Deze samenvatting gaat over de samenhang tussen twee kwantitatieve variabelen. Je leert een spreidingsdiagram maken en de aard, richting en sterkte van de samenhang beschrijven, de correlatiecoëfficiënt en de determinatiecoëfficiënt berekenen en interpreteren, en de kleinste-kwadratenlijn opstellen met de formules en . Ten slotte voorspel je met de regressielijn (interpolatie versus extrapolatie) en leer je kritisch redeneren: correlatie is geen causaliteit. Correlatie en regressie horen bij domein B en worden bij wiskunde D uitsluitend in het schoolexamen (SE) getoetst — wiskunde D kent geen centraal examen.
4 Onderdelen~23 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 2
basisniveau
Kern van het onderwerp (SE-stof, domein B): een spreidingsdiagram lezen en tekenen, de richting en sterkte van de samenhang benoemen, en met ICT de correlatiecoëfficiënt en de regressielijn bepalen en gebruiken om te voorspellen.
verhoogd niveau
Verdieping: en met de hand berekenen via de kleinste-kwadratenformules, interpreteren als aandeel verklaarde variantie, residuen analyseren, en scherp redeneren over de grenzen van een lineair model (extrapolatie) en over correlatie versus causaliteit (schijncorrelatie, derde variabele).
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Spreidingsdiagram met een positief verband
Spreidingsdiagram met een negatief verband
Bivariate waarneming
Bij elke eenheid horen twee gemeten waarden; samen vormen de paren de puntenwolk in het spreidingsdiagram.
Zwaartepunt van de puntenwolk
De gemiddelden van en ; het punt ligt in het midden van de wolk en de regressielijn gaat er altijd doorheen.
Van zes leerlingen is het aantal uren sport per week () en de rusthartslag in slagen per minuut () genoteerd: (1; 78), (2; 74), (3; 72), (5; 66), (6; 64), (7; 60). Bepaal het zwaartepunt en beschrijf de richting, sterkte en vorm van de samenhang.
uur en slagen per minuut. Het zwaartepunt is dus .
Zet de punten uit. Naarmate (sporturen) toeneemt, daalt (rusthartslag) systematisch van 78 naar 60. De wolk loopt van linksboven naar rechtsonder: een negatief verband.
De punten liggen bijna precies op één dalende rechte lijn — er is nauwelijks spreiding om die lijn. De samenhang is dus sterk en de vorm is lineair. (Reken je uit, dan vind je , wat dit bevestigt.)
Resultaat: Het zwaartepunt is . Er is een sterk, negatief en nagenoeg lineair verband: meer sporturen gaan samen met een lagere rusthartslag. Let op: dit beschrijft samenhang, nog geen oorzaak-gevolg.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Van acht auto's is de leeftijd (in jaren) en de verkoopprijs (in duizenden euro's) genoteerd: (1; 22), (2; 19), (3; 17), (4; 15), (5; 12), (6; 11), (7; 8), (8; 7). Teken het spreidingsdiagram, bepaal het zwaartepunt en beschrijf de richting, sterkte en vorm van de samenhang.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
De correlatieschaal van −1 tot +1
Correlatiecoëfficiënt
Het teken van geeft de richting (positief/negatief), de absolute waarde de sterkte van het lineaire verband. betekent dat alle punten op één rechte lijn liggen.
Determinatiecoëfficiënt
Het aandeel van de variatie in dat door de lineaire samenhang met wordt verklaard; vaak als percentage. betekent: ongeveer 81% verklaarde variatie.
Spreidingsdiagram met een zwakke samenhang
Voor vijf leerlingen zijn het aantal uren studeren () en het aantal goed beantwoorde vragen () genoteerd: (1; 3), (2; 5), (3; 4), (4; 6), (5; 7). Bereken de correlatiecoëfficiënt en de determinatiecoëfficiënt en interpreteer beide.
en .
: . : . Producten : , met som .
en .
. De waarde is positief en dicht bij 1: een sterk positief lineair verband.
. Ongeveer 81% van de verschillen in het aantal goede vragen hangt samen met de verschillen in studietijd; de overige 19% komt door andere factoren en toeval.
Resultaat: (sterk positief lineair verband) en : ongeveer 81% van de variatie in wordt verklaard door de lineaire samenhang met .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Voor zes dagen zijn de gemiddelde temperatuur (, in °C) en het aantal verkochte kopjes warme chocolademelk () genoteerd: (2; 48), (5; 42), (8; 39), (11; 30), (14; 27), (17; 21). Bereken en (met de formule of met ICT) en interpreteer beide waarden in de context.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Spreidingsdiagram met de regressielijn
Richtingscoëfficiënt (kleinste kwadraten)
De helling van de best passende lijn; de teller is gelijk aan die van , wat regressie en correlatie verbindt.
Snijpunt met de y-as
Volgt na ; hieruit blijkt dat de lijn door het zwaartepunt gaat. Bereken altijd vóór .
Residu en kleinste-kwadratencriterium
Het residu is het verticale verschil tussen waarneming en lijn; de regressielijn maakt de som van de gekwadrateerde residuen minimaal. Altijd geldt .
Residuenplot bij de regressielijn
Voor zes leerlingen zijn de studeeruren per week () en het cijfer () genoteerd: (2; 4,5), (3; 4,0), (5; 6,5), (6; 5,5), (8; 7,0), (9; 8,5). Bepaal met de formules de kleinste-kwadratenlijn en interpreteer .
en .
: . De producten leveren , en .
.
.
De regressielijn is . De richtingscoëfficiënt betekent: elk extra studeeruur gaat gemiddeld samen met punt hoger cijfer.
Resultaat: De kleinste-kwadratenlijn is . Per extra studeeruur stijgt het voorspelde cijfer met gemiddeld punt; bij uur voorspelt het model een cijfer van .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Voor vijf weken zijn het aantal geplaatste advertenties () en het aantal verkochte producten () genoteerd: (2; 14), (4; 18), (6; 23), (8; 25), (10; 30). Bepaal met de formules de kleinste-kwadratenlijn , controleer dat de lijn door het zwaartepunt gaat, en interpreteer in de context.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Schijncorrelatie: ijsverkoop en zonnesteek
Voorspelling met de regressielijn
De voorspelde -waarde bij een gekozen : vul in de regressielijn in. Betrouwbaar bij interpolatie, onzeker bij extrapolatie.
Interpolatie versus extrapolatie
Een voorspelling binnen het meetbereik is interpolatie (betrouwbaar); buiten het meetbereik is het extrapolatie (onzeker — het lineaire model geldt daar mogelijk niet meer).
Waarom extrapolatie misgaat: een afvlakkend verband
Gebruik de regressielijn uit de vorige paragraaf (studeeruren , cijfer , gemeten voor tussen 2 en 9 uur). a) Voorspel het cijfer bij 7 studeeruren. b) Voorspel het cijfer bij 20 studeeruren en beoordeel of die voorspelling zinvol is. c) Leg uit waarom een hoge correlatie tussen studeeruren en cijfer nog niet bewijst dat méér studeren een hoger cijfer veroorzaakt.
Vul in: . Omdat binnen het meetbereik ligt, is dit interpolatie en dus betrouwbaar.
Vul in: . Dat is groter dan 10 en dus een onmogelijk cijfer. Bovendien ligt ver buiten het meetbereik: dit is extrapolatie en de voorspelling is niet zinvol.
Een hoge toont samenhang, geen oorzaak. Een derde variabele — bijvoorbeeld motivatie of aanleg — kan zowel de studietijd als het cijfer verhogen. Ook is toeval bij zes leerlingen niet uit te sluiten. Om een oorzakelijk effect aan te tonen zou je een gecontroleerd experiment nodig hebben.
Resultaat: a) (betrouwbare interpolatie). b) , een onmogelijk cijfer door extrapolatie — niet zinvol. c) De sterke correlatie kan door een derde variabele of toeval komen; alleen een experiment toont causaliteit aan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Uit een onderzoek blijkt dat gemeenten met meer ooievaars gemiddeld ook meer geboortes hebben (). a) Verklaar waarom dit vrijwel zeker een schijncorrelatie is en noem een mogelijke derde variabele. b) Bedenk zelf een regressielijn voor een gemeten verband uit je eigen omgeving, doe één interpolatie- en één extrapolatievoorspelling, en beoordeel beide op betrouwbaarheid.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen