Dit onderwerp legt de sociaal-culturele grondbegrippen van het vak. Je leert wat cultuur is en hoe waarden en normen daarin samenhangen, je onderscheidt de dominante cultuur, subculturen en tegenculturen, je beschrijft de pluriforme (multiculturele) samenleving en culturele diversiteit, en je begrijpt de houdingen etnocentrisme en cultuurrelativisme en de relatie tussen cultuur en gedrag (nature/nurture).
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: cultuur is het gedeelde geheel van waarden, normen en gebruiken dat je via socialisatie aanleert en dat je gedrag stuurt.
verhoogd niveau
Verdieping: analyseer culturele verschijnselen vanuit de sociaal-culturele benadering en weeg etnocentrisme af tegen cultuurrelativisme.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van cultuur naar gedrag
Bouwstenen van cultuur
Een leerling zegt: „Dat Nederlanders zo direct zijn, zit gewoon in hun genen.” Beoordeel deze uitspraak met de begrippen cultuur, nature en nurture.
De leerling schrijft een gedragspatroon (directheid) toe aan aangeboren aanleg: een nature-verklaring.
Directheid is een cultureel aangeleerde omgangsvorm; in andere culturen geldt juist indirecte communicatie als beleefd — dat wijst op nurture.
Gedrag komt meestal uit een samenspel van aanleg en omgeving, maar zulke groepsverschillen in omgangsstijl zijn vooral cultureel (aangeleerd).
Resultaat: De uitspraak is te stellig: directheid is een aangeleerd cultureel patroon (nurture), geen aangeboren eigenschap (nature).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een gewoonte uit je eigen omgeving en laat zien dat zij cultureel is aangeleerd: noem de waarde erachter, de bijbehorende norm en een cultuur waarin het anders gaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — cultuur, waarden en normen (domein E) (CvTE / Examenblad)
Dominante cultuur, subcultuur en tegencultuur
Typeer twee groepen: (a) een groep skaters met eigen kleding, muziek en jargon die verder gewoon naar school gaat en zich aan de wet houdt; (b) een beweging die de democratische rechtsstaat afwijst en met geweld door een ander stelsel wil vervangen.
De skaters wijken af in stijl en smaak, maar delen de basiswaarden en houden zich aan de wet: zij vormen een subcultuur.
De beweging verwerpt de kernwaarden (democratie, rechtsstaat) en wil die vervangen: dat is een tegencultuur.
Afwijken binnen de orde (subcultuur) is iets anders dan je tegen die orde keren (tegencultuur).
Resultaat: (a) is een subcultuur, (b) een tegencultuur; het verschil zit in de houding tegenover de kernwaarden van de dominante cultuur.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies twee groepen uit de samenleving en typeer elk als subcultuur of tegencultuur. Onderbouw je keuze met hun houding tegenover de kernwaarden van de dominante cultuur.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — dominante cultuur, subcultuur en tegencultuur (CvTE / Examenblad)
De pluriforme samenleving
In een stad wonen mensen met heel verschillende achtergronden, godsdiensten en gewoonten. Een politicus vreest dat de samenleving „uit elkaar valt”. Leg met het venndiagram uit waarom verschil en samenhang tegelijk kunnen bestaan.
Elke groep behoudt eigen tradities, taal thuis en gewoonten — de niet-overlappende delen van het diagram; de verscheidenheid is dus reëel.
Tegelijk delen alle groepen een gemeenschappelijke kern: dezelfde wetten, dezelfde publieke taal en een aantal basiswaarden — het overlappende midden.
Zolang die gedeelde kern sterk genoeg is, kan een samenleving divers én samenhangend zijn; het integratievraagstuk gaat juist over hoe groot en sterk die kern moet zijn.
Resultaat: Verschil (eigen cultuur) en samenhang (gedeelde kern) sluiten elkaar niet uit; een pluriforme samenleving berust op een gedeelde kern waarbinnen ruimte is voor verscheidenheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor je eigen omgeving twee vormen van culturele diversiteit en noem één gedeelde waarde of regel die de verschillende groepen bindt. Leg uit waarom die gedeelde kern belangrijk is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — pluriforme (multiculturele) samenleving (CvTE / Examenblad)
Twee houdingen tegenover andere culturen
Twee reacties op een onbekend gebruik in een ander land: (a) „Wat een achterlijke gewoonte, bij ons doen we dat gelukkig normaal.” (b) „Ik snap het niet meteen, maar laat ik eerst uitzoeken welke betekenis het voor hen heeft.” Benoem de houding en de valkuil van elk.
Reactie a meet de andere cultuur af aan de eigen als maatstaf en veroordeelt haar: etnocentrisme; de valkuil is vooroordeel en onbegrip.
Reactie b probeert het gebruik vanuit de eigen context te begrijpen: cultuurrelativisme; de valkuil is dat je, doorgeslagen, ook onrecht niet meer durft af te keuren.
De evenwichtige houding is: eerst begrijpen (relativisme), en beoordelen aan de hand van universele grondrechten als gedeelde ondergrens.
Resultaat: (a) is etnocentrisme, (b) cultuurrelativisme; een goede analyse combineert begrip vooraf met universele mensenrechten als grens.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in een nieuwsbericht een etnocentrische en een cultuurrelativistische reactie op een cultureel verschil. Leg per reactie de houding en de valkuil uit, en formuleer een evenwichtig standpunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — etnocentrisme en cultuurrelativisme (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen