Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen (SE) en gaat over het construeren en samenstellen van ruimtelijk werk: hoe je losse delen tot een geheel verbindt, hoe je een werk laat dragen en hoe je zorgt dat het stevig en in evenwicht staat. Je leert de belangrijkste verbindingstechnieken per materiaal, de constructieprincipes (draagconstructie, armatuur, stabiliteit) en het cruciale samenspel van zwaartepunt en steunvlak dat bepaalt of een beeld blijft staan of omvalt. Waar het vorige onderwerp de materialen en grondwerkwijzen behandelde, draait het hier om het technisch en constructief laten kloppen van een driedimensionaal werk.
3 Onderdelen~11 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor iedereen: de belangrijkste verbindingen en constructieprincipes kennen en een stabiel werk kunnen maken. Dit is SE-stof, geen CE-stof.
verhoogd niveau
Verdieping: constructie en evenwicht bewust ontwerpen bij complexe, open of bewegende vormen en de keuzes onderbouwen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Verbindingen per materiaal
Je maakt een staand metalen beeld waarbij een dunne, uitstekende arm veel gewicht draagt. Welke verbinding kies je en waarom?
De arm draagt gewicht en staat onder buig- en trekbelasting op het verbindingspunt.
Metaal-op-metaal: lijm is te zwak, een enkele schroef kan losdraaien onder trilling.
Lassen geeft een doorlopende, sterke verbinding die trek en buiging aankan; eventueel versterkt met een lasplaatje.
De las past bij het materiaal en is berekend op de belasting; de zichtbare lasrups kan bovendien de eerlijke, constructieve stijl versterken.
Resultaat: Voor een zwaar belaste metalen verbinding is lassen de juiste keuze; ze is afgestemd op materiaal en belasting en past bij de constructieve stijl.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp een klein geconstrueerd object uit drie materialen (bijvoorbeeld hout, metaaldraad en textiel). Bepaal per koppeling de passende verbinding (Afb. 1) en beslis of je die verbergt of toont; verantwoord elke keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — construeren en verbinden (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Armatuur en draagconstructie in een figuur
Je ontwerp is een hoge, slanke figuur op één klein voetje, die dreigt om te vallen. Hoe maak je het stabieler zonder het idee te verliezen?
Veel gewicht hoog op een smal steunvlak: het zwaartepunt ligt hoog en de basis is klein — instabiel.
Verbreed de voet of voeg een grondplaat/sokkel toe, zodat het steunvlak groter wordt.
Gebruik een stevige inwendige armatuur, verankerd in de grondplaat; pas eventueel een driehoekige steun toe.
Houd de slanke silhouet, maar verplaats gewicht omlaag of voeg een subtiel tegenwicht toe, zodat de vorm hetzelfde oogt maar stabiel staat.
Resultaat: Door het steunvlak te vergroten, de armatuur te verankeren en het gewicht te verlagen wordt de figuur stabiel, terwijl het slanke idee behouden blijft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp de armatuur voor een staande boetseerfiguur met één arm omhoog. Teken of beschrijf waar het skelet loopt (kern en vertakking naar de arm), hoe je het aan een grondplaat verankert, en hoe je de stabiliteit waarborgt (Afb. 2).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — constructie en armatuur (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Zwaartepunt, zwaartelijn en steunvlak
Je ontwerpt een hardlopende figuur die ver naar voren leunt, met beide voeten bijna van de grond. Hoe laat je dit beeld staan?
Door het naar voren leunen ligt het zwaartepunt ruim vóór de voeten — de zwaartelijn valt buiten het smalle steunvlak.
Verbind de figuur met een grondplaat of laat een naar achteren gestrekt been de grond raken, zodat het steunvlak naar voren én achteren reikt.
Anker de figuur stevig in de plaat, of gebruik een zwaar, laag element achter het zwaartepunt als tegenwicht.
Maak het steunpunt (het achterste been of de plaat) een logisch, meelopend deel van de beweging, zodat het niet als een kunstgreep opvalt.
Resultaat: Door een groter steunvlak en verankering (het achterste been als steunpunt) valt de zwaartelijn weer binnen de basis; de dynamische, voorwaarts leunende figuur blijft staan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een ontwerp van een naar voren leunende figuur. Bepaal (bij benadering) waar het zwaartepunt ligt en of de zwaartelijn binnen het steunvlak valt. Zo niet, kies een oplossing (tegenwicht, groter steunvlak of extra steunpunt) en verantwoord die (Afb. 3).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken vwo — zwaartepunt, evenwicht en stabiliteit (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)