Deze samenvatting is de profielverdieping binnen domein B: statistische gevolgtrekking (inferentie). Je bestudeert de steekproefverdeling van het steekproefgemiddelde (met verwachting en standaardfout ), de centrale limietstelling die voor grote bij benadering normaal maakt, het betrouwbaarheidsinterval (bij 95% is ), en de chi-kwadraattoets als aanpassings- en onafhankelijkheidstoets. Deze stof is profielverdieping binnen domein B en wordt bij wiskunde D uitsluitend in het schoolexamen (SE) getoetst — wiskunde D kent geen centraal examen. De normale verdeling en de z-score veronderstellen we bekend (herhaling).
4 Onderdelen~21 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Kern van de profielverdieping (SE-stof, domein B): de standaardfout berekenen, met de centrale limietstelling een kans over bepalen, een 95%-betrouwbaarheidsinterval opstellen, en een eenvoudige chi-kwadraattoets uitvoeren en interpreteren.
verhoogd niveau
Verdieping: de standaardfout afleiden uit , de voorwaarden van de centrale limietstelling scherp benoemen, betrouwbaarheidsintervallen correct (frequentistisch) interpreteren, en bij chi-kwadraat de verwachte aantallen, vrijheidsgraden en voorwaarden verantwoorden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De steekproefverdeling versmalt bij grotere n
Verwachting van het steekproefgemiddelde
Het steekproefgemiddelde is een zuivere schatter van : gemiddeld over veel steekproeven komt precies op het populatiegemiddelde uit.
Standaardfout
De standaardafwijking van . Kleiner dan en krimpt met : vier keer zoveel data halveert de standaardfout.
Variantie van het steekproefgemiddelde
Volgt uit het optellen van varianties van onafhankelijke en ; de wortel ervan is de standaardfout.
De lengte van volwassen mannen heeft een populatiegemiddelde cm en standaardafwijking cm. Je trekt een aselecte steekproef van mannen. a) Bereken en de standaardfout van . b) Hoeveel keer zo groot moet de steekproef zijn om de standaardfout te halveren?
De verwachting van het steekproefgemiddelde is gelijk aan het populatiegemiddelde: cm.
Vul in de formule in: cm. De steekproefgemiddelden liggen dus met een standaardafwijking van cm rond cm.
De standaardfout is evenredig met . Om hem te halveren moet verdubbelen, dus moet vier keer zo groot worden: van naar mannen.
Resultaat: cm en de standaardfout is cm. Om de standaardfout te halveren is een vier keer zo grote steekproef nodig: .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De vulmachine van een fabriek vult flessen met een gemiddelde inhoud mL en standaardafwijking mL. Je controleert een aselecte steekproef van flessen. Bereken en de standaardfout van , en bepaal hoe groot de steekproef moet zijn om de standaardfout tot mL terug te brengen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Kans over het steekproefgemiddelde als oppervlakte
Centrale limietstelling
Voor voldoende grote (vuistregel ) is het steekproefgemiddelde bij benadering normaal, ongeacht de vorm van de populatieverdeling.
z-score voor het steekproefgemiddelde
Standaardiseer met de standaardfout in de noemer; de kans volgt als oppervlakte onder de standaardnormale kromme (tabel of normalcdf).
Een machine vult zakken met een gemiddeld gewicht g en standaardafwijking g; de verdeling van de losse gewichten is niet per se normaal. Je weegt een aselecte steekproef van zakken. Bereken a) en b) .
Met geeft de centrale limietstelling dat bij benadering normaal is met en standaardfout .
. Uit de standaardnormale tabel (of normalcdf) volgt .
en . Dan .
Resultaat: a) en b) (Afb. 1). Dankzij de centrale limietstelling mag je hier de normale verdeling gebruiken, ook al is de verdeling van de losse gewichten onbekend.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De verblijftijd van klanten in een winkel heeft minuten en minuten (scheve verdeling). Van een aselecte steekproef van klanten wordt de gemiddelde verblijftijd bepaald. Bereken en , en licht toe waarom je hier de normale verdeling mag gebruiken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Een 95%-betrouwbaarheidsinterval rond het gemiddelde
Betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde
Rond de puntschatting een marge van standaardfouten. De -waarde hoort bij het betrouwbaarheidsniveau.
z-waarden per betrouwbaarheidsniveau
Een hoger niveau geeft een grotere en dus een breder interval. Deze drie waarden komen het vaakst voor.
Foutmarge en steekproefgrootte
De halve breedte is de foutmarge; omgekeerd bepaal je hiermee hoeveel waarnemingen nodig zijn voor een gewenste precisie.
In een steekproef van leerlingen is de gemiddelde score ; de populatiestandaardafwijking is bekend, . a) Stel het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde op. b) Stel ook het 99%-interval op en vergelijk de breedtes.
.
Met is de marge . Het interval is , dus , ofwel ongeveer (Afb. 1).
Met is de marge . Het interval is , dus .
Het 99%-interval (breedte ) is breder dan het 95%-interval (breedte ). Meer betrouwbaarheid kost precisie: het interval wordt wijder.
Resultaat: 95%-interval: ; 99%-interval: . Het hogere betrouwbaarheidsniveau geeft een breder (minder precies) interval. Correcte interpretatie: van alle zó gemaakte 95%-intervallen bevat ongeveer 95% het echte .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een steekproef van pakken suiker is het gemiddelde gewicht g, met bekende g. Stel het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde gewicht op, interpreteer het in de context, en bepaal welke steekproefgrootte nodig zou zijn om de foutmarge tot g terug te brengen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Kruistabel met de waargenomen aantallen
Chi-kwadraat toetsingsgrootheid
Meet de totale afwijking tussen waargenomen en verwachte aantallen. Klein = goede aanpassing, groot = bewijs tegen . De toets is rechtszijdig.
Verwacht aantal bij onafhankelijkheid
Het per cel verwachte aantal in een kruistabel als de twee kenmerken onafhankelijk zouden zijn. Bij een aanpassingstoets is .
Vrijheidsgraden
Het aantal vrijheidsgraden bepaalt de kritieke waarde uit de -tabel: categorieën bij een aanpassingstoets, rijen en kolommen bij een kruistabel.
Kruistabel met de verwachte aantallen bij onafhankelijkheid
Onderzoek of er samenhang is tussen ontbijten en slagen voor een toets. Van leerlingen zijn de waargenomen aantallen (Afb. 1): van de ontbijters slaagden er en zakten er ; van de niet-ontbijters slaagden er en zakten er . Voer een chi-kwadraattoets uit met (kritieke waarde bij ).
: ontbijten en slagen zijn onafhankelijk (geen verband). : er is een verband tussen ontbijten en slagen.
Per cel . Voor 'ontbijt & geslaagd': . Zo krijg je overal (geslaagd) en (gezakt) — zie Afb. 2. Alle verwachte aantallen zijn , dus de toets mag.
.
De tabel is , dus . De kritieke waarde bij is . Omdat , verwerp je .
De afwijking tussen waargenomen en verwachte aantallen is te groot voor toeval. Er is op significantieniveau een significant verband tussen ontbijten en slagen: ontbijters slagen vaker dan je bij onafhankelijkheid zou verwachten.
Resultaat: met ; dit is groter dan de kritieke waarde , dus wordt verworpen. Er is een significant verband tussen ontbijten en slagen (correlatie, geen bewijs van oorzaak).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een dobbelsteen wordt keer geworpen; de uitkomsten t/m vallen respectievelijk keer. Voer een aanpassingstoets uit (: de dobbelsteen is eerlijk) met : bepaal de verwachte aantallen, bereken , gebruik met kritieke waarde , en trek een conclusie in de context.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen