Slag- en loopspelen zoals softbal, honkbal en slagbal draaien om een duel tussen een slagpartij en een veldpartij. De slagpartij maakt punten door te slaan en honken te bereiken; de veldpartij voorkomt dat door de bal snel te verwerken en lopers uit te maken. Je leert slaan en plaatsen in de vrije ruimte, het lezen van loop- en honksituaties, en het samenwerken in de veldpartij.
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
In LO gaat het om meedoen, de regels en rollen begrijpen en veilig slaan, lopen en veldwerk doen.
verhoogd niveau
Binnen BSM analyseer je spelsituaties en onderbouw je keuzes van slagpartij en veldpartij tactisch.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Het spelverloop: de race tussen loper en bal
Een slagman slaat de bal naar het veld en rent naar het eerste honk. De velder raapt de bal op en gooit hem naar de speler op het eerste honk. Beschrijf hoe je bepaalt of de loper veilig of uit is.
De slagman moet naar het eerste honk (er is geen keuze), dus het is een dwangsituatie: de bal hoeft alleen vóór de loper op het honk te zijn.
Is de bal (in de handen van de velder op het honk) er eerder dan de voet van de loper op het honk, dan is de loper uit; is de loper eerder, dan is hij veilig.
De uitkomst hangt af van wie het eerst is — de kern van de wedloop tussen loper en bal.
Resultaat: Omdat de slagman gedwongen naar het eerste honk loopt, is hij uit als de bal er eerder is dan zijn voet, en veilig als hij zelf eerder het honk bereikt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met eigen woorden uit hoe een punt (run) tot stand komt in softbal of slagbal, en beschrijf één situatie waarin een loper gedwongen is door te lopen en één waarin hij dat niet is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Spel: slag- en loopspelen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Het speelveld: de diamant en de honken
Je slaat een bal ver naar het achterveld. De velder moet ver rennen om de bal te halen. Je hebt het eerste honk al gehaald. Loop je door naar het tweede honk? Onderbouw je keuze.
De bal is ver en de velder moet er lang naartoe; de bal zal dus laat en van ver terugkomen.
Omdat de bal ver weg en laat is, heb je waarschijnlijk tijd om het tweede honk te bereiken voordat de bal daar kan zijn.
Loop door naar het tweede honk: de kans dat je het haalt is groot, en zo sta je in scoringspositie. Twijfel je onderweg (de velder is er sneller bij), rem dan af en blijf veilig.
Resultaat: Bij een verre bal en een velder die lang moet rennen, is doorlopen naar het tweede honk verstandig; de vuistregel blijft: doorlopen als je het waarschijnlijk haalt, anders veilig blijven staan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf in softbal/slagbal een situatie waarin je bewust naar een bepaald deel van het veld slaat. Geef aan waar de velders staan, waar de vrije ruimte is en hoe ver je verwacht te kunnen lopen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: slagpartij (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Taken van slag- en veldpartij
Er staat een loper op het eerste honk. De slagman slaat een grondbal naar de velder bij het tweede honk. Naar welk honk gooit de veldpartij het slimst, en welke uitmaakvorm geldt?
De slagman moet naar het eerste honk, dus de loper op het eerste honk is gedwongen door te lopen naar het tweede honk — dwangsituatie op het tweede honk.
De velder heeft de bal dicht bij het tweede honk; de snelste out is de gedwongen loper op het tweede honk uitmaken (bal vóór hem op het honk).
Omdat de loper gedwongen is, is aantikken niet nodig: de bal op het tweede honk vóór de loper volstaat (dwang-out). Eventueel volgt een dubbele uitmaak door daarna naar het eerste honk te gooien.
Resultaat: De veldpartij gooit naar het tweede honk voor een dwang-out op de gedwongen loper; aantikken is niet nodig omdat het een dwangsituatie is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf een veldsituatie met een loper op het eerste honk en een geslagen bal naar het achterveld. Geef aan naar welk honk je gooit, of je een cut-off gebruikt, en welke uitmaakvorm geldt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: veldpartij (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Er staat een snelle loper op het derde honk en een loper op het eerste honk, met één uit. De slagman slaat een grondbal naar de velder bij het tweede honk. Wat is de beste keuze van de veldpartij?
De loper op het derde honk kan scoren (een run) — dat is de grootste directe dreiging; de loper op het eerste honk is gedwongen naar het tweede honk.
Optie A: naar het thuishonk gooien om de scorende loper te stoppen. Optie B: een dubbele uitmaak proberen via het tweede en eerste honk, maar dan scoort de loper van het derde honk waarschijnlijk.
Als één run cruciaal is (bijvoorbeeld gelijke stand, laatste inning), gooi je naar het thuishonk om de run te voorkomen; is de voorsprong ruim, dan kan de zekere dubbele uitmaak (twee outs) verstandiger zijn.
Resultaat: De beste keuze hangt af van de stand: de directe run voorkomen (naar het thuishonk) of twee outs pakken (dubbele uitmaak). De veldpartij weegt de dreiging van de scorende loper tegen het rendement van extra outs.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bedenk een situatie met twee lopers (bijvoorbeeld op het eerste en tweede honk) en één uit. Beschrijf voor de veldpartij twee mogelijke worpen en beargumenteer welke de beste keuze is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Spel: spelinzicht slag- en loopspelen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)