Rekenen en algebra vormen het gereedschap waarmee je bij wiskunde C alle andere onderwerpen aanpakt. Je frist het rekenen met machten, wortels, procenten en wetenschappelijke notatie op, leert algebraïsche uitdrukkingen herleiden en formules herschrijven, en lost lineaire en kwadratische vergelijkingen op. De groeifactor legt bovendien de brug naar de exponentiële verbanden verderop. Dit onderwerp hoort tot de centraal-examenstof (subdomein B1).
4 Onderdelen~18 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Rekenen en algebra (subdomein B1) is basisgereedschap voor alle profielen; het meeste is een herhaling en aanscherping van de onderbouw, gebracht op eindexamenniveau.
verhoogd niveau
Verdieping: het exact oplossen van kwadratische vergelijkingen met de abc-formule en het vlot herschrijven van formules zijn de vaardigheden die je bij verbanden, veranderingen en statistiek voortdurend nodig hebt.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Kwadrateren en worteltrekken zijn elkaars omgekeerde
Machtsregels
Bij hetzelfde grondtal: vermenigvuldigen = exponenten optellen, delen = aftrekken, macht van een macht = vermenigvuldigen.
Nul-, negatieve en gebroken exponent
Elk getal (≠0) tot de macht 0 is 1; een negatieve exponent geeft een breuk; een wortel is een macht met gebroken exponent.
Wetenschappelijke notatie
De mantisse a legt de betekenisvolle cijfers vast, de macht van 10 de ordegrootte.
Schrijf zo eenvoudig mogelijk: (a) ; (b) ; (c) bereken in wetenschappelijke notatie.
Teller: exponenten optellen, dan de noemer aftrekken.
en , dus het product is .
Vermenigvuldig de mantissen () en tel de tienmachten op ().
Resultaat: (a) ; (b) ; (c) (oftewel ).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf zonder negatieve of gebroken exponent: (a) ; (b) als één macht van . Bereken daarna in wetenschappelijke notatie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein B: Algebra en tellen (CvTE / DUO)
Distributieve regel
Haakjes wegwerken: elke term binnen de haakjes met de factor ervoor vermenigvuldigen.
Merkwaardige producten
Twee producten die je uit het hoofd kent; let op de dubbele productterm 2ab bij het kwadraat.
Ontbinden van een drieterm
Zoek twee getallen met som b en product c.
(a) Werk uit en herleid: . (b) Ontbind in factoren. (c) Maak in de formule de straal vrij.
en . Trek af.
Som en product : dat zijn en (want en ).
Deel beide kanten door en neem de (positieve) wortel.
Resultaat: (a) ; (b) ; (c) .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Herleid tot één zo eenvoudig mogelijke uitdrukking. Ontbind daarna , en maak in de hoogte vrij.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein B: Algebra en tellen (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Oplossing van de ongelijkheid als interval
Afb. 2 — Nulpunten van een parabool zijn de oplossingen
abc-formule
Los een kwadratische vergelijking op door a, b en c uit de nulvorm af te lezen.
Discriminant
D>0: twee oplossingen; D=0: één; D<0: geen reële oplossing.
Productregel
Een product is nul precies wanneer een van de factoren nul is.
Los op: (a) ; (b) (door ontbinden); (c) (met de abc-formule).
.
Twee getallen met som en product : en . Dus .
Hier , , , dus .
, dus : dat geeft of .
Resultaat: (a) ; (b) of ; (c) of .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Los op: ; los daarna op door ontbinden en met de abc-formule. Bepaal ten slotte voor welke geldt en noteer die als interval.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein B: Algebra en tellen (CvTE / DUO)
Afb. 4 — Samengestelde groei van een spaarbedrag
Groeifactor
Het getal waarmee je het oude bedrag vermenigvuldigt om het nieuwe te krijgen.
Herhaalde verandering
Bij n keer dezelfde procentuele verandering is de totale factor g tot de macht n.
Van groeifactor naar percentage
Uit een groeifactor het bijbehorende (positieve of negatieve) percentage terugrekenen.
Een jas kost €120. (a) Wat kost hij na een prijsstijging van ? (b) Op de nieuwe prijs komt tijdens de uitverkoop korting — wat is de eindprijs, en welke procentuele verandering is dat ten opzichte van de oorspronkelijke €120? (c) Een ander product kost na jaar prijsstijging van telkens per jaar €139. Wat was de beginprijs?
hoort bij , dus euro.
hoort bij . Vermenigvuldig de factoren: .
De totale factor is , dus : de jas is per saldo goedkoper dan €120.
Over jaar is de totale factor . Deel de eindprijs erdoor.
Resultaat: (a) €138; (b) eindprijs €103,50, een afname van ; (c) de beginprijs was ongeveer €120,07.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een aandeel van €50 stijgt in jaar 1 met en daalt in jaar 2 met . Bereken de waarde na twee jaar en de totale procentuele verandering. Bereken daarna met welk vast percentage per jaar €200 in jaar tot €322 groeit.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein B: Algebra en tellen (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen