EuraStudy
Samenvattingen/Aardrijkskunde/Samenhangen en verschillen in de wereld
Samenvattingen · AardrijkskundeNL · HAVO

Samenhangen en verschillen in de wereld

Dit hoofdstuk hoort bij het domein Wereld van het CE havo aardrijkskunde en behandelt de kern van de globalisering: hoe gebieden over de hele aarde steeds sterker met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk raken, en waarom er tegelijk grote en hardnekkige verschillen tussen die gebieden blijven bestaan. Je leert de globalisering te beschrijven, het centrum-periferiemodel op wereldschaal toe te passen, de mondiale arbeidsverdeling en productieketens te doorzien en mondiale spreidingspatronen op kaart te lezen. De rode draad is dat verbondenheid en ongelijkheid twee kanten van dezelfde medaille zijn.

5 Onderdelen·~22 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1

T·0444 / 12
Examenprofiel
Het begrip globalisering beschrijven (toenemende verbondenheid en afhankelijkheid van gebieden; economisch, cultureel, politiek) en de drijvende krachten en tijd-ruimtecompressie uitleggenHet centrum-periferiemodel op wereldschaal toepassen (kern, semiperiferie, periferie) en ongelijke ruilverhoudingen verklarenDe mondiale arbeidsverdeling en de opbouw van internationale productieketens (waardeketen, outsourcing, multinationals) analyserenMondiale spreidingspatronen van welvaart, bevolking en handelsstromen op kaart interpreteren en het kern-randcontrast beredeneren
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarberedeneerinterpreteer

basisniveau

Voor het CE moet je globalisering en het centrum-periferiemodel op wereldschaal kunnen beschrijven en toepassen op bronnen (kaarten, tabellen, grafieken) waarin verbondenheid en ongelijkheid zichtbaar zijn.

verhoogd niveau

Verdieping (SE): de wisselwerking tussen economische, culturele en politieke globalisering en de manier waarop mondiale productieketens de ongelijke ruilverhoudingen tussen kern en periferie in stand houden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 5 onderdelen▾
  1. Samenhangen en verschillen in de wereld
    • 01Globalisering: wat het is○
    • 02Het centrum-periferiemodel op wereldschaal◐
    • 03Mondiale arbeidsverdeling en verplaatsing van productie◐
    • 04Mondiale spreidingspatronen●
    • 05Culturele globalisering en tegenbewegingen◐
§ 01

Globalisering: wat het is#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Globalisering (mondialisering) is het proces waarbij gebieden op aarde steeds sterker met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk raken. Dat proces speelt zich af op drie samenhangende terreinen. Economisch: handel, geldstromen, investeringen en bedrijven raken over de landsgrenzen heen verweven, zodat een gebeurtenis op de ene plek de economie aan de andere kant van de wereld raakt. Cultureel: talen, muziek, films, merken, eetgewoonten en ideeën verspreiden zich wereldwijd, waardoor gebieden op elkaar gaan lijken. Politiek: landen werken samen in internationale organisaties en verdragen (denk aan de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie en de Europese Unie), zodat besluitvorming deels boven het niveau van de staat komt te liggen. Kern van het begrip is dus niet alleen dat afstanden worden overbrugd, maar dat gebieden wederzijds afhankelijk worden.
Om te begrijpen waaróm de wereld zo veel kleiner is gaan voelen, gebruiken geografen het begrip tijd-ruimtecompressie (Afb. 1). Daarmee bedoelen ze dat de tijd en de kosten die nodig zijn om afstand te overbruggen — voor mensen, goederen, geld en informatie — sterk zijn afgenomen. Een reis of een bericht dat vroeger weken kostte, verloopt nu in uren of seconden. De aarde is fysiek niet kleiner geworden, maar in relatieve zin, gemeten in reistijd en communicatietijd, zijn plaatsen dichter bij elkaar komen te liggen. Deze compressie is de motor onder de verbondenheid: doordat afstand minder telt, kunnen bedrijven wereldwijd inkopen en verkopen en kunnen ideeën zich in een oogwenk verspreiden.

Tijd-ruimtecompressie en de drijvende krachten

Motoren van de globaliseringGraaf, Transport → Tijd-ruimtecompressie, ICT → Tijd-ruimtecompressie, Handelsliberalisering → Mondiale verbondenheid, Multinationals → Mondiale verbondenheid, Tijd-ruimtecompressie → Mondiale verbondenheidTransportICTHandelsliberaliseringMultinationalsTijd-ruimtecompressieMondialeverbondenheid
Afb. 1Afb. 1 — De drijvende krachten verkleinen via tijd-ruimtecompressie de relatieve afstand en vergroten zo de mondiale verbondenheid.
De tijd-ruimtecompressie en de globalisering worden gedragen door vier drijvende krachten die elkaar versterken. De eerste is het transport: containerschepen, vrachtvliegtuigen en een fijnmazig wegennet maken het goedkoop om grote hoeveelheden goederen over grote afstanden te vervoeren; de standaardcontainer maakte overslag razendsnel en betrouwbaar. De tweede is de ICT: internet, mobiele telefonie en glasvezelkabels maken het mogelijk om wereldwijd en ogenblikkelijk informatie, geld en opdrachten uit te wisselen. De derde is de handelsliberalisering: landen hebben handelsbelemmeringen zoals invoerrechten en quota verlaagd, onder meer via de Wereldhandelsorganisatie en handelsblokken, waardoor grenzen voor goederen doorlaatbaarder werden. De vierde is de opkomst van multinationals: grote ondernemingen die in meerdere landen vestigingen hebben en hun productie en verkoop wereldwijd organiseren.
Het is belangrijk om globalisering te zien als een proces met winnaars én verliezers, en niet als een neutraal of automatisch verschijnsel. Doordat de verbondenheid ongelijk verdeeld is, plukken sommige gebieden en groepen er de vruchten van (goedkope producten, nieuwe markten, banen) terwijl andere achterblijven of hun werk juist verliezen aan concurrentie van elders. Globalisering vergroot dus zowel de onderlinge afhankelijkheid als, vaak, de ongelijkheid. Deze twee kanten — meer samenhang én blijvende verschillen — vormen precies het spanningsveld dat de rest van dit hoofdstuk uitwerkt. Wie de globalisering wil beoordelen, moet daarom altijd vragen: verbondenheid en voordeel voor wíé, en ten koste van wie?
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom een container de wereld verbond

Leg uit hoe de opkomst van de standaardcontainer heeft bijgedragen aan de economische globalisering. Gebruik het begrip tijd-ruimtecompressie.

  1. 01Wat de container deed

    De standaardcontainer maakte het laden, lossen en overslaan van goederen tussen schip, trein en vrachtwagen snel, goedkoop en betrouwbaar, omdat de doos overal past en machinaal wordt behandeld.

  2. 02Gevolg voor afstand

    Doordat vervoer per eenheid veel goedkoper en sneller werd, daalden de tijd en de kosten om afstand te overbruggen: dat is tijd-ruimtecompressie voor goederen.

  3. 03Gevolg voor productie

    Nu afstand minder telt, kon een bedrijf onderdelen wereldwijd inkopen en de productie spreiden naar de goedkoopste locaties, waardoor internationale productieketens ontstonden.

Resultaat: De standaardcontainer verlaagde de transportkosten en -tijd sterk (tijd-ruimtecompressie), waardoor wereldwijd inkopen en gespreid produceren rendabel werd — een directe motor achter de economische globalisering.

Eindexamen-focus

  • Het begrip globalisering beschrijven op de drie terreinen economisch, cultureel en politiek, met steeds het accent op verbondenheid én afhankelijkheid.
  • Tijd-ruimtecompressie uitleggen (de tijd en kosten om afstand te overbruggen nemen af; de aarde voelt kleiner) en met een voorbeeld illustreren.
  • De vier drijvende krachten (transport, ICT, handelsliberalisering, multinationals) noemen en uitleggen hoe zij globalisering mogelijk maken.

Veelgemaakte fouten

  • Globalisering gelijkstellen aan alleen economie of alleen 'verwestersing'; het proces heeft ook een culturele en een politieke kant en verloopt in meerdere richtingen.
  • Tijd-ruimtecompressie letterlijk opvatten alsof de aarde fysiek kleiner wordt; het gaat om afname van reis- en communicatietijd, dus om relatieve afstand.
  • Globalisering als vanzelfsprekend voordeel voorstellen; er zijn winnaars én verliezers, en de verbondenheid is ongelijk verdeeld over gebieden en groepen.

Actieve herhaling

Leg met behulp van de begrippen tijd-ruimtecompressie en drijvende krachten uit waarom de wereld sinds ongeveer 1950 economisch veel sterker verbonden is geraakt. Noem in je antwoord minstens drie drijvende krachten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Wereld: globalisering (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het centrum-periferiemodel op wereldschaal#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kern versus periferie in ruilverhoudingen

Kern versus periferieTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Kenmerk · Kern · Periferie; Levert vooral · Industrie, kennis · Grondstoffen; Prijsniveau · Hoog, stabiel · Laag, schommelt; Machtspositie · Bepaalt regels · Afhankelijk, gemarkeerde cel: Bepaalt regelsKENMERKKERNPERIFERIELevert vooralIndustrie, kennisGrondstoffenPrijsniveauHoog, stabielLaag, schommeltMachtspositieBepaalt regelsAfhankelijkOngelijke ruil kern-periferie
Afb. 3Afb. 3 — De ongelijke ruilverhouding: goedkope grondstoffen uit de periferie tegenover dure industrieproducten uit de kern.

Kernpunten

Om de blijvende verschillen tussen gebieden te ordenen, gebruiken geografen het centrum-periferiemodel op wereldschaal (Afb. 2). Het model verdeelt de wereld naar economische macht in drie zones. De kern (het centrum) bestaat uit de rijke, sterk geïndustrialiseerde en gemoderniseerde landen — grofweg West-Europa, Noord-Amerika, Japan en enkele andere hoogontwikkelde gebieden. Hier zit de meeste economische en politieke macht, het hoofdkantoor van veel multinationals, het onderzoek en de hoogwaardige productie. De kern bepaalt in belangrijke mate de spelregels van de wereldeconomie, zoals prijzen, technologie en handelsvoorwaarden.

Centrum-periferiemodel op wereldschaal

Drie zones op wereldschaalGraaf, Periferie (arme landen) → Kern (rijke landen), Kern (rijke landen) → Periferie (arme landen), Semiperiferie (BRICS) → Kern (rijke landen), Kern (rijke landen) → Semiperiferie (BRICS), Periferie (arme landen) → Semiperiferie (BRICS)Kern (rijkelanden)Semiperiferie(BRICS)Periferie (armelanden)grondstoffenindustrie,kapitaalarbeid,productentechnologiegrondstoffen
Afb. 2Afb. 2 — Kern, semiperiferie en periferie zijn via ongelijke ruilverhoudingen met elkaar verbonden.
De semiperiferie is de tussenzone: landen die snel opkomen en industrialiseren, maar nog niet het welvaartsniveau en de macht van de kern hebben. Vaak worden hiertoe de opkomende economieën gerekend, met als bekend voorbeeld de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika), waaraan later nog landen zijn toegevoegd. Deze landen hebben een groeiende industrie, een groter wordende middenklasse en toenemende invloed, maar kennen tegelijk nog grote interne ongelijkheid en afhankelijkheid. De semiperiferie functioneert als scharnier: zij levert arbeid en producten aan de kern, maar oefent zelf ook macht uit over de periferie.
De periferie bestaat uit de armste landen, de ontwikkelingslanden, die vaak sterk afhankelijk zijn van de uitvoer van grondstoffen en landbouwproducten en van kapitaal en technologie uit de kern. Hier is de industrie beperkt, is de infrastructuur zwak en is de invloed op de wereldmarkt gering. Het model is nadrukkelijk relatief en dynamisch: de grenzen liggen niet vast, landen kunnen opklimmen (van periferie naar semiperiferie) of terugzakken, en binnen elk land bestaan opnieuw kern- en randgebieden. Je moet het model dus gebruiken als denkraam om posities te vergelijken, niet als een vaste kaart met scherpe grenzen.
De motor achter het verschil tussen de zones zijn de ongelijke ruilverhoudingen. Daarmee bedoelen we dat de periferie vooral goedkope, laagwaardige producten levert — ruwe grondstoffen en gewassen — terwijl de kern juist dure, hoogwaardige producten en diensten (machines, technologie, merken, kennis) terugverkoopt. Bovendien schommelen de wereldmarktprijzen van grondstoffen sterk, terwijl de prijzen van industrieproducten stabieler en hoger zijn. Daardoor stroomt er per saldo meer waarde naar de kern dan naar de periferie, ook al is er handel in beide richtingen. Zo houdt de wereldhandel de bestaande ongelijkheid in stand of vergroot hij die zelfs: het model verklaart daarmee waarom globalisering en ongelijkheid samen kunnen bestaan.
Uitgewerkt voorbeeld

Een land plaatsen in het model

Een bron beschrijft een land met een snelgroeiende auto- en elektronica-industrie, een groeiende middenklasse, maar ook grote wijken met armoede en een sterke afhankelijkheid van buitenlandse technologie. In welke zone van het centrum-periferiemodel plaats je dit land? Beredeneer je keuze.

  1. 01Kenmerken ordenen

    Snelle industrialisatie en een groeiende middenklasse wijzen op opkomst; grote armoede en afhankelijkheid van buitenlandse technologie wijzen erop dat het land nog niet de top heeft bereikt.

  2. 02Tegen het model houden

    De kern is al hoogontwikkeld en bepaalt de regels; de periferie is arm en levert vooral grondstoffen. Dit land zit daar tussenin: het industrialiseert snel maar blijft afhankelijk.

  3. 03Positie kiezen

    Dat is precies het profiel van de semiperiferie — de opkomende economieën, zoals de BRICS-landen.

Resultaat: Het land hoort in de semiperiferie: het industrialiseert snel en wint aan invloed (niet meer periferie), maar kent nog grote interne ongelijkheid en afhankelijkheid van de kern (nog geen kern).

Eindexamen-focus

  • De drie zones van het centrum-periferiemodel op wereldschaal (kern, semiperiferie, periferie) beschrijven met hun kenmerken en voorbeelden.
  • Het begrip ongelijke ruilverhoudingen uitleggen (periferie levert goedkope grondstoffen, kern levert dure industrieproducten) en er de blijvende ongelijkheid mee verklaren.
  • Het model als relatief en dynamisch toepassen: posities vergelijken, opklimmen/terugzakken en kern-randcontrast binnen landen herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • De drie zones opvatten als vaste groepen met scherpe grenzen; het model is relatief en dynamisch, landen kunnen van positie veranderen.
  • Denken dat de periferie geen handel drijft; er ís handel in beide richtingen, maar door ongelijke ruilverhoudingen stroomt per saldo meer waarde naar de kern.
  • De semiperiferie verwarren met de kern; opkomende economieën zoals de BRICS industrialiseren snel maar bereiken nog niet de macht en welvaart van de kern.

Actieve herhaling

Leg met behulp van het centrum-periferiemodel en het begrip ongelijke ruilverhoudingen uit waarom een grondstoffenrijk ontwikkelingsland (periferie) toch relatief arm kan blijven, ook al exporteert het veel.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — centrum-periferiemodel (CvTE / Examenblad)

§ 03

Mondiale arbeidsverdeling en verplaatsing van productie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een van de duidelijkste gevolgen van de globalisering is de mondiale arbeidsverdeling: over de hele wereld verdeelde bedrijven de verschillende stappen van het maken van een product over de gebieden die daarvoor het gunstigst zijn. Arbeidsintensieve stappen — werk waarvoor veel handen nodig zijn, zoals in elkaar zetten en naaien — worden vaak verplaatst naar lagelonenlanden, waar de lonen laag zijn en de arbeid ruim voorhanden is. Kapitaal- en kennisintensieve stappen — ontwerp, onderzoek, marketing, hoogwaardige machinebouw — blijven juist in de kern. Zo ontstaat een werkverdeling waarin arme gebieden vooral spierkracht leveren en rijke gebieden vooral hersenkracht en kapitaal, wat het centrum-periferiepatroon versterkt.
De stappen die samen een product tot stand brengen vormen een wereldwijde productieketen of waardeketen (Afb. 4). In elke schakel wordt waarde aan het product toegevoegd: van grondstof, via onderdelen en assemblage, tot merk, verkoop en service. Kenmerkend is dat de meeste waarde wordt toegevoegd aan de uiteinden van de keten — bij het ontwerp en onderzoek aan het begin en bij het merk, de marketing en de detailhandel aan het eind — en het minst in het midden, bij de eenvoudige assemblage. Omdat die uiteinden in de kern liggen en het midden in lagelonenlanden, verklaart de waardeketen waarom een arm land dat het product feitelijk in elkaar zet, daar maar een klein deel van de eindprijs voor ontvangt.

Mondiale waardeketen van een product

WaardeketenGraaf, Grondstoffen → Onderdelen, Ontwerp & R&D → Onderdelen, Onderdelen → Assemblage (lagelonen), Assemblage (lagelonen) → Merk & verkoopGrondstoffenOntwerp & R&DOnderdelenAssemblage(lagelonen)Merk & verkoop
Afb. 4Afb. 4 — In de mondiale waardeketen wordt de meeste waarde toegevoegd aan de uiteinden (ontwerp en merk in de kern), het minst bij de assemblage.
Het verplaatsen van (delen van) de productie naar andere, meestal goedkopere landen heet outsourcing (uitbesteden). Een bedrijf laat dan een stap door een ander bedrijf of een eigen vestiging in het buitenland uitvoeren. De reden is bijna altijd kostenverlaging: lagere lonen, soepelere regels, lagere belastingen of nabijheid van grondstoffen. Outsourcing maakt producten voor de consument in de kern goedkoper en levert in het productieland banen en inkomen op, maar maakt dat land ook kwetsbaar: als het bedrijf een nog goedkopere locatie vindt, kan het werk zomaar weer vertrekken. Deze beweeglijkheid van productie is een centraal kenmerk van de geglobaliseerde economie.
De regisseurs van dit alles zijn de multinationals: ondernemingen met vestigingen in meerdere landen die hun inkoop, productie en verkoop wereldwijd organiseren. Zij kiezen per stap de gunstigste locatie, verplaatsen productie tussen landen en beheersen vaak de merken en de kennis waar de meeste winst in zit. Daardoor hebben grote multinationals veel economische macht — soms is hun omzet groter dan het nationaal inkomen van een klein land — en kunnen zij landen tegen elkaar uitspelen om de beste voorwaarden te krijgen. Tegelijk brengen ze investeringen, werk en technologie. Voor het examen moet je multinationals dus kunnen zien als de spelers die de mondiale arbeidsverdeling en de productieketens sturen, met zowel positieve als negatieve gevolgen voor de betrokken gebieden.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom productie verhuist

Leg met minstens twee redenen uit waarom een kledingmerk uit de kern zijn kleding laat naaien in een lagelonenland in plaats van in eigen land. Noem één risico voor het productieland.

  1. 01Kostenmotief

    In een lagelonenland zijn de lonen veel lager, waardoor het arbeidsintensieve naaien veel goedkoper kan; ook belastingen en regels zijn er vaak soepeler.

  2. 02Arbeidsaanbod

    Er is een groot aanbod van arbeidskrachten die dit werk willen doen, zodat het merk snel veel kan laten produceren.

  3. 03Het risico

    Omdat de productie beweeglijk is (footloose), kan het merk naar een nóg goedkoper land vertrekken; dan verdwijnen de banen weer — het productieland is kwetsbaar en afhankelijk.

Resultaat: Het merk verplaatst het naaien vanwege lagere lonen en een ruim arbeidsaanbod (outsourcing om kosten te besparen); het risico is dat de productie later opnieuw verhuist naar een goedkoper land en de werkgelegenheid meeneemt.

Eindexamen-focus

  • De mondiale arbeidsverdeling uitleggen (arbeidsintensieve stappen naar lagelonenlanden, kennis- en kapitaalintensieve stappen in de kern) en het verband met het centrum-periferiemodel leggen.
  • De opbouw van een productieketen/waardeketen beschrijven en beredeneren waar in de keten de meeste waarde wordt toegevoegd (aan de uiteinden, in de kern).
  • De rol van outsourcing en multinationals bij de verplaatsing van productie analyseren, met voor- en nadelen voor het productieland.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat het productieland (waar iets in elkaar wordt gezet) het grootste deel van de winst krijgt; de meeste waarde zit in ontwerp, merk en verkoop in de kern.
  • Outsourcing alleen als nadeel of alleen als voordeel voor het productieland zien; het levert banen én kwetsbaarheid op, omdat de productie weer kan vertrekken.
  • Multinationals verwarren met gewone exportbedrijven; een multinational heeft vestigingen in meerdere landen en organiseert de hele keten grensoverschrijdend.

Actieve herhaling

Een smartphone wordt ontworpen in de kern, met onderdelen uit verschillende landen, en in een lagelonenland geassembleerd. Beredeneer met behulp van de waardeketen waarom het assemblageland maar een klein deel van de verkoopprijs ontvangt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — mondiale arbeidsverdeling en productieketens (CvTE / Examenblad)

§ 04

Mondiale spreidingspatronen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

De verschillen tussen kern, semiperiferie en periferie worden op de wereldkaart zichtbaar als spreidingspatronen: de manier waarop een verschijnsel — welvaart, bevolking, handel — ruimtelijk over de aarde is verdeeld. Voor de welvaart geldt dat die zeer ongelijk is gespreid: een relatief klein deel van de wereldbevolking in de kern beschikt over een groot deel van het inkomen, de productie en de consumptie, terwijl grote delen van de periferie het met veel minder moeten doen. Op een kaart van bijvoorbeeld het inkomen per hoofd of het menselijk ontwikkelingsniveau tekent zich daardoor een duidelijk kernpatroon af, met de hoogste waarden geconcentreerd in Noord-Amerika, West-Europa en enkele andere gebieden.
De spreiding van de bevolking volgt een ander patroon dan die van de welvaart, en juist het contrast is leerzaam. De meeste mensen wonen niet in de rijkste, maar in dichtbevolkte gebieden met een gunstig klimaat, vruchtbare grond en een lange geschiedenis van landbouw en verstedelijking — met grote concentraties in bijvoorbeeld Zuid- en Oost-Azië. Grote delen van de aarde zijn juist dunbevolkt omdat het klimaat of het reliëf er ongunstig is (woestijnen, hooggebergte, poolgebieden, dicht regenwoud). Wie een kaart van de bevolkingsdichtheid naast een kaart van de welvaart legt, ziet dus dat veel mensen buiten de rijke kern wonen: de welvaart is nog schever verdeeld dan de bevolking.
De handelsstromen ten slotte laten zien hoe de verbondenheid en de ongelijkheid samengaan (Afb. 5). Verreweg de grootste goederen- en geldstromen lopen tussen en binnen de rijke kerngebieden en de opkomende semiperiferie; de handel is dus geconcentreerd rond een aantal machtige knooppunten. De periferie is met de kern verbonden, maar vaak vooral als leverancier van grondstoffen en als afzetmarkt, niet als gelijkwaardige partner. Op een kaart met stromen zie je daardoor dikke pijlen tussen de kernen en dunnere, eenzijdiger stromen van en naar de periferie. Het patroon van de handel bevestigt zo het centrum-periferiemodel op wereldschaal.

Handelsstromen tussen kern en periferie

Mondiale handelsstromenGraaf, Kern N-Amerika → Kern Europa, Kern Europa → Semiperiferie Azië, Kern N-Amerika → Semiperiferie Azië, Periferie → Kern Europa, Periferie → Semiperiferie AziëKern N-AmerikaKern EuropaSemiperiferieAziëPeriferiegrote stroomgrote stroomgrote stroomgrondstoffengrondstoffen
Afb. 5Afb. 5 — De grootste handelsstromen lopen tussen de kerngebieden en de opkomende semiperiferie; de periferie levert vooral grondstoffen.
Bij dit soort bronvragen is de kern-randbenadering het gereedschap: je legt het kernpatroon (concentratie in de kern) naast het randpatroon (achterblijven van de periferie) en verklaart het contrast met begrippen als ongelijke ruilverhoudingen, arbeidsverdeling en machtsverschillen. Let er daarbij op dat verschillende kaarten verschillende patronen tonen — welvaart, bevolking en handel vallen niet samen — en dat je het patroon eerst beschrijft (waar zit de concentratie, waar de leegte?) en het pas daarna verklaart. Wie beschrijving en verklaring netjes scheidt en de juiste modelbegrippen inzet, scoort op deze vragen de meeste punten. De kern-randbenadering is daarmee de brug tussen de kaart en het model.
Uitgewerkt voorbeeld

Twee kaarten vergelijken

Een leerling zegt: 'Waar de meeste mensen wonen, is ook de meeste welvaart.' Beoordeel deze uitspraak met behulp van de spreidingspatronen van bevolking en welvaart.

  1. 01Bevolkingspatroon

    De bevolking is sterk geconcentreerd in dichtbevolkte gebieden met gunstig klimaat en vruchtbare grond, zoals Zuid- en Oost-Azië — niet per se in de rijkste landen.

  2. 02Welvaartspatroon

    De welvaart is geconcentreerd in de kern (Noord-Amerika, West-Europa, Japan), waar juist een kleiner deel van de wereldbevolking woont.

  3. 03Vergelijken

    De twee patronen vallen niet samen: veel mensen wonen buiten de rijke kern, dus per hoofd is de welvaart nog ongelijker verdeeld dan de bevolking.

Resultaat: De uitspraak klopt niet: bevolking en welvaart hebben verschillende spreidingspatronen. De meeste mensen wonen in dichtbevolkte gebieden met gunstige natuur (deels periferie/semiperiferie), terwijl de welvaart in de kern is geconcentreerd.

Eindexamen-focus

  • Een wereldkaart van welvaart, bevolking of handel beschrijven en het kern-randcontrast (concentratie in de kern, achterblijven van de periferie) benoemen.
  • Het verschil tussen de spreidingspatronen van welvaart en bevolking herkennen (de welvaart is schever verdeeld dan de bevolking) en verklaren.
  • Handelsstromen interpreteren en met het centrum-periferiemodel verbinden (grote stromen tussen kernen, eenzijdiger stromen naar de periferie).

Veelgemaakte fouten

  • Beschrijving en verklaring door elkaar halen; beschrijf eerst het patroon op de kaart (waar de concentratie zit) en verklaar het pas daarna met modelbegrippen.
  • Aannemen dat de bevolking net zo verdeeld is als de welvaart; de meeste mensen wonen buiten de rijkste kern, de welvaart is nog ongelijker verdeeld.
  • De periferie als 'niet-verbonden' zien; de periferie is wél met de kern verbonden, maar vooral als grondstoffenleverancier en afzetmarkt, niet als gelijke partner.

Actieve herhaling

Je krijgt een wereldkaart met de belangrijkste handelsstromen. Beschrijf het spreidingspatroon van de handel en verklaar met het centrum-periferiemodel waarom de dikste stromen tussen de kerngebieden lopen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — mondiale spreidingspatronen en kaartvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 05

Culturele globalisering en tegenbewegingen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Golven van globalisering

Mijlpalen van verbondenheidTijdlijn van 1860 tot 2005, 1869: Suezkanaal geopend, 1945: Verenigde Naties, 1958: EEG opgericht, 1995: WTO opgericht18602005jaar1869Suezkanaalgeopend1945Verenigde Naties1958EEG opgericht1995WTO opgericht
Afb. 7Afb. 7 — Enkele algemeen bekende mijlpalen die de mondiale verbondenheid stap voor stap vergrootten.

Kernpunten

Naast de economische kant heeft globalisering een sterke culturele kant: de wereldwijde verspreiding van cultuuruitingen zoals taal, muziek, films, series, merken, kleding, sport en eetgewoonten. Door transport, migratie, toerisme en vooral internet en sociale media komen deze uitingen overal ter wereld terecht. Omdat een groot deel van de wereldwijd verspreide cultuur uit de machtige kern komt — met een dominante rol van het Engels en van westerse en Amerikaanse populaire cultuur — spreken geografen soms over verwestersing of 'McDonaldisering'. Cultuur volgt zo deels de lijnen van economische macht: wie economisch en mediatechnisch sterk staat, verspreidt ook zijn cultuur het verst.
Het gevolg dat vaak wordt genoemd, is culturele homogenisering: doordat overal dezelfde merken, films en gewoonten opduiken, gaan gebieden op elkaar lijken en dreigen lokale eigenheid, talen en tradities te verdwijnen. In een winkelstraat in heel verschillende werelddelen vind je dezelfde ketens; jongeren over de hele wereld kijken naar dezelfde series. Toch is dit maar de helft van het verhaal: de verspreiding verloopt niet als een eenrichtingsstraat, en zeker niet volledig. Culturele globalisering leidt niet automatisch tot één wereldcultuur, maar botst en mengt zich telkens met wat er lokaal al is.
Dat mengen vangen geografen met het begrip glokalisering: het samengaan van het mondiale (global) en het lokale (local). Mondiale producten, merken en ideeën worden aangepast aan de lokale smaak, taal en gewoonten, en omgekeerd verspreiden lokale gerechten, muziekstijlen en tradities zich wereldwijd. Een internationale fastfoodketen past zijn menu aan de plaatselijke keuken aan; een wereldwijde streamingdienst maakt series in de lokale taal. Glokalisering laat zien dat het lokale niet zomaar wordt weggevaagd, maar de mondiale stroom kleurt en zich toe-eigent. Cultuur wordt daardoor eerder gemengd en gevarieerd dan zuiver eenvormig.
Tegen de (culturele en economische) globalisering ontstaan ook tegenbewegingen (Afb. 6). Sommige mensen en landen verzetten zich uit angst voor het verlies van eigen cultuur, identiteit, werk of zeggenschap. Dat verzet neemt verschillende vormen aan: protectionisme (het beschermen van de eigen economie met invoerrechten en regels tegen buitenlandse concurrentie), regionalisme en nationalisme (het benadrukken van de eigen regio, natie of cultuur), en bredere protestbewegingen tegen de macht van multinationals en internationale organisaties. Deze reacties horen bij het proces: globalisering roept haar eigen tegenkrachten op. Voor het examen moet je globalisering daarom kunnen beoordelen als een omstreden proces met voor- en tegenstanders, waarin verbondenheid, verlies van eigenheid en verzet naast elkaar bestaan.

Globalisering en haar tegenkrachten

Cultuur mondiaal en lokaalGraaf, Culturele verspreiding → Homogenisering, Culturele verspreiding → Glokalisering, Homogenisering → Tegenbewegingen, Tegenbewegingen → ProtectionismeCultureleverspreidingHomogeniseringGlokaliseringTegenbewegingenProtectionisme
Afb. 6Afb. 6 — Culturele globalisering brengt homogenisering én glokalisering voort, en roept tegenbewegingen op.
Uitgewerkt voorbeeld

Homogenisering of glokalisering?

In een grote stad ergens ter wereld staan dezelfde internationale koffieketens als in Europa, maar op hun menu staan lokale gerechten en de reclame is in de landstaal. Is dit een voorbeeld van homogenisering of van glokalisering? Beredeneer.

  1. 01Argument voor homogenisering

    Dezelfde internationale keten uit de kern duikt overal op, waardoor winkelstraten wereldwijd op elkaar gaan lijken — dat wijst op homogenisering.

  2. 02Argument voor glokalisering

    Het menu is aangepast aan de lokale keuken en de reclame is in de landstaal; het mondiale merk mengt zich dus met het lokale.

  3. 03Afweging

    Omdat het mondiale product bewust wordt aangepast aan de lokale smaak en taal, weegt het aanpassen zwaarder: dit is vooral glokalisering, met een homogeniserende ondergrond.

Resultaat: Het is vooral glokalisering: een mondiaal merk (homogeniserende kracht) wordt aangepast aan de lokale keuken en taal, zodat het mondiale en het lokale zich mengen in plaats van dat het lokale volledig verdwijnt.

Eindexamen-focus

  • Culturele globalisering beschrijven (verspreiding van taal, media, merken en gewoonten) en de neiging tot homogenisering met een voorbeeld illustreren.
  • Het begrip glokalisering uitleggen (mondiaal en lokaal mengen; mondiale producten worden lokaal aangepast) en tegenover pure homogenisering plaatsen.
  • Tegenbewegingen tegen globalisering herkennen en ordenen (protectionisme, regionalisme/nationalisme, protest tegen multinationals).

Veelgemaakte fouten

  • Culturele globalisering opvatten als een pure eenrichtingsstraat die alle lokale cultuur wegvaagt; glokalisering laat zien dat mondiaal en lokaal mengen.
  • Verwestersing en globalisering aan elkaar gelijkstellen; cultuur verspreidt zich in meerdere richtingen, ook lokale uitingen worden wereldwijd overgenomen.
  • Protectionisme verwarren met vrijhandel; protectionisme beschermt de eigen economie met belemmeringen en is juist een reactie tégen de globalisering.

Actieve herhaling

Leg met het begrip glokalisering uit waarom een wereldwijd merk zijn producten of reclame per land aanpast. Geef daarna één voorbeeld van een tegenbeweging tegen de globalisering en leg uit waartegen die zich richt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde havo — culturele globalisering en tegenbewegingen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 05

    • 01Globalisering: wat het is○
    • 02Het centrum-periferiemodel op wereldschaal◐
    • 03Mondiale arbeidsverdeling en verplaatsing van productie◐
    • 04Mondiale spreidingspatronen●
    • 05Culturele globalisering en tegenbewegingen◐

0/5 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Samenhangen en verschillen in de wereld

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~22
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma aardrijkskunde havo — domein Wereld: globalisering

Vorig onderwerp

Gebieden op de grens van arm en rijk

Volgend onderwerp

Mondiale processen en lokale effecten

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.