Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen (SE) en behandelt de kern van de handvaardigheidspraktijk: driedimensionaal werken met echte materialen. Je leert de twee grondwerkwijzen onderscheiden — additief (opbouwen, toevoegen) en subtractief (weghalen) — en je leert de belangrijkste materialen (klei, gips, hout, metaal, kunststof, textiel) met hun eigenschappen, werkwijzen en gereedschap kennen. Ten slotte behandel je boetseren, modelleren en gieten: hoe je van een gemodelleerd origineel via een mal tot een afgietsel komt. Materiaalkennis is geen theorie op zichzelf, maar het gereedschap om een beeldend idee doeltreffend te verwezenlijken.
3 Onderdelen~11 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor iedereen: additief en subtractief werken herkennen en de belangrijkste materialen met hun werkwijze en gereedschap kennen. Dit is SE-stof, geen CE-stof.
verhoogd niveau
Verdieping: het materiaal en de werkwijze bewust afstemmen op het beeldende doel en de keuzes onderbouwd verantwoorden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Additief en subtractief werken
Je wilt een 'opstijgende' figuur maken met uitgestrekte, doorbroken vormen die de ruimte in reiken. Welke grondwerkwijze past en waarom?
Uitgestrekte, doorbroken, open vormen met veel negatieve ruimte — geen compacte massa.
Uit een blok hakken (subtractief) is voor zulke dunne, uitstekende delen riskant en verspillend; opbouwen ligt meer voor de hand.
Additief construeren of boetseren over een draadarmatuur laat de open, uitreikende vormen toe en is corrigeerbaar.
De additieve werkwijze past bij de open vorm en het idee van opstijgen; ze maakt de uitstekende delen constructief mogelijk.
Resultaat: Voor een open, uitreikende vorm past de additieve werkwijze; de keuze volgt uit de vormanalyse en het beeldende doel, en is zo te verantwoorden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bedenk voor één beeldend idee (bijvoorbeeld 'opgesloten') zowel een additieve als een subtractieve uitwerking. Beschrijf per werkwijze het materiaal, de aanpak en het te verwachten effect, en beargumenteer welke het idee het best dient.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — ruimtelijke praktijk (grondwerkwijzen) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Materialen, werkwijze en gereedschap
Je wilt een klein, teder portretkopje maken waarin je de vorm al werkend zoekt en nog vaak wilt bijstellen. Welk materiaal past en waarom?
Je wilt kunnen toevoegen, wegnemen en corrigeren; dat vraagt een additief, vergevingsgezind materiaal.
Een portretkopje vraagt fijne modellering van gelaatstrekken.
Klei is plastisch, laat eindeloos bijstellen toe en modelleert fijn; na drogen te bakken tot terracotta of te gieten.
Steen (subtractief) of metaal zou het zoekende, corrigerende werken belemmeren; klei past bij zowel het proces als het detail.
Resultaat: Klei past het best: het additieve, corrigeerbare karakter en de fijne modelleerbaarheid sluiten aan bij het zoekende proces en het gewenste detail.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één beeldend idee en drie verschillende materialen om het uit te voeren (bijvoorbeeld klei, hout en staal). Beschrijf per materiaal de werkwijze, het gereedschap en de andere uitstraling, en beargumenteer welk materiaal je idee het best dient (Afb. 2).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — materialen en technieken (ruimtelijke praktijk) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Van model via mal naar afgietsel
Je hebt een kwetsbaar kleimodel van een hand en wilt er een duurzaam bronzen exemplaar van. Beschrijf de keten en één aandachtspunt.
Zet het kleimodel om in een wasmodel (of vorm het kleimodel af naar was) — de basis voor de verloren-wasmethode.
Omhul de was met een hittebestendige mantel; verhit zodat de was uitsmelt en wegloopt (de 'verloren' was).
Giet vloeibaar brons in de holte; laat afkoelen.
Breek de mal weg en bewerk het brons na. Let op de vingers: dunne, uitstekende delen moeten goede toevoerkanalen hebben, anders vult het brons ze niet volledig.
Resultaat: Via was-origineel, uitsmelten, brons gieten en ontvormen ontstaat een duurzaam bronzen afgietsel; de dunne uitstekende delen vragen extra aandacht bij het gieten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf stap voor stap hoe je een klein geboetseerd kleikopje zou overzetten naar een duurzaam materiaal via een mal. Benoem het origineel, de mal en het afgietsel, en één technisch probleem (bijvoorbeeld een ondersnijding) dat je moet oplossen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — boetseren, modelleren en gieten (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)