Een handvol standaardfuncties — machtsfuncties, de wortelfunctie, de exponentiële en de logaritmische functie, de gebroken functie en de absolute-waardefunctie — vormt de basisvormen waaruit vrijwel elke functie in wiskunde B is opgebouwd. Door deze grafieken te transformeren (verschuiven, vermenigvuldigen/rekken en spiegelen) krijg je alle verwante functies. Wie de standaardvormen kent en de vier transformatieregels beheerst, kan een grafiek schetsen en een functievoorschrift lezen zonder puntsgewijs te rekenen.
5 Onderdelen~22 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
De standaardfuncties en de transformaties verschuiven, vermenigvuldigen en spiegelen horen tot de centraal-examenstof van subdomein B1.
verhoogd niveau
Verdieping zit in het combineren van meerdere transformaties in de juiste volgorde en in het terugvinden van de transformaties uit een gegeven functievoorschrift of grafiek.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De exponentiële functie y = eˣ
Exponentieel en logaritme
De exponentiële functie en de logaritme zijn elkaars inverse; hun karakteristieke punten en asymptoten zijn verwisseld.
Absolute waarde
De absolute waarde is de afstand tot nul: altijd niet-negatief; de grafiek is een V met de knik in de oorsprong.
Geef voor het domein, het snijpunt met de -as, de asymptoot en het gedrag van de grafiek.
Het argument van een logaritme moet positief zijn.
Los op; dat betekent .
Voor gaat : de -as is verticale asymptoot. Voor grote stijgt onbegrensd maar steeds langzamer.
Resultaat: Domein ; snijpunt ; verticale asymptoot ; stijgend en afvlakkend.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef voor het domein, het bereik, de asymptoten en de symmetrie, en schets de grafiek. Waarom bestaat niet?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
De parabool y = x² verschoven naar y = (x − 2)² + 1
Translatie
De grafiek van verschoven naar rechts en omhoog; het punt dat in de oorsprong lag, ligt nu in .
Topvorm van een parabool
Uit de topvorm lees je de top direct af; let op het minteken bij .
De grafiek van wordt naar rechts en omlaag verschoven. Geef het voorschrift van de nieuwe functie , haar domein en het randpunt.
naar rechts geeft (min-teken in de invoer).
omlaag geeft bij het geheel.
Het argument geeft het domein; het randpunt van (oorsprong) verschuift naar .
Resultaat: , domein , randpunt .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De grafiek van wordt naar links en omhoog verschoven. Geef het voorschrift van , de vergelijkingen van de beide asymptoten en het domein.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Verticale vermenigvuldiging: y = √x en y = 2√x
Verticale vermenigvuldiging
Factor buiten de functie: elke functiewaarde wordt keer zo groot; de -as blijft vast.
Horizontale vermenigvuldiging
Factor bij de : de grafiek wordt keer zo breed; de -as blijft vast.
De grafiek van heeft nulpunten en een dal . Bepaal de nulpunten en het dal van en van .
Factor buiten de functie: de -waarden worden keer zo groot, de -waarden blijven. Nulpunten (waar ) blijven daarom staan.
Factor bij de : de -waarden worden gedeeld door , de -waarden blijven. De nulpunten gaan naar , het dal blijft op hoogte .
Resultaat: : nulpunten , dal . : nulpunten , dal .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De grafiek van wordt verticaal met factor vermenigvuldigd en daarna horizontaal met factor (dus wordt ). Geef het voorschrift van de resulterende functie en bereken de functiewaarde bij .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Spiegelen in de y-as: y = 2ˣ en y = 2⁻ˣ
Spiegelen
Een min voor de functie spiegelt verticaal; een min bij de invoer spiegelt horizontaal.
Even en oneven
Even functies zijn symmetrisch in de -as; oneven functies puntsymmetrisch in de oorsprong.
Geef de gespiegelde van in de -as, en onderzoek of even, oneven of geen van beide is.
Vervang door in .
Vervang door in en let op de haakjes.
Bereken en vergelijk met .
Resultaat: De spiegeling in de -as is . Omdat is oneven (puntsymmetrisch in de oorsprong).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven . Geef het voorschrift van de grafiek die je krijgt door eerst in de -as te spiegelen en daarna omhoog te schuiven. Onderzoek verder of even, oneven of geen van beide is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Samengestelde transformatie van y = x²
Algemene transformatievorm
verticaal rekken/spiegelen, horizontaal rekken/spiegelen, horizontaal verschuiven (rechts), verticaal verschuiven (omhoog).
Beeld van een punt
Reken per kenmerkend punt: de -coördinaat ondergaat de horizontale bewerkingen, de -coördinaat de verticale.
Beschrijf de transformaties waarmee uit ontstaat, en bepaal het randpunt van .
Vergelijk met : hier , , , .
: verticaal met indrukken én in de -as spiegelen; : naar rechts; : omhoog.
Het randpunt van gaat naar en .
Resultaat: ontstaat door verticaal met in te drukken, in de -as te spiegelen, naar rechts en omhoog te schuiven; het randpunt is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef het voorschrift van de functie die ontstaat door verticaal met factor te vermenigvuldigen, in de -as te spiegelen, naar links en omhoog te schuiven. Bepaal de top en zeg of het een maximum of minimum is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO