Bewegen op muziek gaat over dansen op maat, ritme en frasering, en over het vormgeven van bewegingsmateriaal tot een choreografie. Je leert op de tel bewegen, de bewegingsdimensies (ruimte, tijd, kracht, relatie) gebruiken, van een motief via frasen naar een geheel bouwen, en uitvoeren met expressie, timing en afstemming op anderen.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
In LO gaat het om op de maat kunnen bewegen, een korte dans uitvoeren en samen synchroon bewegen.
verhoogd niveau
Binnen BSM ontwerp en analyseer je een choreografie met de bewegingsdimensies en vormgevingsprincipes.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een frase van acht tellen
Je hoort een nummer waarin je 120 tellen per minuut meetelt, gegroepeerd per vier. Bepaal het tempo per tel en hoeveel achttellenfrasen er in één minuut passen.
120 tellen per minuut betekent 120 ÷ 60 = 2 tellen per seconde, dus elke tel duurt 0,5 s.
8 tellen × 0,5 s = 4 s per frase.
60 s ÷ 4 s = 15 achttellenfrasen per minuut.
Resultaat: Bij 120 tellen per minuut duurt een tel 0,5 s en een achttellenfrase 4 s; er passen 15 van zulke frasen in één minuut — handig om je choreografie op de muziek te plannen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een nummer, tel de maat mee en bepaal het accent (meestal tel 1). Bedenk een korte beweging van acht tellen waarin je op tel 1 en 5 een duidelijk accent legt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B (Bewegen op muziek) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De vier bewegingsdimensies
Neem als basisbeweging: een stap naar rechts met beide armen omhoog. Maak er met de dimensies vier varianten van.
Maak de stap groot en de armen wijd uit elkaar, of juist klein en de armen dicht bij het lichaam; verander het niveau door door de knieën te zakken.
Doe de stap in één snelle tel, of uitgesponnen over vier trage tellen; zet hem net na de tel (syncopisch).
Maak de beweging zwaar en gespannen (alsof je iets zwaars tilt) of licht en zwevend.
Doe de beweging in unisono met een partner, of in canon (jij begint, je partner een tel later), of gespiegeld.
Resultaat: Door telkens één dimensie te veranderen, ontstaan uit één basisbeweging vier duidelijk verschillende varianten — het bewijs dat de dimensies bruikbaar gereedschap zijn voor vormgeving.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem één basisbeweging (bijvoorbeeld een stap opzij met een armgebaar) en maak er vier varianten van, telkens door één dimensie te veranderen (ruimte, tijd, kracht, relatie). Beschrijf per variant wat je verandert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Bewegen op muziek: dimensies (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De opbouw van een choreografie
Een vloerpatroon
Je hebt een dans van drie delen gemaakt maar hij voelt aan alsof hij zomaar ophoudt. Hoe geef je hem met vormgevingsprincipes een afgeronde vorm?
Er is geen herkenbaar einde; de dans mist een terugkoppeling naar het begin en een duidelijke afsluiting.
Laat het openingsmotief aan het eind terugkomen (herhaling), zodat de dans „rond” wordt en de kijker het begin herkent.
Gebruik contrast en accumulatie om naar een hoogtepunt te bouwen en eindig met een duidelijke slotpose op een accent in de muziek, in plaats van weg te ebben.
Resultaat: Door het openingsmotief te herhalen aan het eind en bewust naar een slotpose op een muzikaal accent toe te werken, krijgt de dans een afgeronde vorm in plaats van zomaar te stoppen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp een motief van vier tellen. Bouw het met herhaling en één variatie uit tot een frase van acht tellen, en beschrijf hoe je met een canon een groep van vier dansers deze frase laat uitvoeren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Bewegen op muziek: choreografie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Een groep van zes danst een unisono-passage, maar het oogt onrustig en niet strak. De bewegingen kloppen op zich wel. Analyseer het probleem en geef een oplossing.
Unisono werkt alleen als iedereen exact tegelijk en op dezelfde manier beweegt; het effect is juist de perfecte gelijktijdigheid.
De bewegingen kloppen wel, maar de timing loopt net uiteen en de bewegingsgrootte verschilt per danser, waardoor het rommelig oogt.
Oefen op een gezamenlijk telpunt (hardop meetellen of een duidelijk accent), spreek dezelfde bewegingsgrootte en dynamiek af, en gebruik een gezamenlijk startsignaal (bijvoorbeeld een ademhaling).
Resultaat: De unisono oogt rommelig door kleine timing- en grootteverschillen; door op een gezamenlijk telpunt te oefenen en dezelfde bewegingsgrootte en dynamiek af te spreken, wordt de passage strak en indrukwekkend.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel beoordelingscriteria op voor een groepsdans van medeleerlingen. Beschrijf per criterium (maat/timing, expressie, afstemming, presentatie) waar je op let en wat het verschil is tussen een voldoende en een goede uitvoering.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — Bewegen op muziek: uitvoeren en presenteren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)