Dit onderwerp gaat over verandering: hoe snel verandert een grootheid gemiddeld over een interval, en hoe steil loopt een grafiek in één punt? Je leert het differentiequotiënt berekenen en interpreteren, een toenamediagram tekenen en aflezen, de momentane helling benaderen door het interval steeds kleiner te maken, en ten slotte de hellingsgrafiek schetsen. Het is centraal-examenstof (domein D, Verandering) en vormt de opstap naar de afgeleide.
4 Onderdelen~22 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het CE moet je het differentiequotiënt op een interval kunnen berekenen en interpreteren, een toenamediagram kunnen tekenen en aflezen, de momentane helling met kleine intervallen of met de GR kunnen benaderen, en een hellingsgrafiek kunnen schetsen.
verhoogd niveau
Wie dieper gaat, ziet de koorde bij een steeds kleiner interval naar de raaklijn draaien (de intuïtieve limiet), gebruikt het symmetrische differentiequotiënt zoals de GR dat doet, en herkent dat de hellingsgrafiek van een parabool een rechte lijn is — de brug naar de afgeleide.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De koorde door twee punten van de grafiek
Afb. 2 — Gemiddelde snelheid als helling van een koorde
Differentiequotiënt op [a,b]
De gemiddelde veranderingssnelheid van op het interval : de verandering van de functiewaarde gedeeld door de verandering van . Tegelijk de helling van de koorde door de twee randpunten.
De veranderingen Δx en Δy
(delta) betekent ‚verandering van'. is de stap op de horizontale as, de bijbehorende verandering van de uitkomst.
Gegeven de functie . Bereken het differentiequotiënt op het interval en leg uit wat het betekent.
Reken de uitkomsten in de randpunten en uit.
Deel de verandering van door de verandering van .
Over het interval neemt gemiddeld met toe per eenheid die groter wordt. Meetkundig is de helling van de koorde door en in Afb. 1.
Resultaat: Het differentiequotiënt is : op stijgt gemiddeld met per eenheid .
Een auto trekt op. De afgelegde afstand (in meter) na seconden is . Bereken de gemiddelde snelheid over het interval en geef de betekenis met eenheid.
Reken uit in en .
Snelheid is afstand per tijd, dus .
De auto legt tussen en gemiddeld meter per seconde af. Dat is de gemiddelde snelheid; op één enkel moment kan de snelheid hoger of lager zijn (Afb. 2).
Resultaat: De gemiddelde snelheid op is m/s.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven . Bereken het differentiequotiënt op het interval en leg uit wat dit getal betekent voor de grafiek van .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 1 — De data als grafiek: elk lijnstukje is een koorde
Toename per stap
De toename is het verschil tussen twee opeenvolgende functiewaarden; in een toenamediagram is dit de hoogte van het staafje boven dat interval.
Toename = differentiequotiënt bij stapgrootte 1
Als de stap is, valt de noemer weg en is de toename precies gelijk aan het differentiequotiënt (de helling van de koorde) over die stap.
Afb. 2 — Toenamediagram van de weergaven per dag
Het aantal weergaven (in duizendtallen) van een video na dagen staat in de tabel: bij is . Bepaal de toenames per dag, teken het toenamediagram en bereken de gemiddelde toename per dag over .
Trek elke waarde af van de volgende: dat is de toename per stap van één dag.
Zet de toenames als staafjes boven de intervallen (Afb. 2). De staafjes worden steeds hoger: de video wordt steeds sneller bekeken.
Dat is het differentiequotiënt van op .
Omdat elke stap dag is, is elke toename tegelijk het differentiequotiënt over die dag. Het gemiddelde is precies het gemiddelde van de staafjes: .
Resultaat: Toenames: (×1000). De grafiek loopt steeds steiler; de gemiddelde toename over is (×1000) weergaven per dag.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een tabel geeft het aantal deelnemers aan een online cursus: bij weken zijn dat deelnemers. Bereken de toenames per week, teken het toenamediagram en beschrijf wat het over de groei zegt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 1 — De koorde draait naar de raaklijn
Momentane helling benaderen
Voor een kleine stap benadert het differentiequotiënt de helling in het punt . Hoe kleiner , hoe beter de benadering.
Van koorde naar raaklijn
Laat je naar gaan, dan draait de koorde naar de raaklijn en nadert het differentiequotiënt de momentane helling. Op wiskunde A gebruik je dit intuïtief, zonder formele limiet.
Symmetrisch differentiequotiënt (GR)
De grafische rekenmachine berekent de helling met een even groot stukje links en rechts van ; dat geeft meestal een nauwkeuriger benadering van de momentane helling.
Afb. 2 — Het differentiequotiënt op [2, b] als b naar 2 nadert
Gegeven . Benader de momentane helling in door het differentiequotiënt over steeds kleinere intervallen te berekenen. Naar welk getal nadert het?
Bereken en het differentiequotiënt.
Herhaal met een steeds kleiner interval.
Neem een even groot stukje links en rechts van .
De differentiequotiënten naderen ; de koorde draait naar de raaklijn (Afb. 1). De momentane helling in is dus .
Resultaat: De momentane helling in is (de helling van de raaklijn).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven . Benader de helling in door het differentiequotiënt op en op te berekenen. Naar welk geheel getal naderen de uitkomsten?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Afb. 1 — Een functie en zijn hellingsgrafiek
Hellingsgrafiek g
De hellingsgrafiek geeft bij elke de momentane helling van . Je vindt door in dat punt de raaklijn te bekijken of met de GR de helling af te lezen.
Teken van de helling
Het teken van de hellingsgrafiek vertelt of stijgt, daalt of een top/dal heeft (horizontale raaklijn, helling ).
Afb. 2 — De helling van f(x) = 0,25x² in enkele punten
Gegeven . Lees in de momentane helling af (met de GR) en schets daarmee de hellingsgrafiek. Wat voor grafiek krijg je?
Gebruik de helling-optie (dy/dx) van de GR in elke .
Teken de punten in een nieuw assenstelsel (Afb. 2).
De punten liggen op één rechte lijn door de oorsprong: de hellingsgrafiek is (Afb. 1). In is de helling — daar heeft haar laagste punt met een horizontale raaklijn.
Resultaat: De hellingsgrafiek is een rechte lijn door de oorsprong: .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De grafiek van is gegeven. Lees met de GR de helling af in en schets daarmee de hellingsgrafiek. Welke soort grafiek krijg je?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO