Een rij is een geordende lijst getallen die je vastlegt met een recursieve of een directe (expliciete) formule. Bij een rekenkundige rij verschilt elke term een vast bedrag van de vorige, bij een meetkundige rij een vaste factor; voor beide bereken je zowel losse termen als de som van de eerste n termen. Deze technieken pas je toe op sparen, afschrijven en groeimodellen.
4 Onderdelen~18 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Gemeenschappelijke eindexamenstof: recursieve en directe formules, rekenkundige en meetkundige rijen, en beide somformules.
verhoogd niveau
Verdieping: periodiek inleggen als meetkundige som (annuiteiten) en het koppelen van rijen aan exponentiele groeimodellen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Rekenkundige versus meetkundige groei
Recursieve formule — rekenkundig
Begin bij de startterm en tel telkens hetzelfde verschil op om de volgende term te krijgen.
Recursieve formule — meetkundig
Begin bij en vermenigvuldig telkens met dezelfde reden om de volgende term te krijgen.
Gegeven is de rij 5, 8, 11, 14, … Stel een recursieve en een directe formule op en bereken de tiende term.
De verschillen zijn , en : constant. Het is dus een rekenkundige rij met verschil en startterm .
Geef de startwaarde en hoe je de volgende term maakt.
Vul en in de standaardvorm in en werk de haakjes weg.
Vul in de directe formule in.
Resultaat: Recursief: met . Direct: . De tiende term is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven de rij 2, 6, 10, 14, 18, … Stel zowel een recursieve als een directe formule op en bereken de vijftiende term.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Rekenkundige rij op de getallenlijn
Constant verschil
Bij een rekenkundige rij is dit verschil voor elk opeenvolgend paar termen hetzelfde.
Directe formule (rekenkundig)
Vanaf maak je stappen van om bij de -de term te komen.
Som van de eerste n termen
Het aantal termen maal het gemiddelde van de eerste en de laatste term.
Een rekenkundige rij heeft startterm u1 = 4 en verschil v = 3 (de rij 4, 7, 10, 13, …). Bereken de twintigste term en de som van de eerste 20 termen.
Vul en in.
Vul in.
Gebruik met , en .
Resultaat: De twintigste term is en de som van de eerste twintig termen is .
Van een rekenkundige rij is gegeven dat u3 = 10 en u7 = 22. Bepaal het verschil v en de startterm u1.
Tussen en liggen stappen van .
Ga vanaf twee stappen terug: .
Resultaat: Er geldt en : het is de rij uit het vorige voorbeeld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Van een rekenkundige rij is u1 = 7 en v = 4. Bereken de vijfentwintigste term en de som van de eerste 25 termen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Termen van een meetkundige rij
Afb. 4 — Lineaire versus exponentiele groei
Constante reden
Bij een meetkundige rij is dit quotient voor elk opeenvolgend paar termen hetzelfde.
Directe formule (meetkundig)
Vanaf vermenigvuldig je keer met om bij de -de term te komen.
Som van een eindige meetkundige rij (r is niet 1)
Geldig zolang ; voor gebruik je vaak de vorm met .
Een meetkundige rij heeft startterm u1 = 3 en reden r = 2 (de rij 3, 6, 12, 24, …). Bereken de twintigste term en de som van de eerste 20 termen.
Vul en in; let op de exponent .
De exponent is .
Gebruik met en .
Er geldt .
Resultaat: De twintigste term is en de som van de eerste twintig termen is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een meetkundige rij heeft u1 = 5 en r = 3. Bereken de achtste term en de som van de eerste 8 termen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Enkelvoudige versus samengestelde interest
Groeifactor bij p% verandering
Bij hoort , bij hoort .
Samengestelde groei (meetkundig)
Na perioden met vaste groeifactor ; dit is een meetkundige rij met reden .
Enkelvoudige groei (rekenkundig)
Elke periode komt hetzelfde bedrag erbij; dit is een rekenkundige rij.
Je zet 1000 euro in. Bij enkelvoudige interest komt er elk jaar 50 euro rente bij; bij samengestelde interest groeit het bedrag elk jaar met 5%. Geef voor beide een formule voor het bedrag na n jaar en bereken het bedrag na 10 jaar.
Elk jaar 50 euro erbij: een rekenkundige rij met verschil 50.
Elk jaar : een meetkundige rij met reden .
Vul in.
Resultaat: Enkelvoudig levert 1500 euro op, samengesteld 1628,89 euro — dat is 128,89 euro meer door rente-op-rente.
Een machine kost 24 000 euro en verliest elk jaar 15% van zijn waarde. Stel een formule op voor de waarde na n jaar, bereken de waarde na 5 jaar en bepaal na hoeveel hele jaren de waarde onder 10 000 euro zakt.
15% eraf betekent : een dalende meetkundige rij met reden .
Vul in.
Probeer opeenvolgende jaren: (nog erboven), (eronder).
Resultaat: . Na 5 jaar is de machine 10 648,93 euro waard; pas na 6 jaar zakt de waarde onder 10 000 euro.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je zet 2000 euro op een spaarrekening met 4% samengestelde interest per jaar. Stel een formule op voor het bedrag na n jaar en bereken het bedrag na 15 jaar.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO