Dit onderwerp behandelt de praktijk van de pluriforme samenleving. Je leert wat migratie is en welke push- en pullfactoren en soorten migratie er zijn, je onderscheidt integratie, assimilatie en segregatie, je beschrijft de spanning tussen diversiteit en sociale cohesie, en je leert het integratiedebat vanuit verschillende benaderingswijzen en politieke visies te belichten.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: migratie heeft push- en pullfactoren, en nieuwkomers en samenleving kunnen op verschillende manieren met elkaar omgaan (integratie, assimilatie, segregatie).
verhoogd niveau
Verdieping: belicht het integratiedebat vanuit meerdere benaderingswijzen en politieke visies en weeg diversiteit af tegen sociale cohesie.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Push- en pullfactoren van migratie
Migratie naar Nederland sinds 1945
Benoem voor elk geval de belangrijkste factor (push of pull) en het soort migratie: (a) een ingenieur verhuist voor een goedbetaalde baan; (b) een gezin vlucht voor een oorlog; (c) iemand komt naar Nederland om bij zijn hier wonende partner te gaan wonen.
Aangetrokken door werk in het bestemmingsland (pull): arbeidsmigratie.
Weggeduwd door oorlog in het herkomstland (push): asielmigratie.
Komt om zich bij familie te voegen (pull: hereniging): gezinsmigratie.
Resultaat: (a) pull, arbeidsmigratie; (b) push, asielmigratie; (c) pull, gezinsmigratie — het soort migratie hangt samen met de dominante factor.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een migratiestroom uit het nieuws en benoem twee pushfactoren, twee pullfactoren en het soort migratie. Leg uit welke factor het zwaarst weegt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — migratie, oorzaken en soorten (domein E) (CvTE / Examenblad)
Integratie, assimilatie en segregatie
Typeer: (a) een gezin dat Nederlands leert en werkt, maar thuis de eigen taal spreekt en eigen feesten viert; (b) een groep die uitsluitend in een eigen wijk woont, met eigen scholen en winkels, en weinig contact heeft met anderen; (c) een familie die na twee generaties nauwelijks nog van de omgeving te onderscheiden is en de eigen taal en gebruiken heeft losgelaten.
Meedoen (werk, taal) én de eigen cultuur deels behouden: integratie.
De eigen cultuur behouden maar gescheiden leven, met weinig contact: segregatie.
Opgaan in de dominante cultuur ten koste van de eigen cultuur: assimilatie.
Resultaat: (a) integratie, (b) segregatie, (c) assimilatie — bepaald door of de eigen cultuur behouden blijft en of de groep meedoet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor één groep of buurt in Nederland of er eerder sprake is van integratie, assimilatie of segregatie, en onderbouw je typering met de twee sleutelvragen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — integratie, assimilatie en segregatie (CvTE / Examenblad)
Twee visies in het integratiedebat
Een gemeente overweegt inburgeringscursussen verplicht te stellen, met taal- én cultuurlessen. Beschrijf hoe iemand met de „nadruk op aanpassing” en iemand met de „nadruk op ruimte voor verschil” hierop zou reageren, en welke waarde elk zwaarder laat wegen.
Wie de nadruk op aanpassing legt, steunt de verplichte cursus: een gedeelde taal en gedeelde waarden versterken de cohesie — de zwaarst wegende waarde is samenhang.
Wie de nadruk op ruimte legt, steunt de taallessen maar aarzelt bij verplichte cultuurlessen: de overheid mag geen leefwijze opleggen — de zwaarst wegende waarde is vrijheid.
Beide erkennen het nut van taal, maar wegen samenhang en vrijheid verschillend; daarom verschillen hun oordelen over de cultuurlessen.
Resultaat: De visie „nadruk op aanpassing” benadrukt cohesie en steunt de verplichting; de visie „nadruk op ruimte” benadrukt vrijheid en is terughoudender bij verplichte cultuurlessen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een actuele integratiekwestie en beschrijf haar vanuit twee benaderingswijzen én vanuit de twee hoofdvisies. Benoem telkens de botsende waarden en formuleer daarna een eigen, beargumenteerd standpunt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — het integratiedebat en politieke visies (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen