Keuzeonderwerpen (domein H) horen bij het schoolexamen (SE) en zitten niet in het centraal examen (CE) — het is dus verdiepingsstof, geen toetsbare CE-eindexamenstof. De school kiest per PTA welke keuzeonderwerpen aan bod komen. Meestal draait het om modelleren: een realistische situatie in wiskunde vertalen, doorrekenen en de uitkomst kritisch interpreteren. Als voorbeeldthema behandelen we de verzadigde (logistische) groei. De eerder geleerde technieken uit verbanden, veranderingen en statistiek zijn hierbij het gereedschap.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Keuzeonderwerpen zijn SE-stof (domein H): de precieze invulling verschilt per school (PTA) en wordt niet in het centraal examen getoetst.
verhoogd niveau
Verdieping: modelleren en het kritisch beoordelen van modellen (zoals logistische groei) verbinden de eerdere onderwerpen tot samenhangend onderzoek.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
CE en SE
De keuzeonderwerpen (domein H) horen bij het SE, dat ongeveer even zwaar meetelt als het CE.
(a) Worden keuzeonderwerpen in het centraal examen getoetst? (b) Wie bepaalt welke keuzeonderwerpen je krijgt? (c) Tellen ze mee voor je eindcijfer?
Nee — keuzeonderwerpen (domein H) horen bij het schoolexamen (SE), niet bij het centraal examen.
De school, via het PTA; de invulling kan per school en per jaar verschillen.
Ja, via het SE-cijfer, dat ongeveer even zwaar meetelt als het CE-cijfer in het eindcijfer.
Resultaat: (a) nee, alleen in het SE; (b) de school via het PTA; (c) ja, via het SE-cijfer.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in het PTA van je school op welke keuzeonderwerpen voor wiskunde C zijn opgenomen en hoe ze worden getoetst (bijvoorbeeld met een onderzoeksopdracht). Beschrijf kort hoe één ervan aansluit bij een eerder domein (C, D, E of G).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde C (VWO), schoolexamen (domein H) (CvTE / DUO)
Afb. 1 — De modelleercyclus
De modelleercyclus
Een herhaald proces: vereenvoudig tot een model, reken, interpreteer, toets en stel bij.
Je wilt de groei van een waterplant in een vijver modelleren. (a) Welke aanname zou je maken over het groeitype in het begin? (b) Waarom kan onbegrensde exponentiële groei niet blijven kloppen? (c) Wat doe je als het model slecht bij de metingen past?
In het begin, met veel ruimte en licht, groeit de plant ongeremd: een exponentieel model met een vaste groeifactor is dan een redelijke aanname.
De vijver heeft een beperkt oppervlak; onbegrensde groei zou een oppervlak groter dan de vijver voorspellen, wat onmogelijk is. Er is een maximale draagkracht.
Je vervangt het exponentiële model door een verzadigd (logistisch) model met een draagkracht, en doorloopt de modelleercyclus opnieuw.
Resultaat: (a) aanvankelijk exponentieel; (b) de eindige vijver stelt een maximum (draagkracht); (c) overstappen op een verzadigd (logistisch) model en de cyclus herhalen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een groeisituatie (bijvoorbeeld het aantal volgers van een account) en beschrijf de modelleercyclus: welke aannames maak je, welk verband kies je, en hoe zou je toetsen of het model klopt?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde C (VWO), schoolexamen (domein H) (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Logistische (verzadigde) groei
Logistisch (verzadigd) groeimodel
C is de draagkracht (horizontale asymptoot); a en k bepalen de startwaarde en de groeisnelheid.
Draagkracht als asymptoot
Op de lange duur nadert N de draagkracht C zonder die te bereiken.
Een gerucht verspreidt zich volgens , met het aantal mensen dat het gerucht kent en in dagen. (a) Hoeveel mensen kennen het gerucht op ? (b) Wat is de draagkracht? (c) Bepaal met de GR na hoeveel dagen de helft () het gerucht kent.
.
Als gaat , dus : de draagkracht is .
Los op: , dus , en dagen (of met intersect op de GR).
Resultaat: (a) mensen; (b) draagkracht ; (c) na ongeveer dagen kent de helft het gerucht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een populatie vissen volgt ( in jaren). Bepaal de startwaarde, de draagkracht, en bereken (met de GR) na hoeveel jaar de populatie vissen telt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde C (VWO), schoolexamen (domein H) (CvTE / DUO)
Opbouw van een onderzoeksverslag
Een navolgbare structuur waarin elke keuze wordt verantwoord en de beperkingen worden benoemd.
Een leerling presenteert: « Ik heb mensen gevraagd en vindt X, dus van Nederland vindt X. » (a) Welke twee zwakke punten zitten hierin? (b) Wat mist er in de verantwoording? (c) Hoe zou je de conclusie eerlijker formuleren?
De steekproef is klein () en waarschijnlijk niet representatief; de conclusie wordt zonder betrouwbaarheidsmarge naar heel Nederland veralgemeend.
Hoe en waar zijn de mensen gekozen (steekproefmethode)? Is er een betrouwbaarheidsinterval? Die verantwoording ontbreekt.
« In deze kleine, mogelijk niet-representatieve steekproef vindt X; om iets over heel Nederland te zeggen is een grotere, aselecte steekproef nodig, met een betrouwbaarheidsinterval. »
Resultaat: (a) te kleine en mogelijk niet-representatieve steekproef, plus ongefundeerde veralgemening; (b) de steekproefmethode en een betrouwbaarheidsmarge ontbreken; (c) de conclusie beperken tot de steekproef en de onzekerheid benoemen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel een korte verslagstructuur op voor een onderzoek naar « heeft meer beweging invloed op de nachtrust? ». Benoem per onderdeel (inleiding, methode, resultaten, conclusie, reflectie) wat je zou opnemen en welke keuzes je moet verantwoorden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — examenprogramma wiskunde C (VWO), schoolexamen (domein H) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen