In de analyse meet je hoeken in radialen: de radiaal is de booglengte op de eenheidscirkel, met rad . Op die eenheidscirkel zijn en de coördinaten van het draaipunt. De functies , en leveren periodieke grafieken die je met de standaardvorm transformeert. Je lost goniometrische vergelijkingen op met de periodiciteit en differentieert en primitiveert sinus en cosinus.
5 Onderdelen~20 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 3
basisniveau
Radialen, de eenheidscirkel, de goniometrische functies en hun transformaties horen tot de centraal-examenstof van domein D.
verhoogd niveau
Verdieping zit in het oplossen van goniometrische vergelijkingen met alle oplossingen (via periodiciteit), in de faseverschuiving bij het opstellen van een sinusformule, en in het combineren van de kettingregel met de goniometrische afgeleiden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Cosinus en sinus als coördinaten op de eenheidscirkel
Radialen
Een volledige draai is rad; reken graden naar radialen met de factor .
Eenheidscirkel
Cosinus en sinus zijn de - en -coördinaat van het draaipunt; hun kwadraten tellen op tot .
Reken om naar radialen en bepaal exact en .
Gebruik de factor .
ligt in het tweede kwadrant: daar is en . De referentiehoek is .
Gebruik de standaardwaarden bij met de tekens van het tweede kwadrant.
Resultaat: rad; en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Reken rad om naar graden en bepaal exact en . Bereken ook exact.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
De grafieken van y = sin x en y = cos x
De sinusgrafiek
De sinus schommelt tussen en met periode ; maximum bij , minimum bij .
De tangens
De tangens heeft periode en verticale asymptoten waar de cosinus nul wordt.
Geef binnen de nulpunten, het maximum en het minimum van .
De cosinus is waar de hoek (of ) is, en bij .
De cosinus is nul waar het draaipunt op de -as ligt.
Resultaat: Nulpunten ; maximum bij en ; minimum bij .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schets en op . Geef bij de tangens de verticale asymptoten en bij de sinus de nulpunten, het maximum en het minimum.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
De sinusoïde y = 2 sin x + 1
Algemene sinusoïde
amplitude, evenwichtslijn, faseverschuiving (naar rechts), regelt de periode.
Parameters uit de gegevens
Uit de periode volgt ; uit maximum en minimum volgen de amplitude en de evenwichtslijn.
Het waterpeil in een haven schommelt tussen m (laagwater) en m (hoogwater) met een periode van uur; hoogwater is op uur. Stel een formule op.
Bereken en uit hoog- en laagwater.
Gebruik met .
De sinus bereikt haar maximum een kwart periode na ; met hoogwater op en een kwart periode uur volgt . (Controle: , hoogwater.)
Resultaat: (in meters, in uren).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven . Bepaal de amplitude, de periode, de evenwichtslijn en de faseverschuiving, en schets één periode.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
De vergelijking sin x = ½ grafisch
Algemene oplossing (sinus)
De sinus neemt dezelfde waarde aan bij en bij ; beide herhalen zich elke .
Algemene oplossing (cosinus, tangens)
De cosinus is even (dus ); de tangens heeft periode .
Los op: voor .
Isoleer de cosinus.
geeft de referentiehoek ; in het tweede en derde kwadrant is de cosinus negatief.
Gebruik en kies de oplossingen in .
Resultaat: en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Los op voor : (a) ; (b) (let op het opschalen van het interval).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
sin x en zijn afgeleide cos x
Afgeleiden (in radialen)
De sinus differentieert naar de cosinus, de cosinus naar min de sinus; alleen geldig in radialen.
Primitieven
De afgeleiden achterstevoren; let op het minteken bij de primitieve van de sinus.
Met de kettingregel
De extra factor (de afgeleide van de binnenkant) hoort bij elke samengestelde sinus of cosinus.
Differentieer en bepaal .
De afgeleide van is (binnenste factor ).
De primitieve van is (deel door de binnenste factor ).
Differentieer de primitieve terug: . Klopt.
Resultaat: en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Differentieer en bepaal . Bereken daarna .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde B (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO