De syntaxis beschrijft hoe woorden zich tot zinsdelen en zinnen verbinden. Waar de vormleer de kandidaat-betekenissen van een vorm levert, kiest de syntaxis de juiste: welke functie heeft deze naamval, welk woord hoort bij welk, waar begint en eindigt de bijzin? Dit onderwerp behandelt de naamvalsfuncties, het veelzijdige gebruik van het lidwoord en het participium (met het participium coniunctum), de genitivus absolutus, de AcI en de AcP, en de bijzinnen met hun wijzen en partikels — samen de motor van elke Griekse vertaling.
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Syntactische ontleding is de kern van tekstbegrip en vertaling: je bepaalt voortdurend de functie van naamvallen en de grenzen van bijzinnen.
verhoogd niveau
Wie de participium- en infinitivusconstructies vlot herkent, ontwart ook lange, samengestelde Griekse volzinnen en houdt overzicht over de hoofd- en bijzinnen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De functies van de naamvallen
Ontleed „οἱ πολῖται τῷ στρατηγῷ δῶρα τῆς νίκης ἔδοσαν” (De burgers gaven de veldheer geschenken voor/van de overwinning) en benoem de functie van elke naamval.
„ἔδοσαν” (aoristus van δίδωμι, „zij gaven”) is de persoonsvorm. „Geven” verwacht drie rollen: een onderwerp, een lijdend voorwerp en een meewerkend voorwerp.
„οἱ πολῖται” (nominativus) is het onderwerp. „δῶρα” (accusativus, onzijdig meervoud) is het lijdend voorwerp. „τῷ στρατηγῷ” (dativus) is het meewerkend voorwerp.
„τῆς νίκης” (genitivus) hoort bij „δῶρα”: de geschenken „van/voor de overwinning” — een bepaling bij het naamwoord, geen aanvulling van het werkwoord.
Resultaat: Onderwerp „οἱ πολῖται” (nom.), lijdend voorwerp „δῶρα” (acc.), meewerkend voorwerp „τῷ στρατηγῷ” (dat.), bijvoeglijke genitivus „τῆς νίκης” bij „δῶρα”. Door eerst de persoonsvorm te lezen wijs je elke naamval zijn rol toe.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Benoem de functie van elke onderstreepte naamval en vertaal: (1) „ἀκούω τῶν διδασκάλων”, (2) „τῇ νυκτὶ ἔφυγον”, (3) „οἱ πολλοὶ τῶν στρατιωτῶν”, (4) „ἔπεμψαν πρέσβεις εἰς τὴν πόλιν”. Geef bij (1) en (3) aan om welk type genitivus het gaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (taalreflectie: syntaxis) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Het participium coniunctum
Ontleed „ταῦτα ἀκούσας ὁ βασιλεὺς ὠργίσθη” (Toen de koning dit had gehoord, werd hij boos) en verklaar de vertaling van het participium.
„ἀκούσας” is een aoristus-participium actief, nominativus enkelvoud mannelijk, van „ἀκούω” (horen). Het heeft geen eigen onderwerp — dus geen persoonsvorm.
„ἀκούσας” congrueert met het onderwerp „ὁ βασιλεύς” (nominativus enkelvoud mannelijk). Het is dus een participium coniunctum bij de koning.
Als aoristus-participium beschrijft het iets dat vóór de hoofdhandeling gebeurde: „nadat/toen hij had gehoord”. „ταῦτα” is het lijdend voorwerp bij het participium. De persoonsvorm van de zin is „ὠργίσθη” (hij werd boos).
Resultaat: „ἀκούσας” is een participium coniunctum bij „ὁ βασιλεύς”, los te vertalen als de temporele bijzin „toen/nadat de koning dit had gehoord”. Het aoristus-aspect rechtvaardigt de voortijdigheid („nadat”); „ὠργίσθη” blijft de hoofdpersoonsvorm.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal in „οἱ στρατιῶται, τὸν ποταμὸν διαβάντες, τοῖς πολεμίοις προσέβαλον” de stand en de functie van „διαβάντες” en vertaal de zin, waarbij je het participium coniunctum als bijzin weergeeft. Verklaar met het aspect waarom je „nadat” en niet „terwijl” kiest.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (taalreflectie: syntaxis) (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — De genitivus absolutus
Afb. 4 — De accusativus met infinitivus (AcI)
Bepaal de constructie in „τοῦ ἡγεμόνος κελεύοντος οἱ στρατιῶται ἐπορεύοντο” (Toen de aanvoerder het bevel gaf, trokken de soldaten op) en vertaal.
„τοῦ ἡγεμόνος” (naamwoord, genitivus) en „κελεύοντος” (praesens-participium, genitivus) staan samen in de genitivus — een aanwijzing voor een genitivus absolutus.
Heeft „ὁ ἡγεμών” elders in de zin een functie? Nee: het onderwerp van de hoofdzin is „οἱ στρατιῶται”. De aanvoerder speelt in de hoofdzin geen rol. Dus: genitivus absolutus, niet participium coniunctum.
Het praesens-participium „κελεύοντος” geeft gelijktijdigheid: „terwijl/toen de aanvoerder bevel gaf”. De hoofdzin is „οἱ στρατιῶται ἐπορεύοντο” (de soldaten trokken op).
Resultaat: Het is een genitivus absolutus: „τοῦ ἡγεμόνος κελεύοντος” = „toen/terwijl de aanvoerder bevel gaf”. De congruentietest (de aanvoerder heeft in de hoofdzin geen rol) sluit het participium coniunctum uit; het praesens-aspect geeft gelijktijdigheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed en vertaal: (1) „τῶν πολεμίων προσιόντων οἱ πολῖται τὰς πύλας ἔκλεισαν”, (2) „λέγουσι τοὺς Πέρσας νικηθῆναι”, (3) „ἤκουσα αὐτὸν λέγοντα ταῦτα”. Benoem bij (1) de constructie, bij (2) de accusativus subjecti en het aspect van de infinitivus, en bij (3) waarom het een AcP is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (taalreflectie: syntaxis) (CvTE / Examenblad)
Afb. 5 — De belangrijkste partikels
Analyseer de wijzen en partikels in „ταῦτα ἂν ἐποίησα, εἰ ἐδυνάμην” (Ik zou dit gedaan hebben, als ik het gekund had) en verklaar de vertaling.
In de hoofdzin staat „ἄν” bij „ἐποίησα” (aoristus indicatief, een verleden tijd). ἄν + indicatief van een verleden tijd markeert de irrealis: iets wat níet werkelijk gebeurd is.
„εἰ ἐδυνάμην” is de bijzin (εἰ = als) met een indicatief van een verleden tijd (imperfectum). De combinatie εἰ + verleden tijd in de bijzin, ἄν + verleden tijd in de hoofdzin, is de irrealis.
De irrealis vertaal je met „zou … hebben” in de hoofdzin en „als … had” in de bijzin: onwerkelijk in het verleden.
Resultaat: Het is een irrealis van het verleden: „ik zou dit gedaan hebben (ἄν + aoristus), als ik het gekund had (εἰ + imperfectum)”. Het partikel ἄν is het signaal dat de vertaling een onwerkelijke „zou”-vorm vraagt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Benoem in „οἱ μὲν ἔφευγον, οἱ δὲ ἔμενον, ἵνα τὴν πόλιν σῴζοιεν” de bijzin, haar soort en de wijs, en verklaar de functie van „μέν … δέ” en van de optativus „σῴζοιεν”. Vertaal de hele zin.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — domein A (taalreflectie: syntaxis) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen