Bij een hypothesetoets gebruik je één steekproef om te beslissen of een waargenomen resultaat een echt effect aantoont of nog aan toeval kan worden toegeschreven. Je zet een nulhypothese (het toeval, de status-quo) tegenover een alternatieve hypothese , kiest eenzijdig of tweezijdig en legt een significantieniveau vast. Met een binomiale toets bereken je de overschrijdingskans (p-waarde) — de kans op je uitkomst of extremer als waar is — en die vergelijk je met , of je bepaalt het kritieke gebied en kijkt of je toetsingsgrootheid erin valt. Ten slotte weeg je de twee soorten fouten: onterecht verwerpen (eerste soort, kans ) of onterecht behouden (tweede soort).
4 Onderdelen~22 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Het toetsen van hypothesen hoort bij domein B (Kansrekening en statistiek) van wiskunde D en is SE-stof; wiskunde D heeft geen centraal examen, dus dit wordt in het schoolexamen getoetst.
verhoogd niveau
De verdieping zit in het scherp verwoorden van de conclusie in de context en in het doorzien van de symmetrie tussen p-waarde en kritiek gebied, plus de afweging tussen de fout van de eerste en de tweede soort.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Tweezijdig kritiek gebied op de standaardnormale verdeling
Null- en alternatieve hypothese
H0 is de gelijkheid (het toeval / de status-quo); H1 kiest de richting: eenzijdig (> of <) of tweezijdig (≠).
Significantieniveau = kans op een fout van de eerste soort
Het vooraf gekozen risico (meestal 0,05) om H0 ten onrechte te verwerpen. Bij α hoort het kritieke gebied.
Kritieke z-waarden bij α = 0,05
Eenzijdig zit de hele 5% in één staart (z=1,645); tweezijdig 2,5% per staart (z=±1,96).
Een fabrikant beweert dat van zijn leveringen op tijd aankomt. Een grote klant heeft de indruk dat het minder is en gaat recente leveringen na. Formuleer en , geef beargumenteerd aan of je eenzijdig of tweezijdig toetst, en leg het significantieniveau vast op .
De parameter is , de kans dat een levering op tijd is. De claim „ op tijd” legt vast als de gelijkheid .
De klant vermoedt dat het percentage lãger is, dus . Dat is een gerichte bewering, dus je toetst eenzijdig (linkszijdig): het hele kritieke gebied van ligt in de linkerstaart (weinig leveringen op tijd).
Kies vooraf . Straks verwerp je alleen als het aantal op-tijd-leveringen zó laag is dat de kans daarop onder kleiner is dan .
Resultaat: tegen , een eenzijdige (linkszijdige) toets op . In de volgende paragraaf reken je met de waargenomen aantallen de p-waarde uit.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een politieke partij zou volgens de peilingen van de stemmen halen. Een journalist vermoedt dat de werkelijke steun is veranderd (hij weet niet of hoger of lager) en ondervraagt aselect gekozen kiezers. Formuleer en , geef aan of je eenzijdig of tweezijdig toetst en waarom, en noem het significantieniveau ().
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Binomiale verdeling onder H0 met de p-waarde-staart
Beslisregel
Is de kans op de waargenomen uitkomst (of extremer) onder H0 kleiner dan het significantieniveau, dan verwerp je H0; anders niet.
Verdeling onder H0
Het aantal successen X is onder H0 binomiaal verdeeld; de p-waarde is een staartkans hiervan.
p-waarde rechtszijdig (H1: p > p0)
De rechterstaartkans op de GR; let op de k−1 zodat k zelf meetelt.
p-waarde linkszijdig (H1: p < p0)
De linkerstaartkans, rechtstreeks met binomcdf.
Een leerling beweert te kunnen proeven of er suikervrije of gewone cola in een glas zit. Bij puur gokken zou ze kans hebben. Ze doet onafhankelijke proeven en heeft er goed. Toets op of ze het echt beter kan dan gokken. Gebruik tegen .
Als waar is (puur gokken, ) is het aantal goede proeven binomiaal verdeeld met verwachting .
Haar waarneming is goed; „extremer” in de richting van betekent of méér. De p-waarde is de rechterstaartkans .
De p-waarde is kleiner dan het significantieniveau , dus je verwerpt .
Op significantieniveau is er voldoende bewijs dat de leerling het beter kan dan gokken (). Let op: dit zegt niet hóé goed ze proeft — alleen dat -of-meer goed bij puur gokken te onwaarschijnlijk is om aan toeval toe te schrijven.
Resultaat: De p-waarde is , dus wordt verworpen. Conclusie: op -niveau is er voldoende bewijs dat de leerling suikervrije van gewone cola kan proeven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een dobbelsteen wordt keer geworpen en je telt zessen. Onderzoek met een binomiale toets op of de steen vaker een zes geeft dan een zuivere steen (). Formuleer en , bereken de p-waarde met de GR en trek een onderbouwde conclusie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Kritieke waarde op de binomiale verdeling onder H0
Afb. 4 — Linkszijdig kritiek gebied op de standaardnormale verdeling
Kritieke waarde (linkszijdig)
De grootste g waarvoor de linkerstaartkans nog ≤ α is; de aantallen 0..g vormen het kritieke gebied.
Kritieke waarde (rechtszijdig)
De kleinste g waarvoor de rechterstaartkans P(X≥g) nog ≤ α is.
Grenswaarde via de normale benadering
Zet de kritieke z-waarde (±1,645 eenzijdig, ±1,96 tweezijdig) om naar een aantal successen.
Een standaardbehandeling werkt bij van de patiënten. Een arts vermoedt dat een goedkoper alternatief mínder vaak werkt en probeert het bij patiënten. Zij het aantal patiënten bij wie het alternatief werkt; onder geldt , tegen . (a) Bepaal bij het kritieke gebied. (b) Bij patiënten werkt de behandeling. Wat is de conclusie?
Onder geldt met . Omdat linkszijdig is, ligt het kritieke gebied in de linkerstaart (weinig successen).
Zoek de grootste met . De GR geeft () en (). Dus de kritieke waarde is en het kritieke gebied is .
De waarneming is . Omdat in het kritieke gebied valt, verwerp je . Controle met de p-waarde: — dezelfde conclusie.
Op significantieniveau is er voldoende bewijs dat het alternatief bij mínder dan van de patiënten werkt.
Resultaat: Het kritieke gebied is met kritieke waarde . De waarneming valt erin, dus wordt verworpen: op -niveau werkt het alternatief significant minder vaak dan de standaardbehandeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een rechtszijdige binomiale toets is en , met en . Bepaal met de GR de kritieke waarde en het kritieke gebied (de kleinste met ), en beslis of een waarneming van successen tot verwerpen leidt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Beslissing × werkelijkheid: de vier uitkomsten
Afb. 6 — Fout van de eerste soort (α) en van de tweede soort (β)
Fout van de eerste soort
H0 verwerpen terwijl H0 waar is; de kans erop is precies het gekozen significantieniveau α.
Fout van de tweede soort
H0 behouden terwijl H1 waar is; β hangt af van de werkelijke p en van n.
Power van de toets
De kans dat je een echt effect wél oppikt; groeit met n en met de effectgrootte.
Bij de linkszijdige toets uit de vorige paragraaf (, , , ) is het kritieke gebied . (a) Bereken de kans op een fout van de eerste soort. (b) Stel dat in werkelijkheid . Bereken de kans op een fout van de tweede soort en interpreteer die.
Die treedt op als je verwerpt terwijl () waar is, dus als tóch in valt: .
Neem aan dat echt waar is; dan is met . Een fout van de tweede soort is: behouden (waarneming búíten het kritieke gebied, dus ) terwijl waar is.
.
Zelfs als het alternatief echt maar bij werkt, is er ongeveer kans dat deze toets met dat níet oppikt. Het onderscheidingsvermogen is dan . Een grotere steekproef zou verkleinen.
Resultaat: (a) ; (b) bij werkelijke is . De toets mist het effect dus in bijna de helft van de gevallen — het onderscheidingsvermogen is bescheiden, wat pleit voor een grotere .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een rechtszijdige toets tegen met en is het kritieke gebied . (a) Leg uit welke beslissing een fout van de eerste soort zou zijn en bereken de bijbehorende kans . (b) Stel dat in werkelijkheid . Bereken de kans op een fout van de tweede soort, , en interpreteer de uitkomst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen