Kengetallen vatten een dataset samen in één of enkele getallen. Dit onderwerp behandelt de centrummaten (gemiddelde, mediaan, modus) en de spreidingsmaten (bereik, kwartielafstand en standaardafwijking), plus kwartielen, percentielen en de boxplot. Je leert ook hoe uitschieters de kengetallen beïnvloeden, hoe je een gewogen gemiddelde berekent met de somnotatie Σ, en hoe je alle kengetallen met 1-Var Stats op de grafische rekenmachine bepaalt.
4 Onderdelen~23 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: gemiddelde, mediaan, modus, bereik, kwartielafstand, standaardafwijking en de boxplot horen tot de gemeenschappelijke examenstof van domein E (statistiek) op het centraal examen.
verhoogd niveau
Verdieping: redeneren over robuustheid (mediaan en IQR versus gemiddelde en σ bij scheve verdelingen en uitschieters) en het vlot en correct aflezen van alle kengetallen met 1-Var Stats op de GR.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Histogram van de huiswerktijd (20 leerlingen)
Centrummaten bij een scheve verdeling
Gemiddelde
Som van alle waarnemingen gedeeld door hun aantal .
Gemiddelde uit een frequentietabel
Elke waarde telt zo vaak mee als zijn frequentie .
Een docent noteert de cijfers van 9 leerlingen voor een toets: 7, 5, 8, 5, 6, 10, 4, 9, 5. Bereken het gemiddelde, de mediaan en de modus. Welke centrummaat vind je het meest representatief?
Van klein naar groot: 4, 5, 5, 5, 6, 7, 8, 9, 10. Er zijn waarnemingen.
Tel alle cijfers op en deel door 9. De som is , dus .
Bij (oneven) is de mediaan de 5e waarde in de gesorteerde rij 4, 5, 5, 5, [6], 7, 8, 9, 10. De mediaan is dus 6.
De waarde 5 komt drie keer voor, vaker dan elke andere waarde. De modus is 5.
Er is een lichte uitschieter naar boven (de 10), waardoor het gemiddelde (6,6) iets hoger ligt dan de mediaan (6). De verdeling is licht rechts-scheef; de mediaan geeft hier het meest robuuste beeld van een ‘typisch’ cijfer.
Resultaat: Gemiddelde ≈ 6,6; mediaan = 6; modus = 5. De mediaan is hier het meest representatief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De schoenmaten van 8 leerlingen zijn: 38, 41, 39, 42, 38, 40, 38, 45. Bereken het gemiddelde en de mediaan, bepaal de modus, en leg uit waarom de mediaan hier een representatiever beeld geeft dan het gemiddelde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Gemiddelde en standaardafwijking op een getallenlijn
Bereik
Grootste waarneming min de kleinste.
Kwartielafstand
Breedte van de middelste 50% van de data.
Standaardafwijking (populatie)
Wortel van het gemiddelde van de gekwadrateerde afwijkingen; deelt door .
Steekproefstandaardafwijking
Deelt door ; de GR noemt dit .
Afwijkingen van het gemiddelde
Acht leerlingen sporten per week het volgende aantal uur: 4, 5, 2, 4, 9, 5, 7, 4. Bereken het bereik, de kwartielafstand en de standaardafwijking .
Van klein naar groot: 2, 4, 4, 4, 5, 5, 7, 9, met . Het gemiddelde is uur.
Grootste min kleinste: uur.
De mediaan ligt tussen de 4e en 5e waarde: . De onderste helft (2, 4, 4, 4) heeft mediaan ; de bovenste helft (5, 5, 7, 9) heeft mediaan . Dus uur.
Bereken en kwadrateer: . De som is .
Deel door en neem de wortel: uur.
Resultaat: Bereik = 7 uur; kwartielafstand IQR = 2 uur; standaardafwijking σ = 2 uur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De wachttijden (in minuten) bij een balie zijn: 3, 8, 5, 4, 10, 6, 6, 6. Bereken het bereik, de kwartielafstand en de standaardafwijking, en geef aan welke spreidingsmaat je zou rapporteren als er ook één wachttijd van 45 minuten bij zou komen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Boxplot van 15 toetscijfers
Kwartielen als percentielen
De kwartielen zijn het 25e, 50e en 75e percentiel.
Vijf-getallensamenvatting
De vijf getallen waarmee een boxplot getekend wordt.
Breedte van de doos
De lengte van de doos in de boxplot.
Cumulatieve frequentie van de toetscijfers
Vijftien leerlingen halen voor een toets deze cijfers (al gesorteerd): 3, 4, 5, 5, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 8, 8, 8, 9, 10. Bepaal de vijf-getallensamenvatting, beschrijf de bijbehorende boxplot en bepaal het 80e percentiel.
Het minimum is 3 en het maximum is 10. Bij (oneven) is de mediaan de 8e waarde: dat is 7.
Laat de mediaan (de 8e waarde) buiten beschouwing. De onderste helft is 3, 4, 5, 5, 6, 6, 6 (7 getallen); de mediaan daarvan is de 4e waarde: . De bovenste helft is 7, 7, 8, 8, 8, 9, 10 (7 getallen); de mediaan daarvan is de 4e waarde: .
De samenvatting is: minimum 3, , mediaan 7, , maximum 10. De boxplot heeft een doos van 5 tot 8 met een streep bij 7, een linkersnorhaar van 3 tot 5 en een rechtersnorhaar van 8 tot 10. De kwartielafstand is .
Er zijn 15 waarnemingen en van 15 is . Zoek de kleinste waarde waarbij de cumulatieve frequentie minstens 12 is: t/m cijfer 7 zijn dat 10 leerlingen, t/m cijfer 8 zijn dat 13 leerlingen. Vanaf cijfer 8 is de cumulatieve frequentie , dus .
Resultaat: Vijf-getallensamenvatting: 3, 5, 7, 8, 10 (IQR = 3). Het 80e percentiel is 8.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven de gesorteerde dataset 12, 14, 15, 15, 18, 20, 21, 24, 30, 33, 40, 45. Bepaal de vijf-getallensamenvatting, bereken de kwartielafstand en beschrijf de vorm van de bijbehorende boxplot.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Boxplot met een uitschieter
Gewogen gemiddelde
Elke waarde telt mee met gewicht .
Somnotatie
Het somteken betekent ‘tel alle termen op’.
Grenzen voor uitschieters
De 1,5×IQR-regel: daarbuiten heet een waarneming een uitschieter.
Kengetallen met 1-Var Stats op de GR
Een klein bedrijf heeft vijf medewerkers met maandsalarissen (in duizenden euro's) van 28, 30, 32, 34 en 36. Bereken het gemiddelde en de mediaan. Daarna wordt de directeur, met een salaris van 200 duizend euro, meegeteld. Bereken opnieuw het gemiddelde en de mediaan en leg het verschil uit.
Gemiddelde: . De mediaan is de middelste (3e) waarde: 32. Beide zijn 32 duizend euro.
Nu zijn er waarnemingen. Gemiddelde: . De mediaan is het gemiddelde van de 3e en 4e waarde: .
Het gemiddelde springt van 32 naar 60 — bijna een verdubbeling — terwijl de mediaan slechts van 32 naar 33 gaat. Ook het bereik explodeert van naar .
De ene uitschieter trekt het gemiddelde en het bereik enorm mee, maar laat de mediaan vrijwel ongemoeid. Een ‘gemiddeld salaris’ van 60 duizend euro is hier misleidend: geen enkele gewone medewerker verdient in de buurt daarvan. De mediaan (33) beschrijft het typische salaris veel eerlijker.
Resultaat: Zonder directeur: gemiddelde = mediaan = 32. Met directeur: gemiddelde = 60, mediaan = 33. De mediaan is robuust, het gemiddelde niet.
Een leerling haalt voor drie onderdelen de cijfers 8 (practicum, weegfactor 1), 6 (schriftelijke toets, weegfactor 3) en 7 (eindopdracht, weegfactor 2). Bereken het gewogen gemiddelde en vergelijk het met het gewone gemiddelde.
.
.
.
Ongewogen zou het cijfer zijn. Omdat de zwaar wegende toets (cijfer 6, weegfactor 3) het meest meetelt, zakt het gewogen gemiddelde naar 6,7.
Resultaat: Het gewogen gemiddelde is ≈ 6,7 (tegenover 7,0 ongewogen).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een eindcijfer bestaat voor 40% uit het schoolexamen (cijfer 6,4) en voor 60% uit het centraal examen (cijfer 7,4). Bereken het gewogen eindcijfer. Leg daarna uit waarom je bij een dataset met één sterke uitschieter beter de mediaan en de kwartielafstand rapporteert dan het gemiddelde en de standaardafwijking.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — wiskunde A (VWO) (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen
CvTE / DUO