In de ruimtemeetkunde (domein D) beschrijf je punten met drie coördinaten en reken je met vectoren in . De lengte is ; het inproduct levert hoeken en de loodrecht-toets ; het uitproduct geeft een normaalvector en, via , oppervlakte en inhoud. Daarmee stel je vergelijkingen op van lijnen () en vlakken () en bereken je snijpunten en hoeken. Wiskunde D kent geen centraal examen; deze stof wordt in het schoolexamen (SE) getoetst.
4 Onderdelen~18 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 1 · Verdieping 3
basisniveau
De ruimtemeetkunde met coördinaten, vectoren, het inproduct en het opstellen van vlakvergelijkingen hoort bij domein D. Wiskunde D kent geen centraal examen; deze stof wordt in het schoolexamen (SE) getoetst. Beheers minimaal: rekenen met vectoren in , de lengte , het inproduct en de loodrecht-toets , en de vergelijking van een vlak uit een normaalvector en een punt.
verhoogd niveau
Verdieping: het uitproduct als normaalvector en voor oppervlakte en inhoud (spatproduct), het snijden van lijnen en vlakken, en het berekenen van hoeken tussen vectoren, lijnen en vlakken. Dit vormt samen met het onderwerp „Toepassingen en ICT in de meetkunde” (afstanden, hoeken en doorsneden) de kern van de ruimtemeetkunde in wiskunde D.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Punt en plaatsvector in de ruimte
Vector tussen twee punten
De kentallen zijn de verschillen van de coördinaten ().
Lengte van een vector
De ruimtelijke stelling van Pythagoras op de drie kentallen.
Afstand tussen twee punten
De afstand is de lengte van de verbindingsvector .
Gegeven de punten en . Bereken , de afstand en het midden van het lijnstuk .
Neem de verschillen van de coördinaten ().
De afstand is de lengte van .
Neem het gemiddelde van de coördinaten van en .
Resultaat: , en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven en . Bereken , de afstand en het midden van . Bepaal ook en ga na of evenwijdig is met .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Hoek tussen twee vectoren in de ruimte
Het inproduct
De algebraïsche en de meetkundige uitdrukking voor het inproduct zijn gelijk; samen leveren ze de hoek.
Hoek tussen twee vectoren
Deel het inproduct door het product van de lengtes en neem de boogcosinus.
Loodrechte stand
Twee vectoren staan loodrecht precies als hun inproduct nul is (want ).
Gegeven , en . Bereken de hoek tussen en , en toon aan dat en loodrecht staan.
Vermenigvuldig de kentallen en tel op.
Bereken en .
Vul in en neem de boogcosinus.
Bereken ; is die nul, dan loodrecht.
Resultaat: De hoek tussen en is ongeveer ; omdat staan en loodrecht op elkaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereken de hoek tussen en . Ga daarna na of en loodrecht staan, en bepaal zó dat loodrecht staat op .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Uitproduct: normaalvector op het opgespannen vlak
Het uitproduct (kruisproduct)
Kruislings rekenen; het middelste kental heeft de omgekeerde volgorde. De uitkomst is een vector.
Lengte = oppervlakte parallellogram
De lengte van het uitproduct is de oppervlakte van het door a en b opgespannen parallellogram; de driehoek is de helft.
Spatproduct = inhoud
De inhoud van het parallellepipedum met ribben a, b, c; de tetraëder is een zesde deel.
Gegeven en . Bereken , controleer dat het loodrecht op staat, en bepaal de oppervlakte van het parallellogram dat en opspannen.
Bereken de drie kentallen.
Het inproduct van met het uitproduct moet nul zijn.
De oppervlakte van het parallellogram is .
Resultaat: , staat loodrecht op (inproduct ), en de oppervlakte van het parallellogram is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven en . Bereken en de oppervlakte van het opgespannen parallellogram. Bepaal daarna een normaalvector van het vlak door , en .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Snijpunt van een lijn en een vlak
Vectorvoorstelling van een lijn
Steunpunt p plus een veelvoud van de richtingsvector r; t is de parameter.
Vergelijking van een vlak
Normaalvector (a, b, c) en een punt P op het vlak; d volgt door P in te vullen.
Hoek lijn–vlak en vlak–vlak
Lijn–vlak via de sinus (complement van de hoek met de normaal); vlak–vlak via de normaalvectoren.
Gegeven het vlak en de lijn . Bepaal het snijpunt van en en de hoek tussen en .
Schrijf , en als uitdrukking in .
Vul in en los op.
Vul terug in de lijn.
Gebruik en in de sinus-formule.
Resultaat: Het snijpunt is en de hoek tussen en is ongeveer .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel de vergelijking op van het vlak door met normaalvector . Ligt het punt op ? Bepaal de hoek tussen en de lijn .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen