Een goede woordenschat is de brandstof van het vertalen. De CvTE-minimumlijst legt vast welke Griekse woorden en stamtijden je bij het centraal examen bekend moet veronderstellen — die zoek je niet meer op, zodat je tijd overhoudt voor de moeilijke woorden. Dit onderwerp leert je de minimumlijst en de stamtijden efficiënt te beheersen, onbekende woorden te ontrafelen via stam, ablaut en woordvorming, de voorzetsels met hun naamvallen te kennen, en in context de juiste betekenis te kiezen.
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
De minimumlijst mag bij het CE bekend worden verondersteld en hoef je dus niet op te zoeken; overige woorden zoek je in het woordenboek.
verhoogd niveau
Wie de stamtijden en de bouwstenen van de woordvorming beheerst, raadt de betekenis van veel onbekende woorden en bespaart zo kostbare opzoektijd.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Stamtijden van hoogfrequente werkwoorden
Je komt in de tekst de vorm „ἤνεγκαν” tegen. Bepaal het grondwoord en de betekenis, en beschrijf hoe je het opzoekt.
„ἤνεγκαν” is een 3e persoon meervoud aoristus indicatief actief („zij droegen/brachten”). De stam ἐνεγκ- is een aparte aoristusstam, geen praesensstam.
Uit de geleerde stamtijden weet je: φέρω – οἴσω – ἤνεγκα – ἐνήνοχα. De aoristus ἤνεγκα hoort dus bij het praesens φέρω (dragen, brengen).
Woordenboeken ordenen op het praesens. Je zoekt dus onder „φέρω”, niet onder „ἤνεγκα”. Zonder de geleerde stamtijd zou je het lemma niet vinden.
Resultaat: „ἤνεγκαν” is de aoristus van „φέρω” (dragen, brengen): „zij droegen/brachten”. Alleen door de stamtijd φέρω – ἤνεγκα te kennen, herleid je de onregelmatige vorm tot het lemma dat het woordenboek gebruikt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef van elk van de volgende aoristusvormen het praesens (grondwoord) en de betekenis, en controleer of je ze zonder woordenboek kent: (1) εἶδον, (2) ἔλαβον, (3) ἤνεγκα, (4) ἔγνων, (5) ἦλθον. Bedenk bij elke vorm hoe je hem in een woordenboek zou terugvinden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (woordenschat en minimumlijst) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De bouwstenen van de woordvorming
Beredeneer de betekenis van „ἀναγιγνώσκω” uit zijn onderdelen.
De kern is „γιγνώσκω” (leren kennen, herkennen), stam γνω-. Dat is een bekend minimumwoord.
Vooraan staat het voorzetsel-preverbium „ἀνα-”, dat onder meer „opnieuw, terug, op” betekent. Bij een woord voor „kennen” geeft „weer-kennen” de gedachte „(voor)lezen”: de letters telkens opnieuw herkennen.
De vaste betekenis van „ἀναγιγνώσκω” is dan ook „lezen, voorlezen” — precies de combinatie „opnieuw herkennen (van de letters)”.
Resultaat: „ἀναγιγνώσκω” = ἀνα- (opnieuw) + γιγνώσκω (herkennen) → „lezen, voorlezen”. Door stam en preverbium te scheiden beredeneer je de betekenis van een woord dat niet op de minimumlijst hoeft te staan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed elk woord in zijn bouwstenen en beredeneer de betekenis: (1) „ἀθάνατος”, (2) „συμμαχία”, (3) „γεωγραφία”, (4) „ἀναγιγνώσκω”. Geef bij elk aan welk voor- of achtervoegsel de betekenis bepaalt en welke Nederlandse woorden dezelfde stam bevatten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (woordvorming) (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — Voorzetsels en de naamvallen die zij regeren
Vertaal „μετά” in (a) „μετὰ τῶν συμμάχων ἐμάχοντο” en (b) „μετὰ τὴν μάχην ἀπῆλθον”, en verklaar het verschil.
„τῶν συμμάχων” is genitivus meervoud. μετά + genitivus betekent „met, samen met”: „zij vochten samen met de bondgenoten”.
„τὴν μάχην” is accusativus enkelvoud. μετά + accusativus betekent „na”: „na de slag gingen zij weg”.
Hetzelfde voorzetsel μετά krijgt met de genitivus een comitatieve betekenis („met”) en met de accusativus een temporele („na”). De naamval, niet het voorzetsel alleen, bepaalt de vertaling.
Resultaat: (a) „samen met de bondgenoten” (μετά + gen.), (b) „na de slag” (μετά + acc.). De naamval achter het voorzetsel geeft telkens de juiste van de twee betekenissen; μετά op zichzelf is dubbelzinnig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef bij elk voorzetsel de betekenis die bij de naamval hoort en vertaal: (1) „διὰ τῆς χώρας”, (2) „διὰ τὸν πόλεμον”, (3) „μετὰ τῶν φίλων”, (4) „μετὰ τὴν μάχην”, (5) „ὑπὸ τῶν πολεμίων ἐνικήθησαν”. Verklaar bij (5) waarom de vorm passief is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (functiewoorden) (CvTE / Examenblad)
Afb. 4 — Betekenisvelden en valse vrienden
Kies de betekenis van „λόγος” in „ὁ ῥήτωρ μακρὸν λόγον εἶπεν” (De redenaar hield een lange …) en verantwoord je keuze.
Het onderwerp is „ὁ ῥήτωρ” (de redenaar) en het werkwoord „εἶπεν” (hield/sprak). Het bijvoeglijk naamwoord „μακρόν” (lang) hoort bij „λόγον”.
λόγος kan „woord”, „rede/redevoering”, „verhaal”, „reden” of „verhouding” zijn. Een redenaar die iets „langs” houdt, houdt een „redevoering”; „een lang woord” of „een lange verhouding” past niet.
De combinatie redenaar + houden + lang wijst eenduidig op de betekenis „redevoering”. De context — het genre en de woordcombinatie — sluit de andere betekenissen uit.
Resultaat: Hier betekent „λόγος” „redevoering”: „de redenaar hield een lange redevoering”. De context (redenaar, „hield”, „lang”) selecteert die betekenis uit het brede betekenisveld en sluit „woord” of „verhouding” uit.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies bij elk woord de betekenis die in de context past en verantwoord je keuze: (1) „λόγος” in een redevoering versus in een wiskundige passage, (2) „ἀρετή” bij een held in een epos, (3) „νόμος” in een discussie over ongeschreven regels. Geef telkens een alternatieve, minder passende betekenis en leg uit waarom die hier niet klopt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (semantiek en betekenis in context) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen