Combinatoriek (domein B) is de kunst van het systematisch tellen. Met het som- en productprincipe, faculteiten, permutaties, variaties en de binomiaalcoëfficiënt C(n,k) bepaal je hoeveel mogelijkheden er zijn, en je kiest de juiste methode aan de hand van twee vragen: telt de volgorde, en mag je herhalen? De driehoek van Pascal en het binomium van Newton verbinden dit met de algebra. Wiskunde D kent geen centraal examen; deze stof wordt in het schoolexamen (SE) getoetst en vormt de basis voor de kansrekening.
4 Onderdelen~21 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Combinatoriek (domein B) hoort tot de schoolexamen-stof (SE) van wiskunde D; er is geen centraal examen. Beheers minimaal: het som- en productprincipe, faculteit en permutaties, variaties nPr en combinaties C(n,k), en het kiezen van de juiste telmethode aan de hand van „telt de volgorde?” en „mag herhaling?”.
verhoogd niveau
Verdieping: permutaties met herhaling, de Pascal-relatie en de symmetrie van C(n,k) combinatorisch verklaren, en het binomium van Newton toepassen om (a+b)^n te ontwikkelen of een specifieke coëfficiënt te bepalen. Combinatoriek is bovendien de opstap naar de kansrekening en de binomiale verdeling.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Boomdiagram van het productprincipe
Productprincipe
Bij k opeenvolgende, onafhankelijke deelkeuzes met n₁, n₂, …, nₖ mogelijkheden is het totale aantal het product van die aantallen („en dan”).
Somprincipe
Splitst een teltaak in gevallen die niet samen kunnen optreden, dan tel je de aantallen op („of”).
k posities uit n opties, met terugleggen
Mag herhaling en telt de volgorde, dan heeft elk van de k posities telkens n keuzes.
Van huis naar het station lopen 2 routes; van het station naar school lopen er 3. Hoeveel verschillende routes van huis naar school zijn er? Licht je antwoord toe met het boomdiagram.
Er zijn twee opeenvolgende keuzes: eerst de route naar het station, daarna de route van het station naar school.
Naar het station: 2 routes. Van het station naar school: 3 routes.
De keuzes zijn opeenvolgend en onafhankelijk, dus vermenigvuldig de aantallen.
Het boomdiagram in Afb. 1 heeft 6 bladeren, en elk blad is precies één volledige route. Dat bevestigt de uitkomst.
Resultaat: Er zijn 6 verschillende routes van huis naar school.
Een lunch bestaat uit één voorgerecht en één hoofdgerecht. Er zijn 2 voorgerechten. Bij de hoofdgerechten kun je kiezen uit 3 vegetarische gerechten óf 4 gerechten met vlees. (a) Hoeveel hoofdgerechten zijn er? (b) Hoeveel verschillende lunches zijn er?
Een hoofdgerecht is vegetarisch óf met vlees; die gevallen sluiten elkaar uit, dus tel je de aantallen op.
Een lunch is een voorgerecht én een hoofdgerecht: twee opeenvolgende keuzes, dus vermenigvuldig.
„Vegetarisch of vlees” is optellen (som), „voorgerecht en hoofdgerecht” is vermenigvuldigen (product). Verwar de twee niet.
Resultaat: (a) 7 hoofdgerechten; (b) 14 verschillende lunches.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een kluiscode bestaat uit 2 letters (A–Z) gevolgd door 3 cijfers (0–9). (a) Hoeveel codes zijn er als herhaling is toegestaan? (b) Hoeveel als bovendien het eerste cijfer geen 0 mag zijn? (c) Op de kaart staan 3 thee- en 5 koffiesoorten; op hoeveel manieren kies je één warme drank (somprincipe)?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Variaties V(6,k) groeien en stabiliseren bij n!
Faculteit
Het product van alle gehele getallen van 1 tot en met n; het aantal permutaties van n verschillende objecten. Per afspraak 0! = 1.
Variatie (geordend, zonder terugleggen)
Het aantal manieren om k uit n verschillende objecten te kiezen als de volgorde telt: k dalende factoren vanaf n (GR: nPr).
Permutaties met herhaling
Het aantal verschillende rangschikkingen van n objecten waarvan groepen van n₁, n₂, …, nᵣ identiek zijn.
Op hoeveel manieren kun je 6 verschillende vrienden naast elkaar op een bankje zetten?
Je rangschikt álle 6 vrienden in een volgorde: dat is een permutatie van 6 verschillende objecten (zonder herhaling).
Plaats 1: 6 keuzes; plaats 2: nog 5; dan 4, 3, 2, 1. Vermenigvuldig die aantallen (productprincipe).
Het product is per definitie 6-faculteit.
Resultaat: Er zijn 6! = 720 manieren.
Bij een wedstrijd met 6 deelnemers worden goud, zilver en brons uitgereikt. Op hoeveel manieren kan het erepodium (plaats 1, 2 en 3) worden ingevuld?
Plaats 1, 2 en 3 zijn verschillend, dus de volgorde telt. Niemand krijgt twee medailles, dus zonder terugleggen. Dat is een variatie.
Drie dalende factoren vanaf 6.
Vermenigvuldig de drie factoren.
Resultaat: Er zijn 120 mogelijke erepodia (op de GR: 6 nPr 3 = 120; zie ook de staaf bij k = 3 in Afb. 2).
Hoeveel verschillende getallen van 5 cijfers kun je maken door de cijfers 1, 1, 2, 3, 3 te herschikken?
Er zijn 5 cijfers: 2×1, 1×2 en 2×3. De twee enen zijn onderling niet te onderscheiden, net als de twee drieën.
Zonder herhaling zouden er 5! rijen zijn, maar deel door 2! (voor de enen) en 2! (voor de drieën).
5! = 120 en 2! · 2! = 4.
Resultaat: Er zijn 30 verschillende getallen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Op hoeveel manieren kun je 7 verschillende boeken op een plank zetten? (b) Uit 10 deelnemers worden de eerste vier plaatsen van een wedstrijd bepaald; hoeveel mogelijke uitslagen zijn er? (c) Hoeveel verschillende letterrijen kun je maken met alle letters van het woord TETTEREN?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Binomiaalcoëfficiënten C(5,k) — rij 5 van Pascal
Binomiaalcoëfficiënt (combinatie)
Het aantal manieren om k uit n objecten te kiezen als de volgorde niet telt en zonder terugleggen (GR: nCr).
Symmetrie
k objecten kiezen om mee te doen is hetzelfde als n−k objecten kiezen om weg te laten.
Verband combinatie–variatie
Deel de variatie door k!, omdat elke keuze van k objecten op k! volgordes is geteld.
Uit 8 spelers wordt een team van 3 gekozen. De volgorde van kiezen doet er niet toe. Op hoeveel manieren kan dat?
Een team is een groep: de volgorde waarin je de 3 leden kiest maakt niet uit, en niemand zit er twee keer in. Dat is een combinatie (ongeordend, zonder terugleggen).
Kies k = 3 uit n = 8.
Deel het product van de teller (336) door 3! = 6.
Resultaat: Er zijn C(8,3) = 56 mogelijke teams (op de GR: 8 nCr 3 = 56).
In een doos zitten 5 goede en 3 defecte lampen (8 in totaal). Je pakt in één greep 2 lampen (ongeordend, zonder terugleggen). Bereken de kans op 2 goede lampen.
Het aantal manieren om 2 uit de 8 lampen te kiezen.
Kies 2 goede uit de 5 goede lampen.
Deel het aantal gunstige door het aantal mogelijke uitkomsten en vereenvoudig.
Resultaat: De kans op 2 goede lampen is 10/28 = 5/14 ≈ 0,36 (ongeveer 36%).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Uit een klas van 12 leerlingen wordt een werkgroep van 4 gekozen (volgorde telt niet). (a) Op hoeveel manieren kan dat? (b) In de klas zitten 7 meisjes en 5 jongens; op hoeveel manieren kies je een werkgroep met precies 2 meisjes en 2 jongens? (c) Bereken daarmee de kans op zo'n samenstelling bij een willekeurige keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
De Pascal-relatie C(5,2) = C(4,1) + C(4,2)
Pascal-relatie
Elk getal in de driehoek is de som van de twee getallen er schuin boven; combinatorisch: het vaste object zit er wel („erin”) of niet („eruit”) in.
Binomium van Newton
De coëfficiënten zijn rij n van Pascal; in elke term tellen de exponenten van a en b samen op tot n.
Somregel van een Pascal-rij
Vul a = b = 1 in het binomium; de som van rij n is 2ⁿ, het aantal deelverzamelingen van n objecten.
Ontwikkel met het binomium van Newton en de driehoek van Pascal.
Rij 4 van de driehoek van Pascal is 1, 4, 6, 4, 1; dat zijn C(4,0) t/m C(4,4).
Bij elke term daalt de macht van a van 4 naar 0 en stijgt die van b van 0 naar 4; de exponenten tellen steeds op tot 4.
Vervang de binomiaalcoëfficiënten door 1, 4, 6, 4, 1.
Resultaat: (a + b)⁴ = a⁴ + 4a³b + 6a²b² + 4ab³ + b⁴.
Bepaal de coëfficiënt van in de ontwikkeling van .
Met a = 1 en b = 2x wordt de term met index k: C(5,k)·1^{5−k}·(2x)^k = C(5,k)·2^k·x^k.
Je wilt de macht x³, dus k = 3.
Vul k = 3 in: C(5,3) = 10 en 2³ = 8.
Resultaat: De coëfficiënt van x³ in (1 + 2x)⁵ is 80.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Schrijf rij 5 van de driehoek van Pascal op en gebruik die om (a+b)⁵ te ontwikkelen. (b) Bepaal met het binomium van Newton de coëfficiënt van x⁴ in (1+x)⁷. (c) Toon aan dat de som van de getallen in rij 6 van Pascal gelijk is aan 64.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen