Na 1945 verruimt het kunstbegrip ongekend. Van het gebaar (abstract expressionisme) via het alledaagse (pop art) en de zuivere vorm (minimalisme) verschuift de kunst naar het idee (conceptuele kunst), het materiaal (arte povera), het lichaam (performance) en de plaats (land art, installatie). Tegelijk verschuift het denken van het modernisme (autonomie, originaliteit, vooruitgang) naar het postmodernisme (citaat, ironie, meerduidigheid). Materiaal, medium, ruimte, context en publiek worden alle onderdeel van het werk. Je leert deze stromingen en strategieën herkennen, de verschuiving modernisme–postmodernisme beredeneren en de verruiming van het kunstbegrip in ruimtelijk werk duiden. Het CvTE bepaalt per examenjaar welke contexten de examenstof vormen.
3 Onderdelen~11 min leestijd3 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste naoorlogse en hedendaagse stromingen aan hun kenmerken herkennen en aan de juiste tijd koppelen.
verhoogd niveau
Verdieping: de verschuiving modernisme–postmodernisme en de verruiming van het kunstbegrip scherp beargumenteren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Tijdlijn: hedendaagse kunst vanaf 1945
Tegen een muur hangt een verticale reeks van tien identieke, industrieel gefabriceerde metalen dozen op gelijke afstand. Duid het werk.
Identieke, eenvoudige geometrische dozen in een regelmatige, herhaalde reeks — uiterste reductie.
Industrieel gemaakt, zonder persoonlijke toets of sokkel: geen hand van de kunstenaar zichtbaar.
Het werk beeldt niets af en verwijst nergens naar; het is enkel zichzelf — vorm, materiaal, ritme en de ruimte.
De sobere, herhaalde, industriële vorm zonder voorstelling wijst op het minimalisme (vgl. Judd, 'specifieke objecten').
Resultaat: De reductie, herhaling en industriële fabricage zonder voorstelling plaatsen het werk in het minimalisme — het object dat enkel zichzelf is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een abstract-expressionistisch, een pop-art- en een minimalistisch werk. Beredeneer per werk waar de nadruk ligt (gebaar, alledaags beeld, puur object) en hoe elk het idee van 'wat een beeld is' verschuift.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — naoorlogse kunst (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De verruiming van het kunstbegrip
Een kunstenaar bouwt in een afgelegen zoutmeer een reusachtige spiraal van opgestapeld basalt, alleen te overzien vanuit de lucht en langzaam veranderend door zout en water. Duid het werk.
Het werk bestaat op zijn plek in het landschap, niet in een museum — de plaats is deel van het kunstwerk.
Gemaakt van de natuurlijke omgeving zelf (basalt, zout, water) en veranderlijk door de tijd — vergankelijk en niet-verhandelbaar.
Het is niet als object te bezitten of te verplaatsen; je moet ernaartoe of het van bovenaf zien.
De nadruk op plaats, natuurlijk materiaal en vergankelijkheid wijst op land art (vgl. Smithson, Spiral Jetty, 1970).
Resultaat: Door plaats, natuurlijk materiaal en tijd tot het werk te maken, verlaat de land art het museale, verhandelbare object — een verruiming van het kunstbegrip.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een conceptueel werk, een arte-povera-werk, een performance en een land-art-werk. Beredeneer per werk welk aspect (idee, materiaal, lichaam, plaats) het kunstwerk wordt en hoe dat het traditionele object verruimt (Afb. 2).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — conceptuele kunst, arte povera, performance en land art (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Modernisme tegenover postmodernisme
Een kunstwerk is een verduisterde zaal die je binnenloopt, gevuld met spiegels, licht en geluid, zodat je zelf tussen de weerkaatsingen staat. Duid het werk als hedendaags.
Geen object op een sokkel maar een betreedbare, omhullende ruimte — een installatie.
Je bekijkt het werk niet van buitenaf; je gaat erin en wordt er deel van; jouw aanwezigheid voltooit het.
Spiegels, licht en geluid (nieuwe media) samen vormen de ervaring, niet één beeld of vorm.
Het werk verruimt het kunstbegrip: ruimte, context en publiek zijn onderdeel — kenmerkend voor de hedendaagse, postmoderne kunst.
Resultaat: De betreedbare, omhullende ruimte met nieuwe media en een actieve toeschouwer plaatst het werk in de hedendaagse kunst en toont het sterk verruimde kunstbegrip.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een modernistisch en een postmodern werk (of ontwerp). Vul voor beide de rijen van Afb. 3 in (houding tot originaliteit, stijl, vorm-functie, publiek) en beredeneer twee verschillen op de as modernisme–postmodernisme.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — postmodernisme en het verruimde kunstbegrip (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)