EuraStudy
Samenvattingen/Culturele en Kunstzinnige Vorming/De dimensies van kunstuitingen
Samenvattingen · Culturele en Kunstzinnige VormingNL · HAVO

De dimensies van kunstuitingen

Om kunstwerken scherper te kunnen bespreken, gebruik je bij CKV de dimensies van kunst: paren tegenpolen waarmee je een werk op een schaal kunt plaatsen, zoals feit/fictie, autonoom/toegepast, ambachtelijk/industrieel, amusement/engagement, lokaal/globaal en traditie/vernieuwing. Ze zijn een denkgereedschap voor analyse en gesprek. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.

2 Onderdelen·~9 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 1

T·0555 / 10
Examenprofiel
De dimensies van kunstuitingen kennen en als analysegereedschap gebruiken (domein B/C)Een kunstwerk op de dimensieparen kunnen plaatsen en die plaatsing onderbouwenHerkennen dat dimensies schalen zijn (geen of/of) en dat een werk meerdere dimensies tegelijk heeftMet behulp van de dimensies werken vergelijken en een genuanceerd gesprek voeren
Operatoren:analyseerplaatsvergelijkonderbouwberedeneerbeschrijf

basisniveau

De dimensies zijn een gedeeld begrippenkader voor iedereen; je gebruikt ze om je waarnemingen en reflecties preciezer te maken.

verhoogd niveau

In kunstvakken worden dezelfde dimensies dieper uitgewerkt; bij CKV volstaat het ze te herkennen en toe te passen op je eigen ervaringen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 2 onderdelen▾
  1. De dimensies van kunstuitingen
    • 01Wat zijn de dimensies van kunst?○
    • 02De dimensies toepassen en vergelijken◐
§ 01

Wat zijn de dimensies van kunst?#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Als je over een kunstwerk praat, heb je woorden nodig om het precies te typeren. De dimensies van kunst bieden zulke woorden: het zijn paren van tegenpolen waartussen je een werk kunt plaatsen. Denk aan een schaal met aan de ene kant ‚feit’ en aan de andere kant ‚fictie’; een documentaire staat dan dicht bij ‚feit’, een sprookjesfilm dicht bij ‚fictie’, en een film ‚gebaseerd op ware gebeurtenissen’ ergens ertussenin. Het krachtige aan dimensies is juist dat het schalen zijn en geen hokjes: bijna geen enkel werk is puur het een of het ander. Zie afbeelding 1 (Afb. 1) voor de belangrijkste dimensieparen naast elkaar. Ze vormen samen een gereedschapskist waarmee je elk werk genuanceerd kunt bespreken.

Dimensies als schalen tussen tegenpolen

Dimensie feit — fictieGetallenlijn, Feit, Docudrama, Fictie0510FeitDocudramaFictie
Afb. 1Afb. 1 — Een dimensie is een schaal: een werk staat ergens tussen de twee polen.
De meest gebruikte dimensieparen bij CKV zijn: feit/fictie (berust het op de werkelijkheid of op verbeelding?), autonoom/toegepast (is het vrije kunst, gemaakt om zichzelf, of dient het een doel — reclame, gebruiksvoorwerp, opdracht?), ambachtelijk/industrieel (met de hand en uniek gemaakt, of machinaal en in oplage?), amusement/engagement (bedoeld om te vermaken of om een boodschap over te brengen en te laten nadenken?), lokaal/globaal (geworteld in een plek en traditie, of wereldwijd en universeel?), en traditie/vernieuwing (sluit het aan bij het bestaande of breekt het ermee?). Elk paar belicht een andere kant van een werk. Zie afbeelding 2 (Afb. 2) voor een overzicht met bij elke dimensie de vraag en de twee polen.

De dimensies van kunst

Tabel met 3 kolommen en 6 rijen, gemarkeerde cel: AutonoomTabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Dimensie · Pool A · Pool B; Werkelijkheid · Feit · Fictie; Doel · Autonoom · Toegepast; Maakwijze · Ambachtelijk · Industrieel; Bedoeling · Amusement · Engagement; Bereik · Lokaal · Globaal; Houding · Traditie · Vernieuwing, gemarkeerde cel: AutonoomDIMENSIEPOOL APOOL BWerkelijkheidFeitFictieDoelAutonoomToegepastMaakwijzeAmbachtelijkIndustrieelBedoelingAmusementEngagementBereikLokaalGlobaalHoudingTraditieVernieuwing
Afb. 2Afb. 2 — Elke dimensie stelt een vraag met twee polen; werken staan ertussen.
Belangrijk is dat een kunstwerk niet op één dimensie zit, maar op alle tegelijk — telkens op een andere plek op de schaal. Neem een reclamespot van een goed doel: die is toegepast (dient een doel), maar tegelijk sterk engagerend (wil je laten nadenken en aanzetten tot actie), vaak modern (vernieuwend van vorm) en soms globaal (wereldwijd inzetbaar). Door een werk op meerdere dimensies te plaatsen, krijg je een rijk, meerdimensionaal beeld in plaats van één etiket. Dat is precies wat een goede analyse doet: niet ‚het is amusement’, maar ‚het is vooral amusement, maar met een vleugje engagement, ambachtelijk gemaakt en geworteld in een lokale traditie’.
De dimensies zijn geen doel op zich maar een hulpmiddel voor betere waarneming en een beter gesprek. Ze dwingen je goed te kijken (‚waarom noem ik dit toegepast?’) en ze geven je taal om met anderen over kunst te discussiëren zonder in ‚mooi/lelijk’ te blijven steken. Ook helpen ze bij het vergelijken: twee werken die op het eerste gezicht heel verschillend zijn, kunnen op sommige dimensies juist dicht bij elkaar liggen. In domein C (verdiepen) en domein D (verbinden) komen de dimensies terug als analyse- en vergelijkingsgereedschap. Wie ze beheerst, praat en denkt scherper over alles wat hij ziet, hoort en leest.
Uitgewerkt voorbeeld

Één werk op meerdere dimensies

Plaats een bekende Pixar-animatiefilm (bijvoorbeeld een familiefilm met een boodschap over vriendschap) op vier dimensieparen en onderbouw je keuzes.

  1. 01Feit / fictie

    Sterk richting fictie: het is een verzonnen verhaal met sprekende speelgoedfiguren of dieren. Toch zit er soms een kern van herkenbare werkelijkheid in de emoties.

  2. 02Autonoom / toegepast

    Eerder toegepast dan autonoom: de film is gemaakt door een studio om een groot publiek te vermaken en geld te verdienen, niet als vrije, doelloze kunst.

  3. 03Amusement / engagement

    Vooral amusement, maar met een duidelijk vleugje engagement: naast het vermaak zit er meestal een boodschap in (over vriendschap, verlies of opgroeien) die je aan het denken zet.

  4. 04Ambachtelijk / industrieel

    Overwegend industrieel: gemaakt met geavanceerde computertechniek door een groot team in een studio, in oplage vertoond. Toch zit er veel ambachtelijk vakwerk in het ontwerp.

Resultaat: De film is niet ‚gewoon amusement’, maar staat op elke dimensie op een eigen plek: sterk fictief, eerder toegepast, vooral amuserend met engagement, en industrieel met ambachtelijke zorg. Zo geeft het meerdimensionaal plaatsen een veel rijker beeld dan één etiket.

Eindexamen-focus

  • Je kent de belangrijkste dimensieparen (feit/fictie, autonoom/toegepast, ambachtelijk/industrieel, amusement/engagement, lokaal/globaal, traditie/vernieuwing) en de vraag die bij elk hoort.
  • Je begrijpt dat dimensies schalen zijn (geen of/of) en dat een werk op meerdere dimensies tegelijk een plek heeft; je gebruikt ze om werken genuanceerd te typeren en te vergelijken.

Veelgemaakte fouten

  • Dimensies als strikte hokjes gebruiken (‚het is ófwel autonoom ófwel toegepast’). Het zijn schalen: een werk staat ergens tussen de polen, vaak met een neiging naar de ene kant.
  • Een werk maar op één dimensie bekijken. Een rijke analyse plaatst hetzelfde werk op meerdere dimensieparen tegelijk.

Actieve herhaling

Kies één kunstuiting die je goed kent (een film, lied, gebouw, game of schilderij). Plaats haar op minstens vier dimensieparen (bijvoorbeeld feit/fictie en autonoom/toegepast) en onderbouw telkens waarom je haar dichter bij de ene of de andere pool zet.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — dimensies van kunstuitingen (CvTE / Examenblad)

§ 02

De dimensies toepassen en vergelijken#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Twee werken vergelijken op dimensies

Matrix: Tabel met 3 kolommen en 4 rijen, gemarkeerde cel: AmusementTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Dimensie · Blockbuster · Arthouse; Bedoeling · Amusement · Engagement; Doel · Toegepast · Autonoom; Bereik · Globaal · Lokaal; Houding · Traditie · Vernieuwing, gemarkeerde cel: AmusementDIMENSIEBLOCKBUSTERARTHOUSEBEDOELINGAmusementEngagementDOELToegepastAutonoomBEREIKGlobaalLokaalHOUDINGTraditieVernieuwing
Afb. 3Afb. 3 — Met de dimensies zet je twee werken systematisch naast elkaar.

Kernpunten

De echte waarde van de dimensies blijkt bij het toepassen op concreet werk. Neem de dimensie autonoom/toegepast. Autonome kunst is gemaakt om zichzelf: een vrij schilderij, een gedicht, een symfonie zonder opdracht. Toegepaste kunst dient een ander doel: een affiche moet informeren, een stoel moet zitten, een logo moet een merk verkopen, een filmmuziek moet een scène ondersteunen. Veel kunst zit ertussenin: een prachtig vormgegeven gebruiksvoorwerp is toegepast én esthetisch. Deze dimensie helpt je te zien of je naar ‚vrije’ of ‚dienende’ kunst kijkt — en dat verandert je verwachting: bij toegepaste kunst weeg je immers ook mee of het zijn functie goed vervult.
De dimensie ambachtelijk/industrieel raakt aan hoe iets is gemaakt en hoe uniek het is. Een handgeblazen glazen vaas is ambachtelijk: met de hand, uniek, met sporen van de maker. Een fabrieksmatig geperste glazen fles is industrieel: machinaal, in grote oplage, identiek. Deze dimensie is de laatste eeuw belangrijker geworden: door fotografie, film, druk en digitale reproductie kan kunst in oneindige oplage bestaan, wat de vraag oproept wat een ‚origineel’ dan nog is. Een uniek schilderij en een poster ervan zijn heel verschillend, ook al tonen ze hetzelfde beeld. Bij CKV helpt deze dimensie je te doordenken hoe reproductie en techniek de waarde en beleving van kunst veranderen.
De dimensies amusement/engagement en lokaal/globaal gaan over bedoeling en bereik. Amusement wil vooral vermaken en ontspannen; engagement wil betrokkenheid wekken, aanzetten tot nadenken of protesteren (denk aan politieke street art of een protestlied). Veel werk mengt beide: een populaire film die je vermaakt én een maatschappelijk thema aankaart. Lokaal/globaal gaat over verankering: is een werk sterk verbonden met een specifieke plek, taal of traditie (lokaal), of spreekt het wereldwijd aan en circuleert het over grenzen heen (globaal)? Popmuziek is vaak globaal, volksmuziek vaak lokaal — maar juist de menging (‚glokaal’) is interessant, zoals wanneer een lokale traditie wereldwijd populair wordt.
Ten slotte de dimensie traditie/vernieuwing, die de tijd in de analyse brengt. Sommige kunst zet een traditie voort (een klassiek geschilderd portret, een sonnet volgens de regels); andere kunst breekt bewust met het bestaande (abstracte kunst, experimentele muziek, nieuwe vormen). Vaak zit vernieuwing juist in het spannende samenspel met traditie: een maker gebruikt oude vormen op een nieuwe manier. Deze dimensie helpt je te zien of een werk ‚veilig’ binnen het bekende blijft of grenzen verlegt — en dat hangt samen met je waardeoordeel over oorspronkelijkheid. Door werken op deze dimensie te vergelijken, zie je hoe kunst zich vernieuwt zonder de band met het verleden helemaal los te laten.
Uitgewerkt voorbeeld

Origineel versus reproductie

Leg met de dimensie ambachtelijk/industrieel uit waarom het bezoeken van de échte ‚Zonnebloemen’ van Van Gogh anders is dan het bekijken van een poster ervan.

  1. 01Het origineel

    Het echte schilderij is ambachtelijk: met de hand geschilderd, uniek, met dikke, tastbare verfstreken (impasto) die je op een poster niet ziet. Het draagt de sporen van Van Goghs hand.

  2. 02De reproductie

    De poster is industrieel: machinaal in oplage gedrukt, glad, in duizenden identieke exemplaren. Het beeld is hetzelfde, maar de materie is verdwenen.

  3. 03Het verschil in beleving

    Voor het origineel sta je oog in oog met het werkelijke formaat, de textuur en de aanwezigheid van een uniek object dat de kunstenaar zelf heeft aangeraakt. Dat roept iets op wat een reproductie niet kan.

  4. 04De les

    De dimensie ambachtelijk/industrieel maakt zichtbaar waarom CKV je naar het echte werk stuurt: niet het beeld, maar het unieke, met de hand gemaakte object is wat je in het museum beleeft.

Resultaat: Met de dimensie ambachtelijk/industrieel verklaar je precies waarom origineel en reproductie verschillen: hetzelfde beeld, maar het ene is uniek en tastbaar, het andere machinaal en identiek. Zo koppelt de dimensie een abstract begrip aan een concrete ervaring.

Eindexamen-focus

  • Je past de dimensies (autonoom/toegepast, ambachtelijk/industrieel, amusement/engagement, lokaal/globaal, traditie/vernieuwing) toe op concrete werken en onderbouwt je plaatsing.
  • Je gebruikt de dimensies om twee werken te vergelijken en zo overeenkomsten en verschillen scherp te benoemen (in plaats van ‚mooi/lelijk’).

Veelgemaakte fouten

  • Autonoom en toegepast verwarren met ‚goed’ en ‚slecht’; toegepaste kunst (reclame, design) is niet minderwaardig, ze dient alleen een ander doel.
  • Bij ambachtelijk/industrieel het onderscheid tussen origineel en reproductie negeren; een uniek werk en een poster ervan verschillen wezenlijk, ook al lijken ze op elkaar.

Actieve herhaling

Kies twee werken uit dezelfde discipline die duidelijk verschillen (bijvoorbeeld een arthouse-film en een blockbuster, of een volkslied en een popnummer). Vergelijk ze op minstens drie dimensies en gebruik de vergelijking om te laten zien wat elk werk kenmerkt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — dimensies toepassen en vergelijken (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 02

    • 01Wat zijn de dimensies van kunst?○
    • 02De dimensies toepassen en vergelijken◐

0/2 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

De dimensies van kunstuitingen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~9
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma CKV havo/vwo — dimensies van kunstuitingen

Vorig onderwerp

Kunst beleven in een levensechte, professionele context

Volgend onderwerp

Verdiepen: een artistiek-creatief proces onderzoeken

EuraStudy·Samenvattingen T·05·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.