuil als je te vroeg op optie A springt.

  3. 03Stap 3 — Volg de zin tot het einde

    Na 'so now I'll finally go to that concert' is duidelijk wat er wél gebeurt: de man gaat naar het concert. Optie A is de afleider die op het eerste, afgezegde plan mikt; optie C (schoolproject) wordt niet genoemd.

Resultaat: Het juiste antwoord is B: 'Go to a concert'. Door de vraag vooraf te lezen wist je waarop je moest letten, en door het signaalwoord 'but' niet te missen trapte je niet in de afleider van het afgezegde grootouderbezoek.

Eindexamen-focus

  • Het loont om vóór het fragment de vraag en de antwoorden te lezen en te voorspellen waar het over gaat; zo luister je gericht in plaats van alles te willen onthouden.
  • Luister in twee lagen — eerst de hoofdlijn (gist), dan het gevraagde detail — en richt je op kernwoorden en signaalwoorden in plaats van op elk woord.

Veelgemaakte fouten

  • Pas naar de vraag kijken nadat het fragment is afgelopen; dan weet je niet waarop je moest letten en is de kans voorbij.
  • Bij één onbekend woord blijven hangen of in paniek raken, waardoor je de zinnen die erna komen volledig mist.

Actieve herhaling

Zoek een kort Engels nieuws- of interviewfragment online. Bedenk vóór je luistert één vraag die je erover wilt beantwoorden, voorspel drie woorden die je verwacht te horen, en luister dan twee keer: de eerste keer voor de hoofdlijn, de tweede keer voor het detail. Noteer achteraf of je voorspelling klopte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Beeld, context en register#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De kijk- en luistertoets heet niet voor niets óók een kijktoets: je krijgt beeld, en dat beeld is gratis hulp. Gezichtsuitdrukkingen, gebaren, de plek waar iemand staat en wat er op de achtergrond gebeurt, vertellen vaak net zoveel als de woorden. Iemand die fronst en zijn armen over elkaar slaat, is waarschijnlijk geërgerd, ook al versta je niet elk woord; iemand die lacht en enthousiast wijst, brengt goed nieuws. Gebruik die beelden bewust als steun, vooral op momenten dat de taal je even ontglipt. Bij een puur auditieve toets zou je het zonder die aanwijzingen moeten doen, maar hier mag je ze meenemen in je oordeel. Kijk dus echt naar het scherm en luister niet met je ogen dicht — je laat anders de helft van de informatie liggen.
Naast het losse beeld helpt de hele situatie je het fragment te plaatsen. Vraag jezelf af: waar speelt dit zich af, wie spreekt er tegen wie, en wat voor soort fragment is dit eigenlijk? Een nieuwslezer achter een desk, twee vrienden in een café, een verkoper en een klant, een leraar voor een klas — elk van die situaties stuurt de betekenis van wat er gezegd wordt. Een zin als 'Could you tell me more about this?' betekent in een winkel iets anders (een klant die interesse toont) dan in een verhoor (een rechercheur die doorvraagt). Het genre helpt ook: bij een reclame weet je dat iemand je iets wil verkopen, bij een interview dat er vragen en antwoorden komen. Door de situatie eerst in je op te nemen, begrijp je losse zinnen sneller en juister.
Hoe iets gezegd wordt, draagt vaak meer betekenis dan wat er letterlijk wordt gezegd. Let daarom scherp op de toon en de intonatie van de spreker: klinkt iemand boos, blij, teleurgesteld, aarzelend of enthousiast? De stem verraadt het gevoel achter de woorden. Bijzonder lastig — en op de toets geliefd — is ironie of sarcasme, waarbij iemand het tegenovergestelde zegt van wat hij bedoelt. Als iemand met een vlakke, zuchtende stem zegt 'Oh, great, another meeting', dan betekent 'great' juist het omgekeerde: hij is er allesbehalve blij mee. Wie alleen op de woorden afgaat, kiest hier het verkeerde antwoord; wie op de toon let, hoort de echte bedoeling. Vragen naar de houding of het gevoel van een spreker — 'How does the woman feel?' — toetsen precies dit.
Engels kent, net als het Nederlands, verschil tussen formeel en informeel taalgebruik, en dat register verraadt veel over de situatie en de verhouding tussen de sprekers. Formeel Engels klinkt verzorgd en op afstand: 'Good afternoon, I was wondering whether you could assist me.' Informeel Engels is los en vertrouwelijk: 'Hey, can you give me a hand?' Hoor je veel beleefdheidsvormen, volledige zinnen en woorden als 'would', 'could' en 'Sir', dan zit je in een formele situatie — een sollicitatie, een nieuwsbericht, een gesprek met een onbekende. Hoor je verkortingen, spreektaal en woorden als 'gonna', 'cool' of 'mate', dan praten er waarschijnlijk vrienden of leeftijdgenoten. Het register helpt je dus niet alleen de toon aan te voelen, maar ook te bepalen wie hier met wie praat en hoe serieus de boodschap bedoeld is.
Ten slotte: laat je niet uit het veld slaan door verschillende accenten. Het Engels dat je hoort, kan Brits, Amerikaans, Australisch of juist het Engels van een niet-moedertaalspreker zijn, en elk accent klinkt anders. Een woord als 'dance' klinkt in Londen anders dan in Texas, maar het blijft hetzelfde woord met dezelfde betekenis. Raak dus niet in de war omdat een klank onbekend valt; richt je op de inhoud en op de steunpunten die je hierboven hebt geleerd — beeld, situatie, toon en register — en het accent wordt bijzaak. Sterker nog: hoe meer verschillend Engels je buiten de les hoort, hoe gewoner die accenten worden. Wie beeld, context, toon en register leert gebruiken naast de losse woorden, begrijpt ook sprekers die hij niet woord voor woord kan volgen, en juist dat is wat de kijk- en luistertoets van je vraagt.
Uitgewerkt voorbeeld

De houding van de spreker uit de toon afleiden

In een fragment zie je een werknemer die met hangende schouders naar zijn baas luistert. Met een vlakke, vermoeide stem zegt hij langzaam: 'Oh, fantastic. Another weekend at the office.' De vraag luidt: 'How does the man feel about working this weekend?' met de opties A 'He is excited', B 'He is annoyed' en C 'He is surprised'. Welk antwoord is juist, en waarom?

  1. 01Stap 1 — Luister naar de toon, niet alleen naar de woorden

    Het woord 'fantastic' is op zichzelf positief, maar de vlakke, vermoeide stem en het langzame tempo passen daar niet bij. Toon en woorden spreken elkaar tegen — een teken van ironie.

  2. 02Stap 2 — Gebruik het beeld als bevestiging

    De hangende schouders en de vermoeide houding bevestigen het gevoel: dit is geen blijdschap. Het beeld wijst dezelfde kant op als de toon.

  3. 03Stap 3 — Kies het gevoel achter de ironie

    Omdat hij het tegenovergestelde bedoelt van wat hij zegt, is hij niet enthousiast (A) en ook niet verrast (C), maar geërgerd. De ironie draait 'fantastic' om naar zijn echte gevoel.

Resultaat: Het juiste antwoord is B: 'He is annoyed'. De ironie maakt dat 'fantastic' het tegenovergestelde betekent; de vlakke toon en de neerslachtige lichaamstaal verraden dat de man baalt van het weekendwerk. Wie alleen op het woord 'fantastic' afgaat, kiest de afleider A.

Eindexamen-focus

  • Gebruik beeld, mimiek en de hele situatie als steun bij het begrijpen, en let op toon en intonatie — vooral bij ironie zegt de stem het tegenovergestelde van de woorden.
  • Het register (formeel vs informeel) en het accent geven de verhouding tussen sprekers en de bedoeling prijs; laat een onbekend accent je niet afleiden van de inhoud.

Veelgemaakte fouten

  • Met je ogen dicht luisteren en het beeld negeren; je laat dan mimiek, situatie en gebaren liggen die de betekenis juist verduidelijken.
  • Ironie of sarcasme letterlijk nemen; bij een vraag naar het gevoel van de spreker moet je op de toon letten, niet alleen op de woorden.

Actieve herhaling

Bekijk een kort Engels filmpje (een interview, talkshow of filmscène) zonder ondertiteling. Bepaal alleen op grond van beeld, toon en register hoe de spreker zich voelt en of de situatie formeel of informeel is. Controleer daarna met ondertiteling of je gelijk had.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01De kijk- en luistertoets in het schoolexamen○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Beeld, context en register◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Engels (HAVO)

Vorig onderwerp

Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)

Volgend onderwerp

Gesprekken voeren (gespreksvaardigheid)

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.