Dit onderwerp behandelt hoe mensen tot leden van een samenleving worden gevormd. Je leert het socialisatieproces en de internalisatie van waarden en normen, je benoemt de socialiserende instituties (gezin, school, peers, media, werk), je past de begrippen rol, status en sociale controle toe, en je analyseert hoe identiteit en groepsvorming samenhangen met in-group/out-group-denken, stereotypen en vooroordelen.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: via socialisatie maak je je de waarden en normen van je omgeving eigen; instituties als gezin, school en media vormen je.
verhoogd niveau
Verdieping: doorzie hoe groepsvorming via in-group/out-group-denken tot stereotypen, vooroordelen en soms discriminatie leidt.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van groepsvorming naar discriminatie
Benoem het begrip: (a) „Mensen uit die stad houden allemaal van voetbal.” (b) „Ik zou nooit iemand uit die stad aannemen, want zij deugen niet.” (c) een sollicitant met die herkomst wordt op grond daarvan afgewezen.
Een vereenvoudigd, veralgemeniseerd beeld van een hele groep, zonder waardeoordeel: een stereotype.
Een vaststaand negatief oordeel vooraf, zonder eigen ervaring: een vooroordeel.
Naar het vooroordeel handelen door ongelijke behandeling: discriminatie.
Resultaat: (a) stereotype, (b) vooroordeel, (c) discriminatie — het denkbeeld wordt een oordeel en het oordeel wordt gedrag.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek een voorbeeld van een stereotype over een groep en beschrijf hoe het via een vooroordeel tot discriminatie zou kunnen leiden — en wat die keten zou kunnen doorbreken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — identiteit, groepsvorming en stereotypering (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
Socialisatie en internalisatie#
●○○BasisLPexamenblad-maatschappijleer-E-socialisatieKernpunten
Het socialisatieproces
Internalisatie herkennen
Een klein kind wast zijn handen alleen als de ouder het zegt; jaren later doet dezelfde persoon het uit zichzelf, ook als niemand kijkt, omdat hij het „gewoon hoort te doen”. Leg dit uit met socialisatie en internalisatie.
Aanvankelijk is handen wassen een van buitenaf opgelegde norm, die het kind alleen naleeft onder toezicht — het begin van de socialisatie.
Later is de norm geïnternaliseerd: de persoon heeft haar zich zó eigen gemaakt dat hij haar uit eigen overtuiging naleeft, zonder toezicht.
De norm is „tweede natuur” geworden; dat is precies wat internalisatie inhoudt.
Resultaat: Het gedrag verschuift van gehoorzaamheid onder toezicht (socialisatie) naar naleving uit eigen overtuiging (internalisatie).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor een norm uit je eigen leven hoe die van buitenaf opgelegd begon en door internalisatie vanzelfsprekend werd. Benoem de institutie die daarbij de hoofdrol speelde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — socialisatie en internalisatie (domein E) (CvTE / Examenblad)