Een toevalsvariabele koppelt aan elke uitkomst van een kansexperiment een getal; met de kansverdeling, de verwachtingswaarde E(X) en de standaardafwijking σ vat je zo'n variabele samen. Twee kansmodellen keren steeds terug: de binomiale verdeling voor het aantal successen bij n onafhankelijke pogingen, en de normale verdeling — de klokkromme waarbij kansen oppervlakten zijn. Je leert ze zowel met de hand (formules, de z-score en de vuistregels 68–95–99,7%) als met de grafische rekenmachine (binompdf/binomcdf en normalcdf/invNorm) berekenen.
4 Onderdelen~20 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Kansverdelingen, de binomiale en de normale verdeling zijn CE-stof (domein E, Statistiek en kansrekening) voor alle profielen van wiskunde A.
verhoogd niveau
In de verklarende statistiek — toetsen en betrouwbaarheidsintervallen — zijn de binomiale en de normale verdeling het rekengereedschap; wie ze hier goed beheerst, heeft daar direct profijt.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Kansverdeling van het Rad van Avontuur
Afb. 2 — Gelijke verwachtingswaarde, verschillende spreiding
Kansverdeling
De som van alle kansen in een kansverdeling is precies 1.
Verwachtingswaarde
Het gewogen gemiddelde van de waarden, elk gewogen met zijn kans.
Variantie
De verwachte gekwadrateerde afwijking van de verwachtingswaarde.
Standaardafwijking
De wortel van de variantie; een maat voor de spreiding rond E(X), in dezelfde eenheid als X.
Bij het Rad van Avontuur is de gewonnen prijs in euro, met , , en . Bereken en . Een lot kost €5 — is dat gunstig voor de speler?
De kansen samen zijn , dus dit is een geldige kansverdeling.
euro.
.
euro.
De eerlijke prijs is euro. Een lot kost €5, dus de speler betaalt gemiddeld €1,40 meer dan hij terugkrijgt: het spel is ongunstig voor de speler (en winstgevend voor de organisator).
Resultaat: euro en euro. Omdat een lot €5 kost — meer dan de verwachte prijs van €3,60 — is het spel op de lange duur nadelig voor de speler.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een dobbelspel kost €2 per worp. Bij ogen wordt €10 uitgekeerd, bij ogen €3, anders niets. Zij de nettowinst per worp. Stel de kansverdeling van op, bereken en , en beoordeel of het spel voor de speler voordelig is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde A (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Binomiale verdeling (n = 5, p = 0,5)
Afb. 4 — Scheve binomiale verdeling (n = 5, p = 0,2)
Binomiale kans
Kans op precies k successen bij n onafhankelijke pogingen met succeskans p.
Binomiaalcoëfficiënt
Het aantal volgordes waarin k successen over n pogingen kunnen vallen (op de GR: nCr).
Verwachtingswaarde (binomiaal)
Het verwachte aantal successen.
Standaardafwijking (binomiaal)
De spreiding van het aantal successen rond np.
Een meerkeuzetoets heeft vragen, elk met antwoordopties waarvan er één goed is. Een leerling gokt elke vraag onafhankelijk. Zij het aantal goede antwoorden. (a) Bereken . (b) Bereken de kans op minstens goede antwoorden. (c) Geef en .
Vast aantal pogingen , twee uitkomsten (goed/fout), gelijke succeskans per vraag en onafhankelijke vragen. Dus is binomiaal verdeeld met en .
. Op de GR: binompdf(10, 0.25, 3).
Gebruik het complement: . De GR geeft , dus .
en .
Resultaat: (a) ; (b) ; (c) en . Een gokkende leerling heeft dus gemiddeld vragen goed.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een fabriek is van de lampen defect. Uit de productie worden lampen onafhankelijk gekozen. Zij het aantal defecte lampen. Bereken , en de verwachtingswaarde en standaardafwijking van .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde A (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Normale verdeling met μ = 100, σ = 15
Afb. 6 — De z-schaal onder de normale verdeling
z-score
Het aantal standaardafwijkingen dat x boven (z>0) of onder (z<0) het gemiddelde ligt.
Terug naar x
Uit een z-score de bijbehorende waarde x terugrekenen.
Vuistregel (1σ)
Binnen één standaardafwijking van het gemiddelde ligt ongeveer 68% van de waarnemingen.
Kansdichtheid (ter info)
De formule van de klokkromme; op het examen reken je met oppervlakten (GR), niet met deze functie zelf.
De lengte van volwassen mannen in een land is normaal verdeeld met cm en cm. (a) Bepaal de z-score van een man van cm. (b) Bepaal de z-score van een man van cm. (c) Interpreteer beide uitkomsten.
.
.
De man van cm ligt precies standaardafwijkingen bóven het gemiddelde (relatief lang); de man van cm ligt ongeveer standaardafwijking eronder. Volgens de vuistregels is minder dan van de mannen langer dan cm.
Resultaat: (a) ; (b) . Een positieve z-score betekent boven, een negatieve onder het gemiddelde; cm is dus uitzonderlijk lang, cm iets onder gemiddeld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De vulmachine van een pak hagelslag levert een inhoud die normaal verdeeld is met gram en gram. Bereken de z-score van een pak van gram en van een pak van gram, en leg uit welk pak verder van het gemiddelde af ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde A (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 7 — De vuistregels 68–95–99,7%
Normale kans met de GR
De oppervlakte onder de klokkromme tussen a en b; voor een eenzijdige kans gebruik je 10^99 of −10^99 als ontbrekende grens.
Vuistregel (2σ)
Binnen twee standaardafwijkingen ligt ongeveer 95% van de waarnemingen.
Vuistregel (3σ)
Binnen drie standaardafwijkingen ligt ongeveer 99,7% — bijna alles.
Inverse normale (grenswaarde)
Bij een gegeven oppervlakte p links van de grens de bijbehorende waarde x terugvinden (percentiel).
Normale verdeling van IQ-scores
Interaktive Grafik lädt…
IQ-scores zijn normaal verdeeld met en . (a) Welk percentage heeft een IQ tussen en ? (b) Bereken met de vuistregel én met de GR. (c) Bepaal met invNorm de IQ-grens waarboven de bovenste ligt.
en . Tussen en ligt volgens de vuistregel ongeveer 68%. Exact met de GR: normalcdf(85, 115, 100, 15) ≈ 0,6827.
. Binnen ligt 95%, dus buiten die band 5%, en door de symmetrie in de rechterstaart de helft: .
Eenzijdig: normalcdf(130, 10^99, 100, 15) ≈ 0,0228, oftewel 2,28%. Dat bevestigt de schatting van 2,5% uit de vuistregel, maar is nauwkeuriger.
Boven de gezochte grens ligt 10%, dus eronder 90%. Dan geldt invNorm(0.90, 100, 15) .
Resultaat: (a) ongeveer 68% (exact 0,6827); (b) met de vuistregel en met de GR; (c) de grens ligt bij een IQ van ongeveer . Wie bij de slimste wil horen, heeft dus minstens IQ ≈ 119 nodig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De scores op een examen zijn normaal verdeeld met en . (a) Schat met de vuistregels welk percentage tussen en ligt. (b) Bereken met de GR . (c) Bepaal met invNorm de score die hoort bij het percentiel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde A (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen