De vlakke meetkunde kent twee talen. In de synthetische (klassieke) meetkunde bewijs je eigenschappen rechtstreeks met stellingen over hoeken, lijnen en cirkels — de stelling van Thales, de omtrekshoekstelling, de middelloodlijn en de bissectrice. In de analytische meetkunde leg je een assenstelsel over de figuur en reken je met coördinaten en vectoren: een cirkel wordt , een raaklijn staat loodrecht op de straal, en een meetkundige plaats wordt een vergelijking in en . Veel eigenschappen bewijs je langs beide wegen. Wiskunde D heeft geen centraal examen; deze stof (domein D) wordt in het schoolexamen (SE) getoetst.
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Wiskunde D heeft geen centraal examen: de meetkunde van domein D wordt alleen in het schoolexamen (SE) getoetst. Beheers minimaal de cirkelvergelijking , de raaklijn loodrecht op de straal, de stelling van Thales, en de middelloodlijn als meetkundige plaats.
verhoogd niveau
Verdieping zit in het langs twee wegen bewijzen — synthetisch met stellingen én analytisch met coördinaten — en in rijkere meetkundige plaatsen zoals de cirkel van Apollonius bij een constante afstandsverhouding.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Thalescirkel: de rechte hoek op de omtrek
Omtrekshoekstelling
Een omtrekshoek is half zo groot als de middelpuntshoek op dezelfde boog; omtrekshoeken op dezelfde boog zijn daardoor gelijk.
Stelling van Thales
Elk punt op de cirkel ziet een middellijn onder een rechte hoek — het bijzondere geval van de omtrekshoekstelling bij een halve cirkel.
Middelloodlijn als meetkundige plaats
De middelloodlijn is de verzameling punten op gelijke afstand van A en B; de bissectrice speelt dezelfde rol voor de afstand tot twee lijnen.
Bewijs met de eigenschappen van gelijkbenige driehoeken de stelling van Thales: als een middellijn is van de cirkel met middelpunt en op de cirkel ligt, dan is .
M is het midden van de middellijn AB, dus MA en MB zijn stralen; ook MC is een straal. Alle drie zijn even lang.
Driehoek MAC is gelijkbenig (MA = MC), dus de basishoeken zijn gelijk: noem ze α. Zo ook driehoek MBC (MB = MC) met gelijke basishoeken β.
De hoek bij A is α, die bij B is β, en de hoek bij C is ∠ACB = α + β. De drie hoeken samen zijn 180°.
Uit 2(α + β) = 180° volgt α + β = 90°, en dat is precies de hoek bij C.
Resultaat: ∠ACB = 90°: elk punt C op de cirkel ziet de middellijn AB onder een rechte hoek — de stelling van Thales.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een punt ligt op een cirkel met middellijn . Gegeven is . Bereken met de stelling van Thales. Formuleer daarna in je eigen woorden een bewijs dat elke omtrekshoek op een middellijn recht is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Cirkel met middelpunt M(3; 2) en straal r = 5
Middelpunt-straalvergelijking van de cirkel
De verzameling punten P op afstand r van het middelpunt M(a, b); volgt uit |PM| = r na kwadrateren.
Afstand tussen twee punten (herhaling)
De stelling van Pythagoras op de coördinaatverschillen; met deze formule vertaal je afstandsvoorwaarden naar vergelijkingen.
Algemene vorm van de cirkel
Door kwadraatafsplitsen bij x en y breng je deze terug naar de standaardvorm en lees je middelpunt en straal af.
Toon aan dat de vergelijking van een cirkel is, en bepaal het middelpunt en de straal.
Zet de x-termen en de y-termen bij elkaar en breng de constante naar rechts.
x² − 6x = (x − 3)² − 9 en y² + 4y = (y + 2)² − 4. Neem de afgesplitste constanten mee.
Tel −9 en −4 op bij 12 aan de rechterkant.
Uit (x − 3)² volgt a = 3, uit (y + 2)² volgt b = −2, en r² = 25 geeft r = 5. Omdat r² > 0 is het een echte cirkel.
Resultaat: Het is een cirkel met middelpunt M(3; −2) en straal r = 5.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel de vergelijking op van de cirkel met middelpunt en straal . Bepaal daarna met kwadraatafsplitsen het middelpunt en de straal van .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Raaklijn loodrecht op de straal
Raaklijn in een gegeven raakpunt
De raaklijn staat loodrecht op de straal naar het raakpunt; haar richtingscoëfficiënt is de tegengestelde omgekeerde van die van de straal.
Discriminant van lijn en cirkel
Na substitutie van de lijn in de cirkel ontstaat een kwadratische vergelijking; de discriminant telt de snijpunten.
Raaklijn aan x² + y² = r² in (x₀, y₀)
De snelle formule voor de raaklijn in een punt op een cirkel met middelpunt in de oorsprong.
Stel de vergelijking op van de raaklijn aan de cirkel in het punt , en toon aan dat ze loodrecht op de straal staat.
De straal loopt van M(0; 0) naar P(3; 4).
Neem de tegengestelde omgekeerde.
Gebruik y − y₀ = a(x − x₀) met P(3; 4).
Het product van de richtingscoëfficiënten is −1, dus straal en raaklijn staan loodrecht.
Resultaat: De raaklijn is 3x + 4y = 25 (ofwel y = −¾x + 25/4); wegens ⁴⁄₃ · (−¾) = −1 staat ze loodrecht op de straal.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal de raaklijn aan in het punt . Onderzoek daarna met de discriminant voor welke waarden van de lijn raakt aan de cirkel .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
De middelloodlijn als meetkundige plaats
Middelloodlijn als meetkundige plaats
Alle punten op gelijke afstand van A en B; kwadrateer |PA| = |PB| en werk uit tot een lineaire vergelijking.
Cirkel van Apollonius
Een constante afstandsverhouding ongelijk aan 1 geeft een cirkel; bij k = 1 krijg je de middelloodlijn.
Van verhouding naar vergelijking
Kwadrateer de afstandsvoorwaarde zodat de wortels verdwijnen; werk daarna beide kwadraten uit.
Bepaal de meetkundige plaats van alle punten met , waarbij en . Toon aan dat het een cirkel is en geef het middelpunt en de straal.
Uit |PA| = 2|PB| volgt |PA|² = 4|PB|². Vul de afstanden tot A(0; 0) en B(6; 0) in.
Werk het rechterlid uit.
Breng alles naar één kant en deel door 3.
Splits x² − 16x af als (x − 8)² − 64.
Resultaat: De meetkundige plaats is de cirkel van Apollonius met middelpunt (8; 0) en straal 4.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal de meetkundige plaats van de punten op gelijke afstand van en — zowel met een berekening als met een synthetisch argument. Bepaal daarna de meetkundige plaats van de punten met voor en .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde D (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen