EuraStudy
Samenvattingen/Culturele en Kunstzinnige Vorming/Verdiepen: een artistiek-creatief proces onderzoeken
Samenvattingen · Culturele en Kunstzinnige VormingNL · HAVO

Verdiepen: een artistiek-creatief proces onderzoeken

In domein C ga je de diepte in: je onderzoekt een artistiek-creatief proces vanuit een eigen onderzoeksvraag. Je leert hoe een creatief proces verloopt, hoe je een goede, onderzoekbare vraag opstelt en hoe je je onderzoek opzet. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.

2 Onderdelen·~10 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 1

T·0666 / 10
Examenprofiel
Een artistiek-creatief proces onderzoeken vanuit een eigen onderzoeksvraag (domein C, verdiepen)Het verloop van een creatief proces (van idee tot afgerond werk) herkennen en beschrijvenEen goede, onderzoekbare onderzoeksvraag formuleren en afbakenenEen onderzoeksopzet maken: deelvragen, aanpak en verwacht resultaat (handelingsdeel, geen CE)
Operatoren:onderzoekformuleerbakenafverklaarberedeneeranalyseer

basisniveau

Elke leerling doet in domein C een verdiepend onderzoek; het onderwerp kies je zelf, binnen de kaders van het PTA.

verhoogd niveau

De onderzoeksvaardigheden uit CKV bereiden voor op het profielwerkstuk en op onderzoek in vervolgstudies; verdieping is welkom maar geen extra exameneis.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 2 onderdelen▾
  1. Verdiepen: een artistiek-creatief proces onderzoeken
    • 01Hoe verloopt een creatief proces?○
    • 02Een goede onderzoeksvraag opstellen◐
§ 01

Hoe verloopt een creatief proces?#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

In domein C verschuift de aandacht van het kunstwerk naar het maakproces erachter: hoe komt kunst tot stand? Een veelgebruikt model beschrijft het creatieve proces in fasen die een maker doorloopt. Het begint met oriëntatie en inspiratie (een idee, een prikkel, een opdracht, een vraag die de maker bezighoudt). Daarna volgt onderzoek en verkenning (materiaal, technieken, voorbeelden, schetsen). Dan komt het experimenteren en ontwerpen (uitproberen, verwerpen, kiezen). Vervolgens de uitvoering (het werk daadwerkelijk maken), en ten slotte de presentatie en reflectie (tonen, terugkijken, bijstellen). Zie afbeelding 1 (Afb. 1) voor deze fasen als cyclus. Belangrijk: het proces verloopt zelden rechtlijnig — een maker springt heen en weer, gooit dingen weg en begint opnieuw.

Het creatieve proces als cyclus

Graaf, 5 knopen, 5 kantenGraaf, Oriëntatie / inspiratie → Onderzoek / verkenning, Onderzoek / verkenning → Experiment / ontwerp, Experiment / ontwerp → Uitvoering, Uitvoering → Presentatie / reflectie, Presentatie / reflectie → Oriëntatie / inspiratieOriëntatie /inspiratieOnderzoek /verkenningExperiment /ontwerpUitvoeringPresentatie /reflectie
Afb. 1Afb. 1 — Het creatieve proces draait rond: reflectie en experiment sturen het werk bij.
Dat het creatieve proces niet-lineair is, is een kerninzicht. Anders dan de nette lijst suggereert, keren makers voortdurend terug: een mislukt experiment leidt tot nieuw onderzoek, tijdens de uitvoering ontstaat een beter idee, en reflectie onderweg stuurt het werk bij. Juist het uitproberen en durven falen hoort bij het maken — veel goede ideeën ontstaan door iets wat eerst ‚misging’. Voor CKV is dit waardevol omdat het het romantische beeld nuanceert dat een kunstenaar in één ingeving een meesterwerk maakt. In werkelijkheid is creativiteit vaak hard werken, herhalen, schrappen en doorzetten. Wie een creatief proces onderzoekt, kijkt dus juist naar de omwegen, keuzes en mislukkingen, niet alleen naar het eindresultaat.
Een creatief proces kent altijd keuzemomenten waarop de maker beslist. Welk materiaal? Welke vorm? Wat laat ik weg? Elke keuze sluit andere mogelijkheden uit en stuurt het werk een richting op. Die keuzes worden gestuurd door het doel van de maker (wat wil hij zeggen of bereiken?), door de beperkingen (tijd, geld, techniek, opdracht) en door zijn eigen smaak en stijl. Wanneer je een proces onderzoekt, is het verhelderend juist deze keuzemomenten in kaart te brengen: waarom koos de maker dít en niet dát? Zo begrijp je een werk van binnenuit, als resultaat van beslissingen, en niet als iets wat er ‚gewoon’ is. Dit sluit aan bij de dimensies uit het vorige onderwerp, die je taal geven om die keuzes te benoemen.
Het creatieve proces onderzoek je bij CKV meestal op één van twee manieren, of allebei. Je kunt het proces van een bestaande maker of werk onderzoeken (hoe kwam deze film, dit lied, dit gebouw tot stand — via bronnen, interviews, making-of’s), of je onderzoekt je eigen creatieve proces door zelf iets te maken en dat proces te documenteren en te analyseren. Beide leren je hetzelfde: dat achter een afgerond werk een reeks stappen, keuzes en herzieningen schuilgaat. In je dossier laat je dat proces zien — niet alleen het resultaat, maar de weg ernaartoe, want die weg is de kern van het verdiepen.
Uitgewerkt voorbeeld

Het proces achter een songtekst reconstrueren

Een singer-songwriter maakt een lied over afscheid. Reconstrueer het creatieve proces in fasen en benoem twee keuzemomenten.

  1. 01Oriëntatie

    De aanleiding is een persoonlijk afscheid; de maker wil dat gevoel vangen. Dat is de inspiratie die het proces op gang brengt.

  2. 02Onderzoek en experiment

    De maker probeert verschillende akkoorden en melodieën uit, schrijft meerdere versies van de tekst, en verwerpt de meeste. Veel gaat de prullenbak in.

  3. 03Keuzemoment 1 — toon

    Kiest de maker een verdrietige, langzame ballad of juist een opgewekt nummer dat het afscheid relativeert? Deze keuze (doel: welk gevoel wil ik overbrengen?) bepaalt de hele sfeer.

  4. 04Keuzemoment 2 — wat weglaten

    De maker schrapt een heel couplet dat te expliciet was. De keuze om iets wég te laten, maakt het lied krachtiger — beperking en smaak sturen hier.

Resultaat: Het lied is niet in één ingeving ontstaan, maar door oriëntatie, veel experiment en bewuste keuzes over toon en weglating. Door het proces zo te reconstrueren, begrijp je het lied als resultaat van beslissingen — de kern van verdiepend onderzoek naar een creatief proces.

Eindexamen-focus

  • Je herkent en beschrijft de fasen van een creatief proces (oriëntatie, onderzoek, experiment, uitvoering, presentatie/reflectie) en het niet-lineaire karakter ervan.
  • Je brengt de keuzemomenten van een maker in kaart en verklaart ze uit doel, beperkingen en stijl; je onderzoekt de wég naar een werk, niet alleen het resultaat.

Veelgemaakte fouten

  • Het creatieve proces als een keurige, rechte lijn voorstellen. In werkelijkheid springt een maker heen en weer, verwerpt hij veel en ontstaan de beste ideeën vaak door ‚mislukkingen’.
  • Alleen naar het eindresultaat kijken en de omwegen, keuzes en herzieningen negeren; juist die weg is bij het verdiepen het onderzoeksobject.

Actieve herhaling

Kies een kunstwerk (of je eigen creatie) en reconstrueer het creatieve proces erachter in fasen. Benoem minstens twee keuzemomenten en verklaar bij elk waarom de maker (of jij) die keuze maakte, gelet op doel, beperkingen of stijl.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (creatief proces) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Een goede onderzoeksvraag opstellen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Verdiepen begint met een vraag. Anders dan bij verbreden, waar je veel verschillende dingen kort beleeft, ga je bij verdiepen één ding grondig onderzoeken — en dat begint met een goede onderzoeksvraag. Een onderzoeksvraag is de centrale vraag die je onderzoek stuurt: ze bepaalt wat je gaat uitzoeken en waar je antwoord op wilt. De kwaliteit van je hele onderzoek hangt af van de kwaliteit van die vraag. Een vage of te brede vraag leidt tot een oppervlakkig, alle kanten op schietend onderzoek; een scherpe, afgebakende vraag geeft richting en maakt een echt antwoord mogelijk. Daarom loont het veel tijd te steken in het formuleren van je vraag voordat je begint.
Een goede onderzoeksvraag voldoet aan een aantal eisen. Ze is afgebakend (niet ‚wat is film?’ maar ‚hoe gebruikt regisseur X licht om spanning op te bouwen in film Y?’). Ze is onderzoekbaar (je kunt er met beschikbare bronnen of eigen waarneming echt antwoord op vinden — niet louter een kwestie van mening of geloof). Ze is open (ze vraagt om uitleg of analyse, niet om alleen ‚ja’ of ‚nee’; ze begint vaak met hoe of waarom in plaats van met is). En ze is relevant en interessant (voor jou, zodat je gemotiveerd blijft, en het past bij CKV: het gaat over kunst, cultuur of een creatief proces). Zie afbeelding 2 (Afb. 2) voor een vergelijking van een zwakke en een sterke onderzoeksvraag.

Zwakke versus sterke onderzoeksvraag

Tabel met 3 kolommen en 4 rijen, gemarkeerde cel: Licht in film YTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Eis · Zwakke vraag · Sterke vraag; Afbakening · Wat is film? · Licht in film Y; Openheid · Ja/nee-vraag · Hoe/waarom-vraag; Onderzoekbaar · Meningskwestie · Met bronnen; Relevant · Te algemeen · Boeit jou, gemarkeerde cel: Licht in film YEISZWAKKE VRAAGSTERKE VRAAGAfbakeningWat is film?Licht in film YOpenheidJa/nee-vraagHoe/waarom-vraagOnderzoekbaarMeningskwestieMet bronnenRelevantTe algemeenBoeit jou
Afb. 2Afb. 2 — Een sterke onderzoeksvraag is afgebakend, open en onderzoekbaar.
Bij een hoofdvraag horen deelvragen: kleinere vragen die je samen naar het antwoord op de hoofdvraag leiden. Als je hoofdvraag is ‚hoe gebruikt regisseur X licht om spanning op te bouwen?’, kunnen deelvragen zijn: welke soorten licht gebruikt hij (hard, zacht, kleur)? Op welke momenten in de film zet hij welk licht in? Wat is het effect op de kijker? Deelvragen maken een groot onderzoek behapbaar en zorgen dat je systematisch te werk gaat. Samen dekken ze de hoofdvraag af; los beantwoord leveren ze de bouwstenen voor je conclusie. Zie afbeelding 3 (Afb. 3) voor de opbouw van een onderzoek van hoofdvraag naar deelvragen naar conclusie.

Opbouw van een onderzoek

Van hoofdvraag naar conclusieBoomdiagram, 3 paden, Gegevens: Deelvraag 1: welk licht?; Deelvraag 2: wanneer ingezet?; Deelvraag 3: welk effect?HoofdvraagDeelvraag 1: …Deelvraag 2: …Deelvraag 3: …
Afb. 3Afb. 3 — Deelvragen maken de hoofdvraag behapbaar en leiden samen naar de conclusie.
Het formuleren van een onderzoeksvraag is zelf een creatief proces met omwegen. Meestal begin je te breed en scherp je aan: van ‚iets met film’ via ‚licht in films’ naar ‚licht en spanning bij één regisseur in één film’. Elke aanscherping maakt de vraag onderzoekbaarder. Een goede aanpak is: kies een onderwerp dat je boeit, bedenk wat je je erover afvraagt, en toets je vraag aan de eisen (afgebakend, onderzoekbaar, open, relevant). Pas als je vraag die toets doorstaat, maak je je onderzoeksopzet. In je dossier laat je zowel je uiteindelijke vraag als de weg ernaartoe zien; dat toont dat je hebt nagedacht over de afbakening — een kernvaardigheid van het verdiepen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een vraag aanscherpen

Scherp de te brede vraag ‚Iets met street art’ in stappen aan tot een goede onderzoeksvraag, en bedenk deelvragen.

  1. 01Stap 0 — te breed

    ‚Iets met street art.’ Dit is geen vraag en veel te breed: je zou er een heel boek over kunnen schrijven zonder richting.

  2. 02Stap 1 — inperken

    ‚Hoe wordt street art gebruikt om een boodschap over te brengen?’ Beter, maar nog steeds breed: over welke plek, welke maker, welke boodschap?

  3. 03Stap 2 — afbakenen

    ‚Hoe gebruikt kunstenaar Banksy beeld en tekst om maatschappijkritiek te uiten in drie van zijn bekende werken?’ Nu is de vraag afgebakend (één maker, drie werken), open (hoe), onderzoekbaar (er zijn bronnen en de werken zijn te bekijken) en relevant.

  4. 04Deelvragen

    (1) Welke maatschappelijke thema’s kaart hij aan? (2) Hoe combineert hij beeld en tekst? (3) Welk effect heeft de plek (de muur, de context) op de boodschap?

Resultaat: Van een veel te breed onderwerp naar een scherpe, onderzoekbare vraag met drie deelvragen. Elke aanscherping maakte de vraag concreter; de deelvragen maken het onderzoek behapbaar. Zo laat de weg naar de vraag zien dat je hebt nagedacht over afbakening.

Eindexamen-focus

  • Je formuleert een onderzoeksvraag die afgebakend, onderzoekbaar, open en relevant is, en je kunt uitleggen waarom een zwakke vraag tot een zwak onderzoek leidt.
  • Je splitst een hoofdvraag op in passende deelvragen die samen naar de conclusie leiden, en je toont de weg van breed onderwerp naar scherpe vraag.

Veelgemaakte fouten

  • Een te brede vraag stellen (‚wat is theater?’) waardoor het onderzoek oppervlakkig blijft; of een gesloten vraag (‚speelt film X in Amerika?’) die met één woord te beantwoorden is en geen onderzoek vraagt.
  • Een vraag stellen die niet onderzoekbaar is (‚is dit de mooiste film ooit?’): dat is een meningskwestie, geen vraag die je met bronnen of analyse kunt beantwoorden.

Actieve herhaling

Kies een onderwerp binnen kunst of cultuur dat je interesseert. Formuleer eerst een te brede vraag, scherp die in twee stappen aan tot een goede onderzoeksvraag (afgebakend, onderzoekbaar, open, relevant), en bedenk er drie deelvragen bij.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (onderzoeksvraag) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 02

    • 01Hoe verloopt een creatief proces?○
    • 02Een goede onderzoeksvraag opstellen◐

0/2 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Verdiepen: een artistiek-creatief proces onderzoeken

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~10
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (creatief proces)

Vorig onderwerp

De dimensies van kunstuitingen

Volgend onderwerp

Onderzoeksvaardigheden en bronnengebruik

EuraStudy·Samenvattingen T·06·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.